WERELD & DENKEN
 
 

Algemene semantiek | Toepassingen: politiek

De belangrijkste toepassing van de algemene semantiek ligt in de politiek. De reden is dat politici de deel van de top van de maatschappij vormen, terwijl ze, binnen westerse democratieën, afhankelijk zijn van kiezers die voor het overgrote deel bestaat uit lagere maatschappelijke strata - en hoog en laag in een kapitalistische maatschappij hebben voor een groot deel tegengestelde belangen. En in diezelfde kapitalistische maatschappij selecteert de top zichzelf uit mensen die voornamelijk het eigenbelang nastreven.

Omdat de politici tegengestelde belangen ten opzichte van hen die ze beweren te vertegenwoordigen, is het noodzakelijk hun daden en argument voor die daden te voorzien van woorden die die belangentegenstelling verhullen. Het klassieke voorbeeld van het misbruik van tal in de politiek is het boek 1984 van George Orwell. Het boek wordt algemeen geassocieerd met taalmisbruik door communistische leiders. Helaas is dat slechts een klein deel van de waarheid. Het taalmisbruik van communistische leiders is dusdanig simpel, dat iedereen het kan doorzien. Echt gevaarlijk is het taalmisbruik zoals dat gegroeid is bij democratische leiders, want dat is veel subtieler, en veel destructiever. Het taalgebruik van communistische leiders is dusdanig onderscheidbaar van de gewone taal dat deze daardoor weinig schade leidt. Het taalmisbruik van democratisch politici is dusdanig subtiel dat de gewone taal er ook zijn  geloofwaardigheid door verliest. Wie zou nog iets een vredeshandhaver, Peacekeeper, durven noemen, nadat een atoomraket die naam heeft gekregen? Wie durft zich nog zonder omhaal voor democratie te verklaren, nadat het verspreiden van democratie is gebruikt als reden voor het starten van een oorlog (de oorlogen in Vietnam en Irak)?

Men doet het zelfs met het begrip democratie zelf: alle politici verklaren zich voor democratie, maar de meeste zijn felle tegenstanders van referenda. Terwijl een referendum, waarbij het volk stemt over een concreet besluit, de definitie van democratie is. De democratie waar politici zich voor verklaren is "vertegenwoordigende democratie", een getrapte democratie: het volk kiest mensen die de besluiten nemen - hetgeen per definitie meer mogelijkheden tot machtsmisbruik geeft, mogelijkheden die in het geval van een zaak als deze waar het uitspelen van eigenbelang zo veel oplevert, natuurlijk altijd gebruikt worden. Vrijwel alle politici die zich voor democratie verklaren plegen dus een semantische leugen.

De reden dat politici woorden misbruiken is dus die tegenstelling tussen datgene waar ze voor lijken en zeggen te staan: het vertegenwoordigen van de belangen van alle burgers, en datgene wat ze in de praktijk, in diverse mate, meestal doen: het verdedigen van de belangen van de eigen groep. Met als eerste dus de groep van de politici en andere machtigen. Waarbij het allereerste gebod is dat deze belangentegenstelling nooit naar buiten mag komen, want dan zullen de burgers niet meer op ze stemmen. Hetgeen hier samengevat is als het maxime vermeld bij Termen  :
 
  Discussie:
...
Subvormen:
Politieke discussie: discussie met als doel uit te vinden wie het meest effectief liegt dat hij geen belang heeft bij het gesprokene.

    Politici van de normale soort, het over-, overgrote deel, zijn dus als eerste gedwongen tot onduidelijkheid. Hetgeen helder naar voren komt zodra er een politicus opstaat die daar wel aan doet, en daarbij ook nog de waarheid spreekt - of althans: een veel kleiner aantal leugens verkondigt. In Nederland is er anno 2011 geen fantasie voor nodig om te bedenken wie daarvoor in aanmerking komt: Geert Wilders. Na vele jaren ineffectieve pogingen hem door zwartmaken buitenspel te zetten, is zijn nu langer durende verschijning aanleiding voor wat helderheid aangaande zijn "klokkenluiders"-fubnctie in het opzicht van taalgebruik (De Volkskrant, 25-06-2011, door Roderik van Grieken):
 
  Spreken als Wilders is democratische zuurstof

Roderik van Grieken  | De directeur van het Nederlands Debat Instituut in Hilversum vindt dat meer politici moeten spreken als Wilders: in duidelijke taal ingewikkelde materie voor het voetlicht brengen.

Het debat is de zuurstof van de democratie. Het is in ons aller belang dat politici in staat zijn om duidelijk en overtuigend hun standpunt over de bühne te brengen. Zij moeten complexe vraagstukken helder kunnen verwoorden en in staat zijn om op hoofdlijnen aan te geven waar hun visie in essentie verschilt van die van hun politiek opponenten en waarom.

Van Grieken verwoordt hier het ideaal: de oorspronkelijke doelstelling van de democratie. Niet wat er in de praktijk van gemaakt wordt. En hij gebruikt Wilders als voorbeeld:
 
  En dat is wat Wilders doet. Het is juist zijn altijd doordachte taalgebruik dat bijdraagt aan zijn politieke succes. Hij misbruikt de taal niet; hij gebruikt haar zeer effectief. Zijn slotrede tijdens het proces tegen hem is daar een goed voorbeeld van. De inhoudelijke boodschap kan verwerpelijk gevonden worden, maar ieder mens met enig taalgevoel en kennis van retorica kan niet anders dan erkennen dat deze rede, zeker voor Nederlandse begrippen, prachtig geconstrueerd was.

In de media werd de rede grotendeels afgekraakt. Dat behoort dus tot de al genoemde pogingen om Wilders buitenspel te krijgen. Maar die rede is slechts een voorbeeld van de algehele duidelijkheid van Wilders spreken en streven:
 
  Feit is dat de vorm waarin een politieke boodschap gebracht wordt minimaal zo belangrijk is als de boodschap zelf wanneer het gaat om overtuigingskracht. Is dat vervelend? Ja. Je zou willen dat alleen de inhoud zou overtuigen. Maar dat is niet zo. Ieder mens is gevoelig voor de vorm. De retorica, de kunst van het overtuigen, bestaat dan ook voor het grootste deel uit vormkwesties en niet uit logica. De vorm helpt ook om de inhoud begrijpelijk te maken en terug te brengen tot de essentie. Als de inhoud de meeste overtuigingskracht zou hebben, zouden politieke partijen in verkiezingsspotjes hun verkiezingsprogramma voorlezen en deze op posters afdrukken.
    Wilders is zich volledig bewust van dit principe en handelt er naar.

Maar het zou bijzonder kortzichtig zijn om te veronderstellen dat de opponenten van Wilders dat niet beseften. Ook zij zijn geoefende politici met vaak langdurige carrières, en ook zij kunnen waarnemen wat Wilders doet. En ze zijn, zoals al gezien, tot op het bot gemotiveerd om hem aan te pakken. Dus moet er, minstens mede, een andere reden zijn dat het maar niet lukt. Die reden komt in het stuk van Van Grieken niet naar voren, omdat hij het niet heeft over de inhoud van wat Wilders beweert.

Voor een weergave van wat Wilders beweert, grijpen we terug naar de versie van een opponent die de weerzin tegen Wilders in het bloed zit: een allochtone immigrant (Volkskrant.nl, Opinie, 24-06-2011 door Ferdows Kazemi, blogger en publiciste) - het stuk is naar aanleiding van de vrijspraak van Wilders in het proces tegen hem aangespannen door moslims en hun aanhangers:
 
  Folkloristische dansen van Wilders'

...    Ik stelde me Wilders voor die Ollee, Ollee roepend ronddraait met de hoed op, die onze dochter voor hem bedacht heeft. Naast hem stelde ik me nog meer ronddraaiende toeschouwers voor die allemaal een hoed dragen, met daarop verschillende teksten. Uiteenlopende teksten zijn het: 'blijf van mijn AOW af', 'kanker hoofddoek', 'weg met Europa', 'gooi de grenzen dicht', 'achterlijke moslim', 'Marokkaans= crimineel', 'ga terug naar je land', 'meer handen aan het bed'.

Naast een enkele inaccuratesse een voortreffelijke weergave van de standpunten van Wilders: hij tegen aantasting van de AOW, hoofddoeken, vergaande Europese eenwording, allochtone massa-immigratie, het ondersteunen van achterlijke culturen en godsdiensten, het goedpraten van allochtone overlast criminaliteit, voor remigratie van allochtone immigranten, en voor meer aandacht voor de zorg.

Maar veronderstel nu eens dat je tegenstander bent van Geert Wilders. Dus tegenstander van zijn standpunten. Dan zou je dus het volgende moeten verkondigen: "Ik ben voor aantasting van de AOW, voor hoofddoeken, voor verdergaande Europese eenwording, voor allochtone massa-immigratie, voor het ondersteunen van achterlijke culturen en religies, voor het goedpraten van allochtonen overlast en criminaliteit, voor het eeuwigdurende verblijf van alle immigranten dus de overbevolking van Nederland, en tegen meer aandacht in de zorg".

Het doen van ook maar een enkele van deze uitspraken zou je meer dan halverwege de richting politieke zelfmoord betekenen. Laat staan allemaal.

Van Grieken geeft zelf al eigenlijk aan dat het niet in retorische kunsten zit:
 
  Een veelgehoord excuus is dan dat een genuanceerde boodschap nu eenmaal niet te vangen zou zijn in 'populistisch' taalgebruik. Dat is echter niet waar: ook complexe boodschappen zijn op een heldere manier uit te leggen, zonder daarbij de inhoud geweld aan te doen. Alexander Pechtold is hier een goed voorbeeld van. Net als Wilders is hij regelmatig in staat om ingewikkelde vraagstukken in een paar zinnen helder te verwoorden en er principes aan te koppelen. Het is niet voor niets dat hij door de jaren heen de natuurlijke opponent van Wilders is geworden.

Maar Alexander Pechtold krijgt dus alle stemmen binnen die er net zo over denken als hij. Ter waarde van tien zetels. En als je ruimhartig bent, dan kijk je naar zijn standpunten, en telt daarbij op al degenen uit of van andere partijen die er ongeveer net zo over denken, hetgeen bestaat uit delen is van de VVD (weinig), PvdA (behoorlijk wat), en GroenLinks (heel wat), en dan kom je alles tezamen op iets als dertig zetels. Of wat meer. Staande voor de wat verlichter denkende in de top van de maatschappij. Met nauwelijks of geen aanhang of invloed in de onderste tweederde van de maatschappij. Waar de ruime meerderheid van de democratie zit.

Het zit dus niet in de retoriek. Pechtold doet het goed genoeg. Het zit in de standpunten. En die van de grote meerderheid van de politici zitten veel meer in de richting van Pechtold dan in de richting van Wilders. En die politici kunnen zich dus niet veroorloven hun standpunten duidelijk te maken. Want dan verliezen hun stemmers aan Wilders. En aan de SP, die andere partij die niet hoeft te liegen => (pol. oligarchie).

Een enkel voorbeeldje aangaande één van Wilders' standpunten, uit de mond van een vaste columnist van  de Volkskrant die normaliter strak tot het rijtje van tegenstanders behoort (de Volkskrant, 24-06-2011, column door Paul Brill, redacteur van de Volkskrant):
 
  Geen vergezichten, maar realisme svp

...    Mij lijkt dat Europa momenteel vooral behoefte heeft aan nuchter realisme. Of preciezer: aan politici die zich niet verliezen in etherische vergezichten, die ook geen zoete broodjes bakken, niet voortdurend angstig achterom kijken naar de kiezers, maar zeggen waar het op staat. Politici met lef. Europa is hevig toe aan een flinke dosis straight talk.
    Het gebrek aan nuchterheid en lef doet zich hevig voelen bij de eurocrisis. Die crisis ontleent zijn scherpte aan het feit dat de geloofwaardigheid van Europa op het spel staat, en dat is mede te wijten aan de twee monden waarmee Europese leiders voortdurend spreken. Mond één: de euro zal met vereende krachten worden beschermd. Mond twee: er kan geen sprake van zijn dat West-Europese belastingbetalers opdraaien voor de Griekse warboel. Brusselse vergadertijgers kunnen wel uit de voeten met deze dialectische logica, maar modale burgers hebben het gevoel dat ze worden bedonderd. En niet ten onrechte ...

Politici kunnen niet met één mond spreken, in ieder geval niet in Nederland, want de meerderheid was al tegen deze vorm van Europa zoals gebleken bij het referendum erover (een kleine tweederde tegen), en al hemelaal tegen al dat geld naar Griekenland. En de politici, en de rest van de maatschappelijke top, is er voor. Dus krijg je alleen maar 'vergezichten' en 'zoete broodjes bakken'.

Het zit niet in de vorm, zoals Van Grieken veronderstelt:
 
  Wanneer het verschil in retorische vaardigheden tussen politieke leiders te groot is, is dit schadelijk voor het politieke debat. ... Een belangrijke voorwaarde voor een goed debat is het equal arms-principe. Alle deelnemers moeten met dezelfde wapens de arena betreden. Alleen dan kunnen argumenten goed uitgewisseld en getoetst worden. Een politicus zonder retorische kennis en aanleg is als een voetballer met één been.
    ... Nederlanders zijn matige sprekers. Het democratisch proces heeft hier last van. In het land der retorisch blinden is éénoog Wilders koning.

Althans, niet in het actieve deel ervan: de kunst van het spreken. Het verschil in retorische vaardigheden van politici is veel kleiner dan het verschil in hun opvattingen. Maar er is wel degelijk een gevaar voor de democratie. Daar waar de in het land der blinden de retorici koning zijn. Niet Wilders, maar die overige politici. Die op het retorische vlak allen minder lijken te presteren, omdat Wilders een enorm voordeel heeft: hij spreekt meer de waarheid.

Er is dus wel degelijk iets te verbeteren zoals Van Grieken ook constateert:
 
  Op lange termijn ligt de oplossing van het gemankeerde politieke debat in het onderwijs. Generaties hebben in Nederland school verlaten zonder ooit echt kennis te hebben gemaakt met de kunst van het overtuigen. Laat staan dat men er mee geoefend heeft. Het resultaat hiervan zien wij dagelijks in de politiek, tijdens vergaderingen en op congressen.

Maar dat laatste is overduidelijk gericht aan het verkeerde eind van het proces: het is weinig efficiënt iedereen les te gaan geven in iets dat slecht heel weinigen praktisch beoefenen. Nee, er is een voor de hand liggende andere taalkundige gave die op school aangeleerd moet worden: het luisteren naar en ontcijferen van retorica. Dat luisteren naar retorica moet iedere burger doen die zijn democratische rechten en plichten goed wil vervullen - want die retorica krijgt hij met overvloed over zich heen. Dat is hetgeen dat geoefend moet worden: ontdekken wie er overdrijft, wie emoties hanteert en wie er ronduit liegt.

Een toepasselijke vorm van oefening werd aangereikt tezamen met een reactie op het artikel van Van Grieken - eerste een stukej eruit, en dan de analyse per onderdeel (De Volkskrant, 29-06-2011, ingezonden brief van Michiel van Ree, Baarn):
 
  Holle retoriek

Het is schokkend dat uitgerekend de directeur van het Nederlands Debat Instituut beweert dat de boodschap van Geert Wilders zo heerlijk helder is (O&D, 25 juni). Is het Van Grieken opgevallen dat Wilders de dialoog niet zoekt, maar mijdt? Is het hem opgevallen dat de simplificatie het handelsmerk van Wilders is? Is het hem opgevallen dat intellectuele twijfel een taboe is sinds Wilders het woord voert? Is het hem opgevallen dat de halve waarheden van Wilders vaak simplificaties zijn die de oplossing van problemen geen stap dichterbij brengt?

Het is duidelijk dat de boodschap van de auteur is dat Van Grieken en Wilders ongelijk hebben. De waarde van zijn anval is te bepalen door de retoriek er vanaf te strippen.
 
  Het is schokkend

Retorische truc één: conclusie voorafgaand aan argumentatie. Retorische truc twee: een inhoudelijk oordeel wordt verbonden met sterk negatieve emoties.
 
   Is het Van Grieken opgevallen dat Wilders de dialoog niet zoekt, maar mijdt?

Retorische truc drie: red herring: het aangaan van de dialoog was niet het onderwerp van Van Grieken.
 
  Is het hem opgevallen dat de simplificatie het handelsmerk van Wilders is?

Retorische truc vier: de alliteratie. retorisch truc vijf: het voorzien van een inhoudelijke constatering (Wilders gebruikt eenvoudige taal), van een negatief oordeel, zonder dat te onderbouwen. retorische truc zes: het verbinden van het negatieve oordeel met negatieve emoiets.
  Is het hem opgevallen dat intellectuele twijfel een taboe is sinds Wilders het woord voert?

Retorische truc zeven: red herring: intellectuele twijfel was niet het onderwerp van Van Grieken. Retorische truc acht: de keiharde leugen: intellectuele twijfel is niet taboe, maar wordt door tallozen vrij beleden. Retorische truc negen: de alliteratie

 
  Is het hem opgevallen dat de halve waarheden van Wilders vaak simplificaties zijn die de oplossing van problemen geen stap dichterbij brengt?

Retorische truc negen: Ad ponandum: de stelling dat Wilders halve waarheden verkondigt dient bewezen te worden. Retorische truc tien: het geven van een negatief emotie aan een inhoudelijke ontkenning ("simplificatie"). Retorische truc elf: Ad ponandum: dat de oplossing niet dichterbij dient bewezen te worden.
    De rest van artikel gaat op dezelfde voet verder:
 
  Wilders betrekt heel veel mensen bij de politiek die vasthouden aan de illusie dat het allemaal heel eenvoudig is.

Ad ponandum: de werkelijkheid kan wel degelijk simpel zijn:
 
  Dat is in democratisch opzicht een goede zaak, maar de schaduwzijde is dat genuanceerd spreken uit de mode raakt en dat beeldvorming en pr zwaarder wegen dan het benaderen van de werkelijke stand van zaken.

Ad ponandum: beweert dat voor Wilders beeldvorming en pr niet al zwaar wogen. Dus ook: keiharde leugen.
 
  Zou het ooit in het hoofd van Van Grieken zijn opgekomen dat een politieke boodschap zeer overtuigend kan klinken, maar toch nonsens kan zijn?

Ad hominem (persoonlijke aanval). Eenzijdigheid: niet alleen de overtuigende politieke boodschap van Wilders kan nonsens zijn, maar alle politieke boodschappen.
 
  Prevaleert voor hem de vorm en moeten we geen boodschap hebben aan de boodschap?


Herhaling (van het vorige argument): de tegenstanders van Wilders kunnen net zo goed geen boodschap hebben aan de boodschap (zie hun gebruik van "Nazi!" en "Fascist!" in zijn richting).
 
  De woorden van Wilders en Van Grieken zijn retoriek.

Zelfportret: de auteur verwijt anderen datgene dat hij overduidelijk zelf doet.
 
  Dat de directeur van het Nederlands Debat Instituut een pleidooi houdt voor de anti-intellectuele aanpak van Wilders vind ik verontrustend.

Ad ponandum: stelt dat simpelheid anti-intellectueel is.

Uit dit voorbeeld is duidelijk dat een min of meer volledige analyse van het soort argumentatie dat de auteur van de ingezonden brief pleegt, moeilijk en tijdrovend kan zijn. Voor die situatie is de vuistregel van het Informatiefilter van de algemene semantiek geformuleerd  :
 
  Naarmate een boodschap in mooiere taal is gesteld en mooiere woorden en beelden gebruikt, oftewel retorisch begaafder is verwoord, is de informatie erin onbetrouwbaarder  .


Naar Alg. semantiek, toepassingen  , Alg. semantiek lijst  , Alg. semantiek overzicht  , of site home  .