De Volkskrant, 11-08-2015, door Mac van Dinther .2013

De tien geboden van goed eten
 
Afvalprobleem

We willen goed eten: duurzaam, diervriendelijk, gezond. En we willen lekker eten. Maar hoe? V onderzoekt in een serie de tien Geboden van Goed Eten. Vandaag het negende: Gij zult niet diŽten, want dat werkt niet. Waarom niet? Is er een alternatief? En hoe komt het dat we te dik zijn?


Tussentitels: 222 gezondheidsclaims zijn er slechts toegestaan op voedingsmiddelen, van de ruim 44 duizend claims die de afgelopen jaren werden ingediend bij de EFSA, het Europsees Instituut voor voedselveiligheid
'De combinatie van een dieet en kanker was lang een gevoelig onderwerp. Maar ik zie streeds meer artaen denken: zit er niet toch iets in?'
'Ik durf te beweren dat voredsel een medicijn kan zijn, maar het is bijna niet uit te zoeken'


Hoe komt het dat jij toch zo slank blijft met al dat lekkere eten? Dat is de vraag die mij in mijn 19-jarige loopbaan als restaurantrecensent misschien wel het vaakst is gesteld. Het antwoord is: ik ben niet slank. Ik ben dan wel niet zo dik als wijlen Johannes van Dam die zich op het laatst alleen nog per scootmobiel kon verplaatsen. Maar toch.

Ik ben 1,78 meter lang en weeg 82 kilo. Volgens de BMI-meter ben ik daarmee 3 kilo te zwaar. Daar heb ik die BMI-meter niet voor nodig. Ik hoef maar een blik omlaag te werpen om de bobbel te zien die op mijn middenrif is gegroeid, de vrucht van jarenlang iets te veel eten: dat aanlokkende dessert terwijl ik eigenlijk al vol zat, dat extra glas wijn, het bonbonnetje bij de koffie dat ik niet kon weerstaan.

Mocht ik de aandrang voelen iets aan die bobbel te doen, dan is hulp nabij. Als ik 'afvallen' googel in combinatie met mijn woonplaats, word ik overstelpt met aanbiedingen: ik kan afvallen in een 'city bootcamp', met behulp van acupunctuur of hypnotherapie. Ik kan een personal afvalcoach in de arm nemen, aan yoga doen of slank worden onder hypnose. 'Wil jij ook een platte buik? Doe de gratis intake!'

Voor mij hoeft het niet, ik kan leven met die paar extra kilo's. Wat helpt is dat ik me nergens voor hoef te schamen; ik bevind me in goed gezelschap.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO is eenderde van de wereldbevolking te dik: een slordige twee miljard mensen. De meeste zwaarlijvigen wonen in Mexico en de VS, waar ruim tweederde te dik is. Nederland is een middenmoter op de internationale dikheidsschaal; hier heeft volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 43,8 procent van de bevolking overgewicht.

Dikke mensen zijn er altijd al geweest. In de tijd van Peter Paul Rubens (1577-1640) was een dik lijf met een bleke huid het schoonheidsideaal; arme mensen waren mager en bruinverbrand. De tweehonderd jaar geleden levende Amerikaan Mills Darden (1799-1857) woog 463 kilo. Maar de laatste tijd groeit het aantal dikke mensen in rap tempo. Volgens de WHO is het aantal dikke wereldbewoners sinds 1980 verdubbeld. Ze worden ook steeds zwaarder: 600 miljoen mensen op aarde zijn ziekelijk dik, ofwel obees. En de trend is opgaand. In Nederland is het aantal mensen met ernstig overgewicht tussen 1981 en 2014 bijna verdrievoudigd; van 4,4 naar 12,2 procent.

Al die overtollige kilo's leveren extra kosten op in de vorm van gezondheidsuitgaven en gederfde arbeidsproductiviteit. 'Globesitas', zoals de mondiale dikheidsepidemie wordt genoemd, kost de wereld jaarlijks 2 biljoen dollar (1.800 miljard euro), berekent een rapport van McKinsey uit 2014. Evenveel als de kosten die gepaard gaan met gewapend geweld, oorlog en terrorisme.

Wereldwijd gaan er tegenwoordig meer mensen dood door overgewicht dan van de honger. Dan vraag je je toch af: moet de wereld op dieet?


Hoe worden we dik?

Hoe we dik worden, is simpel: wie meer eet dan hij verbrandt, slaat overtollige calorieŽn op en komt dus aan. In Wat is nu gezond? vergelijkt professor Martijn Katan, de Nederlandse autoriteit op voedingsgebied, ons lichaam met een auto. Als je tankt, wordt de auto zwaarder. Hij wordt weer lichter als je benzine verbruikt door kilometers te rijden. Tank je elke dag meer dan je opmaakt, dan wordt je auto door de jaren heen steeds zwaarder.

Lang werd aangenomen dat dik worden een kwestie was van levensstijl. Dikke mensen, dachten vooral dunne mensen, konden zich niet beheersen en bezweken bij het minste of geringste voor het lekkers dat hun werd aangeboden. Dik zijn was een kwestie van luiheid en gulzigheid, een gebrek aan karakter en discipline.

Het is een opvatting die lange tijd ook onder beleidsmakers bon ton was. Nog in 2009 wees de hoogste ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid dikke mensen op hun verantwoordelijkheid: 'Velen van u kunnen een huis huren of een hypotheek afsluiten. Allerlei zaken in uw leven moet u zelf oplossen. Maar voor overgewicht zou de maatschappij verantwoordelijk zijn? Onzin.'

Die opvatting is inmiddels achterhaald. In de loop der jaren zijn tal van oorzaken achter dik worden ontdekt, die zich onttrekken aan de controle van het individu.


Genen maken ons dik

Dik zijn is voor een groot deel genetisch bepaald. Dat is onder meer aangetoond met studies naar tweelingen waaruit blijkt dat twee helften van een tweeling ongeveer even zwaar zijn, ook al groeien ze onder verschillende omstandigheden op. Een sterk bewijs dat er aangeboren eigenschappen in het spel zijn.

Een van de genen die een rol speelt in dit proces is the greedy gene. Dit gen regelt het hongergevoel in ons lichaam en stimuleert de trek in energierijk voedsel. De mens heeft vanuit de oertijd een voorliefde meegenomen voor zoet, vet en zout; waardevolle brandstoffen die in de natuur schaars voorhanden zijn.

Bij dikke mensen staat deze aangeboren hongerknop open. Ze zijn van het thrifty genotype: een type dat erop is gebouwd in tijden van overvloed zo veel mogelijk reserves op te slaan om een latere hongersnood te weerstaan. In de oertijd was dat een waardevolle eigenschap, in onze moderne maatschappij is dat omgeslagen in een nadeel. Ook de zin in bewegen is gedeeltelijk vastgelegd in onze genen. Geschat wordt dat alles bij elkaar 50 tot 80 procent van ons lichaamsgewicht genetisch bepaald is.

Ons brein helpt daarbij niet: de hersenen zijn goed in staat om met tekorten om te gaan, maar slecht in het regelen van honger en verzadiging. Het brein laat zich gemakkelijk foppen. Zet mensen grote porties voor en ze eten meer. Bij een experiment waarbij kommen tomatensoep van onderaf met een slangetje werden aangevuld, bleven proefpersonen dooreten. Waarom hebben M&M's verschillende kleuren? Omdat we meer eten bij meer variatie.

Een brein dat eten ziet, schakelt eetlust in. De mens is toegerust op schaarste, niet op overvloed. Wie daartegen wilskracht in stelling wil brengen: helaas. Wilskracht is net een spier, zeggen psychologen: als je haar vaak genoeg aanspant, wordt ze uiteindelijk moe. De mens neemt een paar honderd eetbeslissingen per dag, veelal onbewust. Dan raakt zelfs de krachtigste wilskrachtspier een keer uitgeput.


Emoties en omstandigheden maken ons dik

Een andere belangrijke factor die ons tot eten aanzet, zijn emoties: we eten omdat ons gevoel daarom vraagt. De Nijmeegse hoogleraar Tatjana van Strien onderscheidt externe en emotionele eters. Externe eters kunnen zich niet inhouden als zij eten zien of ruiken, the thrifty genotypes van zo-even. Emotionele eters daarentegen stoppen zich vol in reactie op stress.

Bij proefjes in de VS aten studenten die bang waren gemaakt meer M&M's dan studenten die op hun gemak waren. Opvoeding speelt daarbij een rol: als kinderen worden getroost met eten, verwarren ze later gevoelens van verdriet en onlust met honger. Ons lichaam doet daaraan enthousiast mee. Lekker eten zorgt voor de aanmaak van dopamine, een stofje dat blij maakt. Suiker en vet dempen de aanmaak van het stresshormoon cortisol.

Tot slot zijn daar nog de sociale omstandigheden: rijke, hoogopgeleide mensen zijn minder vaak dik dan arme laagopgeleiden. In Nederland komt bij personen met alleen een basisschooldiploma obesitas drie keer zo vaak voor als onder mensen met een universitaire opleiding. Wie weinig geld heeft let vooral op prijs en aanbiedingen bij het boodschappen doen en minder op gezondheid. Dan kom je bijna vanzelf uit bij dikmakers met veel suiker, meel en vet.

In Eet mij, een studie naar de psychologie van diŽten en veel eten, halen Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen onderzoek aan van de Vrije Universiteit. Daaruit blijkt dat chips, pindakaas, aardappelen, wit brood en bier per calorie de helft goedkoper zijn dan 'dunne' etenswaren zoals sla, spinazie en volkorenproducten. Britse onderzoekers vonden dat een gezonde calorie drie keer duurder is dan een ongezonde. 'Het geheim van slanke mensen zit hem voor een deel in hun portemonnee', concluderen Ten Broeke en Veldhuizen.


De obesogene omgeving

Hongerige genen, dik makende emoties, vet en zoet eten dat goedkoop is; dat is al om tamelijk moedeloos van te worden; maar er is ťťn cruciale schakel die nog ontbreekt: je kunt genetisch of psychologisch nog zo zijn voorgeprogrammeerd om te bunkeren: als er niks is, houdt het op. In Bangladesh staat het obesitaspercentage op 1 procent. Toch hebben ze daar ook heus weleens verdriet en niet veel andere genen dan wij.

De vinger die de trekker overhaalt, is de omgeving. Evolutionair gezien leeft de moderne westerse mens in een luilekkerland. In de tweede helft van de vorige eeuw is de omslag ingezet. Aanvankelijk geleidelijk, maar sinds de jaren tachtig voltrekt de omwenteling van schaarste naar overvloed zich razendsnel met de opkomst van fastfood, snacks en frisdranken.

Wat aanvankelijk nog een traktatie is, wordt snel gewoon: het tussendoortje bij de koffie, de afhaalpizza, de zakken chips bij de bezinepomp, de rijen snoep voor de supermarktkassa, de geur van eten op stations. Eten is er overal en altijd.

Dat gaat gepaard met steeds minder bewegen; een fatale combinatie. Mechanisering en automatisering hebben lichamelijk werk vrijwel afgeschaft, we gaan met de auto naar het werk en met de scooter naar school. Terwijl we de benzinetank van ons lichaam steeds voller gooien, maken we er minder van op. Wat rest zijn vetrollen.


Het dik makend complot

Als je niet beter wist, zou je denken dat het een groot complot is. Het lijkt alsof alles en iedereen samenspant om de tot eten geneigde mens vet te mesten. Dat complot heeft een naam: de obesogene omgeving.

Het is in een land als Nederland gemakkelijker dik te worden dan dun te blijven, zegt consumptiesocioloog Hans Dagevos die de term de Obesogene Samenleving muntte met zijn gelijknamige bundel uit 2007. Niet dikke mensen zijn raar, maar de omgeving die hen zo maakt, stelt Kees de Graaf, bijzonder hoogleraar eetgedrag: 'Overeten is een normale reactie op een abnormale omgeving.'

De krachten waartegen de dikke mens het moet opnemen, zijn gigantisch. De voedingsindustrie laat een bombardement van reclames op ons los. In de VS wordt jaarlijks ruim 6 miljard euro uitgegeven aan voedselmarketing. In Nederland ligt dat rond de 775 miljoen per jaar.

En het gaat zelden over wortels, radijsjes of appels. Driekwart van de aanbiedingen in de supermarkt is voor calorierijke snacks en frisdranken; 95 procent van alle tv-spotjes voor voedingsmiddelen prijst ongezond voedsel aan. Het typische van reclame voor etenswaren is juist dat het ons dingen verkoopt die we niet nodig hebben.


Wat niet helpt: diŽten

Tweederde van de Nederlanders wil afvallen, volgens onderzoek van TNS Nipo. Iemand die dat ook graag wilde, zit op een middag tegenover mij in de kantine van de Volkskrant. Marie Louise Schipper, eindredacteur van de Volkskrant, ging als meisje van 12 voor het eerst op dieet. Sindsdien heeft ze alles geprobeerd wat er in dieetland te krijgen is: Montignac, Dr. Atkins, Pierre Dukan. Ze schreef er De Dikke DiŽtist over, een kookboek gekruid met zelfhumor.

Elke keer begon ze met goede hoop. 'Een nieuw dieet is als een nieuwe lente.' En elke keer weer werd ze teleurgesteld: de kilo's die er aanvankelijk afvlogen, kwamen er later even hard weer aan. Schipper schat dat ze zichzelf bij elkaar opgeteld een kwart eeuw heeft beholpen met onvolwaardig en schraal voedsel. Resultaat: aan het einde van al die diŽten weegt ze meer dan voor ze eraan begon.

De enige die ervan heeft geprofiteerd is de 'magermaffia', de fabrikanten van dieetvoedsel die soms in dezelfde handen zijn als de bedrijven die ons dik maken. Het gaat om grote bedragen. In de Amerikaanse dieetindustrie gaat een slordige 20 miljard dollar (ruim 18 miljard euro) om.

Afvalgrage dikkerds zijn een gewillig slachtoffer voor de valse profeten van de afslankhemel. Kijk naar mij, roepen ze vanaf de kaft van hun boek, ik kan het, dus jij ook. Maar dat is het 'm nu net: wat Rens Kroes kan, kan niet iedereen. Andere genen, andere emoties, andere opvoeding. Andere portemonnee ook ongetwijfeld, mede dankzij de verkoop van de zoveelste dieetbestseller die een jaar later weer in de ramsj wordt gedaan.

Een Amerikaans onderzoek uit 2007 zette studies naar de effectiviteit van diŽten op een rij: een- tot tweederde van de mensen die op dieet gingen, kwamen op den duur meer aan. Waarschijnlijk is dat een onderschatting, schrijven de onderzoekers. In een studie waarin mensen tot twee jaar na hun dieet werden gevolgd, woog 83 procent meer dan voor ze met afvallen begonnen. 'Het lijkt erop dat mensen die erin slagen hun lage gewicht vast te houden na een dieet de uitzondering zijn, in plaats van de regel', concluderen de auteurs.

Dat is in Nederland niet anders. De eerder genoemde professor Katan schat het slagingspercentage van diŽten op 10 tot 20 procent. Verslaafden die proberen af te kicken van heroÔne hebben een grotere slagingskans.

De redenen waarom mensen aankomen na een dieet, slaan terug op een oermechanisme. Het lichaam reageert op afvallen als het lijf van de holbewoner op de aankondiging van een hongersnood. Het verzet zich uit alle macht, gaat in de spaarstand, wordt zuinig en passief. Met als gevolg dat zo gauw iemand weer 'normaal' gaat eten, de kilo's er opnieuw aan vliegen. Het is gewoon niet vol te houden, zucht Schipper.


Wat dan wel?
 
Een zorgzame overheid treedt regelend op als haar onderdanen het gevaar lopen dat ze zelf niet kunnen beheersen. Als we automobilisten hun gang lieten gaan, zouden de doden bij bosjes vallen

Vetzucht is net als klimaatverandering, schrijft Katan: een logisch en onvermijdelijk gevolg van onze westerse leefwijze. 'Beide worden pas minder als we die leefwijze grondig veranderen.' Maar hoe? Genen kunnen we niet aanpakken, diŽten werken niet. Iedereen rijk maken zou helpen, maar dat zit er niet in. Wat rest zijn opvoeding en omgeving.

In de opvoeding liggen kansen, zegt Hans Brug, professor in de voedings- en gezondheidswetenschappen aan de VU. Bij volwassenen heet het meteen betutteling als je zegt wat ze moeten doen. Kinderen kun je nog een beetje dresseren. Bovendien hebben we controle over plekken waar ze vaak komen, zoals sporthallen en scholen. Maak de kantine gezond, verbied frisdrankautomaten, geef uitleg over voeding. Beetje bij beetje moeten we afkicken van de overvloed. Dat gaat het best van jongs af aan.

Maar volgens vrijwel iedere deskundige die zich met dit onderwerp bezighoudt, moet ook de overheid haar verantwoordelijkheid nemen. Dat is een logische gedachte. Een zorgzame overheid treedt regelend op als haar onderdanen het gevaar lopen dat ze zelf niet kunnen beheersen. Als we automobilisten hun gang lieten gaan, zouden de doden bij bosjes vallen. Daarom regelen we het verkeer met stoplichten, maximumsnelheid en verkeersborden. Veiligheid wordt afgedwongen met overheidsmaatregelen.

Dat kan met eten ook. Denk aan een snacktaks, aan het goedkoper maken van gezond eten (en het stoppen van subsidiŽren van ongezond eten), aan een verbod op kindermarketing voor snoep, aan etiketten op voedsel die echt iets duidelijk maken, in plaats van de getallenbrij die er nu op staat met als enig doel meer verwarring te scheppen.

Maar overheden aarzelen om in te grijpen. Naar goed poldergebruik zet de Nederlandse overheid in op samenwerking met het bedrijfsleven in Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG, voorheen het Convenant Overgewicht). 'Bedrijfspartners' in het JOGG zijn onder meer Friesland Campina en Unilever, dezelfde bedrijven die ons eerst dik hebben gemaakt met Chocomel, DubbelFriss, OLA-ijs (Magnum!), Calvťmayonaise en Cup-a-Soup.

Hoe dat in zijn werk gaat, ontrafelt de Amerikaanse journalist Michael Moss in Zout Suiker Vet. Daarin beschrijft hij haarfijn hoe de Amerikaanse voedingsindustrie als een roofdier op haar prooi jaagt door het menselijke zwak voor zoet en vet genadeloos te analyseren en vervolgens te exploiteren. Met dezelfde partijen om tafel gaan om overgewicht tegen te gaan, is zoiets als met de vos overleggen hoe hoog het hek moet zijn om het kippenhok.

Op samenwerking met de voedselindustrie om overgewicht te bestrijden, zal in de toekomst worden teruggekeken als een fatale vergissing, schrijft Kelly Brownell, obesitasdeskundige aan de Sanford School of Public Policy in een artikel over de macht van Big Food. De belangrijkste bijdrage die voedingsbedrijven kunnen leveren aan het bestrijden van obesitas, is minder eten verkopen. Dat staat haaks op hun eigen belang juist steeds meer te verkopen. De enige oplossing is ingrijpen van buitenaf. Regeringen, schrijft Kelly, moeten reguleren, niet collaboreren.

In campagnes tegen overgewicht spelen voedingsbedrijven een dubbelrol. Terwijl zij aan de ene kant meepraten over (vrijwillige) maatregelen tegen overgewicht, verzetten zij zich uit alle macht tegen verplichte restricties. Je kunt het ze eigenlijk niet kwalijk nemen; mensen dik maken is hun businessmodel.


Nevenschade

Obesitas, zegt consumptiesocioloog Dagevos, is de nevenschade van onze economie met zijn heilige huisjes: keuzevrijheid en vrijheid van ondernemerschap. Zolang daaraan niets verandert, zijn de onfortuinlijke dikkerds op zichzelf aangewezen.

Niet dat dikke mensen zelf helemaal niets kunnen doen. 'Dat zou wel een heel depressieve boodschap zijn', zegt dieetpsycholoog Heleen Ligtelijn. En iets te gemakkelijk. Veel van ons eetgedrag is aangeleerd, zegt ze, en wat is aangeleerd valt ook weer af te leren.

Ligtelijn probeert in haar praktijk mensen met overgewicht van slechte eetgewoonten af te helpen. Voor dikke mensen is dat inderdaad moeilijker dan voor slanke. 'Dat is oneerlijk, maar daar doe je niets aan.' DiŽten raadt ze af. 'DiŽten zijn erger dan de kwaal.'

Kilo's kwijtraken is niet de enige sleutel. Je kunt ook proberen op een andere manier naar dik zijn te kijken, zegt Asha ten Broeke, wetenschapsjournalist en ervaringsdeskundige - ook bij haar kunnen er een paar kilo's af. Onze negatieve houding tegenover dik zijn, is gekleurd door vooringenomenheid en perceptie. Uit onderzoek blijkt dat (iets te) dikke mensen niet automatisch ongezonder zijn dan slanke.

In de VS is rond dat idee een tegenbeweging ontstaan: Health at Every Size. Uit hun beginselverklaring: 'Laten we eerlijk zijn. We hebben de oorlog tegen obesitas verloren. En zelfs al zouden we erin slagen slanker te worden, dan nog maakt dat ons niet noodzakelijkerwijs gezonder of gelukkiger. (...) Een obsessie met lichaamsgewicht, zelfhaat, eetstoornissen, discriminatie, slechte gezondheid... slechts weinigen van ons voelen zich op hun gemak met hun lichaam, ofwel omdat we dik zijn, ofwel omdat we bang zijn dik te worden. Gezond op elk gewicht is de nieuwe vredesbeweging. Het erkent dat een goede gezondheid het beste kan worden nagestreefd onafhankelijk van overwegingen over lichaamsgewicht.'

Als je ongelukkig bent met je uiterlijk, zo is de boodschap, is afvallen niet de vanzelfsprekende weg naar geluk. Wat is erger, vraagt Ten Broeke retorisch: iemand die dik is en ongelukkig, of iemand die na jarenlang diŽten net zo dik is en nog ongelukkiger? Dat kan voor sommigen een bevrijdende gedachte zijn.


Tussenstuk:
Mijnenveld

ĎGeef ons heden ons dagelijks brood.í Die opdracht is ingewikkelder dan ooit tevoren. De consument moet zich een weg banen door een mijnenveld dat is bezaaid met meningen, borrelpraat, elkaar tegensprekende onderzoeken, hele en halve waarheden. De voedingsindustrie, de boeren, de milieubeweging, de supermarkten, de klimaatactivisten, Slow Food, ieder heeft zijn eigen agenda. Wie moet je nog geloven en wie niet?

Om de consument een weg te wijzen door dit oerwoud, heeft V de tien Geboden van Goed Eten opgesteld. In een onregelmatig verschijnende serie worden alle geboden aan een diepgaand onderzoek onderworpen. Aan het eind hopen we in elk geval meer te weten.


De tien geboden

Negen van de tien geboden hebben we nu behandeld en - zo nodig - opnieuw geformuleerd.
1 Eet lokaal. Eet niks dat met het vliegtuig is vervoerd. Doe boodschappen op de fiets.
2 Eet bij voorkeur biologisch, maar zie het meer als richtinggevend dan als zaligmakend.
3 Eet (veel) minder vlees en enkel diervriendelijk vlees.
4 Eet zo veel mogelijk vers en onbewerkt voedsel, maar doe niet panisch over E-nummers.
5 Betaal een 'eerlijke' prijs voor eten. Stem op een partij die (milieu)kosten wil doorberekenen volgens het principe 'de vervuiler betaalt'.
6 Kook zo veel en vaak mogelijk zelf.
7 Teel zelf groenten en fruit. Wie zelf eten verbouwt, weet beter wat er in het seizoen is.
8 Verspil geen eten. Doneer geld dat je bespaart aan een organisatie die honger bestrijdt.
9 Doe niet aan diŽten. Als je wilt afvallen: doe het geleidelijk. Als dat niet lukt: probeer gelukkig te zijn met je gewicht.
10 Eet lekker.


Tien tips om niet af te vallen (maar misschien stiekem toch een paar kilo's kwijt te raken)

- Verander slechte eetgewoonten. Honger is voor een groot deel gewoontegedrag. Als je elke dag met chips op de bank voor de tv neerploft, kijk dan eens geen tv.
- Als je eet, concentreer je dan daarop. Wie zich laat afleiden onder het eten (tv-kijken, computeren), eet ongemerkt meer.
- Schep kleine porties op. Grote porties gaan meestal ook op.
- Doe geen boodschappen als je honger hebt. Maak een lijstje.
- Haal geen spullen in huis waarvan je niet kunt afblijven. Leg lekkers niet zichtbaar neer.
- Het kan geen kwaad om honger te hebben. En bovendien: honger gaat ook weer over.
- Mijd frisdranken en sapjes: vloeibare calorieŽn nemen we bijna ongemerkt op.
- Als je per se wilt afvallen: doe het zo geleidelijk mogelijk.
- Sluit geen voedingsmiddelen uit.
- Ga niet op dieet.


Reacties: 10geboden@volkskrant.nl. Eerdere afleveringen: vk.nl/tiengeboden


Bronnen



Gesprekken met:

Hans Dagevos, senior rechearcher LEI Wageningen UR
Marie-Louise Schipper, schrijfster van De Dikke DiŽtist.
Heleen Ligtelijn, dieetpsycholoog.
Kees de Graaf, hoogleraar eetgedrag en sensoriek Wageningen UR.
Hans Brug, hoogleraar voedings- en gezondheidswetenschappen VUmc
Asha ten Broeke, wetenschapsjournalist

Boeken en artikelen:
Martijn Katan: Wat is nu Gezond? Fabels en feiten over voeding. Uitgeverij Bert Bakker 2008
Hans Dagevos en Geert Munnichs (red.): De obesogene samenleving. Amsterdam University Press 2007
Michael Moss: Zout Suiker Vet. Hoe de voedselindustrie ons in zijn greep houdt. Carrera Amsterdam 2013
Asha ten Broeke & Ronald Veldhuizen: Eet Mij. De psychologie van eten, diŽten en te veel eten. 1012 Maven publishing BV Amsterdam
Marie-Louise Schipper: De Dikke DiŽtist. 2012 Uitgeverij Atlas Contact.
Huib Stam: Eetsprookjes. 2013 De Bezige Bij AmsterdamTraci Mann e.a.: Medicare's Search for Effective Obesity Treatments. Diets are not the answer. American Psychologist 2007
McKinsey Global Institute: Overcoming obesity: an initial economic analysis 2014
Tatjana van Strien: Emotioneel eten. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Psychology of eating styles, Vrije Universiteit Amsterdam 2013
Kelly D Brownell: Thinking forward: The quicksand of appeasing the food industry. PLOS Med 3 juli 2012
Nicholas Jones e.a.: The growing price gap between more and less healthy foods: analysis of a novel longitudinal UK Dataset. PLOS One oktober 2014
Sander Kersten: Dik, dikker, dikst. Studium Generale universiteit Utrecht maart 2015
Denise de Ridder: De grote voedselverleiding. Studium Generale universiteit Utrecht maart 2015
Ellen de Visser: Waarom is troostrijk eten altijd vet of zoet? Volkskrant 6 juni 2015
Mac van Dinther: Opzouten. Interview met Michael Moss in de Volkskrant van 11 november 2013
Mac van Dinther: Big Bang Broccoli. Volkskrant 27 mei 2014Jongeren op Gezond Gewicht: feiten en cijfers maart 2015
RIVM: Notitie zorgkosten van ongezond gedrag. 17-12-2012
RIVM Toekomstverkenning 24-6-2014
Cijfers CBS
Cijfers WHO


Web:
Gij zult niet diŽten, want dat werkt niet
TT:
Dan vraag je je toch af: moet de wereld op dieet?
Het brein laat zich gemakkelijk foppen. Zet mensen grote porties voor en ze eten meer
Wat aanvankelijk nog een traktatie is, wordt snel gewoon: het tussendoortje bij de koffie, de afhaalpizza, de zakken chips bij de bezinepomp, de rijen snoep voor de supermarktkassa, de geur van eten op stations
De krachten waartegen de dikke mens het moet opnemen, zijn gigantisch
'Bedrijfspartners' in het JOGG zijn onder meer Friesland Campina en Unilever, dezelfde bedrijven die ons eerst dik hebben gemaakt met Chocomel, DubbelFriss, OLA-ijs (Magnum!), Calvťmayonaise en Cup-a-Soup
Als je ongelukkig bent met je uiterlijk, zo is de boodschap, is afvallen niet de vanzelfsprekende weg naar geluk



IRP:  


Naar Media lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 
[an error occurred while processing this directive]