De grote SF-citatenlijst
Ethica en
principes
‘Wat jij zo groots – met hoofdletters en trompetgeschal – ‘Wetten der Ethica’
noemt, zijn helemaal geen wetten, maar gewoon kleine hompjes
stam-ethos, waarnemingen van een bende inheemse woestijnschaapherders om de orde
in het huis – of de tent - te bewaren. Deze regels kunnen niet algemeen worden
toegepast; zelfs jij moet dat inzien. Denk eens aan de verschillende planeten
waar je bent geweest, en aan het aantal vreemde en wonderbaarlijke manieren
waarop de mensen op elkaar reageren – en probeer dan eens tien gedragregels te
bedenken die in al deze gemeenschappen kunnen worden toegepast. Een onmogelijke
taak. Toch wil ik wedden dat jij tien regels hebt waarvan je wilt dat ik ze
eerbiedig, en als een daarvan verspild is aan een verbod om gesneden beelden te
aanbidden, kan ik me wel voorstellen hoe algemeen die andere negen zijn. Je
gedraagt je niet ethisch als je ze overal waar je komt probeert toe te passen –
je zoekt alleen maar een bijzonder overdreven manier om zelfmoord te plegen!’
‘Je beledigt me!’
‘Dat was de bedoeling. Als ik je niet op een andere manier kan bereiken, zal je
misschien door belediging uit je toestand van morele zelfingenomenheid. Hoe durf
je er ook maar aan te denken mij te laten veroordelen voor het feit dat ik geld
gestolen heb uit het casino van Cassylia, terwijl ik mij alleen maar aanpaste
aan hun eigen ethische regels! Zij hebben valse gokspelen, dus moet het hun
plaatselijke ethische wet zijn dat het normaal is om vals te spelen. Dus bedroog
ik ze, volgens hun eigen normen. Als ze ook een wet hebben uitgevaardigd dat
valsspelen verboden is, is de wet onethisch, niet het valsspelen. Als jij me
terugbrengt om me volgens die wet te laten veroordelen gedraag jij je niet
ethisch en ben ik het hulpeloze slachtoffer van een slechte man.’
Harry Harrison, Doodsstrijd in Appsala, p.21-22.
‘Wordt nooit zoals hij,’ waarschuwde hij Ijale terwijl hij met zijn lepel over
zijn rug wees.
‘Niet dat daar veel kans op is aangezien jij uit een gemeenschap komt die stevig
met beide benen op de grond stond, of in het graf om het precies te zeggen. Jouw
mensen zien alleen konkrete feiten en dan nog alleen de meest voor de hand
liggende en zelfs een eenvoudig begrip als vertrouwen' schijnt jullie verstand
te boven te gaan. Terwijl deze sjaggerijnige klown alleen maar in abstracties
van abstracties kan denken en hoe onwerkelijker ze zijn hoe beter het is. Ik wil
wedden dat hij zich zelfs druk maakt over de vraag hoeveel engelen er op de punt
van een naald kunnen dansen.’
‘Ik maak me er niet druk om,’ onderbrak Mikah hem, die de opmerking had gehoord.
‘Maar ik denk er af en toe over na. Het is een probleem dat niet lichtvaardig
kan worden afgedaan.’
Harry Harrison, Doodsstrijd in Appsala, (pag. 98).
Vrijheid en principes
‘Slechts van een ding ben ik zeker’, zei Jason.
‘Het zijn slaven. Ik weet niet
waarom ze hier zijn, wat ze doen of waar ze heen gaan, maar hun toestand is
volkomen duidelijk - de onze trouwens ook. De Ouwe Snoodaard daar op de heuvel
is de baas. De rest zijn slaven’.
‘Slaven!’ riep Mikah ontsteld uit toen het woord tot hem doordrong.
‘Dat is
verschrikkelijk. De slaven moeten worden bevrijd’.
‘Geen beleringen alsjeblieft, en probeer reëel te zijn - ook al doet het pijn.
Er zijn hier maar twee slaven die moeten worden bevrijd, jij en ik. Deze mensen
schijnen zich aardig aan de status quo te hebben aangepast, en ik zie geen reden
dat te veranderen. Ik begin niet aan een bevrijdingsactie voor ik duidelijk kan
zien hoe ik uit deze troep moet raken en waarschijnlijk zelfs dan nog niet. Deze
planeet draait al een lange tijd zonder mij en zal waarschijnlijk wel blijven
draaien als ik eenmaal weg ben.’
Harry Harrison, Doodsstrijd in Appsala, pag. 33
Individualisme
‘Je bent stom. Als jij Ch'aka hebt vermoord, ben jij Ch'aka. Dan kan je doen wat
je wil.’ Natuurlijk. Nu het hem was verteld was de maatschappelijke structuur
overduidelijk. Omdat hij slaven en slavendrijvers had gezien had Jason de
verkeerde mening opgevat dat het verschillende maatschappelijke klassen waren,
terwijl er in werkelijkheid maar een klasse was, die je de ik-of-jij klasse zou
kunnen noemen. Hij had dit moeten begrijpen toen hij zag dat Ch'aka absoluut
nooit iemand dichterbij liet komen dan op armlengte en dat hij iedere nacht naar
een of andere geheime plek verdween. Dit was een overdreven vrije onderneming
die tot het uiterste was doorgevoerd, waar iedere man alleen stond, iedere
andere man tegen hem was en waar je positie werd bepaald door de kracht van je
arm en de snelheid van je reflexen. Iedereen die alleen bleef, plaatste zich
buiten deze gemeenschap, was daarom een vijand van die gemeenschap en kon er
zeker van zijn op het eerste gezicht te worden gedood. Dit alles betekende dat
hij Ch'aka wel moest vermoorden als hij verder wilde komen. Hij had er nog
steeds geen zin in, maar het moest toch gebeuren.
Harry Harrison, Doodsstrijd in Appsala, p.49.
‘Ga zitten - ik wil alleen maat met je praten. En ik heet Jason geen Ch'aka!’
‘Ja Ch'aka’, zei ze met een vlugge blik op zijn blote gezicht. Toen draaide ze
zich weer om. Hij gromde en duwde de mand met krenoj naar haar toe.
‘Ik zie dat het niet makkelijk zal zijn deze maatschappij te veranderen. Vertel
me eens, verlang jij of een van de anderen er nooit naar om vrij te zijn?’
‘Wat is vrij?’
‘Tja - ik neem aan dat dat mijn vraag wel beantwoordt. Vrij is wat je bent als
je geen slaaf bent, maar ook geen slavenhouder, vrij om te gaan waar je wilt en
te doen wat je wilt.’
‘Dat zou ik niet willen.’ Ze huiverde.
‘Wie zou ervoor me zorgen? Hoe zou ik krenoj kunnen vinden. Alleen met een
heleboel mensen samen kan je krenoj vinden - één alleen zou verhongeren.’
‘Als je vrij bent kan je samengaan met andere vrije mensen en samen naar krenoj
zoeken.’
‘Dat is stom. Wie er een vond zou hem zelf opeten en niet delen tenzij hij door
zijn meester werd gedwongen. Ik eet graag.’
Harry Harrison, Doodsstrijd in Appsala, pag. 53-54.
Macht en gezag
[Edipon] ... deed de deur open en riep de bewakers en zijn zoon Narsisi. Die
laatste stapte net binnen toen ze Jason losmaakten. ...'Pak deze kettingmijn
zoon en hou je knuppel klaar om deze slaaf te doden als hij probeert te
ontsnappen. Doe hem verder geen kwaad, want hij is zeer kostbaar. Kom.' Narsisi trok aan de ketting, maar Jason plantte zijn voeten stevig op de
grond
en bewoog zich niet. Ze keken hem verbaasd aan.
'Nog een paar kleinigheden voor we weggaan. De man die de nieuwe dag over Putl'ko moet brengen is geen slaaf.
Laten we dat even rechtzetten voor deze
operatie verdergaat. We zullen iets versieren met wachters of kettingen zodat
ik niet kan ontsnappen, maar slavernij is er niet bij.
'Maar - je bent niet een van ons, dus je moet een slaaf zijn.'
'Ik heb zojuist een
derde soort aan jullie maatschappelijke stelsel toegevoegd: de werknemer. Hoewel tegen mijn wil, ben
ik toch een werknemer,
geschoold, en ik ben van plan me als zodanig te laten behandelen. Reken zelf maar uit. Wat
verlies je als je een slaaf
doodt? Erg weinig als je een andere slaaf in het hok hebt die in zijn plaats kan duwen.
Maar wat krijg je
als je mij doodt? Hersencellen aan je knuppel - en daar heb je hier niets aan.'
'Bedoeld hij dat ik hem niet kan doden?'
vroeg Narsisi die tegelijk verbaasd en slaperig keek naar zijn vader.
'Nee, dat bedoelt hij niet,' zei Edipon. 'Hij bedoelt dat er, als we hem doden, niemand anders is die het werk kan
doen wat hij voor ons
gaat doen. Maar het staat me niet aan. Er zijn alleen maar slaven en slavenhouders; iets anders
is tegen de natuurlijke
orde. Maar hij heeft ons klem
gezet tussen satano en de zandstorm en we moeten hem dus een zekere vrijheid geven. Neem de slaaf
- ik bedoel de werknemer - nou mee en dan zullen we eens zien of hij de dingen kan doen die hij heeft
beloofd. Als hij dat niet kan, zal ik het plezier hebben om hem te doden,
want zijn revolutionaire ideeën staan me
helemaal niet aan. '
Harry Harrison, Doodsstrijd in Appsala, (pag. 75-76).
History proves that a war decided on military superiority only lays the
groundwork for future wars of retaliation and revenge.
Asimov, History, uit: The Early Asimov, vol.2.
Naar site home
.
|