De Volkskrant, 04-06-2011, door Arie Elshout 17 jan.2009

Reportage | Fietsen in New York

Opzij, opzij, opzij

De fiets dreigt na Amsterdam nu ook New York te veroveren, stelt correspondent Arie Elshout met afgrijzen vast. Ik schrik me kapot, wil alarm slaan,maar bij wie?

Tussentitel: Je zult nergens een standbeeld vinden van een nationale held op een fiets

Het mooie van een verhuizing naar een ander continent is de opwinding over wat komen gaat, maar ook de bevrijding van wat is geweest. Op zomaar een middag in New York wordt die illusie ruw verstoord.

Eerst is er de oerkreet.

UT OF THE WY!!!

En daarna dendert van achteren een laag over zijn stuur hangende fietser rakelings langs mij heen.

Het is alsof zich een atoombomexplosie heeft voorgedaan en in mij een machtige paddestoelwolk opwelt, zo sterk voel ik mijn oude haat tegen dit soort fietsers uit Nederland bij me terugkeren.

De idioot. Voor de rest van zijn leven driemaal daags waterboarden.

In mijn woede bedenk ik de ergste straffen, die geen van allen voorzien in een snelle dood.

Heeft die fietsende malloot niet door dat het op de Brooklyn Bridge wemelt van voetgangers die slenterend en foto's makend genieten van het uitzicht over het water en de stad? En kan hij er met zijn domme hoofd niet bij dat zij daarbij niet altijd oog hebben voor de streep tussen voet-en fietspad op de sleets geworden houten planken? Heeft hij nooit geleerd rekening te houden met de omgeving, de omstandigheden en anderen? Nee, mijnheer eist de TOTALE VRIJHEID.

Ik weet niet wat ik het ergst vind: de schrik over de bijna-botsing met deze in fietspak gestoken menselijke torpedo, of de terugkeer van de herinnering aan soortgelijk volk in met name Amsterdam. De moeders die met kind voorop en kind achterop de Stadhouderskade op schieten, door het rode licht heen, net voor je auto langs. De lui die op het smalle fietspad naast de nog smallere stoep voor je huis, zo dicht langs je heen scheren dat hun spaken het flapoortje van je hond dreigen te halveren. Dacht ik van deze lui verlost te zijn, duiken ze ineens weer voor me op, als de psychopatische stalker Max Cady uit Cape Fear.

En het is nog maar het begin: de maanden daarna begint het me te dagen dat het nog erger is. Amerika, dat zich in 1776 losvocht van de Britten, is het doelwit van een laatste oprisping van Europese koloniseringsdrang. Het land van de auto moet aan de fiets.

Hoe ver het daarmee al is gesteld, ontdek ik op de ochtend van 1 mei, de zon komt op, ik doe op 24 hoog de balkondeur open en zie onder me tienduizenden fietsers voorbijrijden, of liever, kruipen, want de straat kan de massa niet verwerken.

Ik schrik me kapot, wil alarm slaan, maar bij wie? President Obama zit in de Situation Room. Zijn commando's staan op het punt af te rekenen met Osama bin Laden. Hij heeft iets anders aan zijn hoofd en merkt niet dat achter zijn rug de Oude Wereld bezig is een bruggenhoofd te slaan in de Nieuwe.

Beneden op straat hoor ik dat de fietsers - 32 duizend in totaal - meedoen aan de Five Boro Bike Tour, van Manhattan naar Staten Island. De tocht door de vijf New Yorkse stadsdelen is onderdeel van de New Amsterdam Bicycle Show. Center 548, in de wijk Chelsea, is het hoofdkwartier. Van daaruit wordt dat weekeinde geprobeerd een belangrijke slag te slaan in de verovering van het Noord-Amerikaanse continent op de auto.

Verslaving aan de auto

Als een spion loop ik er rond. Ik stuit op Anne Lutz Fernandez, een Amerikaanse blondine van rond de vijftig. Ik noem mijn naam en probeer er achter te komen welk meesterbrein er achter deze poging zit om de Amerikanen aan de fietscultuur te onderwerpen. Met haar zus schreef de voormalige investeringsbankier het boek Carjacked over de Amerikaanse verslaving aan de auto.

Ze vertelt hoe moeilijk het zal zijn de Amerikanen op de fiets te krijgen. Daarvoor is de auto te nauw verbonden met de Amerikaanse Droom, het vooruitgangsidee en de individuele vrijheid, en is hij als statusobject voor te veel mensen een onderdeel van hun identiteit.

In haar boek haalt ze een onderzoek aan uit 1975, waarin 71 procent van de ondervraagden zei het bezit van een auto zeer bepalend te vinden voor de vraag of zij een 'goed leven' hadden. De auto kwam op de vierde plaats, na een eigen huis, een gelukkig huwelijk en kinderen. In 1991 was dat percentage gestegen tot 75 procent en had de auto de kinderen verdrongen naar een 'treurige vierde plaats', zegt Lutz Fernandez.

De auto laat zich minder snel verdrijven dan de indiaan of de bison. Daarvoor zijn Amerikaanse steden vaak te uitgestrekt. Zonder auto kom je niet op je werk, of aan je boodschappen. Ze noemt Oklahoma City. Kom ik toevallig net vandaan en het is waar: je ziet er net zo weinig voetgangers als dat er voetstappen op de maan staan.

Lutz Fernandez heeft echter een geheim wapen: 'Zoek het in de technologie. Zijn Amerikanen dol op.'

Boven ons begint ineens muziek te schetteren, ik ga de trap op naar de volgende etage, waar ik beland in de machinekamer van de fietsende wereldveroveraars. 'Lesley, een webdesigner, rijdt op een Linus, draagt een Lela Rose jurk en een ketting van Cynthia Rowley. Matthew, een acteur/regisseur/kunstenaar/schrijver/man van de stad, rijdt op een Batavus en draagt een Nau jack', klinkt het uit de luidspreker, terwijl als in een modeshow de ene na de andere hip geklede fietser lachend voorbij paradeert, klaar om de blijde fietsboodschap te verspreiden.

Het is een openbaring. De grauwheid van veel Amsterdamse fietsers, de verbetenheid waarmee die de trappers doen rondmalen alsof de duvel hen op de hielen zit, de calvinistische koppen waarmee ze andere weggebruikers aankijken alsof die het vleesgeworden kwaad zijn - niks van dit alles hier.

Alle kleuren van de regenboog

Voor mijn ogen duizelt het van de fietsframes in alle kleuren van de regenboog en met rondingen zo perfect dat het erotiek wordt. Wat een verschil met die Amsterdamse rammelbakken. Het is Deens design, maar er zijn ook kekke exemplaren van Rolling Orange, een Nederlands bedrijfje dat ze vanuit Brooklyn probeert te introduceren in Amerika. De jonge advocaat Grant Cornehls koopt een degelijke zwarte Gazelle. Vanwege de dertig centimeter wit bij het achterlicht, zegt hij.

De technologische verleiding, het geheime wapen, doet haar werk. Maar de strijd is nog lang niet gestreden, zegt Ellen Jaffe, voorzitster van de New York Cycle Club. Deze tanige vrouw vormt de voorhoede van de meer dan 236 duizend fietsers die de lobbygroep Transportation Alternatives in 2009 telde in New York.

Zij hebben het zwaar. Autoportieren die ineens openklappen. Voetgangers die hen niet horen aankomen en plots voor hen opduiken. De politie die sinds januari een bonnenoffensief is begonnen: de 'ticket blitz'. De anti-fietskanonnades van de populaire New York Post. Jaffe noemt het schokkend, maar erkent dat haar fietsers niet vrijuit gaan. Ze rijden tegen het verkeer in, schieten zomaar de stoep op, of knallen door het rode licht. En zoals Amerika al de term 'rogue states' kende, voor schurkenstaten, zo zijn er nu ook de 'rogue bikers'. Ik zie die fietsende moeder op de Stadhouderskade voor me: een 'rogue mother'.

Jaffe spreekt van een 'rocky' overgang. Maar in feite hebben we het over de fietsversie van de Botsing der Culturen.

In The New York Times staat in april een ingezonden briefje van Edmund Glass. Het telt twee beleefde zinnen, en voor me zie ik een New Yorkse heer, die zijn hele leven als notarieel medewerker heeft gewerkt bij een chic advocatenkantoor in Midtown Manhattan. Hij is aangereden door een fietser en ernstig gewond geraakt. Als die fietser nu maar een 'geluidproducerend waarschuwingsapparaat' had gehad, schrijft Glass, had ik hem horen aankomen. Met die laatste woorden besluit hij zijn briefje, en het is alsof je na de punt de klap hoort waarmee de fietser zich in hem boorde. Reed ook nog door, de fietser, we take no prisoners.

Namens de automobilisten meldt zich dezelfde week publicist en satiricus P.J. O'Rourke. In The Wall Street Journal begint hij met een geschiedenisles. De techniek om fietsen te maken was al in het Oude Egypte bekend, maar het duurde tot de 19de eeuw voordat er fietsen kwamen. Zegt volgens hem alles. 'Dat het vijfduizend jaar duurde voor de mensheid op het idee van de fiets kwam, is omdat het een slecht idee was.'

Zelf de trotse bezitter van een Chevrolet Suburban vindt de conservatieve libertijn de fietser niet om aan te zien. 'Het dragen van een fietsbroek in het openbaar is genanter dan het dragen van incontinentieluiers'. Ook kost het hem moeite zijn gezicht in de plooi te houden wanneer hij praat 'met iemand die een toverbalkleurige, geperforeerde fietshelm op heeft die hem doet lijken op Woody Woodpecker.'

Paardrijden geeft wel allure

Paardrijden geeft mensen wel allure, weet O'Rourke. 'Zoek op alle markten, parken en pleinen in de wereld en je zult er geen enkel standbeeld vinden van een nationale held op een fiets.'

Geen middel wordt geschuwd - zelfs de ironie niet - in het gevecht om wie er de baas is op de straten en wegen. Het staat met zoveel woorden voor op het krantje van de New Amsterdam Bicycle Show: het gaat om 'de heerschappij over de straten van de stad'.

Ooit begon het in New York met de fietskoeriers. Dat waren de pioniers. Daarna kwamen de recreatiefietsers en wielrenners. En nu voegen zich daar de fietsforenzen en de milieubewusten bij. De fietsers willen meer ruimte en vinden daarvoor gehoor bij het stadsbestuur, dat meer mensen aan het fietsen wil krijgen. Maar aan de andere kant van de scheidslijn staan de autobezitters en voetgangers. Fanatiek verdedigen zij hun territorium. De politie staat tussen de partijen in, maar zet de laatste tijd kwaad bloed bij de fietsers, omdat zij hen met bekeuringen probeert te disciplineren.

Een 'oorlogszone', het woord komt van The Brooklyn Paper, is Prospect Park West. Op deze brede eenrichtingsweg langs Brooklyns grootste park werd een fietspad aangelegd als verkeersvertragende maatregel voor de auto's. Maar nu voelen voetgangers zich zo onveilig dat verkeersvertragende maatregelen voor de fietsers moeten worden genomen. Zoals de aanleg van stroken met noppen, die het effect van Belgische keitjes moeten sorteren. 'They're trying to corral and control us', zij proberen ons op te sluiten en te beteugelen', zegt fietshandelaar David Dixon. 'Wat is de volgende stap: scherpe punten die omhoog schieten op elk kruispunt?' Het is het probleem in een notedop.

Janette Sadik-Khan, in het stadsbestuur verantwoordelijk voor transport, duwt echter door. Zij wil dat New York een fietsstad wordt. Eindelijk heb ik het meesterbrein achter de aanleg in de stad van meer dan duizend kilometer aan fietspaden te pakken. Voor O'Rourke is zij Sadik-Dzjengis-Khan. Voor fietsers, zegt Ellen Jaffe, is zij een popster.

Zij wil van New York een Amsterdam maken. De historische cirkel zal dan zijn gesloten, maar ik roep: nee! Geen Nieuw-Amsterdamse fietsanarchie.

Maar dit is Amerika, geen Nederland. Jaffe legt uit dat opvoeden een belangrijke taak voor haar fietsclub is. En de politie doet hier haar werk en bekeurt fietsers die door rood rijden. Ik geef me gewonnen, ik neem hier geen auto maar een fiets. Wie weet wordt in de Nieuwe Wereld ook de Nieuwe Fietser geboren.

Dat het zou mis lopen tussen mij en de fietser was niet voorbestemd. Ik was nog klein, toen op een mooie juniavond in het schuurtje annex bijkeuken van het ouderlijk huis wielrenners zich aan het omkleden waren voor de ronde van Nieuw Vennep, de opening van de kermis.

De racefietsen stonden te blinken tegen de muur en het rook er heerlijk naar de olin waarmee zij hun gespierde en geschoren benen insmeerden. Ze waren meegekomen met de verkering van mijn zus Annie, een reus met blond krulhaar en blauwe ogen, bruin verbrand door het werken in de buitenlucht.

Vol bewondering keek ik naar hem in dat strakgespannen, donkere shirt van zijn vereniging De Bataaf en naar zijn ploeggenoten. De beau garconsvan de arbeidersklasse.

Op mijn rammelende fietsje, draaide ik daarna in korte broek en rubberlaarzen mijn rondjes door de straten die aan de rand van het dorp plompverloren waren verrezen, midden in het nog vrijwel lege nieuwe land van de Haarlemmermeer. Diep voorovergebogen over het stuur en driftig trappend op de pedalen, won ik in mijn eentje alles.

Ik kijk er op terug als een van de verloren liefdes uit mijn jeugd. Wat resteerde was de melancholie, maar dat niet onprettige residu van een voorbije hartstocht werd in de loop der jaren overwoekerd door een groeiende afkeer van een bepaald type fietser, vooral in Amsterdam.

Het zijn die fietsers die vinden dat alles voor hen moet wijken, onbeschoft worden tegen voetgangers en automobilisten die hun pad kruisen en ook in de drukste steegjes rijden alsof ze het werelduurrecord willen verbeteren. Dit intolerante gedrag in combinatie met de pretentie dat de fietser een betere mensensoort vertegenwoordigt, is onverteerbaar.

Van de immer bange autoriteiten valt geen corrigerend optreden te verwachten, daarom kan er maar het beste om ze gelachen worden.

Ze zien niet dat hun fiets van alle uitvindingen de enige is die veel van zijn 19de-eeuwse lulligheid heeft behouden, met die grote wielen, die spaken, die trappers.

Bovendien: echte stedelingen fietsen niet. Zij lopen, of nemen de tram, de bus, de metro, desnoods de taxi.

Maar het allermooist blijft natuurlijk Jan Mulder die in zijn Jaguar aan het eind van de middag vanaf de IJburglaan Amsterdam komt binnenrijden, zoals ooit Julius Caesar te paard Rome binnentrok. Daar steken die driftige fietsers heel bleek tegen af.

Driftig trappend op de pedalen, won ik op mijn eentje alles


Naar Termen, automobilisme  ,  Algemeen, overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]