De Volkskrant, 06-11-2014, door Willem Vermeend, oud-staatssecretaris van FinanciŽn en auteur van Arm & Rijk in Nederland .2010

Armen maak je niet rijker door rijken arm te maken

De ongelijkheid groeit niet door renteniers maar door opmars van digitalisering en nieuwe technologieŽn.


Tussentitel: Belastingdruk op spaargeld is hier nu al hoger dan Piketty wil

In het rapport Welvaart in Nederland 2014 concludeert het CBS dat de inkomensverschillen in Nederland stabiel en relatief klein zijn. Uit een wereldwijde vergelijking blijkt ook dat Nederland tot de landen behoort met de kleinste ongelijkheid. De CBS-cijfers over de vermogensverdeling laten zien dat ouderen en ondernemingshuishoudens de grootste vermogens hebben. Verreweg het grootste deel van het vermogen bij de oudere generatie bestaat uit de eigen woning waarop de hypotheek (deels) is afgelost. Uit de cijfers blijkt dat het vermogen van ondernemingshuishoudens veelal hoger is dan dat van werknemershuishoudens. Dat heeft vooral te maken met ondernemerschap waarbij het vermogen een rol speelt bij de bedrijfsfinanciering. Bovendien fluctueert het vermogen van deze groep sterk met de economische ontwikkelingen. Veel ondernemers hebben in de crisis van 2008-2009 forse vermogensverliezen geleden. Vergelijken we de Nederlandse vermogensverdeling met die van andere landen dan blijkt ons land, net als bij de inkomensverdeling, relatief gelijkmatig te zijn.
    De vraag rijst waarom linkse politieke partijen nu ineens vinden dat Nederland een ongelijkheidsprobleem heeft. Dat heeft alles te maken met de omstreden studie van de WRR van mei dit jaar. De WRR concludeert daarin dat Nederland een fors toegenomen inkomensongelijkheid en een zeer scheve vermogensverdeling kent. Deze studie is van alle kanten gekraakt, omdat de samenstellers op grond van discutabele aannames en berekeningen, die haaks staan op de bevindingen van het CBS en internationale onderzoeken, op een ongelijkheidsprobleem wilden uitkomen.
    Het WRR-rapport verwijst met veel lof naar Capital in the Twenty-First Century van de Franse econoom Thomas Piketty. Piketty stelt dat in veel landen de vermogensongelijkheid toeneemt. Over Nederland heeft hij overigens geen cijfers opgenomen. Desondanks is Piketty ook hier uitgegroeid tot de held van politiek links. Zijn verhaal over rijken die steeds rijker worden en zijn boodschap dat deze groep moet worden aangepakt met hogere toptarieven, hogere erfbelastingen en een progressieve vermogensbelasting is in deze kringen met veel enthousiasme ontvangen.
    Piketty meent negentig jaar vooruit te kunnen voorspellen dat rijke renteniers steeds rijker zullen worden ten koste van mensen die van een salaris moeten rondkomen. Een illuster gezelschap van internationale economen heeft inmiddels overtuigend aangetoond dat de Piketty-formule r>g (rendement op kapitaal is groter dan groei economie) op de langetermijn niet klopt. Daarmee kan zijn voorspelling dat de westerse wereld zal terugkeren naar de rentenierssamenleving uit de 19de eeuw, toen een kleine groep superrijke renteniers de dienst uitmaakte, de prullenbak in. Ook Piketty's idee om een wereldwijde vermogensbelasting in te voeren, heeft geen bijval gekregen.
    De aanhangers van Piketty zullen van deze kritiek niet wakker liggen, want de Fransman vertolkt hun gevoel dat de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt en dat de politiek daarom moet ingrijpen. Een extra belasting op rijkaards valt in goede aarde. De politiek moet goed beargumenteerd duidelijk maken dat dit voor Nederland een slechte oplossing is, en dat er betere methoden zijn om de inkomens- en vermogensverdeling zo evenwichtig mogelijk te houden.
    De problemen van Nederland zijn te lage groei, te hoge werkloosheid en veel te hoge lastendruk op arbeid die groei remt. Daar moet de prioriteit liggen. Maar ook wij krijgen te maken met toenemende ongelijkheid in inkomens en vermogens. Niet door de rentenierssamenleving van Piketty, maar door de snelle opmars van digitalisering in combinatie met robottechnologie, 3D-printen, nanotechnologie, et cetera. Daardoor zal de arbeidsmarkt ingrijpend veranderen. In verouderde bedrijfssectoren leidt dit tot een fors verlies aan banen en tot lagere lonen. Bij de winnaars, bedrijven in de smart industry en in internetsectoren, worden de hoogste lonen betaald en kunnen veel werknemers een vermogen opbouwen. Tot de rijken behoren ook de succesvolle, vaak jonge ondernemers waarmee we als land blij mee moeten zijn, omdat ze banen scheppen en innoveren. Renteniers komen in dit verhaal niet voor.
    Nederland behoort tot de landen met de zwaarste belasting- en premiedruk op arbeid en heeft het meest nivellerende belastingstelsel. Ook bij erfenissen staan we in de topdrie van de hoogste lastendruk. Die hoge druk remt de groei en vernietigt banen. Sommige politieke partijen menen dat met hogere belastingen op topinkomens en hoge vermogens een drukverlichting kan worden gefinancierd. Dat is een illusie. Ons land heeft maar weinig Dagobert Ducks met geldpakhuizen. Het vermogen zit in hoofdzaak bij de oudere generatie en ondernemers die we hard nodig hebben voor onze banen.
    Het lijkt of ons land op basis van box 3 in de inkomstenbelasting een lage druk op vermogens kent, maar dat is een misvatting. De meeste mensen sparen en beleggen met geld dat ze overhouden nadat er eerst al belasting over is betaald. Gemiddeld gaat het daarbij om een belastingdruk van rond 40 procent. In veel andere Europese landen ligt deze druk lager, zodat mensen daar netto meer overhouden om te sparen of te beleggen en zo een vermogen op te bouwen. Door de lagere rente leidt box 3 voor mensen die sparen nu al tot een belastingdruk die fors hoger ligt dan in Piketty's voorstellen.
    Voor substantiŽle groei en werkgelegenheidseffecten moet de belasting- en premiedruk met ten minste 10 tot 15 miljard dalen. Dit bedrag moet worden aangewend voor een verlichting van werkgeverslasten in het mkb en van de loon- en inkomstenbelasting. Politieke partijen die de lasten op arbeid echt willen laten dalen, groei willen stimuleren en banen willen scheppen ontkomen er niet aan de overheidsuitgaven kritisch onder de loep te nemen. Want lagere lasten op arbeid moeten vooral gefinancierd worden met lagere collectieve uitgaven.
    En de toenemende ongelijkheid? Die pakken we niet aan met belastingverzwaringen maar met instrumenten die echt werken, zoals onderwijs dat adequaat inspeelt op de snelle veranderingen op de arbeidsmarkt en een nieuw eenvoudig belastingstelsel dat groei, werkgelegenheid en ondernemerschap stimuleert en bijdraagt aan minder ongelijkheid.


Webtitels:
TT:
Piketty meent negentig jaar vooruit te kunnen voorspellen dat rijke renteniers steeds rijker zullen worden ten koste van mensen die van een salaris moeten rondkomen
Tot de rijken behoren ook de succesvolle, vaak jonge ondernemers waarmee we als land blij mee moeten zijn, omdat ze banen scheppen en innoveren

Red.:  
 Vlaktaks

Naar Alfa-denken, orde, bronnen , Alfa-denken, orde , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]