De Volkskrant, 04-05-2013, boekrecensie door Anet Bleich 11 mei 2008

Het noodlot van een ketter

Vrijdenker Koerbagh werd door de regenten meedogenloos aangepakt.


Wie haat zaait, zal 'grouwelijke, landverdervende oorlogen' oogsten. Die overtuiging was gerijpt bij de 17de-eeuwse Nederlander Adriaan Koerbagh. Hij achtte de dogmatische gelovigen uit zijn tijd verantwoordelijk voor de godsdienstoorlogen die Europa in zijn tijd teisterden, de Tachtigjarige Oorlog van de Republiek tegen Spanje en de bloedige Dertigjarige Oorlog in de Duitse landen.

Koerbagh en zijn broer Johannes waren evenals de filosoof Spinoza vroege voorlopers van de Verlichting. Hoewel het Amsterdam van de Gouden Eeuw bekendstond als een oase van tolerantie, ging de godsdienstkritiek van de gebroeders Koerbagh de Amsterdamse regenten veel te ver.

Op 27 juli 1668 formuleerde de schout in het stadhuis op de Dam zijn eis tegen Adriaan Koerbagh: diens tong moest worden doorboord, zijn rechterduim afgehakt. Zijn boeken moesten worden verbrand, zijn bezittingen geconfisqueerd en hijzelf moest tot 30 jaar rasphuis worden veroordeeld. Het uiteindelijke vonnis viel iets minder wreed uit: 10 jaar gevangenis, een boete van 6.000 gulden en 10 jaar verbanning uit Amsterdam. Een jaar later stierf de vrijdenker in gevangenschap.

De filosoof Bart Leeuwenburgh volgt in Het noodlot van een ketter twee lijnen; hij reconstrueert hoe de Koerbaghs tot hun radicale visie konden komen en hij gaat na waarom de Amsterdamse regenten - toen al ruimschoots bekend met de praktijk van het gedogen - tot zulke harde repressie overgingen. Het resultaat is boeiend genoeg om ook 21ste-eeuwse harten sneller te laten kloppen.

De Koerbaghs leefden in een tijd van razendsnelle wetenschappelijke vooruitgang. Galileď deed revolutionaire ontdekkingen over de planeet Aarde, Descartes introduceerde zijn methodische twijfel in de natuurwetenschap. 'Waarom zou die (...) strenge 'wiskundige' wijze van redeneren niet ook mogen worden losgelaten op de Bijbel?', vroegen Koerbagh en zijn geestverwanten zich af. Ze vonden aansluiting bij de collegianten, groepjes tolerante gelovigen die Bijbelteksten bestudeerden en met elkaar bediscussieerden. Wie zoals zij de Bijbel analyseerde met behulp van de rede 'moest (...) uiteindelijk wel tot de conclusie komen dat het geloof in engelen, de Heilige Drie-Eenheid, de goddelijkheid van Jezus en de talloze wonderen in werkelijkheid slechts verzinsels waren van een gecorrumpeerde religieuze elite die (...) uit was op de handhaving van haar eigen macht.'

Zulke conclusies, door Adriaan Koerbagh verwoord in de boeken Bloemhof en Ligt, vielen niet bepaald goed bij de religieuze elite in de toenmalige Republiek, de rechtzinnige gereformeerden. Als representanten van een semi-staatskerk waren ze ook al niet enthousiast over het voorstel kerk en staat te scheiden, eveneens door Koerbagh bepleit.

Het harde vonnis voor Koerbagh verklaart Leeuwenburgh uit opportunisme. 'Met een vrijspraak of een relatief milde straf zouden ze zich de woede van de predikanten van de publieke gereformeerde kerk op de hals hebben gehaald.' De door Koerbagh en de zijnen zo vurig aanbevolen religieuze tolerantie was niet veilig bij de weifelaars onder de regenten, de 'waggelmussen', zoals ze werden genoemd.


 


Red.


Naar Allochtonen knuffelen  , Allochtonen lijst  , Allochtonen overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]