Filmbespreking: The Secret of my Success
The Secret of my Success is een komedie over een jongeman die van het
platteland, Kansas, naar de stad, New York, trekt om het daar te gaan maken.
Tegelijkertijd is het een satire op gewoontes in het bedrijfsleven, zonder dat
ooit echt expliciet te maken. Een aantal van de observaties uit de beroemde
bedrijfslevensatire Parkinson's Law en andere titels van C. Northcote
Parkinson komen voorbij.
De eerste observatie is de manier waarop onze held aan een baan komt. Na een
korte behandeling van het probleem "geen baan zonder ervaring en geen ervaring
zonder baan" gaat de held, die het eigenlijk liever op eigen kracht wil maken,
over op de over de hele wereld beproefde methode: het gebruik van relaties. In
dit geval is het een verre-neef relatie, gecombineerd met een overdosis aan
bluf. Dit bezorgt de held een baan in de postkamer.
In de postkamer maakt de held kennis met de mores in de lagere regionen
van het bedrijf: de rol van de chef is die van god, en als collegekid-is-gymnasiumstudent
wordt hij gewantrouwd door de chef. Verder is de sfeer tussen de collega's in
deze regionen die van solidariteit, en is de houding van de hogere regionen, de
suits-is-nette-pakken (of jasje-dasje) naar de lagere die van
negeren en minachting.
In zijn rol van postbezorger is onze held in de gelegenheid de interne post van
het bedrijf te lezen. Hij merkt al snel op dat de interne procedures een
puinhoop zijn, met managers die niet van elkaars werk op de hoogte zijn, en
daardoor tegen elkaar in werken, soms zelfs bewust. Verder blijkt er ook
een grote hoeveelheid incompetentie te zijn.
Naar aanleiding van de informatie die hij op deze manier krijgt, gaat onze held
in zijn vrije tijd studeren op de werking van het bedrijf en haar
financieel-economische positie. Terwijl dit allemaal aan de gang is wordt de
kijker op de hoogte gebracht van het functioneren van de bedrijfstop en de
toestand van het bedrijf. De bedrijfstop bestaat uit een blaffende directeur in
de rol van god, en een management team die zijn slaafjes zijn. De directeur
heeft dit team gevormd door het, als "god", op willekeurige gronden aannemen en
ontslaan van managers. De toestand van het bedrijf is niet erg gunstig
(het wordt in de film niet expliciet gezegd, maar het is duidelijk dat dit komt
door het slechte management), en door een daling van de aandelenkoersen
dreigt een vijandige overname door een bekende corporate raider, met,
zoals de leiding van het bedrijf expliciet vreest, een algeheel ontslag van de
hele top. De "briljante" oplossing van de leider van het bedrijf is sterke
bezuiniging op alle bedrijfsonderdelen en het afstoten van een slecht
functionerende divisie, ten einde de financiële positie te verbeteren. De
slaafjes in het managementteam volgen hem zonder tegenspreken.
Tegelijkertijd, gebruik makend van het feit dat niemand precies weet wie wat doet, en dat
beslissingen van hogerhand anoniem binnenkomen als oekazes zonder enige relatie
met de werkvloer, weet onze held door het vervalsen van een paar missives, in
zijn functie als postkamermedewerker, zich een positie als manager te
bemachtigen. ook raakt hij op die manier op de hoogte van de dreigende overname,
en ontwerpt een andere en betere oplossing: door verbetering van de
bedrijfsvoering zorgen voor een betere financiële opbrengst bij dezelfde
activiteiten, zodat de uitstraling van het bedrijf en de financiële positie snel
zodanig verbeteren dat de aandelen weer stijgen en het bedrijf te duur wordt
voor een vijandige overname.
In zijn rol van manager presenteert onze held zijn alternatieve plan, en er
ontbrandt een strijd met de directeur en zijn plan. In deze fase gaat de film
voornamelijk over persoonlijke ontwikkelingen, die het gevolg zijn van de
relaties die onze held inmiddels heeft met de vrouw van de directeur, een
haaibaai, en een aantrekkelijke vrouwelijke collega manager. De directeursvrouw
introduceert onze held op een feestje bij een aantal belangrijke financiers, en
daar maakt hij indruk met zijn vlotte praatjes-die-ook-inhoud-hebben.
De apotheose van de film is de vergadering, het boardroom conflict,
waarin de strijd over de verschillende plannen en de eventuele overname wordt
beslist. Onze held heeft zijn op het feestje opgedane contacten gebruikt om zijn
plan te financieren, de directeursvrouw blijkt de erfgenaam van de vorige
eigenaar van het bedrijf en de directeur blijkt slechts aan zijn baan te zijn
gekomen via zijn vrouw, en zijn vrouw heeft nu weer een aandelenmeerderheid
waarmee zij hem eruit stemt, en onze held wint.
Een evaluatie. In het tijdsbestek van een kleine twee uur worden bijna alle
bekende "eigenaardigheden" van het bedrijfsleven behandeld, en dat zonder het er
echt over te hebben. Dat laatste is waarschijnlijk een voorwaarde voor het
eerste - zou men het als beschrijving van de werkelijkheid willen
presenteren, zou de weerstand vooraf te groot zijn om ooit tot realisering te
kunnen komen. Want die "eigenaardigheden" zijn in objectieve termen ook te
omschrijven als fouten. Als een overheidsinstelling op zo'n manier zou
functioneren, zou er allang een uitgebreide campagne zijn gevoerd om die
instelling te privatiseren. Niettemin slaan een groot aantal van de beschreven
verschijnselen in een mate van aanzienlijk tot hoog op alle bedrijven in
de kapitalistische economie.
De vrijwel universele geldigheid van de beschreven verschijnselen hebben een
vrijwel universele algemene oorzaak: bedrijven zijn, ruwweg, geen democratieën
maar dictaturen. Het kenmerk van een dictatuur is willekeur en machtsmisbruik,
en de meeste van de boven beschreven verschijnselen worden mogelijk door
willekeurige machtsuitoefening. De directeur deugt niet, omdat hij op
willekeurige wijze, via zijn vrouw, aan zijn baan is gekomen. het managementteam
deugt niet, omdat ze op willekeurige wijze, via de directeur, aan hun baan zijn
gekomen. De sfeer tussen de bedrijfslagen deugt niet, omdat hun machtsrelatie
niet berust op competentie, maar op willekeur.
Volgens het gezegde is het goed beschrijven van het probleem meer dan de helft
van de oplossing. Dit geval is zeker een bevestiging van die regel. De oplossing
is dat een bedrijf niet geleid wordt op van willekeurige of financiële macht,
maar op grond van competentie. Het feit dat financiële macht hier ook
buitengesloten wordt, betekent dat deze oplossing niet mogelijk is binnen het
kapitalistische systeem, binnen alle normale uitleg van de term kapitalistisch.
Deze conclusie verklaart ook meteen de constatering waarom het beschrijven van
de verschijnselen niet helpt. Want dat is dus al begonnen met Parkinson's law en
zijn opvolgers, en die boeken dateren van de begin jaren zestig; de beschreven
film dateert van 1987. In de jaren zeventig is Amerikaans onderzoek gedaan naar
manieren van het organiseren van werk, en daar kwam uit dat werken in kleine
teams met een eigen verantwoordelijkheid de beste resultaten gaf. Deze vorm van
werken is nooit echt ingevoerd, vanwege het feit dat het iets niet heeft,
namelijk een rol voor een manager of chef - het maakt een managementslaag
overbodig. Bij de hogere managers kweekt dit een gevoel van verlies aan
controle. Daarbij kan ook een psychologische factor een rol spelen: als deze
laag van management niet nodig is, wie zegt dat dat ook niet geldt voor hogere
lagen? Het is ook een direct verlies aan macht, want er zijn minder banen te
vergeven.
Het voortdurende voortbestaan van allerlei managementslagen is dus
hoogstwaarschijnlijk een ordinair proces van de wens naar willekeurige
machtsuitoefening. Het is uiteindelijk de hoogste laag, die bepaalt hoe de
onderste lagen worden ingevuld. En voor de de eigen laag zorgt de top, zie zegt
ook de film, dat ze exclusief en binnen eigen kringen blijft. De vrees dat de
top een gesloten elite zal worden
, is dit opzicht onjuist:
de top is altijd al een grotendeels gesloten elite geweest, maar het wordt na
een periode van kleine verbetering nu weer erger.
Naar Literatuur home
,
Algemeen overzicht
, of site home
.
|