Bronnen bij Retorische trucs: "Ja, maar ..."
|
2011 |
"Ja, maar" komt er in diverse varianten. De meest verraderlijke is
degene die zich ergens voorstander van betoont "Ik ben voor ..., maar ...", en
het vervolgens gaat bekritiseren - of zelfs afkraken. Ongetwijfeld zij er
integere vormen van "Ja, maar ..." in het algemeen en van "In ben voor..., maar
..." in het bijzonder, maar naarmate de kritiek op het behandelde onderwerp
sterker wordt, is de kans op oprecht gebruik kleiner. Met een startniveau van op
zijn best rond de dertig procent.
De verraderlijk van de truc schuilt erin dat de dader zich
door het aanvankelijke "Ja ..." een mantel van objectiviteit aanmeet, om daarmee
de kracht van zijn argumenten te ondersteunen. Het is dan ook het wapen van de
meer smerige soort drogredenaar, iets dat vroeger nogal eens aangeduid werd met
de termen als "jezuïtisch" en dergelijke. Meestal gaat ze dan ook gepaard met
meerdere andere retorische trucs
De klassieke vorm van de "Ik ben voor ..., maar ..." is,
natuurlijk, "Ik ben voor belasting betalen, maar ...". Hier is een uitgebreide
versie daarvan, uitgespind door een rabiate neoliberale econoom (opgediept van
elders op deze website):
Uit:
De Volkskrant, 15-01-2005, artikel van economie redacteur Frank Kalshoven.
Belasting betalen? Graag
Liefde? Vriendschap? Solidariteit? Vergeet het: geen woord in de Nederlandse
taal klinkt zoeter dan 'belastingvoordeel'. Of het zou 'aftrekbaar' moeten zijn.
... Hebben we soms een hekel aan belasting betalen? Jazeker.
En dat is raar. Ons chagrijn is wel verklaarbaar (ik noem
straks twee wel heel goede redenen), maar het is hoog tijd dat we onder ogen
zien dat het eigenlijk een zegen is dat we een flink deel van ons inkomen mogen
afstaan aan de collectieve kas. Daar zijn drie redenen voor, en daar begin ik
mee. ...
Red.: "Ik ben voor belasting betalen, ..." (een regel of tien)
"Maar ...":
| |
Zelfs blije belastingbetalers die doordrongen zijn van de
onlosmakelijke koppeling tussen de belastingdruk en het niveau van de
publieke sector, en bovendien de diepe wijsheid van de gebraden kip
doorgronden, ontkomen niet aan twee vervelende verzuchtingen. Eén:
is het niet een beetje erg veel, alles bij elkaar? Twee: wordt het geld nou echt
wel goed besteed? En omdat eerlijke antwoorden daarop nou eenmaal ja
respectievelijk nee moeten luiden, valt het zelfs de meest hartstochtelijke
liefhebber van de publieke sector zwaar de aftrekposten ongebruikt te laten.
Bij de Belastingdienst nemen ze met mijn 27.640 euro
belastingen en premies geen genoegen. Als ik voor 250 euro een gitaar koop, eist
de overheid 47,50 euro op, waardoor ik voor het jammerhout bijna driehonderd
euro moet betalen. Dat is de BTW, de belasting op toegevoegde waarde. Daaraan
verspijker ik makkelijk achtduizend euro.
Omdat ik het eerlijk gezegd niet durf uit te rekenen, laat ik
de accijns op sigaretten, de accijns op benzine en de klap BPM bij de aanschaf
van de auto maar even zitten. Gelukkig ben ik in 2003 niet verhuisd, want de
overdrachtsbelasting is in alle redelijkheid een indrukwekkend bedrag.
Als de mannen en vrouwen van belastingstaatssecretaris Joop
Wijn hun eerzame werk hebben gedaan, de hoofdsom, begint het feest pas goed: het
meerwerk. Of de gemeente even 1164,29 euro kan vangen, inclusief, dat wel, de
34,03 euro voor de 'eerste hond', vuilnis ophalen en rioolrecht. Gelieve aan het
hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 218,79 te voldoen. Waterbelasting:
31,02 euro. Regulerende Energie Belasting, die op het gas en licht wordt
geheven: 493,98 euro. Een kleine tweeduizend euro, alles bij elkaar.
De teller staat op zo'n 38 duizend euro, accijnzen
grootmoedig vergeten, en we zijn nog lang niet klaar. Het wordt alleen anders.
Midden jaren tachtig is het profijtbeginsel uitgevonden, het
idee dat publieke diensten, voorzover deelbaar èn individueel toerekenbaar, per
stuk moesten worden afgerekend. De burger zou er prijsbewuster van worden en het
was eerlijker bovendien: bijstandsmoeders die geen geld hebben om naar het
buitenland op vakantie te gaan betaalden niet langer mee aan het paspoort van
grootverdieners zoals ik.
De onbedoelde consequentie is dat je als burger bij praktisch
elk contact met de publieke sector je portemonnee moet trekken. Schoolgeld
kinderen: vijfhonderd euro. Vernieuwen rijbewijs: 25,20 euro. Nieuw paspoort:
37,95 euro, plus 38,10 euro voor de spoedprocedure (sorry, eigen schuld). Twee
identiteitskaarten voor de kinderen, omdat hun school (leuk!) had besloten de
kids mee te nemen naar Eurodisney bij Parijs: 61,10 euro. Parkeergelden: 700
euro.
Bibliotheekkaarten en de toegang tot gemeentelijke zwembaden
laten we maar zitten. Maar de duizend euro aan strippenkaarten voor de kinderen
tellen we mee, net als de wegenbelasting van een paar honderd euro. Bij elkaar
een post profijtbeginsel van grofweg 2500 euro.
Gefeliciteerd: we zijn de grens van veertigduizend euro gepasseerd. En dan heb
ik nog geen vut-premie afgedragen omdat ik solidair moet zijn met de oudere
collega's die dringend voor hun 65-ste moe ten stoppen met werken; evenmin heb
ik de solidariteitsheffing betaald waarmee mijn ziektekostenpremie wordt
verhoogd in verband met chronisch zieken en andere pechvogels.
Die blijde glimlach waarmee ik van mezelf de collectieve kas
moet spekken, ziet er nu een beetje slapjes uit. Want op diezelfde
belastingaangifte van 2003 staat ook mijn bruto jaarloon dat zo'n beetje 85
duizend euro bedroeg. Ik heb, ondanks het aftrekken van een stoot
hypotheekrente, dus maar iets minder dan de helft van mijn inkomen afgedragen
aan het collectief. 'Ik' kreeg maar net iets meer dan 'wij'. En is het bij u
anders?
Met de indrukwekkende hoogte van het bedrag zou ik zonder
meer vrede hebben als ik de indruk had dat in Nederland elk van die
veertigduizend euro's door de hoeders der collectiviteit nuttig werd besteed; en
als de passie en inzet waarmee ik die veertigduizend euro voor het collectief
verdiende (plus die 45 duizend voor mezelf) met gelijke munt werden terugbetaald
bij het uitgeven.
Dit is niet het geval. Overheidsfalen - de pendant van het
eerder gememoreerde marktfalen - is aan de orde van de dag. En ik weet niet hoe
u erover denkt, maar ik wil geen extra belasting betalen voor een publieke
sector die niet levert. Het is al duur genoeg. ... |
Een lamenteren van vele tientallen regels waarom Kalshoven tegen
belastingbetaling is. Gebaseerd op een drogreden, want het bedrijfsleven is
nauwelijks tot niet minder inefficiënt (denk aan de topsalarissen), en het
gezin, de consument, besteedt zijn inkomen nog veel onzinniger aan zaken als
roken, drinken, make-up en dergelijke. Vergeleken daarmee is de overheid het
toppunt van efficiëntie en nuttigheid, en op basis daarvan zou de belastingdruk
op de consument meteen verdubbeld moeten worden.
Kalshoven plakt, misschien in verband met de lengte van het
artikel, er nog een herhaling aan vast:
| |
Mijn liefde voor de publieke sector en de gretigheid waarmee
ik geld afdraag aan collectieve kassen, zijn niet in strijd met de verzuchting
dat veertigduizend euro wel een beetje veel is van het goede, en dat overheidsfalen niet hard genoeg kan worden bestreden. ...
Ik zou, als het overheidsfalen tot redelijke proporties is
teruggebracht en de financiering van een kwaliteitssprong dat toch nodig maakt,
best méér belasting willen betalen. Want ik hou van de publieke sector en betaal
dolgraag belasting. |
Het volgende geval gaat over een nauw verwante zaak: de overheid.
De auteur is schrijver van beroep, en gebruikt een paar extra trucs
Uit: De Volkskrant, 02-05-2011, column door Arnon Grunberg
Sociaal-democratie
Gisteren vierde de PvdA haar 65ste verjaardag. ...
De meeste idealen van de sociaal-democratie zijn in
West-Europa gerealiseerd. Die verworvenheden liggen minder onder vuur dan
sommigen ons willen laten geloven. Geen politicus in Nederland beweert dat de
overheid het probleem is. ...
Red.: Het "Ja ...".
De extra trucs van de beroepsschrijver
zijn:
| |
De meeste idealen van de sociaal-democratie zijn in West-Europa
gerealiseerd. |
Ad ponandum
. En een keiharde leugen
: West-Europa wordt steeds sterker gedomineerd door het graaikapitaal en
het neoliberalisme.
| |
Die verworvenheden liggen minder onder vuur dan sommigen ons willen
laten geloven. |
Tweede leugen. Herhaling van de eerdere leugen
.
| |
Geen politicus in Nederland beweert dat de overheid het probleem is.
|
Derde leugen (premier Mark Rutte (VVD): "We gaan Nederland teruggeven aan de
Nederlanders"). Herhaling.
Dat een beroepsschrijver dit soort trucs hanteert, is
misschien geen verrassing. Wat dan dus wel een verrassing is dat iemand die een
beroep uitoefent waarin goed verhulde leugenachtigheid een pre is, de
gelegenheid krijgt deze capaciteiten op de voorpagina van een als
kwaliteitskrant beschouwt dagblad uit te oefenen, als het ook om zaken aangaande
de inrichting van onze maatschappij gaat.
Het volgende geval was de aanleiding om deze verzameling te
starten. Het betreft weer een subtiele variatie:
Uit:
De Volkskrant, 04-05-2011, column door Evelien Tonkens, bijzonder
hoogleraar actief burgerschap
Toverspreuken tegen migratie
Red.: Hier staat geen "Ja, ...", maar een "Nee, ...". Toch is
het een "Ja, maar ...", want de auteur is naast hoogleraar in één of ander
quasi-wetenschappelijk sociologisch iets
, ook lid van de Eerste Kamer voor Groen Links. En GroenLinks is een
kosmopolitische partij die hartstikke voor migratie en dus immigratie is
. Hetgeen mevrouw Tonkens ertoe brengt om na het "Nee, ..." in de titel, een
hartstochtelijk pleidooi te houden voor meer immigratie:
| |
Wat vindt de politieke partij van uw voorkeur ervan? Uw partij heeft
geen mening. Uw partij heeft pas een mening als het te laat is
natuurlijk. Te laat in elk geval voor doordacht, toekomstgericht beleid
ten aanzien van de miljoenen Roemeense, Poolse, Bulgaarse en Moldavische
au-pairs voor oma's en opa's die in toenemende mate de zorg voor ouderen
en gehandicapten in Europa op peil houden. Migranten die inwonen bij
hulpbehoevende ouderen (of soms gehandicapten) en dag en nacht voor hen
zorgen. ...
... gezien de vergrijzing, de verwachte
personeelstekorten en beperking van voorzieningen en budgetten in de
zorg. Migrantenzorgwerkers zijn een bekend fenomeen in zeker zeventien
Europese landen, waaronder Oostenrijk, Zweden, Denemarken, Italië,
Engeland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Slowakije, Griekenland en Polen.
De migranten komen meestal uit Oost-Europa. In Polen komen ze ook wel
uit de Oekraïne, en in Italië ook wel uit Zuid-Amerika.
... nadat er ook in Nederland honderdduizenden
migrantenwerkers in de zorg zijn gaan werken. ...
Nu de AWBZ bij ons afgebouwd gaat worden, kun je
uittellen dat hier ook migrantenzorgwerkers aangetrokken worden. ... |
Allemaal drogredenen, want die honderdduizenden werkers voor de zorg hebben
we allang aangetrokken: dat zijn die anderhalf miljoen allochtone immigranten.
Zoals mensen als mevrouw Tonkens ook eindeloos herhalen bij iedere vorm kritiek
of negatieve publiciteit aangaande die allochtone immigranten: we hebben ze
nodig in de verpleging. En voor de zorg voor ouderen. Nou, dus kennelijk niet,
als er nu weer honderdduizenden immigranten voor uit Oost-Europa moeten komen.
Wat de tegenstanders van immigratie ook al vele eerder hebben opgemerkt:
immigratie is voor Nederland niet effectief, want de immigrant heeft relatief
een veel makkelijker bestaan in de uitkering. Waarin ze dan ook massaal zitten.
En ook dit is dus weer een voorbeeld van de gedane bewering
dat onder hanteerders van de "Ja, maar ..." de houders van de meest smerige
houdingen en denkbeelden zitten.
In het multiculturele debat worden zeer vele trucs toegepast,
maar "Ja, maar ..." is betrekkelijk zeldzaam - omdat het steun aan de PVV
impliceert. Hier zo'n zeldzaam geval, waarvan eerst het "Ja" en het eind van het
veel langere "...maar" wordt weergegeven:
Uit:
De Volkskrant, 02-07-2011, ingezonden brief van Michiel Besters, Bergen
op Zoom
In de ban van de vijand
Alle onderbuikgevoelens ten spijt heb ik de PVV nochtans niet op 'harde'
discriminerende voorstellen kunnen betrappen. ...
De PVV doet er dus beter aan om - zoals Keilson stelt - haar
vijand lief te hebben, in plaats van haar categorisch zwart te maken. Deze tip
geef ik graag aan de PVV, doch ik hoop dat die aan dovemansoren is gericht.
Immers, als de PVV haar vijand verliest, is zijzelf ten dode opgeschreven. Die
gedachte alleen al stemt mij vrolijk.
Red.: En de wet van meden en perzen zegt dat het tussendeel
dan ook meestal niet deugt. Zo ook hier:
| |
PVV-kamerlid Joram van Klaveren stelt dat derdegeneratie-immigranten
ook nog als allochtoon moeten worden bestempeld. Anders verdwijnt deze
probleemgroep uit het oog. Als onderdeel van de autochtone groep kunnen
de kleinkinderen van migranten niet meer worden onderscheiden van Henk
en Ingrid.
Het stigmatiserende en discriminerende karakter van Van
Klaveren's redenering lijkt me duidelijk, en dat mag in een rechtsorde
simpelweg niet, voor de wet is iedereen gelijk. |
De opmerking van Van Klaveren gaat over gedrag, en kan dus nooit discriminerend
zijn. De opmerking dat iedereen voor de wet gelijk is, weerhoudt de maatschappij
er niet van sommige mensen ip te sluiten - op grond van gedrag. En weerhoudt de
maatschappij dus ook niet om allochtone groepen te benoemen op grond van gedrag.
Zoals een deel van de maatschappij ook allochtone groepen benoemt op grond van
andere zaken waarin ze zich onderscheiden, en volgens dat deel van de
maatschappij daarom gesteund moeten worden.
Naar Retorica, trucs
,
Alg. semantiek lijst
, Alg. semantiek overzicht
, of site home
.
|