De Volkskrant, 10-08-2013, door DIRK-JAN VAN BAAR − 10/08/13, 00:00 11 mei 2008

Onze échte voorgangers

De eerste stappen naar de democratie werden in Nederland al gezet vóór de Franse revolutie, een periode die uitmondde in de Bataafse Republiek. Jaren die ten onrechte ondergesneeuwd zijn in de vaderlandse geschiedenis.


Tussentitel: Opmerkelijk was het hoge niveau van de discussies in de Nationale Vergaderingen en daarbuiten

Frans Grijzenhout, Niek van Sas, Wyger Velema (red): Het Bataafse experiment.
***

Vantilt; 373 pagina's; euro 29,95.

Hoeveel Nederlanders zouden de Bataafse Republiek (1795-1801) kunnen plaatsen? De Franse tijd, die tot 1813 zou duren, is altijd stiefmoederlijk behandeld. Op school hoorden we er alleen iets over bij staatsinrichting, een bijvak waarvoor je geen cijfer kreeg. Vaag herinner ik me een soort ijstijd, waarbij de Franse generaal Pichegru over bevroren rivieren het land binnentrok en de slappe stadhouder Willem V naar Engeland moest vluchten.

Dat doet in de verte aan mei 1940 denken, alleen was de Duitse bezetting van een hele andere aard. Dat de Franse troepen werden begroet door revolutionaire comités van patriotten, die overal in het land het bestuur overnamen met de leuze 'vrijheid, gelijkheid, broederschap', maakt de periode nog onwezenlijker. Liever vieren we dit jaar het 200-jarig bestaan van de monarchie. Met de terugkeer van de Oranjes in 1813 komt de vaderlandse geschiedenis weer op bekend terrein. Van koning Willem I weten we dat hij een sterk vorst was die regeerde over een Verenigd Koninkrijk met de Belgen, een Benelux in de dop. Uit het oogpunt van nationale bevrijding een bevredigender verhaal, al zouden onze zuiderburen zich in 1830 afscheiden.

Eigenlijk hebben alleen juristen waardering voor de Bataafse Republiek. Zij wijzen erop dat er in 1796 voor het eerst een Nationale Vergadering bijeenkomt die een grondwet gaat opstellen. De scheiding van kerk en staat wordt ingevoerd, net als het gelijkheidsbeginsel voor alle burgers. De Bataafse Republiek geldt als 'onze eerste democratie', die tot 1801 zal duren, waarna er op last van de Fransen een autoritair staatsbewind wordt ingesteld. Maar ook daarin spelen Nederlanders een hoofdrol, zoals Rutger Jan Schimmelpenninck, die in 1805 raadspensionaris wordt. Napoleon is over hem niet tevreden. In 1806 stuurt hij zijn broer Lodewijk Napoleon naar Holland, die als een ons welgezinde koning Nederlandse ministers aanstelt en het Franse wetboek van burgerlijke rechtspleging invoert. In 1810 wordt Holland bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Er komt een Franse gouverneur-generaal die nieuwe wetboeken ingvoert : de Code Pénal, de Code Civil, en de Code Commerce. De rechterlijke organisatie wordt verbeterd, er komt een burgerlijke stand en een burgerlijk huwelijk. Het paradoxale effect van die tijd is dat Nederland een binnenlandse revolutie naar een moderne eenheidststaat beleeft. Een revolutie die door conservatieve krachten nadien steeds meer als 'on-Hollands' is afgewaardeerd en in de vergetelheid is gedrukt.

Vanuit hedendaags perspectief knap ingewikkeld, maar cruciaal voor het ontstaan van ons moderne politiek bestel. Die Franse tijd begon al voor de Franse revolutie, toen Joan Derk baron van der Capellen in 1781 een pamflet verspreidde met de titel Aan het Volk van Nederland (een inspiratiebron voor Pim Fortuyn, die onder dezelfde titel zijn eerste politieke pamflet schreef). Het was de basis voor de anti-orangistische patriottenbeweging die democratisering voorstond en de Amerikaanse onafhankelijkheid van 1776 als voorbeeld zag. Dat was iets geheel nieuws, een breuk met het verleden. Terecht dat de historici Frans Grijzenhout, Niek van Sas en Wyger Velema in een studie naar het politieke en culturele klimaat in Nederland rond 1800 die Bataafse Republiek als 'experiment' betitelen. Het spoort met de verlichte tijdgeest en een democratie die met vallen en opstaan vanuit de theorie een weg vindt naar de praktijk.

Mij trof het hoge niveau van de discussies in de Nationale Vergadering en daarbuiten. De eerste publieke intellectuelen deden hun intrede, er ontstond een publieke opinie. Een aantal discussies doet merkwaardig actueel aan, zoals die over de nationale identiteit en soevereiniteit, en de scheiding tussen kerk en staat waardoor katholieken hun mond weer konden roeren en er een einde kwam aan de alleenheerschappij van de protestanten. Jammer genoeg is de academische opzet van de bundel wel een horde voor een groter publiek, hoewel het onderwerp die aandacht verdient. Ik miste een hoofdstuk waarin de Franse tijd kort en bondig een plaats werd gegeven, in nationaal en Europees perspectief. Dat gebeurt wel, maar terloops en subtiel, zoals geschiedkundigen met grote kennis van zaken te werk gaan. Daardoor voelde ik me vaak een buitenstaander die van niks weet, terwijl ik al lezende steeds meer van het belang van deze periode als een ontbrekend puzzelstukje - een missing link - tussen tijdvakken in onze geschiedenis doordrongen raakte.

Ik miste nog wat. De Franse revolutie, de oerknal van de nieuwe tijd, was merkwaardig afwezig, alsof die niet echt doordrong tot de Bataven. Enerzijds had de Bataafse Republiek zonder de inval van de Franse troepen niet kunnen bestaan, anderzijds blijft de schokwerking beperkt, alsof de gewelddadigheid en complexiteit van de revolutie verborgen bleven. In hoeverre waren tijdgenoten in Holland werkelijk op de hoogte van wat zich elders in Europa afspeelde? De Fransen hadden respect voor de rijke Hollanders, Amsterdam was in hun ogen na Parijs en Rome de derde stad van hun rijk. De Bataafse Republiek nam ook een bijzondere (betere) plek in vergeleken met andere revolutionaire 'zusterrepublieken'. Maar waar heel Europa op z'n kop stond door het onthoofden van koningen, het vernederen van pausen, door de terreur, de guillotines en de veroveringstochten van Napoleon, blijven de Hollanders bedaard en rationeel. Waar bij onze oosterburen Beethoven met het vuur van de revolutie sympathiseerde, Hegel in Jena de Weltgeist te paard voorbij zag trekken en er een Duits-romantische reactie ontstond als antwoord op het universalisme van de Fransen, was de nieuwe tijdgeest bij ons voer voor juristen en regenten.

Misschien dat het daarom ook een beetje een saaie boel was. En dat terwijl er veel Hollanders in de Franse legers dienden - we lezen daar niks over terwijl er wel een hoofdstuk is over de positie van de vrouw - en Napoleon in de Zuidelijke Nederlanden zijn Waterloo vond. Al dat geweld lijkt de Hollanders niet te raken, al neemt de teleurstelling over het Bataafse experiment toe en wil men er na de inlijving door Frankrijk niks meer van weten. Het is die antirevolutionaire geest die zou beklijven en het gezapige Holland in burgerlijk-liberaal vaarwater zou loodsen.



Naar Allochtonen knuffelen  , Allochtonen lijst  , Allochtonen overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]