Leids universiteitsblad Mare, 13-12-2007, door Thomas Blondeau 11 feb.2007

Filosoof praat in Omerta over het zwijgen; en fileert de Leidse universitaire strategie

Hoe je je kop houdt

Filosoof Wouter Oudemans maakt het zichzelf en de lezer niet makkelijk in zijn nieuwste werk Omerta. Hij praat over hoe iets verzwegen wordt. En dat wordt niet door iedereen op prijs gesteld.


De rondborstige, Vlaamse filosoof Etienne Vermeersch is een graag geziene gast in Belgische tv-programma’s. De rabiate atheïst is nooit te beroerd om ergens zijn mening over te spuien. Of zijn opinie ook filosofisch is te noemen, maakt voor de interviewer niet veel uit.
    Het filosoof-zijn van Vermeersch is al voldoende. De voormalige hoogleraar en vice-rector van de Universiteit van Gent is niet alleen terug te vinden achter de microfoon maar ook in verschillende instituten, raden en comités. Zijn meest bekritiseerde functie is die als voorzitter van een commissie de regering moest adviseren over hoe uitgeprocedeerde asielzoekers het land uitgezet moesten worden. Wat gaf hem de morele autoriteit, vroegen critici zich af, om te beslissen of handboeien en houdgrepen gepast waren om iemand naar het land van herkomst te begeleiden?
    De voormalige Leidse filosoof Ad Verbrugge mag zich al enige jaren verheugen in stevige media-aandacht. Zijn welverwoorde kritiek op de managercultuur en de ontzieling van de westerse samenleving, zorgen voor felverlichte en goedversterkte podia. Verbrugge heeft zich vooralsnog niet uitgesproken in richtlijnen over deportaties maar dezelfde vraag steekt op. Wat zorgt ervoor dat Verbrugges mening over de waarde van het gezin meer waard of meer waar is dan die van een Zeeuwse boerin met zeven kinderen? Alleen maar zijn verwoording? Is zijn boek Tijd van onbehagen alleen maar een kwestie van stijl?
    Wouter Oudemans verwijst in zijn nieuwste boek Omerta naar deze filosofische bestseller van zijn oud-pupil: ‘Je denkt je te bevinden in een tijd van onbehagen. Dat is je persoonlijke opinie en toch denk je te kunnen zeggen wat er aan de hand is. Een ander ziet dat Nederland overdekt raakt met Febo-automatieken en bevindt zich in een tijd van behagen.’ In deze optiek ventileren Vermeersch en Verbrugge dus alleen maar eigen meningen. En dan komen we op het gebied van politiek en publieksgunst, niet op het vlak van filosofie.
    Omerta ontleent zijn titel aan de maffia-code die voorschrijft dat je je mond houdt tegenover de buitenwereld. Wie klikt, moet dood. Dit boek presenteert zich als een vervolg op het eerder dit jaar gepubliceerde Echte filosofie. Dat boek beschrijft een zoektocht naar een methode van filosofisch denken in een wereld die gekenmerkt wordt door alomtegenwoordigheid van techniek. Als mensen niet meer zijn dan transportvehikels voor genetische informatie, waarom zouden we dan een tak sport van sport beoefenen, filosofie geheten, die pretendeert boven dat vehikelschap uit te stijgen? Wie echt filosofie wil bedrijven, moet het hebben over die techniek zonder de illusie te hebben dat hij buiten die techniek kan gaan staan.
    In Omerta beschrijft Oudemans hoe anderen mislukken in die zoektocht naar een methode omdat ze die alomtegenwoordigheid van techniek niet (er)kennen. En dus houden ze hun mond.
    Ze houden hun mond omdat ze anders niet kunnen meedraaien aan een universiteit die om zich bekommert om artikelenquota’s, studentenaantallen en Engelstalige beroepsopleidingen die voor iedereen moeten openstaan. Zo analyseert hij de wervingstekst voor de onderzoeksmaster van filosofie (zie: kader). Hij constateert met verbazing hoe rationaliteit onderzocht kan worden met behulp van de ratio. Aan het einde van dit hoofdstuk drukt de auteur integraal een e-mail af die hij ontving van de toenmalige decaan wijsbegeerte. De decaan deelde mee dat de faculteit niet zou meewerken aan de verspreiding van Oudemans’ digitale nieuwsbrief waarin hij zijn analyse over de master had geventileerd. Ook werd Oudemans eraan herinnerd dat een goede werknemer de belangen van de faculteit niet schaadt. En door studenten te wijzen op het onfilosofische van een master filosofie zou de werving in het gedrang kunnen komen (zie pagina 5 voor de reactie van de decaan).
    Quod erat demonstrandum hoor je Oudemans mompelen als hij deze mail binnenkrijgt. Hij heeft gepraat daar waar hij moest zwijgen. En heeft nu een waarschuwing aan zijn been.
    Anderen houden dan weer hun mond omdat een universiteit moet meedraaien in een economische samenleving en studenten moet afleveren zoals een worstenfabriek worsten (zie kader). Op haast vileine wijze fileert Oudemans het instellingsplan Kiezen voor Talent dat fungeert als leidraad voor de Leidse universiteit.
    Of het nu gaat om Heideggers fout-zijn in de oorlog, de functie van kunst, het gelijkheidsideaal en de bevolkingsgroei, Oudemans praat over de zwijgplicht die om deze onderwerpen hangen. Niet zozeer over wat verzwegen is. Dat kan hij allicht ook niet. Zoals hij zelf aangeeft: ‘Als filosoof verbreek ik dit zwijgen, niet om het ter sprake te brengen, maar over mijn spreken te laten heersen.’
    Omerta zal minder herdrukken kennen dan Tijd van Onbehagen. Oudemans zal niet snel gevraagd worden om voorzitter te worden van een commissie over ethische zaken. Gelukkig maar, iemand moet zich toch met echte filosofie bezighouden?

TH. C. W. Oudemans, Omerta, Bert Bakker, 239 pgs, € 24,95

Tussenstukken:
Over de hedendaagse universiteit

(Oudemans citeert uit het instellingsplan van de Universiteit Leiden, getiteld Kiezen voor Talent)

De universiteit is een academische gemeenschap, waarin studenten en medewerkers participeren.
Hoe kom je op de gedachte!

Van de studenten wordt verwacht dat zij hun eigen verantwoordelijkheid nemen om zich academisch te ontwikkelen en dat zij bereid zijn het beste uit zichzelf te halen.
Joechei!

De universiteit hecht veel waarde aan de kwaliteit van het onderwijs in alle Leidse opleidingen.
Jekkerdidek.

Het goed functioneren van de universitaire gemeenschap is de eigen verantwoordelijkheid van alle deelnemers, elk met een inbreng op basis van zijn eigen positie, rol en ervaring.
Kassa!

De positie van de universiteit dient daartoe tevens te worden beoordeeld tegen de achtergrond van tal van externe ontwikkelingen. Wat zijn de kansen, wat de bedreigingen?
Die zit!

Het Instellingsplan zegt:

De wisselwerking tussen wetenschap en de afnemers van kennis in de maatschappij wordt versterkt door intensivering van de samenwerking met overheid, bedrijfsleven en andere organisaties.

Het publiek wordt meegesleept door woorden als wisselwerking, versterking, intensivering en samenwerking.
De afnemers van kennis zijn overheid, bedrijfsleven en andere organisaties. Er staat dus: als je samenwerking vergroot ontstaat er meer samenwerking.

Nog een: Voorwaarde is wel dat ook de verbredingscomponent voldoende diepgang kent. Dit klinkt heel wat beter dan: Het moet uit de lengte of uit de breedte komen, maar wij willen de kool en de geit sparen, en dat kan niet, dus dat vertellen we er niet bij.

En verder: ronken, ronken, ronken.
Roep dat je onderwijs uitdagend is zonder te vermelden waartoe. Stimuleer je suf.
Doordesem je tekst met strategische doelen, prominente bijdragen, wervingskracht, slagkracht, expertise, professionalisering, implementaties en faciliteringen.

Valt er bij de onmiskenbare holheid van de universitair reflectie na te denken?


Over de onderzoeksmaster
(Oudemans citeert uit de tekst voor de onderzoeksmaster)

De titel van het ‘onderzoeksprogramma’ luidt Rationality.
Wanneer de rationaliteit wordt onderzocht met behulp van de ratio is de vicieuze cirkel rond.
Het onderzoek is irrationeel.
Dat is rationele conclusie.

(…)

In een van de onderafdelingen van het programma wordt gezegd:

The leading theme is how the method of gathering knowledge in scientific practice differs from the method of systematizing knowledge once it is gathered, and in what ways the relevant notions of rationality are rooted in concepts of the mind.

Laat de REDE de mensheid gillend van het lachen aan zichzelf en haar eigen humbug over?

De vraag hoe kennis wordt vergaard en gesystematiseerd –die behoort toch tot de wetenschapssociologie?

the relevant notions of rationality are rooted in concepts of the mind.
Hoe kan rationaliteit (een maat voor het denken) ooit gefundeerd zijn in mind?
Wat is concept of the mind, in tegenstelling tot het ding zelf? Is dit een genitivus subjectivus of objectivus?
Wat is een mind?
Wat is het onderscheid tussen een NOTION of rationality en een CONCEPT of mind Waarom het een een notie en het ander een concept?

 

Leids universiteitsblad Mare, 13-12-2007, door Thomas Blondeau

Was kritische filosoof ook ‘goed werknemer’?

Een door de filosoof dr. Wouter Oudemans verspreidde nieuwsbrief met een kritische analyse van een onderzoeksmaster werd niet gewaardeerd door het toenmalige faculteitsbestuur. Een mail van de decaan wees hem op zijn plichten als goede werknemer.

De mail is na te lezen in Oudemans nieuwste boek Omerta (voor bespreking zie pagina 13). In een hoofdstuk waarin hij vraagtekens plaatst bij het wetenschappelijke gehalte van de filosofie, wordt een mail van professor Frans de Haas geplaatst. De mail, inclusief adresgegevens, werd verstuurd op 19 september 2005; De Haas was toen decaan van de faculteit wijsbegeerte.
    Oudemans had eerder een nieuwsbrief verspreid waarin hij een onderzoeksprogramma van de faculteit fileert. Hierin problematiseert hij het gegeven dat rationaliteit wetenschappelijk onderzocht zou kunnen worden.
    Uit de nu verschenen mail blijkt dat De Haas aan Oudemans liet weten dat de faculteit de verspreiding van de nieuwsbrief onder studenten niet zal faciliteren. Daarnaast wordt Oudemans erop gewezen dat iedere werknemer van de faculteit ‘zich als goed werknemer dient te gedragen.’ Dat betekent dat hij de faculteit niet mag belemmeren in het realiseren van haar doelstellingen. Oudemans zou met zijn nieuwsbrief de werving voor deze master negatief kunnen beïnvloeden. Deze waarschuwende woorden werden ook per brief naar zijn thuisadres gestuurd.
    Navraag bij De Haas leert dat deze geen weet heeft van het feit dat de mail in het boek is opgenomen. Over de kwestie zegt hij het volgende: ‘Hij heeft er toen wat ophef rond gemaakt maar er is geen censuur toegepast. Zijn volgende nieuwsbrieven gingen over andere onderwerpen en konden gewoon verspreid worden.’
    Was dit niet een officiële waarschuwing die bij recidive zou kunnen leiden tot ontslag? ‘Nee, die bewering gaat met te ver. Voor de rest heb ik geen commentaar op dit onderwerp. Als die mail goed is overgenomen, staat alles wat ik hierover te zeggen heb daarin.’ Oudemans kon niet bereikt worden.


Naar Filosofie home , Algemeen overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]