WERELD & DENKEN
 
 

Algemene semantiek | Inleiding: algemene semantiek, wetenschap en religie

Het is een zowel een waarneming uit de dagelijkse praktijk als een resultaat van psychologisch onderzoek dat mensen behoefte hebben aan een zekere mate van vastigheid in hun leven. Sommigen zoeken die vastigheid in autoriteit, dat wil zeggen dat ze, staande voor meerdere mogelijkheden, hun keuze laten afhangen van andere mensen. Maar heel vaak zijn de keuzes van dusdanige aard, dat een beroep op een menselijke autoriteit niet waarschijnlijk of voldoende lijkt: het weer van morgen, de oogst van volgend jaar, het is duidelijk dat een dorpsgenoot hier weinig invloed op kan uitoefenen. Daarvoor zijn dus al in de verre oudheid de goden in het leven geroepen, waarvan later een enkele god is gemaakt.

Zowel goden als god hebben lange tijd een grote invloed op de mensheid gehad, hoewel er altijd een aanzienlijke hoeveelheid mensen is geweest die in mindere of  meerdere mate ervan doordrongen was dat het enige waar ze echt van op aan konden de werkelijkheid was, zoals de boer in het bekende gezegde "En de boer, hij ploegde voort".

In de tijden dat god als leidraad voor het leven nog heerste was het bestuderen van die god natuurlijk het hoogste wat er was, en voorbehouden aan de beste geesten van de tijd. De werkelijkheid was voor die mensen van ondergeschikt belang, omdat die werkelijkheid toch ondergeschikt was aan de almachtige god, dus was het voor de hand liggend om direct naar de bron te gaan.

De laatste echte revolutie in het menselijke denken ontstond toen een aantal individuen dit gingen omdraaien: zou het niet zo kunnen zijn dat de werkelijkheid iets meer over de werkelijkheid zei dan god? En een aantal van hen ging nog verder - niet alleen dachten ze het, ze verlaagden zich tot het gebruik van, vaak zelfvervaardigde, hulpmiddelen om die werkelijkheid nader te bestuderen, en te kijken of ze werkelijk gelijk hadden. Dat was de kern van de revolutie, want denken over de werkelijkheid is mooi, maar dat deden sommige oude Griekse filosofen ook al, met soms opvallende resultaten.

De namen die verbonden zijn met deze revolutie zijn bekend genoeg; Copernicus, Galilei, en Newton zijn de meest genoemde, maar er zijn er dusdanig veel meer uit diverse landen afkomstig dat men moeilijk aan de indruk kan ontkomen dat er een algemene culturele omslag aan ten grondslag ligt. Bekend is het gevolg van die omslag als de Verlichting. Maar die naam is misleidend in de zin dat ze alleen op het geestelijke aspect slaat. Kenmerkend en essentieel is niet het geestelijke aspect van de omslag, maar het materiŽle: men ging zijn nieuwe geestelijke inzichten materieel testen aan de werkelijkheid.

Als men een term aan die cultuuromslag zou moeten geven is het voldoende om te kijken naar wat het meest verreikende resultaat ervan was: het ontstaan van de wetenschap. Of om verwarring door moderne ontwikkelingen te voorkomen: de natuurwetenschap.

Om het samen te vatten: de cultuuromslag van "god is werkelijker dan de werkelijkheid" naar "de werkelijkheid is werkelijker dan god" noemen we hier de natuurwetenschappelijke revolutie.

De benaming natuurwetenschappelijke revolutie is juist in ideologische zin, zoals al blijkt uit de definitie: de rol van de termen god en werkelijkheid wordt omgedraaid, gerevolteerd. Maar ze is niet juist in sociologische zin. Deze revolutie was er een van de mensen die bezig waren met de hogere dingen, zoals filosofen en geestelijken. Ze had weinig directe gevolgen voor de gewone burger, die rustig in zijn god kon blijven geloven. In die ook in zijn god wilde blijven geloven, omdat wat ervoor in de plaats kwam, ingewikkelder was, en moeilijker samen te vatten in hanteerbare terminologie dan een god en een heilig boek met voorschriften.

De eeuwen van de feitelijke natuurwetenschappelijke revolutie tot aan de Tweede Wereld-oorlog waren een geleidelijke en min of meer continue ontwikkeling van een steeds sterker wordende wetenschap, met als belangrijkste gevolgen de mechanische IndustriŽle Revolutie, en de latere elektrische tweede industriŽle revolutie. Deze twee revoluties veroorzaakte dat de continue reeks conflicten tussen menselijke culturen en landen culmineerde in zoiets globaals als de Tweede Wereldoorlog.

De ernst van de Tweede Wereldoorlog, versterkt door de ontdekking van de atoombom, deed een algemeen gevoel ontstaan dat er iets mis was met het menselijke denken, in dat men in staat was zulke grote krachten op te roepen, maar niet in staat was ze allen ten goede te gebruiken. De twee krachten die onder vuur kwamen te liggen waren nationalisme en religie. de eerste als aanstoker van conflicten, en de tweede door zijn falen om dit te voorkomen. In een historisch gezien korte periode van vijftig jaar verloor religie een aanzienlijk deel van haar invloed. Deze trend wordt versterkt door een nieuwe periode van sterke wetenschappelijke groei, resulterende in de derde industriŽle revolutie: de informatierevolutie.

Het essentiŽle gevolg van de derde industriŽle revolutie was dat de gezichtskring van de burger zich uitbreide van dorp en stad naar land en wereld. Een van de dingen die daarmee doordrong tot het algemene bewustzijn dat bijvoorbeeld waar wij boven over gepraat hebben niet een universele werkelijkheid was, maar een locale werkelijkheid, die grotendeels beperkt was tot onze westerse wereld. Andere culturen hebben heel andere ontwikkelingen doorlopen, zowel qua richting als snelheid. Zelfs binnen onze eigen westerse wereld waren er duidelijke verschil-len waarneembaar in de mate waarin de wetenschappelijk revolutie was doorgedrongen, met als meest betrouwbare graadmeter de populariteit van het geloof.

De andere kant van de informatierevolutie was dat de mensen in de "ver weg" culturen ook kennis konden nemen van wat er in de westerse wereld gebeurd was. De materiŽle impact daarvan was hun volkomen duidelijk. De conclusies die men trok waren er in twee soorten: de ene was om deel te gaan nemen aan de wetenschappelijke revolutie, en de tweede was om naar de westen te trekken.

De mensen uit niet-westerse culturen die naar het westen zijn getrokken zijn per definitie afkomstig uit culturen die de wetenschappelijke revolutie en de daarop volgende evolutie niet of in sterk verminderde mate hebben meegemaakt. In het westen worden ze dus geconfron-teerd met ideeŽn die in fundamentele tegenspraak met hun eigen religieuze opvattingen zijn. Dit heeft twee directe gevolgen: die mensen voelen zich cultureel bedreigd, en de machtsbalans in het westen tussen religieuzen en wetenschappelijk denkenden verschuift naar die van de religie.

Door deze ontwikkelingen is er over de hele wereld een opbloeien van de strijd tussen het wetenschappelijke denken en de religie, en met name de religie die nog het dichtst staat bij de autoritaire structuur van een door een enkele god beheerste werkelijkheid: de islam. De sterkte van de tegenstand die de islam op het ogenblik biedt uit zich het meest spectaculair in zelfmoordaanslagen: kennelijk is het geloof zo krachtig dat mensen in staat zijn hun eigen leven op te offeren voor hun wereldvisie. Dit wordt terecht gezien als een morele uitgading aan de kracht van het westerse, wetenschappelijke, denken, omdat duidelijk is dat de westerse mens hier veel minder toe bereid is.

Dit is de situatie zoals die op het moment van schrijven, juli 2005, zich aan ons voordoet: hoe moeten we antwoorden op deze nieuwe uitdaging door de religie?

Wat betreft het fundamentele idee achter onze maatschappelijke ontwikkeling is het antwoord op deze vraag eenvoudig en saai: niets. Als we wat in dat opzicht moeten leren, dan is het zeker niet van mensen die op het pad waarop wij ons bevinden gewoon achterlopen. Van mensen die op en ander pad lopen valt zeker veel te leren, maar de volgers van de islam lopen op ons pad een stuk verder achterop, het is gewoon meer van "god is de baas".

Wat er wel moet gebeuren is het veranderen van ons praktische handelen, want de werkelijk-heid is veranderd. En waar de verandering van die werkelijkheid zich op het sociale vlak bevindt, is dat het terrein waarop we ons moeten aanpassen. Om dat goed te doen, moet dat aanpassen gebeuren op de wetenschappelijke manier. Dat wil zeggen dat we eerste naar de werkelijkheid kijken, daar onze theorieŽn uit construeren, uit die theorieŽn weer waarneembare conclusies trekken, en die conclusies controleren in de werkelijkheid  .

Hoe voor de hand liggend het in deze context ook klinkt, dit is veelal niet hoe het gaat. In de theorie van de maatschappij, de sociologie en psychologie, volgt een groot deel der deelnemers het omgekeerde patroon: men heeft vooraf vastgestelde theorieŽn, en probeert de werkelijkheid in deze theorieŽn te persen. Mensen zijn gelijk, culturen zijn gelijk, rassen zijn gelijk, dit zijn maar een paar van de opvallendste voorbeelden van die manier van denken. En bij de praktische maatschappijleer, de politiek, is de omgekeerde manier van denken nog meer de standaard: privatisering is goed, dus doen we het overal, allochtonen zijn zielig, dus we steunen ze in alles.

De werkelijkheid is dat Albert Einstein ongelijk is aan Jan de Boer, dat de islamieten hierheen komen omdat ze hier een beter leven hebben en niet andersom, en dat de honderd meter hardlopen wordt beheerst door negers.

De menswetenschappen leiden dus voor een deel aan hetzelfde euvel als de religie: ze hebben vooronderstellingen die ze niet aan de werkelijkheid willen toetsen. De in de vorige alinea gegeven voorbeelden kunnen niet als zodanig worden gepubliceerd, omdat ze in de ogen van vakmensen moreel onaanvaardbaar zijn, vanuit allerlei vooronderstellingen over culturele waarden. Wat ze daarmee bedoelen is dat de woorden zoals boven geformuleerd een slechte invloed zouden hebben op het gedrag van mensen. Dat kan niet liggen aan de feiten waar die woorden voor staan, want iedereen weet dat Albert Einstein een genie is en Jan de Boer niet, en iedereen kan naar beelden van de Olympische finale 100 meter hardlopen kijken. En als het probleem niet in de feiten erachter zit, moet het wel in de woorden zelf zitten.

De menswetenschappen hebben dus een probleem met de woorden die ze gebruiken om de werkelijkheid te beschrijven, en we mogen veilig aannemen dat dat voor de rest van de maatschappij niet beter is.  . De eerste taak voor een wetenschappelijke aanpak van de velden der maatschappij-wetenschappen is dus een methode voor het goede gebruik van woorden. Wat betreft de sociologie is dat overduidelijk: de enige manier om meer mensen te bereiken dan je naaste buren, is het gebruik van woorden. En voor de de psychologie geldt iets dergelijks: het is inmiddels duidelijk dat een groot deel van het bewuste denken een vorm van praten in het hoofd is, gebruik makende van taal.

Waar we dus als eerste voor staan is het vinden van een manier voor het goede gebruik van woorden. We kunnen woorden nu even beschouwen als losse dingen, hetzelfde soort dingen als vallende kogels, en dus doen we hetzelfde als Galilei deed staande voor het probleem dat vallende kogels zich niet gedroegen zoals men graag wou: het invoeren van een nieuwe methode om woorden te bestuderen. En net als Galilei kiezen we een methode waarin niet onze ideeŽn, maar de werkelijkheid voorop staat. De man die dit voor het eerst systematisch heeft gedaan is Alfred Korzybski, en die heeft zijn methodiek de algemene semantiek genoemd. Semantiek is de leer van de betekenis van woorden, of symbolen; algemene semantiek is gewoon een uitbreiding hiervan.

Samenvattend: De westerse wereld onderscheidt zich van de overige culturen door het invoeren van het natuurwetenschappelijke denken. Het natuurwetenschappelijke denken is een methode om de werkelijkheid te beschrijven, ter vervanging van de methode verschaft door de religie. Door allerlei maatschappelijke processen is de wereld van het natuurwetenschappelijk denken de laatste jaren in nauwer contact gekomen met de wereld van het religieuze denken, met een culturele en daadwerkelijke strijd als gevolg. Om het culturele deel van die strijd aan te kunnen, is het noodzakelijk de wetenschappelijke methode uit te breiden van de natuurweten-schappen naar de menswetenschappen, en als eerste op het gereedschap van de mensweten-schappen: de woorden.

Door naar Inleiding en bronnen  , of Woord en object  .


Naar IRP introductie  , Alg. semantiek, inleiding  , Alg. semantiek lijst  , Alg. semantiek overzicht  , of site home  .