WERELD & DENKEN
 
 

Algemene semantiek | Abstractieladder III (in ontwikkeling)

In Abstractieladder I  hebben we naast de al bekende aanwijs- en verzamelwoorden nog een derde soort geïntroduceerd: de woorden slaande op de dierwetenschappelijke wereld. Daarmee hebben we een stap gezet voorbij de wereld van de directe waarneming. Het is duidelijk dat dit nog verder kan, want de dierwetenschap is gebaseerd op de biologie. En de biologie is gebaseerd op de chemie, en de chemie op natuurkunde. En volgens sommigen is de natuurkunde gebaseerd op de wiskunde, maar daar is discussie over.

Wat we nu gedaan hebben is de abstractieladder naar beneden toe uitbreiden. Eerst gingen we van de concrete koe "Bessie", via iets meer abstracte maar nog steeds aanwijsbare begrippen als "koeien", naar steeds meer zweverige termen als geld en welvaart. Bovenstaand zijn we van "Bessie" naar beneden gegaan, naar de dingen die tezamen "Bessie" maken. Zoals een verzameling "Bessie"s samengevat wordt in  "koeien", wordt een verzameling "cellen" samengevat als "Bessie". En ook hier is er dus meteen weer een hele ladder van dit soort begrippen, met bijvoorbeeld tussen "cellen" en "Bessie" de begrippen "organen", en "lever", "nieren" enzovoort, en voorbij "cellen" begrippen als "moleculen", "atomen", enzovoort.

Men zou kunnen denken dat we dus twee abstractieladders hebben: een naar boven en een naar beneden. Een alternatief dat er een enkele ladder is, waarin wij als mensen dan ergens in het midden staan. Dat laatste is het meest waarschijnlijk, want naast verschillen zijn er duidelijke overeenkomsten tussen de twee ladders - voor beide geldt: bij ieder stap neemt men de onderdeeltjes van eronder samen, en bij ieder stap verliest men eigenschappen van die onderdeeltjes, en krijgt men er nieuwe eigenschappen bij. En een ander argument is dat van de eenvoud, in de Engelstalige wereld bekend als Occam's razor (het scheermes van Occam) - als er twee benaderingen van een situatie of oplossingen van een probleem mogelijk zijn, is degene die de minste vooronderstellingen nodig heeft het meest waarschijnlijk. Hier betekent dat dat het beeld van een enkele ladder waarschijnlijker is dan dat van twee.

Een andere overeenkomst tussen de twee ladders, dus delen van de ladder, is dat naarmate men verder van de directe waarneming van de mens weggaat, van "Bessie", het steeds moeilijker wordt je de begrippen voor te stellen, wat dus aangeduid wordt met het bijvoeglijke naamwoord "abstract". wat betreft de bovenkant eindigt dat in ontastbare begrippen als welvaart, en wat betreft de onderkant in die van atoom, of nog verder "krachtveld" en "vacuum". Over deze begrippen wordt het dus steeds moeilijker communiceren, omdat ze voor steeds meer mensen steeds minder begrijpelijk worden. Zelfs als je al die begrippen een volledige en juiste beschrijving van de werkelijkheid zouden zijn, is er  dus steeds meer onduidelijkheid over, of in andere woorden: er is steeds meer onduidelijk over de werkelijkheid. Maar het is zelfs zo dat die begrippen geen volledige en (volledig) juiste beschrijving van de werkelijkheid zijn, want het blijkt dat we onze kennis van die werkelijkheid voortdurend moeten bijstellen, in ieder geval aan de onderkant, de wetenschappelijke kant van de ladder.

Als we nu de hele abstractieladder in ogenschouw nemen, blijkt het onderscheid dat we gemaakt hebben tussen aanwijswoorden en verzamelwoorden helemaal niet zo duidelijk te zijn. Men ook het aanwijswoord "Bessie" blijkt dus weer voor een verzameling, of beter, diverse verzamelingen, te staan, en men kan dus zeggen dat alle woorden verzamelwoorden zijn. Het speciale aan aanwijswoorden is dat wij als mensen er een directe gebaar aan kunnen verbinden: we kunnen met onze vinger wijzen naar "Bessie". Of nog wat basaler: naar onszelf, en roepen: "Ik!". De term "aanwijswoord" duidt dus op het bestaan van een direct gezichtsveld van de mens, en de overige begrippen op de ladder bevinden zich steeds verder uit dat gezichtsveld, uiteindelijk uitkomende bij ideeën die mogelijkerwijs volledig in het ontastbare liggen, zoals "welvaart" en "geluk" aan de bovenkant, en de wiskundige terminologie aan de onderkant. En diverse filosofen hebben al gespeculeerd over de overeenkomsten tussen deze meest bovenste en onderste begrippen.

Naarmate de nieuwe begrippen op de abstractieladder verder van ons menselijk aanwijsniveau afstaan, is er dus meer potentiële onduidelijkheid over hun relatie tot de werkelijkheid. Dat is het eerste fundamentele probleem in ons menselijk taalgebruik. Voor we het gaan hebben over de praktische gevolgen van dit probleem, moeten we het echter eerst hebben over een klasse van woorden die nog meer aanleiding tot onduidelijkheid geeft.

De werkelijkheid is de werkelijkheid, wat wij er verder ook van mogen denken, en als er dus een probleem is tussen werkelijkheid en woorden, is er dus sprake van een probleem dan moet er dus

Enzovoort.

Het woord enzovoort staat hier los, om aan te duiden dat het van groot belang is. Dat belang is dat er geen beperking bestaat bij het samen nemen. Er bestaat, uitgaande van aanwijswoorden, dus een oneindige reeks van mogelijke andere soorten woorden, ieder weer de andere als onderdelen nemend. Deze reeks wordt in de algemene semantiek voorgesteld als de abstractieladder, met iedere nieuwe woordsoort of abstractie weer een trapje hoger.



Naar Abstractieladder II  , Alg. semantiek lijst  , Alg. semantiek overzicht  , of site home  .