Algemene semantiek | Zelfreferentie
In de voorgaande artikelen
hebben we al vele details van het proces van
woordvorming en -gebruik besproken, maar dat verhaal liep grotendeels recht-toe-recht-aan.
Daarin komt nu verandering.
Want waar woorden over woorden gaan, is het ook denkbaar dat op een gegeven
moment een woord over zichzelf gaat, zoals we al een beetje gezien hebben met
het stukje in het vorige artikel dat over het woord "woord" ging - dit
verschijnsel heet zelfreferentie. Het is een merr specifiek geval van het meer
algemene proces van terugkoppeling
.
Het
bekendste voorbeeld van zelfreferentie maakt gebruik van het woord "afbeelding".
"Afbeelding" is een multi-ordinaal woord
,
want je kan een afbeelding maken van zaken op vele niveaus van de
abstractieladder
- in
onze voorbeeldladder bijvoorbeeld de niveaus van "Klara" en van "koeien".
Als
je een abstractieladder neemt waarin ook het niveau "afbeelding" voorkomt, dan
is dus ook één van de niveaus waarop je een
afbeelding kan laten werken dat van "afbeelding" zelf - je kan van je eigen afbeelding
weer een afbeelding maken, enzovoort. De meeste mensen zullen dit kennen als
het Droste effect: dat van de afbeelding op het cacaoblik van de gelijknamige
fabrikant, waarop het blik zelf staat afgebeeld, ad infinitum - klik op het
plaatje voor een animatie.
Wie hier denkt: "Interessant, maar wat kan er in vredesnaam in de praktijk mee"
vergist zich, want dit hele deel van de website, dat gaat over de
betekenis van woorden, is een vorm van zelfrefererentie, omdat het gebruik maakt van dezelfde
dingen als het beschrijft: woorden. En we moeten weer nieuwe woorden gebruiken
om die laatste woorden te verklaren, ad infinitum. Kortom: de pratende en
denkende mens leeft in de
wereld van een verbaal cacaoblikje. Waarmee op slag alle mogelijkheden om iets
definitiefs over woorden te zeggen verloren lijkt.
Gelukkig is er een voorbeeld waaruit blijkt dat de situatie lang
niet zo hopeloos is, en dat voorbeeld is de levende natuur. Er zijn tal van
aanwijzingen dat de levende natuur een grote mate van zelfreferentie
bezit.
Een paar
voorbeelden. Neem een vertikaal lijntje: I . Maak twee
kopieën van dat lijntje, verklein ze, zet deze boven op het eerste lijntje, een
naar links en een naar rechts wijzend, zodat je
een Y krijgt. Herhaal dat recept voor de nieuwe
lijntjes, enzovoort - dan krijg je de bovenste figuur links. Dit is een proces
van
zelfreferentie
toegepast op het begrip "lijntje".
Doe nu hetzelfde met
vlakjes in plaats van lijntjes, voeg wat
willekeurige variatie toe, en ook wat kleurtjes, en je krijgt de onderste figuur
links, wat toch wel heel erg op de realiteit lijkt. Onderzoek heeft laten zien
dat de natuur inderdaad zelf ook min of meer op die manier werkt: om grotere dingen te
maken worden
vaak kleinere elementen samengevoegd door middel van een Droste-achtig proces van herhaling, of zelfreferentie.

Het cruciale aspect van dit proces wordt zichtbaar, als je voor het maken van
dit soort kunstmatige bomen een diagram van alle stappen maakt - wat
computerprogrammeurs kennen als een flow chart, of stroomdiagram. We
hoeven dit niet meer te doen, want we hebben als zo'n diagram gezien in
Abstractieladder III
,
gereproduceerd hiernaast. Ook dit is een stroomdiagram met een zelfreferentie,
namelijk met betrekking tot de controle van de betekenis van een woord. En het
is onmiddellijk duidelijk waar die zelfreferentie schuilt in het diagram: dat
zijn de pijltjes van beneden naar boven, die het geheel tot een cirkelproces
maken - het aloude geval van de slang die in zijn eigen staart bijt.
Zelfreferentie kan je dus ook beschrijven als een cirkelproces
(Wikipedia) .
Cirkelprocessen zijn niet alleen veelvoorkomend in de natuur, het zou zelfs zo
kunnen zijn ze de meestvoorkomende vorm van proces zijn. Dat heeft een heel
simpele reden: vrijwel alle of alle stabiele of evenwichtsprocessen zijn
zichzelf voordurend herhalende cirkelprocessen: van de dode tot de levende
natuur, van planeetbanen tot hartritmes, het zijn allemaal cirkelprocessen. Er
zijn natuurlijk ook instabiele processen, maar die duren niet zo lang - dat is
het kenmerk van instabiliteit.
Het cirkelproces dus ook een remedie voor het gebrek aan een ultieme definitie
van woorden en woordgebruik. Maar helaas is dit niet het hele verhaal. Want in
het eerste voorbeeld van onze construeerde boom hebben we een paar keuze
gemaakt, die in de praktijk ook anders kunnen uitvallen. De cruciale is dat we
het tweede lijntje, en de daaropvolgende, kleiner hebben gemaakt dan de eerste.
maak je het eerste lijntje groter, gaat het mis - dan komt er niets natuurlijks
uit. En dat is geen toeval zoals blijkt uit de namen die die die twee gevallen
hebben gekregen: het steeds kleiner worden proces heet "convergerend", oftewel:
samenkomend, en het steeds groter wordende heet "divergerend", uit de hand
lopend. Divergentie is in de wiskunde, en de toepassing ervan in de natuurkunde,
het teken dat er iets erg fout is met je
theorie. Meerdere Nobelprijzen zijn gewonnen door mensen die
divergenties hebben opgelost, waaronder de Nederlandse natuurkundige Gerard 't Hooft.
Maar een mogelijk nog fundamenteler geval waarin zelfreferentie tot problemen leidt, is
dat van de omkering, of negatie - ook dit geval is het best beschreven in de
wiskunde, of beter: de logica. De gepopulariseerde vorm van het probleem is dat van de
Kretenzer die stelt dat alle Kretenzers leugenaars zijn. Dit is een
zelfreferentie omdat de Kretenzer het over alle Kretenzers heeft, dus ook over
zichzelf, en zijn eigen uitspraak. Hij liegt over zijn liegen, dus spreekt hij
de waarheid – maar als hij de
waarheid spreekt, dan liegt hij weer –
enzovoort. Het duidelijkst wordt dit als je de zelfreferentie voorstelt als
cirkelproces – het doorlopen van
één cirkel vat je samen tot +1 –
het liegen is een omkering van de waarheid, en omkering of ontkenning wordt in
de logica voorgesteld door vermenigvuldigen met -1 . Dan is de oorspronkelijke
uitspraak van de Kretenzer +1 –
na toepassing op zichzelf wordt dit -1 –
pas dit weer toe op zichzelf en -1 maal -1 wordt +1,
enzovoort, en het cirkelproces krijgt een voortdurend flipperende uitkomst: +1,
-1, +1, -1, enzovoort. Verwarring alom, dus. En een zeer principiële vorm van
verwarring – mathematicus en filosoof
Bertrand Russell heeft het Kretenzer voorbeeld omgevormd tot een wiskundige
vorm, door middel van het begrip "lege verzameling", en de vraag naar het
bestaan van de
verzameling van alle lege verzamelingen (het "niet", of de -1, zit in de
definitie van "leeg": die verzameling heeft geen elementen, dus: heeft niet
een element). De wiskundige puzzels die dit
opriep bleken te leiden naar nieuwe begrip in de vorm dat er geen consistente
vorm van logica en waarheid geconstrueerd kan worden zodra je zelfreferentie
toelaat.
Een voor ons essentieel resultaat van deze wiskundige ontwikkelingen is
geformuleerd door de logicus Alfred Tarski. Deze liet zien dat er twee soorten
"waarheid" zijn: die van zogenaamde "formele systemen", dat wil zeggen: systemen
met vaste axioma's en regels die benoemd zijn (zeg maar: wiskunde), en die in
"natuurlijke systemen", waarin die axioma's en regels niet beperkt en benoemd
zijn (zeg maar: taal).
In formele systemen bestaat wel een soort waarheid, maar dat
is in feite "correctheid", de betwiste uitspraak klopt al dan niet met de
regels. In een natuurlijk systeem bestaat een waarheid, maar die is niet formeel
bewijsbaar, dat wil zeggen: er is geen procedure op te stellen die eenduidig de
waarheid van de betwiste uitspraak vaststelt. Een cruciaal aspect van het
verschil tussen een formeel systeem en een natuurlijk systeem is dat het laatste
altijd zelfreferenties toelaat - "waarheid" is een multi-ordinaal woord, en kan
dus ook op zichzelf worden toegepast. Men kan dus bijna zeggen dat
zelfreferenties het begrip "absoluut bewijsbare waarheid" onmogelijk maken. Dit
soort zaken zijn uitgebreid beschreven in het populair-wetenschappelijke boek
Gödel, Escher, Bach, van Douglas Hofstadter
(Wikipedia).
Maar de belangrijkste praktische toepassing van zelfreferentie ligt niet op het rationele vlak,
maar op het psychologische. Dat komt omdat alles begint met een zeer persoonlijke
zelfreferentie, meestal aangeduid als het "ik"
.
Het leidt weinig twijfel dat zelfbewustzijn een vorm van zelfreferentie in de
hersenen is, en dat bijvoorbeeld de vele geestelijke kwalen die vallen
onder de noemer "doordraaien" vallen, vormen van divergenties in het denken en in de geest
van het "ik" zijn, en op wat basaler (biochemisch) niveau is het ook waarschijnlijk dat kwalen als migraine
of epilepsie ook door dit soort processen
starten: ergens loopt een of ander proces in het hoofd uit de hand
.
Ook veel van de normale, niet-ziekelijke, denkfouten en de bijbehorende
levensproblemen zijn veroorzaakt door zelfreferentie, door foutief, Kretenzisch,
denken over het denken. De grote waarde van de Algemene semantiek is dat ze een
methodiek verschaft om de verbale kant van deze problemen op te lossen. En omdat vele maatschappelijke
problemen gebaseerd zijn op fout gebruik en misbruik van woorden, is het bekend
zijn met de Algemene semantiek essentieel voor de vooruitgang van die maatschappij.
Het volgende artikel begint met de introductie van deze heel andere wereld van emoties
.
Naar Multi-ordinale woorden
,
Alg. semantiek lijst
, Alg. semantiek overzicht
, of site home
.
|