WERELD & DENKEN
 
 

Filosofen: John Gray

John Gray is één van de meest prominente hedendaagse filosofen, schijvende 2005, die dit tijdsgewricht met zijn menigen met grote regelmaat in de media te vinden is omdat hij meningen verkondigt die overeenkomen met gangbare meningen bij elite en media: de politieke-correctheid. Waaruit onderstaande interview, door een ander lid van de politieke-correctheid  , dat we gaan analyseren.
    Het hoofdonderwerp van het interview is het geloof in vooruitgang - tevens één van hoofonderwerpen van Gray's filosofie. Maar in deze tijd vooral door vergelijking met dt andere, door demografische ontwikkeling, opkomende gedachentgoed: de islam. Dit is het deel dat het meest onthullend is voor het redenern en het denken van Gray
    Bedenk daarbij als eerste dat dit soort mensen, succesvolle filosofen, erg goed zijn in het verbaliseren, dat wil zeggen: in het met woorden uitdrukken van hun meningen. Bedenk als tweede de kwaliteit van die verbalisatie (de vorm) geen enkele relatie heeft met de juistheid van hun beweringen (de inhoud), aangezien filosofen hun beweringen zelden toetsen aan de werkelijkheid.
    Verder zijn filosofen van nature geschoold in de trucs van de retorica  , waarvan hieronder ook een aantal mooie exemplaren zijn te zien, bijvoorbeeld een versie van de beruchte jas-pas-tas drogreden  .
    Hieronder is een deel van het artikel gegeven, waarna een aantal significante uitspraken los worden geanalyseerd:
 

Uit: De Volkskrant, 11-12-2004, interview met John Gray door Peter Giesen

De nieuwe utopie

Steeds luider klinkt de eis dat moslims de westerse waarden moeten omhelzen. Een rampzalig antwoord op het terrorisme, meent de filosoof John Gray. 'Dan doe je precies wat Al Qa'ìda wil: een oorlog tussen beschavingen in Europa.'

In tijden van angst en terreur grijpt de mens terug op simpele schema's, zegt de Britse filosoof John Gray. Aan de ene kant hebben we de Verlichting, de superieure westerse cultuur van individuele vrijheid en democratie. En aan de andere kant de islam, die de Verlichting niet heeft doorgemaakt en in de Middeleeuwen is blijven steken. Het conflict is helder: de Verlichte mens meet met alle middelen strijden tegen de barbarij van de islam.


Red.:
  Afgekort: "Aan de ene kant hebben we Verlichting, aan de andere kant de islam." Daarmee plaatst Gray de verlichting naast de islam, dus te vergelijken met de islam, en dus gelijksoortig aan de islam. Dat is onjuist: er bestaat geen canon van de verlichting, het is een losse verzameling ideeën en groepen van ideeën. De islam heeft een enkele eenduidige canon: de koran. De verlichtingideeën zijn bediscussieerbaar volgens de verlichting. De koran is niet bediscussieerbaar volgens de islam.
  Dit schema is onjuist, zegt Gray, die vorige week in Amsterdam was voor de Thomas More-lezing ...

Klopt. Maar natuurlijk nit op de manier die Gray bedoelt.

  De kern van de Verlichting ligt in het geloof dat met behulp van rede en wetenschap een betere wereld kan worden geschapen.

Dit is onvolledig. Alle religies, inclusief de islam, geloven dat met hun canon een betere wereld voor  mens wordt geschapen: de Verlossingsgedachte. Staande aan beide kanten van de vergelijking kan dit argument dus worden geschrapt. De opmerking van Gray is in deze context dus onjuist.
  De Verlichtingsgedachte heeft geleid tot massamoord.

Dit is onvolledig: religie, inclusief de islam, heeft geleid tot veel meer massamoord, en in de laatste decennia is het de islam die aanleiding is voor de meeste massamoorden. Gray's bewering is dus ook impliciet onjuist: als massamoord ter sprake komt, dan moet het aan de andere kant van de vergelijking geïntroduceerd worden.
       Er ontbreekt de tweede partij in de vergelijking. Hier had naast moeten staan:  De Verlossingsgedachte heeft geleid tot massamoord.
  Het communisme is een typische verlichtingsideologie.

Er zijn overeenkomsten tussen verlichting en communisme, maar er zijn ook enorme verschillen. De verschillen zijn aanzienlijk groter dan de overeenkomsten, en de uitspraak van Gray dat communisme 'typisch' is, is dus onjuist.
      Er ontbreekt de tweede partij in de vergelijking. Hier had naast moeten staan: De islam is een typische Verlossingsideologie.
  Wie de betere wereld in de weg stond werd zonder pardon geliquideerd.

Dit is grotendeels onjuist: wat wel waar is, is dat wie de toenmalige machthebbers in de weg stond zonder pardon geliquideerd. Wat machthebbers doen heeft over het algemeen weinig tot niets te maken met de uitspraken die ze doen, of die nu van ideële of niet-ideële aard zijn.
    Er ontbreekt de tweede partij in de vergelijking. Hier had naast moeten staan: Wie de Verlossingsideologie in de weg stond werd zonder pardon geliquideerd.
  De gedachte dat wetenschappelijke vooruitgang vanzelf tot maatschappelijke vooruitgang zou leiden werd meedogenloos gelogenstraft door wereldoorlogen en concentratiekampen.

Wereldoorlogen en concentratiekampen zijn absoluut geen producten van de nieuwe, door de wetenschap en verlichting nagestreefde wereld, maar van de oude door god (en andere denkwanen), machtswellust, en egoïsme beheerste wereld. Dat de door machtswellust en andere denkwanen beluste wereld de resultaten van de wetenschap en verlichting gebruikt, zegt des te meer over de kracht van die resultaten. Wat uit deze uitspraak (en zie ook verder) vooral blijkt, is dat John Gray zelf niet gelooft in het idee van maatschappelijke vooruitgang. Maar dat betekent in het geheel niet dat die maatschappelijke vooruitgang er niet is. Filosofen zijn gespecialiseerd in het relativeren van alles, inclusief alle resultaten en beweringen van de wetenschappen. Dit soort neiging kan het best als volgt worden bestreden: start een discussie over de relativiteit van de hardheid van beton, pak het hoofd van de filosoof die hierover wil discussiëren en sla dit hard tegen het beton. Discussier daarna verder over de hardheid van beton. Toegepast hier: plaats Gray in een omgeving van honderd jaar terug, inclusief alle maatschappelijke verworvenheden van toen, en laat hem daar een jaartje leven. Herneem daarna de discussie over de relativiteit van maatschappelijke vooruitgang. Helpt dit niet doe dan hetzelfde met tweehonderd jaar terug, enzovoort.
  Aan het begin van de 21ste eeuw staat een andere centrale verlichtingsgedachte - de idee dat de religie vanzelf verdwijnt als de wetenschap oprukt - zwaar onder druk.

Weer een typische filosofenuitspraak: in de algemeenheid van de formulering worden essentiële details van de praktijk over het hoofd gezien. De praktijk is dat de verlichting altijd beperkt is geweest tot de westerse wereld. En binnen die westerse wereld tot een beperkte bovenlaag. De rest van de wereld is altijd vrijwel geheel religieus geweest, en kan dus moeilijk religieuzer zijn geworden. De westerse wereld kan opgedeeld worden in Europa en Amerika, en Europa volgt nog steeds de ontwikkeling van de ontkerkelijking. In Amerika is er altijd een tweedeling geweest, die de laatste jaren openlijker is geworden. Het is onduidelijk of er sprake is van een oprukken van religie, maar hier lijkt de ontkerkelijking tot staan gebracht.
    Alles tezamen is er geen sprake van een verandering in de algemene trend van ontkerkelijking, alleen van een verhoging van de zichtbaarheid van religie, doordat de delen van de wereld überhaupt meer met elkaar in contact zijn gekomen. De bewering van Gray is dus grotendeels onjuist.
  In deze omstandigheden is het onvermijdelijk dat de verlichting zelf een fundamentalistische beweging creëert.

De fundamentalistische Verlichtingsbeweging is een creatie van Gray. Het is even simpel om het tegenovergestelde te stellen: er bestaat geen fundamentalistische Verlichtingsbeweging, want dat is een interne contradictie, er bestaan alleen verlichtingsaanhangers. Nu is het aan Gray om het bestaan van die beweging aan te tonen. Dan moet hij gaan refereren aan specifieke mensen en hun denkbeelden (zie ook verder). Dan kan over die denkbeelden gediscussieerd worden. En dan zal blijken dat er geen fundamentalistische Verlichtingsbeweging bestaat in de zin die Gray bedoeld, of anders zal hij nader moeten omschrijven wat hij bedoelt.
  De Verlichtingfundamentalisten proberen hun geloof in de vooruitgang te herwinnen dat door de geschiedenis is vernietigd.

Hier staat dat iets (verlichtingsfundamentalisme) wat niet bestaat (zie boven), iets probeert te herstellen wat niet gebeurt is (zie boven). Deze uitspraak heeft dus dezelfde status als de discussie over het aantal engelen dat op de knop van een naald kan dansen.
  De Verlichtingsfundamentalisten zeggen dat als de islam Europees wil worden, ze de verlichting moet omhelzen of incorporeren.

Dit is de eerste concrete uitspraak over het onderwerp van het artikel: de standpunten ven de verlichtingsaanhangers. Het is juist in de zin dat het bijna een tautologie is: het kenmerk van de Europese cultuur is haar grotere verlichtheid. Er staat niet dat de verlichtingsaanhangers zeggen dat de islam de verlichting geheel of deels móét incorporeren, maar alleen dat áls ze Europees willen worden, ze het moeten doen. Wat Gray niet noemt, maar wel het punt is waar het om gaat, is dat als ze het niet doen, ze volgens de verlichtingsaanhangers altijd buiten de hoofdstroom van de Europese maatschappij zullen blijven staan. Waarmee tevens gezegd wordt dat verlichtingsaanhangers willen dat Europa niet iets van zijn verlichtingswaarden zal inleveren. En dat is waar de discussie eigenlijk om gaat: willen we wat van onze verlichting inleveren, omdat de islamieten die hier zijn komen wonen niet onze hoeveelheid verlichting hebben. Deze vraag wordt door Gray zorgvuldig vermeden. En ondertussen beschuldigt hij degene die dit niet willen van verlichtingsfundamentalisme, en veroordeelt dit. Daarmee schaart hij zich de facto aan de kant van degenen die wel een deel van onze verlichtingswaarden willen inleveren.
  De mens bedenkt steeds vernuftiger apparaten, maar zijn aard zal niet veranderen ... Zo heeft de mens ook een natuur, die in de loop der geschiedenis niet veel veranderd is.'

Een stelling die, indien juist, erop neerkomt dat homo neandertalis dezelfde natuur heeft als de huidige mens - oftewel: Gray is een volledig onkundig aangaande de rol en betekenis van evolutie, en is daarom een welbespraakte onbenul - zoals de meest hedendaagse filosofen.
    Degenen die zich geheel of gedeeltelijk in deze opvatting kunnen vinden, wordt aangeraden eerst het volgende artikel over Red-Eye, the Atavism  of Roodoog de Primitieveling  te lezen, dat dit soort uitspraken in hun algemeenheid op treffende wijze afhandelt. Het specifieke geval van Gray wordt in deze context nog verder geanalyseerd hier  .
   De rest van het artikel schetst Gray's alternatieve aanpak, namelijk dat van vreedzame coëxistentie tussen islam en verlichting in Europa. Daartoe brengt hij een scheiding aan tussen woorden en daden, bijvoorbeeld: moslims zich tegen homo's mogen verklaren, maar niets tegen hen ondernemen.
    Dat is een bruikbaar uitgangspunt. Maar dan mogen niet-moslims zich tegen moslims verklaren, zolang ze niets tegen hen ondernemen. En dat 'verklaren' is dan universeel geldig, want als verlichtingsmensen zich op een of andere manier moeten beperken, dan geldt dat ook voor de moslims, bijvoorbeeld met betrekking tot homohaat. Dus die vrijheid van woord is inclusief Theo van Gogh en de verlichtingsaanhangers, al dan niet fundamentalisten. Maar dat is nu juist waar de hele discussie over gaat, en Gray's standpunten zijn dus innerlijk tegenstrijdig op het meest fundamentele punt. En Gray's theorie van vreedzame coëxistentie wordt in de praktijk weersproken door het feit dat de anti-homowoorden hebben geleid tot anti-homo daden, dat de anti-moslim woorden niet hebben geleid tot anti-moslim daden, en dat anti-moslim woorden hebben geleid tot anti-verlichting daden. Oftewel: de verlichten blijken tot nu toe in staat tot vreedzame coëxistentie, maar de moslims minder.
    De algemene conclusies uit de specifieke deelanalyses zijn de volgende: Gray spreekt zichzelf op het fundamentele punt van de discussie tegen: hij wil de meningsvrijheid van de verlichtings-aanhangers beperken, en blijkt die van de moslims vrij te willen geven. Verder blijkt Gray niet te geloven in het bestaan van vooruitgang. Hij noemt het specifiek "maatschappelijke vooruitgang", waarmee hij lijkt te willen toegeven dat er wel wetenschappelijk vooruitgang bestaat. Als hij dat laatste niet doet, dan is hij zonder meer gestoord in de zin van Friedrich Hegel  : geen contact met de wereld van de feiten. Als hij dat wel in wetenschappelijke vooruitgang gelooft en niet in maatschappelijke, denkt hij dat wetenschap een volledig van de maatschappij los staande activiteit is. Dat is ook evident onjuist.
    Al met al voldoet Gray aan de kenmerken van de cynicus  : hij ontkent het ontstaan van de meest fundamentele waardes, en heeft zelf niets constructiefs te melden. Een blik op zijn biografie leert dat dat geen wonder hoeft te zijn: iedereen die gevoelig voor het gedachtegoed van Margaret 'There is no such thing as society' Thatcher heeft een ernstige maatschappelijk empathische handicap, genaamd sociopathie    . Cynisme is de passieve uitingsvorm van die handicap.


Naar Filosofie, inleiding  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home  .