Boekrecensie: Doodsstrijd in Appsala,
Harry Harrison
Jason, de held in dit verhaal, heeft samen met Mikah schipbreuk geleden op een planeet die
bewoond wordt door afstammelingen van een eerdere schipbreuk. De eerdere
schipbreukelingen hadden gezamenlijk kennelijk een redelijke hoeveelheid
technische kennis, die hen in staat heeft gesteld iets van een samenleving op te
bouwen, die nu verkeerd in het stadium van krakkemikkige stoommachines, en een
beetje elektriciteit en chemie.
Waarschijnlijk door de kleine omvang van de
aanvankelijke bevolking, en de hoge waarde die dat soort kennis had, is de
bevolking opgesplitst geraakt in clans die iedere hun eigen technische
specialiteit hebben, elkaar op leven en dood bestrijden, en hun technische
kennis als clangeheim angstvallig bewaken. Daardoor is die technische kennis
verworden tot een soort religie met alleen wat in orthodoxie vastgelegde
praktische regels, en een status van geestelijkheid hebbende "wetenschappers".
Het onderlinge maatschappelijke vertrouwen bevindt zich op het niveau van de volgende conversatie:
| |
Fasimba: 'Verspil geen slaven. Heb hem geruild met de d'zertanoj. Heb
pijlen. Wil je pijlen?'
Jason: 'Dit keer niet Fasimba, maar bedankt voor de inlichtingen.' Hij groef in
de zak en haalde een kreno tevoorschijn. 'Hier, wat te eten.'
Fasimba: 'Waar heb jij vergiftige kreno vandaan?' |
Jason en Mikah worstelen zich door verschillende deelculturen op deze wereld,
van laagste van een pure slavernij volgens het "het recht van de
sterkste"-principe waaruit bovenstaande conversatie stamt (met de opvallende
observatie dat slavenhouder en slaven eigenlijk dezelfde klasse vormen) naar wat hogere
waarin Jason het begrip "werknemer" introduceert - de slavenhouders vinden dat
een angstwekkend en revolutionair idee. Mikah blijkt daarbij iemand met hoge geestelijke
principes, terwijl Jason een zuivere pragmaticus is (volgens kwade tongen van
het machiavellistische soort), die een slavenopstand organiseert om zelf te
kunnen ontsnappen. Mikah verraadt de opstand omdat het een "Revolutie!" is, en
"Revolutie!" is Slecht.
Deze achtergrond blijkt een vruchtbare basis voor
veel luchtige observaties over allerlei maatschappelijke en filosofische kwesties,
waarvan de luchtigheid de diepgang ervan nauwelijks doet opmerken. In het
opzicht van de combinatie van principes en realisme laat het boek minstens 99
procent van alle filosofische en maatschappelijke schrijverij ver achter zich.
De andere Doodsstrijd boeken van Harrison hebben hetzelfde speelveld, maar
Appsala is het verhaaltechnisch de meest geslaagde.
Zie ook de citaten hier
.
Naar Literatuur home
,
Algemeen overzicht
, of site home
.
|