De Volkskrant, 04-10-2014, rubriek Ombudsvrouw, door Annieke Kranenberg 2008

Zaait de krant bewust angst?

Tussentitel: De angst moest vanuit een persoonlijke visie worden geduid

Het voorpaginaverhaal 'Onbevangenheid staat onder druk' (vrijdag 26 september) begint nog aardig relativerend. 'De meesten van ons zullen zelfs niet bang zijn als de Nederlandse jihadist Sháám vanuit Aleppo Nederland in vrij coherente bewoordingen 'een stevige daad' in het vooruitzicht stelt als reactie op de gretigheid waarmee de regering in Den Haag zich bij de anti-IS-coalitie heeft gevoegd. Bang zijn we pas als we de deur op het nachtslot doen terwijl we dat vroeger niet deden.'
    Maar aan het einde van het stuk lijkt de kalmte verdwenen en slaat de auteur een alarmistische toon aan: 'De extremist die het op ons gemunt heeft woont dan misschien niet naast ons, hij kan wel een straat verderop wonen. En als een home made terrorist hier handelt in de geest van Sháám, zal de angst opvlammen.'
    Lezers reageerden geshockeerd op deze 'bangmakerij en speculatie. Verwijten als 'populistisch' en 'angst zaaien' waren niet van de lucht. Sommigen wezen erop dat de auteur polariseert door te spreken over 'wij' en 'ons', tegenover 'zij' moslims. 'De suggestieve taal over hoe 'wij' ons voelen, schiet me al evenzeer in het verkeerde keelgat', mailde een lezer. De Volkskrantcolumnist die de volgende dag afrekende met de auteur én de krant werd op Twitter jubelend onthaald.
    'Angst verkoopt kranten en verhoogt kijkcijfers, misschien nog wel meer dan seks, het koninklijk huis of Louis van Gaal', stelde hij. De columnist werpt daarmee een interessante vraag op. Wilde de redactie met dit verhaal de lezers vrees aanjagen? Waarom wordt zo'n impressionistisch verhaal -gespeend van enig zichtbaar onderzoek -anders op de belangrijkste plek in de krant geplaatst?
    Die dag waren er verschillende aan terrorisme gerelateerde artikelen in de maak, waaronder een analyse over de oproep tot waakzaamheid en het weren van militaire uniformen in de openbaarheid. Zijn die overheidsmaatregelen wel verstandig? Wakkeren die niet eerder angst aan? Dat leek mij het relevantste onderwerp van die dag. In verkorte vorm had dat stuk prima op de voorpagina gekund, maar tijdens het middagoverleg ontstond een idee voor een nieuw artikel speciaal voor de voorpagina geschreven.
    De hoofdredacteur en de chef uit (verantwoordelijk voor het exterieur van de krant) wilden het gevoel dat de strijd tegen IS nu ook onze oorlog begint te worden en de angst die de samenleving binnensijpelt, vangen in een verhaal. Er moest een stuk komen waarin de werking van angst werd geanalyseerd, maar dat ook elementen uit de andere verhalen zou bevatten.
    Dat laatste lijkt in de overdracht verloren te zijn gegaan. De auteur, die vaker sociaal-maatschappelijke kenteringen beschrijft, kreeg van zijn chef het uitdrukkelijke verzoek een stuk met een persoonlijke visie te schrijven. De feiten konden een ondergeschikte rol spelen, want die stonden al in de andere verhalen. Het moest wel rap, het was al vier uur 's middags.
    Nu zijn verhalen die aan het brein van een ander zijn ontsproten sowieso niet de makkelijkste om te maken. Zeker niet wanneer een lastig meetbare gemoedstoestand als angst moet worden veralgemeniseerd vanuit een individuele impressie. In dit geval werd de verslaggever mijns inziens voor een schier onmogelijke taak gesteld. Een journalist die geen feiten tot zijn beschikking heeft, is als een patissier die een chocoladetaart moet bakken zonder chocolade. En dan heb ik het niet eens over het krappe tijdsbestek.
    In een eerste versie legde de auteur de nadruk op de vluchtige toestand van angst. Na 11/9 en de moord op Van Gogh hebben 'we niet permanent in angst geleefd. 'Maar wel in het besef dat er iets ten kwade is veranderd.' Dat deel moest eruit, want de angst hing immers wel in de lucht. Ook moest er nu toch een alinea met feiten (overheidsmaatregelen en waarschuwingen) in.
    'Er gingen zich allerlei mensen mee bemoeien, het was mijn stuk niet meer', zegt de verslaggever. 'Achteraf had ik moeten zeggen: haal mijn naam maar weg.'
    Daarna ging het organisatorisch ook mis. Idealiter worden voorpaginastukken nagelezen door leidinggevenden die niet bij de totstandkoming betrokken waren. Zij kunnen zo'n stuk met frisse ogen lezen en zo goed mogelijk benaderen hoe een lezer het artikel de volgende dag zal ervaren. Dat controlemechanisme werd dit keer niet nageleefd.
    De hoofdredacteur was niet alleen geestesvader van het verhaal, maar had het ook verdedigd tegenover chefs die het idee slecht onderbouwd vonden. Hij las het stuk en zag daarin zijn eigen bedoelingen weerspiegeld. Het angstzaaien en polariseren dat lezers erin ontwaarden, ontging hem (en ook de chef uit). In het slotakkoord las hij juist een waarschuwing voor de onwenselijke gevolgen van angst: straks ga je je buurman nog wantrouwen.
    Inmiddels is niemand nog gelukkig met het verhaal en steekt iedereen de hand in eigen boezem. Columnisten die de auteur ervanlangs geven, zouden hun pijlen ook op de leidinggevenden moeten richten, vindt de chef verslaggeverij. 'We hebben natuurlijk nooit een bijdrage willen leveren aan angst', zegt de hoofdredacteur. 'Maar intenties doen er niet toe, je wordt afgerekend op de indruk.'
    Net als dat de overheid heel secuur moet omspringen met angstmanagement, hebben ook media een eigen verantwoordelijkheid. Zij moeten eveneens beducht voor zijn voor self-
fulfilling prophecy en ervoor waken dat zij zelf aanjager worden van angstgevoelens. Als De Telegraaf op de voorpagina op gezag van slechts één ex-inlichtingenman kopt 'Stations doelwit jihadi's', en 'Nederlandse burgers lopen groot gevaar', lijkt me dat een klassiek staaltje bangmakerij. Veel subtieler was de voorpagina van NRC Weekend vorige week zaterdag: 'De angst voor terreur is terug.' Het woordje 'angst' was vetgedrukt.
    Dat angst kranten verkoopt, lijkt me in zijn algemeenheid waar. Maar dat redacties daarom moedwillig angstzaaiende teksten plaatsen, zou ik niet willen beweren. Ik verdenk de Volkskrant er in elk geval niet van, maar de redactie maakt zich wel extra kwetsbaar voor het verwijt nu geďsoleerde stukken makkelijker digitaal kunnen worden verspreid via Blendle - en sinds afgelopen week ook via de vernieuwde site van de Volkskrant.
    De papierenkrantlezer ergerde zich misschien ook wel aan de voorpagina, maar werd verderop gerustgesteld met gefundeerde artikelen over hetzelfde thema. De lezer die het stuk online leest, mist dat umfeld. Elk stukje wordt op zijn eigen merites beoordeeld. Dan houdt een impressionistisch verhaal zonder feitencomplex sowieso geen stand. De Ombudsvrouw behandelt vragen,klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele pagina's en journalistieke aanpak.


Naar  Amerika, leugens  , Amerika lijst  , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]