De Volkskrant, 03-11-2012, door Malou van Hintum .2010

Mijn brein heeft het gedaan

Onderzoekers kunnen steeds beter in de machinekamer van ons gedrag kijken, ook als dat gedrag ontspoord is. Prachtig, maar wat kan de rechtbank ermee?


Tussentitel: Als neurowetenschap echt zo eenvoudig was, dan kon je het thuis ook wel zelf

Sietske H., de 27-jarige vrouw die haar baby's doodde en in koffers bij haar ouders op zolder bewaarde, kreeg forse strafvermindering. Ze gaat niet 12, maar 3 jaar de cel in. Daarna volgt tbs met dwangverpleging. Sietske heeft polymicrogyrie, bleek uit hersenscans, een aangeboren, zeldzame hersenafwijking. Daardoor is ze slecht in staat over haar gedrag na te denken, gedraagt ze zich impulsief en heeft ze een gering normbesef. Dat is geen noodlot, maar vergt wel behandeling en gedragstraining.

Sietske is niet de enige bij wie een afwijkend brein voor de rechter een reden is om de strafmaat aan te passen. In ons land is inmiddels al in zo'n tweehonderd strafzaken aan neurowetenschappelijke kennis gerefereerd, blijkt uit een inventarisatie door de Justitie-onderzoekers Katy de Kogel en Lizanne Westgeest.

'Resultaten van neurologisch en neuropsychologisch onderzoek worden bijvoorbeeld gebruikt om vast te stellen of een auto-ongeluk is gebeurd tijdens een epileptische aanval of een microslaap', zegt De Kogel. 'Van dat onderzoek maken hersenscans soms deel uit, naast gedragskundig onderzoek.'

Zo concludeerden rechters van de rechtbank Den Bosch in 2007 dat een man die zijn vrouw aanviel met een mes, door zijn frontale dementie niet goed in staat was geweest zich te bezinnen op zijn gedrag. De tijd die hij nodig had om het mes te pakken was daarvoor weliswaar voldoende, maar de ziekte - die onder meer hersengebieden aantast die een rol spelen bij impulsbeheersing - verhinderde dat. Hij werd niet veroordeeld voor moord, maar voor doodslag.

Pedoscans
Wordt ons brein een excuustruus? Moeten neurowetenschappers ijverig hersenscans aanreiken om advocaten te helpen: 'Met zo'n brein had u het ook gedaan'? Die indruk ontstaat al snel: maandag debatteren experts in Den Haag over mogelijkheden en onmogelijkheden van 'pedoscans' die waarnemen of iemand pedoseksuele neigingen heeft. Vrijdag promoveerde in Utrecht neurowetenschapper Sylco Hoppenbrouwers op hersenstudies van veertig extreem gewelddadige gevangenen: de helft bleek een verstoorde regulatie van emoties en impulsen te hebben.

De Verenigde Staten lopen in die trends voorop. Neem de 40-jarige Amerikaanse leraar die in 2000 opeens belangstelling kreeg voor kinderporno en zich probeerde te vergrijpen aan zijn stiefdochter. Gedragsdeskundigen stelden de diagnose pedofilie vast - vreemd, want pedofilie ontstaat doorgaans niet pas op latere leeftijd. De leraar wilde behandeld worden en dat gebeurde ook. Toch moest hij achter de tralies, omdat hij zijn medepatiŰnten en hulpverleners seksueel lastigviel.

Voordat het zover was, meldde hij zich met hevige hoofdpijn, evenwichtsstoornissen en su´cidale neigingen bij het ziekenhuis. Een MRI-scan onthulde een grote tumor die het rechterdeel van zijn prefrontale cortex wegdrukte. Nadat de tumor was verwijderd, verdween zijn pedofiele gedrag - om een jaar later weer te beginnen. Een nieuwe MRI-scan liet zien dat de tumor aan het teruggroeien was. Hij werd opnieuw verwijderd, en het pedofiele gedrag stopte onmiddellijk.

Volgens de neurologen Russell Swerdlov en Jeffrey Burns (University of Virginia) was de man de eerste bij wie is vastgesteld dat schade in een bepaald hersengebied pedofilie kan veroorzaken. Hij kon er dus niets aan doen. Toch?

'Deze meneer had lange tijd wel rationele controle over allerlei andere aspecten van zijn gedrag', zegt de Amerikaanse hoogleraar psychologie en recht Stephen Morse, directeur van het Center for Neuroscience & Society van de universiteit van Pennsylvania. 'Pas op het laatst, toen de tumor heel groot werd en hij personeel ging lastigvallen, was hij die rationele controle kwijtgeraakt.'

Morse was een van de sprekers op een besloten bijeenkomst die het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (het WODC) onlangs hield. Onder leiding van raadsheer Ybo Buruma discussieerde een internationaal gezelschap van neurowetenschappers over de vraag of en hoe het motto 'wij zijn ons brein' mag meespelen in de rechtspraktijk.

Een complexe kwestie. Want dat onderzoekers steeds beter in de machinekamer van ons gedrag kunnen kijken is mooi, maar wat je kun er in de rechtbank mee? Morse was er naar aanleiding van de 'tumorpedofiel' duidelijk over: zelfs als je de oorzaak ziet, hoeft dat nog geen excuus voor bepaald gedrag te zijn. Omdat we wel weten dßt, maar niet hˇÚ de verbinding tussen hersenen en geest werkt. 'Ons gedrag kent biologische, sociale en psychologische oorzaken. Het zijn mensen die dingen doen, niet hersengebiedjes; wie het brein verantwoordelijk stelt, lijdt aan een brain overclaim syndrome.'

Bewijsmateriaal
In de VS verdienen psychiaters en neurologen hun brood met 'forensic brain scanning'. Hun scans worden gebruikt als (ontlastend) bewijsmateriaal in strafzaken en letselschadezaken. En met reden: zo bleek afgelopen zomer uit een analyse in het vakblad Science dat Amerikaanse jury's structureel kortere straffen uitdelen als er neurologisch en ander verzachtend biologisch 'bewijs' is.

Maar kan dat wel? 'Een hersenplaatje dat hersenactiviteit uitdrukt, is 1 procent data en 99 procent statistiek', zegt neurowetenschapper Frank LeonÚ van het Donders Instituut voor hersenen en gedrag van de Radboud Universiteit Nijmegen. Een scan is geen 'foto' en ook niet vergelijkbaar met een vingerafdruk of dna, maar een grafisch weergegeven, ingewikkelde statistische berekening die berust op een aantal aannamen en onderlinge afspraken van experts. Bovendien is het ingekleurde hersenplaatje in de krant een gemiddelde van een relatief klein aantal (vaak tien of twintig) individuele scans.

Een scan krijgt pas betekenis in relatie tot de andere. Alleen als de grootte van een hersengebiedje of de hoeveelheid hersenactiviteit tijdens het uitvoeren van een taak significant afwijkt van het gemiddelde, is er 'bewijs' van abnormaliteit. Bewijs tussen aanhalingstekens: onderzoekers kunnen de meet- en berekeningsmethoden zo kiezen en de controlegroep op zo'n manier selecteren, dat het verschil tussen test- en controlepersonen zo groot mogelijk is.

Dan nog zegt de uitkomst weinig over wat er in het brein aan de hand is, stelt LeonÚ. 'Hersengebieden van verschillende mensen kunnen een verschillend activiteitsniveau laten zien, maar de oorzaken daarvoor kunnen ook verschillen. Gebieden functioneren namelijk niet los van elkaar, maar maken deel uit van een patroon van actieve hersengebieden die elkaar be´nvloeden en samen het gedrag bepalen. Daarnaast lijkt het erop dat elk breingebied meerdere functies heeft en, omgekeerd, functies meestal verspreid over het brein zitten. We kunnen dus niet met zekerheid zeggen wat specifieke breinactivatie betekent.'

Zoals filosoof en psycholoog Pim Haselager tijdens de WODC-bijeenkomst verzuchtte: 'Als neurowetenschap echt zo eenvoudig was, dan kon je het thuis zelf ook wel.'

Wel is er een nieuwe statistische berekening die recidive kan voorspellen, zegt neurowetenschapper Victor Lamme. De methode staat bekend als: multivariate classificatiealgoritmen. Lamme: 'Iemand met een brede heupmaat is lang niet altijd een vrouw. Iemand met een slanke taille ook niet. Maar als iemand brede heupen heeft Ún een slanke taille, is de kans wel vrij groot dat het een vrouw is.'

Optellen dus, in neurotermen: de activiteit in verschillende hersengebieden tegelijkertijd bekijken. 'Dat resulteert in een specifiek patroon voor bepaald gedrag dat zo krachtig is, dat je er wel op individueel niveau uitspraken over kunt doen', zegt Lamme. 'In een Duits onderzoek konden pedofielen op deze manier met 95 procent zekerheid worden onderscheiden van niet-pedofielen.'

Berekening
Raadsheer Ybo Buruma denkt dat neurowetenschappers wat dat betreft andere deskundigen kunnen aanvullen. 'Denk aan het effect van fysieke schade in het brein op iemands gedrag en de controle daarop, en aan de bijwerkingen van medicatie.' Rechters zullen zich voorlopig niet laten overtroeven door advocaten die met hersenscans zwaaien, verwacht hij.

'Misschien is de vrijheid van denken en handelen van mensen wel beperkter dan we denken. Nu wordt opzet niet bewezen verklaard op grond van wat er in iemands brein speelde, maar op grond van waarneembare feiten. Het past in het wettelijk systeem om wat meer begrip te hebben voor onbewust impulsief gedrag dat neurowetenschappelijk voorspelbaar was, dan voor misdaden die uit berekening zijn gepleegd.'



IRP:  Als neurowetenschap echt zo eenvoudig was, dan kon je het thuis ook wel zelf
Reactie: Als neuropraktijk echt zo ingewikkeld was, dan kon je het thuis ook niet (en geestelijk gestoord zijn)
 


Naar   , lijst , overzicht   , of site home . (volledig artikel hier uitleg of detail )

uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]