De Volkskrant, 27-05-2017, door Geertje Dekkers 11 mei 2008

Caesar kwam, zag, en roeide uit

De Romeinen brachten in deze contreien rust en beschaving, zo is het beeld. Maar klopt dat wel? Archeoloog Nico Roymans ziet steeds meer bewijzen dat Julius Caesar en zijn troepen hier een slachting aanrichtten.


Tussentitels: Caesar overdreef nogal eens. Daarom wnatrouwen historici al zijn verhalen. Er is zelfs geopperd dat hij hier nooit is geweest.
Alle vondsten smaen, gecombineerd met de teksten van Caesar, maken het heel plausibel dat hij hier een ramp aanrichtte


In de Betuwe, aan de Waal, waar nu de Tielse nieuwbouwwijk Passewaaij ligt, woonden twee millennia geleden een paar boerenfamilies. Samen vormden ze een bescheiden nederzetting met twee tot maximaal vier boerderijen en wat land eromheen. Ongeveer tachtig jaar lang was het minidorpje bewoond. Maar ineens, in de eerste eeuw voor Christus, werd het verlaten.

En niet alleen daar werd het leeg. Op de afdeling archeologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam laat archeoloog en hoogleraar Nico Roymans lijsten zien met nederzettingen uit Limburg en het Nederlandse rivierengebied. Daarvan hielden er opvallend veel rond 50 voor Christus op te bestaan. Er is een trend zichtbaar, van Houten tot Sevenum. Die trend is zo duidelijk dat een catastrofe aannemelijk is, stelt Roymans: de Lage Landen, inclusief het huidige BelgiŽ en een stukje Duitsland ten westen van de Rijn, werden voor een groot deel ontvolkt.

Roymans baseert zich op tientallen opgravingen uit de laatste decennia. Bij elkaar opgeteld maken die een leegloop zichtbaar, maar een oorzaak vonden archeologen niet. Toch denkt Roymans te weten wie er schuldig is aan de ellende: Julius Caesar. 'Hij heeft hier in de jaren vijftig voor Christus ongekend gewelddadig huisgehouden en veel inwoners gedood, tot slaaf gemaakt of van de honger laten omkomen door zijn tactiek van de verschroeide aarde.'

Caesar maakte in Rome carriŤre als generaal en politiek intrigant en bluffer, en hij groeide uit tot een van de machtigste mannen van het rijk. In 59 v.Chr. werd hij benoemd tot consul, de hoogste positie in de Romeinse Republiek. Maar voor Caesar was dat niet genoeg. Hij zag een kans op nog meer macht toen hij in 58 v.Chr. (onder meer) gouverneur werd van het gebied dat wij nu de Provence noemen en dat toen aan de grens van het Romeinse Rijk lag. Ten noorden van die grens woonden stammen die onderling allerlei conflicten uitvochten. Caesar koos daarin strategisch partij, versloeg de ene na de andere stam en breidde zo het rijk uit naar het noorden. Hij voegde het huidige Frankrijk, BelgiŽ en Nederland tot aan de grote rivieren toe en maakte zo zijn aanhang onder de Romeinen nog groter dan die al was.


Trots op zijn prestaties schreef Caesar het werk De Bello Gallico, 'Over de Gallische oorlog', vol pochende verhalen over grootse prestaties tegen barbaarse volkeren. Daaruit rijst een schrikbarend beeld op van het Romeinse optreden in deze gebieden. In een deel van het stamgebied van de Eburonen bijvoorbeeld, rond de huidige Nederlands-Belgische grens, vaagden Caesars mannen de bevolking weg: 'Alle dorpen en alle hoeven die men zag, werden in de as gelegd; overal werd geplunderd', schreef Caesar daarover. Al het graan ging verloren: 'Dus als sommigen zich verscholen hadden, zouden zij waarschijnlijk na de aftocht van ons leger door gebrek aan levensbehoeften omkomen.' (Vertaling J. J. Doesburg; gemoderniseerd.)

Zo gezien kan Roymans idee kloppen: Caesar kwam naar de Lage Landen, moordde de bevolking voor een groot deel uit en daardoor raakten de nederzettingen verlaten. Maar, nuanceert Roymans zelf: 'Caesar overdreef nogal eens. Hij schreef bijvoorbeeld dat hij in 55 v.Chr. vocht tegen 430 duizend Tencteren en Usipeten, twee Germaanse stammen. Maar dat aantal is veel te hoog. Naar schatting telden de stammen elk ongeveer zestigduizend mensen, of iets in die orde van grootte. Dan konden ze samen maximaal dertigduizend volwassen mannen leveren om te vechten - vele malen minder dan Caesar beweerde. Vanwege dit soort overdrijvingen wantrouwen historici al zijn verhalen. Er is zelfs geopperd dat Caesar helemaal nooit in deze contreien is geweest.'

Maar de afgelopen jaren heeft Roymans steeds meer aanwijzingen gekregen dat we Caesars verhalen over moordpartijen in de Lage Landen wel degelijk serieus moeten nemen. In 2015 haalde hij het nieuws omdat hij met amateurarcheologen Caesars slag tegen de Tencteren en Usipeten had gelokaliseerd. Die vond volgens Roymans plaats bij het Brabantse Maren-Kessel, waar Maas en Waal indertijd samenkwamen.


Caesar beschreef de slachting en de daaropvolgende jacht op vluchtelingen ('Het grootste deel werd neergehouwen, de overigen sprongen in de rivier, en vonden daar, door schrik, vermoeidheid en de kracht van de stroom overmand, hun graf') maar archeologische sporen waren onbekend. Totdat zandzuigers de afgelopen decennia de Maasbedding in de omgeving overhoophaalden en amateurs tussen het zand en grind botresten en wapenfragmenten vonden.

Roymans laat afbeeldingen zien: 'Kijk, dit is een schedel van een volwassen vrouw met een gat, waarschijnlijk een oorlogswond. En hier een volwassene wiens aangezicht eraf is gehouwen. Dit zijn aanwijzingen dat Caesar heel gewelddadig is geweest, zoals hij zelf al schreef.'

Niet alle kenners waren overtuigd dat Caesar bij Maren-Kessel vocht. Zo schreef archeoloog Evert van Ginkel een kritisch betoog op platform De erfgoedstem, waarin hij uiteenzette dat er meerdere interpretaties mogelijk waren van de vondsten. Zo konden de schedels volgens hem ook op andere momenten verminkt zijn geraakt. Een verband met Caesars slag was niet bewezen: 'De feiten zijn geselecteerd op een manier die te denken geeft.' Maar Roymans vindt zijn conclusie nog altijd heel aannemelijk. 'We zullen het nooit helemŠŠl zeker weten. Maar ik vergelijk de historische teksten, zoals die van Caesar, met het archeologisch materiaal. En die kloppen hier heel behoorlijk met elkaar.'

Naast de slachting bij Maren-Kessel wijzen ook de lijsten met tijdelijk ontvolkte nederzettingen op massale sterfte in de Lage Landen. 'Ook dat bewijs heeft zijn beperkingen', legt Roymans uit, 'omdat we nederzettingen niet op het jaar nauwkeurig kunnen dateren. We gebruiken C14-onderzoek, waarmee we de ouderdom van organische resten bij benadering vaststellen.' Alle organismen bevatten radioactief koolstof-14 (C14) maar vanaf hun dood daalt het gehalte. Hoe ouder het materiaal, hoe minder C14 het bevat.

'En we kijken bijvoorbeeld naar bouwstijlen van huizen', vervolgt Roymans. 'Die veranderden in die tijd behoorlijk snel en helpen ons te bepalen wanneer een huis werd gebouwd. Ook kijken we naar de mode in kledingspelden, gordelhaken die vrouwen om hun middel droegen en glazen armbanden. Die varieerde steeds en daardoor kunnen we gevonden spelden en sieraden heel aardig plaatsen in de tijd. Maar niet tot op het jaar precies. We kunnen dus aannemelijk maken dat een nederzetting rond 50 v.Chr. verlaten is, maar we zullen nooit honderd procent zeker zijn of dat samenviel met Caesars optreden. De grote aantallen verlaten dorpjes maken dat wel zeer waarschijnlijk.'


Aanvullend bewijs is er in de vorm van muntschatten. Archeologen vinden er opvallend veel uit deze periode. 'Waarschijnlijk zijn ze verstopt door bewoners die bang waren voor de troepen van Caesar', zegt Roymans. De eigenaren werden wellicht slachtoffer van Caesars soldaten, of werden naar Rome vervoerd als slaaf, zoals met veel Germanen en GalliŽrs lijkt te zijn gebeurd. In elk geval slaagden ze er niet in hun bezit op te halen. 'De vele schatten wijzen op grote onrust in dit gebied', zegt Roymans.

Minstens zo opvallend als de schatten is de afwezigheid van edelmetaal in vondsten uit de tijd nŠ Caesar. 'Voor zijn komst rouleerden hier enkele honderdduizenden waardevolle munten, waarschijnlijk voor een groot deel van goud uit de Ardennen', legt Roymans uit. 'Daarna zie je alleen wat kopergeld en klein zilvergeld. Ik denk dat Caesars legioenen de munten en ook gouden sieraden hebben geroofd.'

Het indirecte bewijs tegen Caesar stapelt zich dus op. Een laatste aanwijzing voor ontvolking ziet Roymans in pollenonderzoek, gedaan in de omgeving van Keulen. 'Daar constateren we halverwege de eerste eeuw v.Chr. een krachtige uitbreiding van de bosvegetatie. Ook dat is een indicatie dat mensen verdwenen, zodat bossen het land konden overnemen.' De pollen op zich bewijzen weinig, vindt Roymans. 'Het gaat om alle vondsten samen, gecombineerd met de teksten van Caesar. Die maken het heel plausibel dat Caesars legers hier een ramp aanrichtten.'


Tussenstukken:
Steenrijk

Caesar kwam uit een voorname maar verarmde familie. Toch smeet hij tijdens zijn politieke opmars in Rome met geld. In 65 v.Chr. organiseerde hij bijvoorbeeld als hoge ambtenaar kostbare volksfeesten. Die maakten hem populair bij een deel van de Romeinen, maar hij moest ze uit eigen zak betalen. Het benodigde kapitaal had hij niet en ook zijn politieke campagnes kon hij zich eigenlijk niet veroorloven. Hij leende de bedragen bij elkaar en tegen de tijd dat hij naar GalliŽ vertrok, zat hij diep in de schulden.

Tien jaar later had Caesar GalliŽ veroverd, waren zijn schulden afbetaald ťn was hij steenrijk geworden. Nico Roymans denkt te weten waar een groot deel van zijn geld vandaan kwam: 'Dat heeft hij geroofd uit de Lage Landen. Historicus Suetonius beschreef het effect daarvan in Rome: er kwam daar ineens zoveel goud op de markt dat de prijs flink daalde. Uit de Lage Landen was het edelmetaal juist verdwenen. Caesar plunderde zijn kapitaal hier bij elkaar.'


Genocide

De Germanen waren een wreed volk met rare gewoonten. Ze hadden bijvoorbeeld geen eigen grondbezit en mannen en vrouwen baadden gemengd. Dat was erg on-Romeins. Bovendien waren ze buitengewoon gewelddadig en vormden ze een gevaar voor Rome.

Zo typeerde Caesar de Germanen in zijn werk De Bello Gallico. 'Op die manier legitimeerde hij zijn militaire campagne hier', zegt Nico Roymans. 'Hij vertelde dat de Rijn de noordgrens van het rijk moest worden, omdat die een barriŤre vormde tegen de barbaarse Germanen. Hij had dus een politiek doel met zijn negatieve beschrijving. Maar ik denk dat hij er zelf misschien ook in geloofde. Caesar stelde zich heel gewelddadig op tegen de Germanen - van wie hij dus vond dat ze achter de Rijn thuishoorden. Een stuk gewelddadiger dan tegen de mensen die hij GalliŽrs noemde, verder naar het zuiden. Zijn optreden was genocidaal te noemen. Misschien kwam dat deels voort uit echte haat tegen de Germanen.'


Web:
Caesar roeide voor groot deel onze voorouders uit

Steeds meer bewijs voor Romeinse slachting in Lage Landen
TT:
Er is zelfs geopperd dat Caesar helemaal nooit in deze contreien is geweest
De vele schatten wijzen op grote onrust in dit gebied



Naar Allochtonen knuffelen  , Allochtonen lijst  , Allochtonen overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]