Joop.nl, 31-01-2017, door Anna Blijdenstein - Promovendus Politieke Filosofie aan de UvA uitleg of detail .2007

Leuk zo’n College voor de Rechten van de Mens

Opnieuw wordt duidelijk dat we voor een gepassioneerde verdediging van fundamentele mensenrechten niet bij de VVD moeten zijn, zeker niet als het gaat om de rechten van moslims.


Internationale verdragen, vooral die over mensenrechten, moeten “aansluiten bij de moderne tijd” stelt het verkiezingsprogramma van de VVD. Verdragen die dat niet doen moeten worden aangepast of opgezegd. In het radioprogramma Stand.nl noemde Halbe Zijlstra mensenrechtenverdragen vorige week “achterhaald”. De aanwezigheid van groepen moslims heeft de hedendaagse praktijk zo veranderd dat we deze verdragen opnieuw tegen het licht moeten houden.

Zijlstra, die Ruttes stelling “doe normaal of ga weg” kwam verdedigen, begint zijn verhaal met het onschuldige voorbeeld van de bumperklever, maar al snel wordt duidelijk welke vormen van ‘abnormaal’ gedrag hem werkelijk dwars zitten. Hij komt uit bij een voorbeeld dat Rutte eerder naar voren bracht: de moslim die omdat hij vrouwen geen hand wil geven, werd afgewezen voor een baan als buschauffeur en in het gelijk werd gesteld toen hij dit besluit aanvocht. Net als de minister president vindt Zijlstra dat een bizar besluit. Zijlstra: “Gaan we dan in Nederland zeggen ‘leuk zo’n College voor de Rechten van de Mens, nou top hoor?’”

Twee dingen vallen hier op: de zelfverzekerde morele veroordeling van de handenweigerende moslim en de relativering van het belang van mensenrechtenverdragen, en het College dat in Nederland toezicht houdt op de naleving van het recht op gelijke behandeling.

Zijlstra lijkt precies te weten hoe het zit. Moslims die vrouwen geen hand willen geven doen dat omdat ze vrouwen minderwaardige wezens vinden, “Dat is wat er achter zit”. En juist de aanwezigheid van groepen mensen uit islamitische landen die “een heel ander normbesef hebben”, is volgens Zijlstra de reden om mensenrechtenverdragen kritisch tegen het licht te houden. De verdragen, opgesteld in de jaren zestig en zeventig, zijn niet toegesneden op hedendaagse problemen. Natuurlijk is vrijheid van religie belangrijk, maar op deze manier wordt het volgens Zijlstra een “alles overheersend instrument” en “leven we straks in een streng religieus land”.

Blijkbaar vindt Zijlstra het niet nodig zich daadwerkelijk in de zaak te verdiepen. Zowel de VVD’er als presentator Sven Kockelmann noemt het College voor de Rechten van de Mens abusievelijk een ‘internationale organisatie’. Ook gaan zij op geen enkele manier in op de argumenten van het College om de sollicitant in het gelijk te stellen. Uit het oordeel van het College rijst namelijk een ander beeld van de aspirant buschauffeur dat niet strookt met Zijlstra’s barbaarse vrouwenhater. De sollicitant geeft vrouwen inderdaad geen hand, maar begroet ze op een andere manier en geeft daarbij uitleg over zijn beweegredenen. Ook raakt hij vrouwen wel aan wanneer zij hulp nodig hebben bij het in- of uitstappen of wanneer er BHV toegepast moet worden. Daarbij lijkt het College de vrijheid van godsdienst geenszins te beschouwen als alles overheersend principe. Er wordt in het oordeel een zorgvuldige afweging gemaakt tussen verschillende rechten en vrijheden. De sollicitant wordt in het gelijk gesteld omdat handen schudden voor een chauffeur die 95% van zijn tijd op de bus zit een ondergeschikt onderdeel van zijn functie is. In twee andere gevallen kregen de organisaties die kandidaten om de zelfde reden weigerden wél gelijk. Voor een parkeerwachter en een leerkracht werd het belang van handen schudden voor hun functie te groot geacht en daarmee de vrijheid van religie ondergeschikt.

Zijlstra voelt geen noodzaak om in te gaan op de overwegingen van de sollicitant of de afwegingen van het College. Met zijn stelling dat het weigeren van een hand slechts voort kan komen uit minachting voor vrouwen draagt hij bij aan het voortbestaan van een angstbeeld van Islam en orthodoxe moslims. Met het wegzetten van het genuanceerde oordeel van het college als ‘bizar’ houdt hij het idee in stand dat er in Nederland sluipende Islamisering plaatsvindt die alleen kan worden afgeremd met een stem op de VVD. Maar daar houdt Zijlstra niet op. Hij betoogt niet dat het College in dit geval tot een ander besluit had moeten komen; de aanwezigheid van de zo “abnormale” Islamitische ander is voor Zijlstra een reden om het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aan te passen.

De VS discrimineert ondertussen openlijk islamitische vluchtelingen, migranten en bezoekers. Ook in Nederland is er een partij die op niet mis te verstane wijze betoogt dat bepaalde mensenrechten niet voor moslims zouden moeten gelden. De grootste regeringspartij heeft besloten daar niet tegenin te gaan, maar zelf het belang van mensenrechten te relativeren -Top, hoor zo’n College voor de Rechten van de Mens. Rechten van mensen die niet normaal doen, zijn blijkbaar nepmensenrechten.



IRP:
   



Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]