Bronnen bij Alg. semantiek, trainingsprogramma: voeding als metafoor
|
1 aug.2009
|
De belangrijke rol van voedsel is eigenlijk vanzelfsprekend - het houdt ons in
leven. Het feit dat het in de massaconsumptiemaatschappij als iets minder
belangrijks wordt gezien, en vervangen door allerlei junkfood, zegt alles over
die massaconsumptiemaatschappij. Onder een artikel dat de rol van voedsel als
metafoor toelicht (het idee van het symbolische belang van goed eten kent de
redactie van Alan Watts (Does It Matter?: Essays on Man's Relation to
Materiality (?)):
Uit:
De Volkskrant, 25-07-2009, door Louise O. Fresco universiteitshoogleraar
aan de Universiteit van Amsterdam, en Helen Westerik is wetenschappelijk
boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel en filmcurator.
We moeten weer leren eten
Speelfilms zijn belangrijk voor een evenwichtig beeld van voedsel in onze
cultuur, menen Louise O. Fresco en Helen Westerik.
In de film Witness van Peter Weir (1985), die zich grotendeels afspeelt
in de gesloten Amish-gemeenschap in de VS, komt een sleutelscene voor waarin de
mannen samenwerken om een schuur te bouwen. De vrouwen zijn tezelfdertijd in de
weer met koken. Als de mannen stoppen met werken, brengen de vrouwen het voedsel
naar buiten waar zij aan lange tafels samen eten. In de gezichtsuitdrukking van
de hoofdpersoon, een politieagent 'van buiten' (Harrison Ford), zie je hoe hij
die maaltijd ervaart: als het symbool van de homogene groep die met hun strikte
morele regels samen eerbiedig en in dankbaarheid hun eten tot zich neemt. Een
strenge wereld waar hij nooit bij zal horen, maar waar hij ondanks zichzelf naar
verlangt. Door de maaltijd beseft hij dat hij buitenstaander blijft, hoezeer hij
zich ook onderdompelt in hun gemeenschap.
Een maaltijd als bevestiging van het ergens bij horen, of
juist niet het is misschien wel de oudste associatie die mensen bij eten hebben,
zodra we het biologische minimum voorbij zijn.
Sinds een decennium of langer wordt dat gevoel van
samenhorigheid echter in de schaduw gesteld door andere zorgen. In een wereld
waarin, ondanks de nog steeds bestaande chronische honger, steeds meer mensen
steeds gemakkelijker over steeds meer voedsel beschikken, zijn we paradoxaal
genoeg geobsedeerd geraakt door eten. Voedsel is nu allereerst een bron van
verwarring. Wat is goed eten en eerlijk voedsel? Draagt het bij aan de
vernietiging van de natuur of uitbuiting van arme mensen? Die vragen komen
telkens terug.
In het deels terechte piekeren over de anonieme
voedselproductie verliezen we de rijkdom van ons dagelijks voedsel uit het oog.
En juist begrip daarvoor is nodig om. voedsel weer een evenwichtige plaats in de
moderne cultuur te geven.
We zien het problematische beeld van voedsel vooral heel
duidelijk in documentaires. Er gaat geen maand voorbij of er is wel ergens een
festival, zoals het Slow Food on Film in Bologna of het populaire NYC Food Film
festival. Ze vertonen vooral schokkende documentaires, zoals Darwin's
Nightmare, Our Daily Bread, en Supersize me!.
Deze bieden een dystopische blik op de kosten en vervreemding van de massale
voedselproductie en consumptie. Anderzijds zijn er documentaires, zoals
Taimagura Grandma en Eeuwige Moes, die de idyllische kant van
traditioneel eten belichten. In Taimagura Grandma zien we de meerjarige
cyclus waarin een oude vrouw sojabonen tot miso fermenteert. In een adembenemend
landschap zorgt ze voor haar bonen, terwijl ze overdenkt dat de wilde dieren die
haar oogst opeten, het recht hebben dat te doen. Het prijswinnende Eeuwige
Moes van Catherine van Campen laat de vergeefse strijd zien om zeldzame
groenten te behouden.
Angsten
Dystopisch of romantisch, deze documentaires spelen in op onze angsten over de
oorsprong van het voedsel, over het oncontroleerbare van onze voedselketen die
nu de hele wereld omspant en over wat we kapotmaken door ons overdadige
consumptiepatroon. Natuur en tradities, alles gaat ten onder, en daardoor eten
we steeds slechter, zo lijkt het. De veelal westerse cineasten die deze
documentaires maken, zijn expliciet in hun dramatische boodschap over gezondheid
van mens en dier, en de hartverscheurende tragiek van de eenzame boer of visser
die vecht voor zijn bestaan.
Beide typen documentaires hebben gemeen dat ze heel ver van
onze dagelijkse werkelijkheid staan. De bijna rechtlijnige aanpak van wat er mis
gaat, en de ongebreidelde nostalgie laten de meerlagigheid van voedsel
onderbelicht. Op basis van documentaires alleen zouden toekomstige historici
heel verkeerde conclusies trekken over de rol van voedsel in onze wereld.
Wat dat betreft kunnen we veel meer leren van speelfilms. Er
bestaan zeer weinig speelfilms waarin niets genuttigd of gedronken wordt. Een
prachtig voorbeeld van een speelfilm waarin voedsel de hoofdrol speelt, is Ang
Lee's Eat Drink Man Woman (1994) waarin het bereiden van voedsel de
langzame neergang van een familie illustreert. De hoofdpersoon, Chu, die zelf
zijn reuk- en smaakvermogen heeft verloren, toont zijn liefde in de ingewikkelde
gerechten die hij voor zijn dochters bereidt. Maar zijn dochters waarderen die
overdaad niet. Pas als Chu het familiehuis aan zijn dochter verkoopt en er
terugkomt om bij haar te eten, ontdekt hij dat hij weer kan proeven en ruiken.
Zijn dochter ontdekt dat zij altijd heeft willen koken, en zo vormt de maaltijd
die zij voor hem bereidt, een moment van hereniging.
Wie eenmaal vanuit voedsel naar speelfims kijkt, ziet overal
betekenissen. Dat is geen toeval, maar bewuste opzet van de regisseurs.
Maaltijden zijn altijd belangrijke momenten, .zoals Louis Malle zei, naar
aanleiding van zijn film Damage (1992), waarin hoofdrolspeler Jeremy
Irons een relatie begint met de verloofde van zijn zoon: 'Er zijn zoveel
maaltijden in mijn films, want bij maaltijden kijken mensen naar elkaar en
reageren ze op elkaar.' ...
In speelfilms wordt de bekende uitspraak 'zeg me wat je eet
en drinkt en ik zeg je wie je bent' voortdurend geillustreerd. Voedsel is altijd
geladen met betekenissen die ons iets zeggen over de hoofdpersonen (en daarmee
over onszelf): wat iemand eet (Charlie Chaplin als sloeber die zijn schoen
bereidt in The Gold Rush), hoe men eet (met suïcidale gretigheid in La
Grande Bouffe), waar gekookt wordt (truffel en kreeft in de gevangenis in
Goodfellas), en wanneer (Big Night, waar uiteindelijk de verzoening
volgt bij een nachtelijk gebakken eitje).
Uit films leren we ook dat voedsel niet alleen iets zegt over
wie we zelf zijn: gulzig, betrokken, liefdevol of wrokkig. Het is ook een
metafoor voor wat we tegen elkaar willen zeggen. Voedsel is taal. In La Cena
(1998) zitten een moeder en dochter samen in een restaurant: de eerste eet
gulzig een gerecht van gevulde ingewanden, de laatste lepelt haar magere
bouillon. Moeder vindt dat de dochter van het leven moet genieten, de 'dochter
probeert te vertellen dat ze het klooster in wil. Geluk en ongeluk komen rondom
het eten tot uitdrukking. Samen eten neemt de plaats in van communicatie.
...
Voedsel betekent niet alleen voedingsstoffen, politiek of
juist traditie, het is ook liefde, conflict en identiteit. Voedsel laat niemand
onberoerd, het roept altijd herinneringen op, vooroordelen en taboes. Zo is de
inspiratie vanuit de speelfilm een onmisbaar tegenwicht voor de documentaires
die voedsel neerzetten als uitsluitend problematisch of als verloren traditie.
Natuurlijk zijn de grootschaligheid en anonimiteit van de moderne
voedselproductie een bron van zorg. Maar zonder begrip voor de veelheid aan
betekenissen die ons dagelijks voedsel heeft, kunnen we niet werken aan het
herstel van een evenwichtige plaats van voedsel in onze moderne cultuur. Door
speelfilms te bestuderen als spiegel van onze tijd kunnen we leren onze
verwarring over voedsel een plaats te geven. Omdat documentaires zo extreem zijn
en zo weinig te maken hebben met ons dagelijks eetgedrag, hebben we meer aan
speelfilms om opnieuw te leren hoe we moeten eten.
Naar Alg. semantiek, trainingsprogrammavoeding
,
Alg. semantiek, trainingsprogramma
,
Alg. semantiek lijst
, Alg. semantiek overzicht
, of site home
.
|