De Volkskrant, 04-04-2012, column door Hans Schnitzler, filosoof. .2010

Tirannieke schaamteloosheid

 

Tussentitel: Ze wentelen zich in hun leeghoofdigheid als varkens in de modder

Diogenes urineerde op mensen die hem beledigden, stak zijn middelvinger op, deed zijn behoeften waar het hem uitkwam en masturbeerde openlijk. Verlangens dienden namelijk direct bevredigd te worden, alleen zo kon men zich ervan bevrijden. Op Plato's ideeënleer reageerde hij dan ook met een harde scheet, want hij had een broertje dood aan getheoretiseer. Heersende ideeën over fatsoen wees hij af, maatschappelijke conventies waren slechts constructies zonder algemene zeggingskracht. Dat gold in zijn ogen zelfs voor het onderscheid tussen het leven binnenshuis en buitenshuis - ook dat was een kunstmatig idee dat ontmaskerd moest worden.

Aan eigentijdse exemplaren van deze radicale individualist avant la lettre die de schaamteloosheid tot levenswijze verhief, geen gebrek. Sterker nog, de verschraalde versies van deze halfmythische figuur hebben een publiek podium gekregen waarop zij hun kunstjes mogen vertonen. Denk aan de jongens en meisjes van de realitysoap Oh Oh Cherso, de website GeenStijl of aan de provocateurs van PowNews. Men draagt de onwetendheid als ereteken of brengt het nieuws met een dikke middelvinger en een gulle lach. Diogenes was een excentriekeling met een wijsgerige boodschap, de schaamtelozen van vandaag daarentegen zijn alledaagse mediaverschijningen geworden die zich wentelen in hun leeghoofdigheid als varkens in de modder. Er is niets wat hen in verlegenheid brengt. 'Don't know don't care' is dan ook het iconische motto waarmee een invloedrijke blogger als Bert Brussen anderen de maat neemt; het cognitieve gebrek als unique sellingpoint.

De schaamte voorbij is een houding die van oudsher bij de privésfeer hoort. Daar hoeven we ons immers niet te generen voor onze naaktheid, kunnen we onze gedachten ongearticuleerd de vrije loop laten en onze primaire behoeften bevredigen. Kinderen worden er mishandeld of in de watten gelegd, geliefden beschimpen elkaar of bedrijven de liefde, men eet er met mes en vork of uit een oude krant. Het is het domein van het hoogstpersoonlijke, van subjectieve wensen en voorkeuren die zonder reserve geuit mogen worden. Het aanvaarden van een journalistieke beroepshouding die de schaamte voorbij gaat en zich niets gelegen laat liggen aan een zekere distantie in de omgang of kritische verhouding tot de feiten, betekent dat de leefervaring van het privédomein inzet wordt van een publieke strijd.

En dat heeft gevolgen die verder reiken dan de vraag wat nu wel of niet fatsoenlijk is. De persoonlijke levenssfeer kenmerkt zich namelijk door een zekere grilligheid en onvoorspelbaarheid, inherent aan het leven zelf. Menselijke behoeften en voorkeuren zijn maar al te veranderlijk en ook het biologische bestaan zelf is broos en vatbaar voor het noodlot. De publieke ruimte echter - ons gemeenschappelijk onderkomen - onderscheidt zich door stabiliteit. Veranderingen vinden ook hier plaats, maar zelden radicaal (natuurrampen en revoluties uitgezonderd). Zodra we de voordeur achter ons dichttrekken, verlaten we het rijk van de vergankelijkheid en we betreden een wereld die duurzamer is dan de privélevens die er tijdelijk hun tenten opslaan. Het openbare domein is een sfeer die de wispelturigheid van het particuliere bestaan overstijgt en die slechts kan bestaan bij gratie van het bovenpersoonlijke.

Met het uitventen van schaamteloos gedrag en de inzet ervan als middel voor nieuwsgaring, krijgt die particuliere wispelturigheid vat op de publieke ruimte. De leefervaring van de privésfeer komt in het centrum van de publieke aandacht te staan. De omgeving die in het teken staat van onmiddellijke behoeftebevrediging, daar waar we aan onze primaire verlangens en angsten mogen toegeven, krijgt zo publieke reikwijdte. Dat ondermijnt de bestendigheid van het openbare domein en introduceert er een element van subjectiviteit die zomaar in willekeur kan omslaan. En zodra de willekeur vrij spel krijgt, is de dwingelandij dichtbij.

Dat ziet er zo uit: de kleine tiran rukt de politicus zijn publieke masker af en dwingt hem tot een persoonlijke bekentenis. Daarmee weet hij te ontwrichten, maar onthullend is het allerminst. Wat we van de gezichten aflezen of uit de reacties kunnen opmaken, is het ongemak van de plaatsvervangende schaamte. Niets meer en niets minder.

Het laat onverlet dat de hedendaagse versie van Diogenes, deze narcistische rukker, meer dan eens de maat bepaalt en de publieke ambtsdrager wellustig naar zijn perverse pijpen laat dansen. En dat is dus veel meer dan een fatsoenskwestie alleen.

www.vk.nl/HANSSCHNITZLER





IRP:    Prachtig zelfportret a la VK-weblog

 


Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]