New Scientist NL, 06-2013, door Sally Adee .2010

Waarom niet iedereen even slim is

Zelfs hele slimme mensen doen domme dingen. Waarom komt onnozelheid nog steeds voor, ondanks ons superieure brein?


Tussentitels: Toen mensen begonnen samen te werken konden trage denkers meeliften op het succes van slimmere soortgenoten
We zijn geneigd de eerste oplossing voor een probleem te accepteren, ook als die overduidelijk niet de beste is
'Hoe intelligenter mensen zijn, des te rampzaliger zijn de gevolgen van hun domheid'


'De aarde kent grenzen, maar de menselijke domheid is grenzeloos', verzuchtte de Franse schrijver Gustave Flaubert (1821-1880). Flaubert zag overal domheid, van het geroddel door de middenklasse tot aan lezingen die werden gegeven door academici. Al snel werd domheid een obsessie voor hem. Zijn laatste levensjaren besteedde hij dan ook aan het verzamelen van duizenden voorbeelden voor een soort van encyclopedie van de domheid, al stierf hij voordat zijn magnum opus afwas.
    Ook tegenwoordig zien we om ons heen regelmatig voorbeelden van domheid die in het nooit verschenen boek van Flaubert niet hadden mistaan. Mensen die hun haar fŲhnen terwijl ze in bad zitten, of met een vork een stukje toast uit de broodrooster proberen te peuren, domheid is overal.
    Toch is het opmerkelijk dat domheid Łberhaupt bestaat. Slim zijn heeft overduidelijke voordelen, maar toch zijn niet alle mensen even intelligent. Dat roept vragen op. Zijn er soms verborgen nadelen aan slimheid, waardoor tragere denkers de bovenhand krijgen? En waarom vallen zelfs de slimste mensen ten prooi aan domheid?
    Het blijkt dat onze gangbare metingen van intelligentie - vooral het IQ - weinig te maken hebben met het irrationele en onlogische gedrag dat Flaubert zo woedend maakte. Je kunt namelijk tegelijkertijd zowel heel intelligent als erg dom zijn. De vraag is welke factoren ervoor zorgen dat slimme mensen slechte beslissingen nemen. Inzicht hierin kan mogelijk een nieuw licht werpen op veel rampen die onze samenleving teisteren, inclusief de huidige economische crisis. Het idee dat intelligentie en domheid twee uitersten zijn van ťťn spectrum is verbazingwekkend nieuw. Erasmus, Nederlands beroemdste theoloog uit de Renaissance, zette 'Zotheid' nog neer als een op zichzelf staand begrip. Pas halverwege de 18e eeuw raakte domheid verweven met middelmatige intelligentie, zegt 'domgeer' Matthijs van Boxsel, een geschiedkundige die veel boeken over domheid heeft geschreven. 'In die periode kwam de bourgeoisie aan de macht, en de rede werd de nieuwe norm tijdens de Verlichting', zegt hij. 'Dat maakte iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen lot'.
    De huidige onderzoeken naar geestelijke vermogens van de mens gaan meestal uit van IQ-testen, die verstand uitdrukken in een getal. 'Die IQ-scores vormen misschien wel de duidelijkste maat voor abstract denken', zegt psycholoog Richard Nisbett, van de University of Michigan. 'Als je een IQ hebt van 120 is rekenen gemakkelijk. Als het 100 is, kun je het leren, maar moet je gemotiveerd zijn. Als het 70 is, heb je geen kans.' Het IQ lijkt daarmee een voorspeller voor succes te zijn.
    Waar je precies op de IQ-schaal belandt, hangt af van veel factoren. Mogelijk hangt een derde van de variatie in onze intelligentie samen met omgevingsfactoren zoals voeding en onderwijs. Genen dragen bovendien voor meer dan 40 procent bij aan de intelligentieverschillen tussen mensen.
    Deze verschillen zien we terug in onze hersenen. In 'slimme' hersenen vormen de verbindingen tussen zenuwcellen een efficiŽnter netwerk. Het gevolg kan zijn dat iemand zijn korte-termijn-werkgeheugen beter kan koppelen aan allerlei ideeŽn. Daardoor verzint hij sneller strategieŽn om problemen op te lossen, meent Jennie Ferrell, een psycholoog aan de Universtity of the West of England. 'Die zenuwverbindingen vormen de biologische basis voor het maken van efficiŽnte geestelijke koppelingen', zegt Ferrell.
    Dat roept de vraag op waarom niet iedereen die voordelige hersenbedrading bezit. Sommige onderzoekers vragen zich af of er misschien een evolutionair prijskaartje hangt aan superieure hersenkracht, al is daarvoor nauwelijks bewijs. Sommigen van hen menen dat bij intelligentere mensen vaker depressies voorkomen, met meer zelfmoorden tot gevolg, maar geen enkel onderzoek ondersteunt dat idee. Een van de weinige onderzoeken waaruit nadelige gevolgen van intelligentie naar boven kwam, toonde aan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog soldaten met een hoger IQ een grotere kans hadden om te sneuvelen. Het effect was echter minimaal en andere factoren hebben de gegevens mogelijk scheefgetrokken.

Woestenij
De variatie in menselijke intelligentie kan ook voortkomen uit een proces dat genetische drift heet. Gerald Crabtree van de Stanford University is een van de belangrijkste voorstanders van dit idee. Hij wijst erop dat onze intelligentie afhangt van rond de 2000 tot 5000 genen die continu muteren. In het verre verleden zouden mensen bij wie mutaties tot een lagere intelligentie leidden, niet lang genoeg in leven zijn gebleven om hun genen door te geven aan de volgende generatie. 'Domheid' die door genetische mutaties ontstond, verdween dan dus vanzelf weer uit de populatie.
    Volgens Crabtree veranderde die situatie toen mensen meer gingen samenwerken. De tragere denkers konden vanaf dat moment meeliften op het succes van hun slimmere medemens. Sterker nog, meent Crabtree, als we iemand konden wegplukken uit duizend voor Christus en in de moderne maatschappij konden plaatsen, dan zou die behoren tot 'de slimste en meest intellectueel actieve van al onze metgezellen', stelde hij afgelopen januari in het vakblad Trends in Genetics. Die theorie staat bekend als de Idiocracy-hypothese, naar de gelijknamige komische film uit 2006. De film toont een toekomst waarin het sociale vangnet heeft geleid tot een intellectuele woestenij. Hoewel de theorie enkele aanhangers heeft, is het bewijs omstreden. We kunnen immers niet zomaar de intelligentie van onze verre voorouders inschatten, en het gemiddelde IQ is in het recente verleden juist gestegen. Op zijn minst 'ontzenuwt dat de angst dat minder intelligente mensen meer kinderen hebben en de wereldwijde intelligentie daardoor zal dalen', zegt psycholoog Alan Baddeley van de University of York.
    Op basis van recente ontwikkelingen speculeren veel onderzoekers dat het menselijk denkvermogen veel meer kanten heeft dan alleen IQ-metingen. Critici wijzen er al langer op dat IQ-scores gemakkelijk verstoord raken door factoren als dyslexie, onderwijs en cultuur. 'Ik zou waarschijnlijk genadeloos zakken voor een IQ-test die is ontwikkeld door een 18e-eeuwse Sioux-indiaan', zegt Nisbett. Bovendien kunnen mensen met lage IQ-scores van rond de 80 nog steeds meerdere talen spreken of meewerken aan ingewikkelde financiŽle fraudezaken. En andersom is een hoog IQ geen garantie dat iemand rationeel handelt.
    Tegenwoordig praten wetenschappers dan ook niet over domheid als zodanig.
'Het woord is onwetenschappelijk', zegt Baddeley. Niettemin heeft de wetenschap wel degelijk aandacht voor het feit dat flinke haperingen in logica zelfs de meest verlichte geesten kunnen teisteren. 'Intelligente mensen kunnen nu eenmaal dom zijn', zegt Dylan Evans, een Britse psycholoog en schrijver die emotie en intelligentie bestudeert.
    Wat kan deze schijnbare tegenstelling verklaren? Eťn theorie komt van de bekende cognitiewetenschapper Daniel Kahneman van de Princeton University, die een Nobelprijs won voor zijn onderzoek naar menselijk gedrag. Kahneman toonde aan dat mensen van nature niet rationeel zijn, terwijl economen daar lange tijd wel van uitgingen. Wanneer we informatie verwerken, ontdekte Kahneman, kan ons brein twee verschillende systemen aanspreken. IQ-tests meten alleen het systeem dat we gebruiken om bewust problemen op te lossen. Maar in  ons dagelijks leven varen we op het tweede systeem, onze intuÔtie.
    Die intuÔtie gaf ons van oudsher een evolutionair voordeel. Het zorgde voor cognitieve sluipwegen, die het mogelijk maakten een overmaat aan informatie te verwerken. Zo hebben we de neiging te denken in stereotypes en geloven we argumenten die in onze denkbeelden passen eerder dan argumenten die deze tegenspreken. Ook hebben we een afkeer van vraagstukken die meerdere oplossingen kennen, waardoor we geneigd zijn de eerste oplossing voor een probleem te accepteren, zelfs als het overduidelijk niet de beste is.
    Die neigingen komen in bepaalde situaties zeker van pas, maar beperken in de dagelijke praktijk ons beoordelingsvermogen ongeveer net zo vaak, zeker wanneer we er blindelings op varen. Domheid is dan ook niets meer dan het onvermogen om onze ingebakken neigingen te herkennen en te weerstaan. 'Het brein heeft geen schakel waarmee het bijvoorbeeld wel restaurants stereotypeert, maar mensen niet', zegt Ferrell. 'Je moet dat trainen.'
    Om een goed begrip van domheid te krijgen, moet je dan ook niet het IQ testen, maar de ontvankelijkheid voor vooroordelen. Cognitie-wetenschapper Keith Stanovich van de University of Toronto werkt daarom aan het zogeheten rationaliteitquotiŽnt (RQ), een maatstaf voor ons vermogen vooroordelen te weerstaan.
    RQ meet volgens Stanovich ook onze risico-intelligentie, ofwel ons vermogen om de waarschijnlijkheid van allerlei gebeurtenissen juist in te schatten. We hebben de neiging om onze kansen op het winnen van de loterij te overschatten, zegt Evans, maar onderschatten de kans dat we ooit in een echtscheiding terechtkomen. Een lage risico-intelligentie zorgt er daardoor voor dat we slechte keuzes maken zonder dat we ons dat ooit beseffen.
    Maar wat bepaalt nu of je van nature een hoog rationaliteitsquotiŽnt hebt? Stanovich ontdekte dat het RQ niet afhangt van je genen of omgevingsfactoren uit je kindertijd. Het hangt vooral af van iets dat in vakkringen metacognitie wordt genoemd. Dat is het vermogen om in te schatten hoe goed je eigen kennis is.
    Mensen met een hoog RQ bedenken vaak het intuÔtieve antwoord op een vraag, maar nemen tegelijk ook het tegenovergestelde antwoord in overweging, voordat ze een beslissing nemen. Dat zorgt ervoor dat je je bewust bent van wat je weet en wat je niet weet, zegt Stanovich.
    Toch kunnen ook mensen met een hoog RQ soms dom gedrag vertonen. Een belangrijke factor bij het maken van fouten is emotionele afleiding. Emoties als verdriet en angst belasten je interne werkgeheugen, waardoor minder ruimte overblijft om de wereld om je heen goed te beoordelen. Daardoor val je sneller terug op ingebakken vooroordelen en cognitieve sluiproutes.
    Volgens Ferrell zorgt dat ervoor dat sommige denkfouten heel volhardend zijn. Een voorbeeld is het angstgevoel dat bij minderheidsgroeperingen kan heersen wanneer ze weten dat hun doen en laten een bestaand vooroordeel kan bevestigen.
    Dat omgevingsfactoren domheid kunnen aanwakkeren, blijkt vooral in het bedrijfsleven. Zelfs briljante werknemers houden hun logica in veel gevallen buiten de kantoordeuren, ontdekten Andrť Spicer van de Britse Cass Business School en Mats Alvesson van de de Lund University in Zweden. Geen van beiden was specifiek geÔnteresseerd in domheid toen ze hun ontdekking deden. Spicer en Alvesson deden in eerste instantie onderzoek naar hoe prestigieuze organisaties hun meest intelligente werknemers aansturen. Maar wat ze tot hun eigen verbazing in die organisaties aantroffen, zorgde ervoor dat hun oorsprokelijke onderzoeksvraag meteen de prullenbak in kon.
    Keer op keer zagen ze in bedrijven namelijk hetzelfde: het talent van intelligent personeel werd nauwelijks tot niet benut en in veel gevallen zelfs actief onderdrukt. Zo nemen bepaalde organisaties, waaronder investeringsbanken, PR-bureaus en adviesbureaus, doelbewust veel hoog gekwalificeerd, intelligent personeel aan. Daar bleken deze bedrijven vervolgens echter nauwelijks gebruik van te maken.
    'We waren verbijsterd door het feit dat precies die aspecten waarin deze mensen waren getraind onmiddellijk werden uitgeschakeld', zegt Spicer, die dat verschijnsel bestempelde tot 'functionele domheid'. Hun bevindingen sloten naadloos aan bij de ideeŽn van Kahneman. 'Op een gegeven moment ontdekten we interessante overeenkomsten met wat hij in het laboratorium had waargenomen', zegt Spicer.
    Zo bleken veel organisaties de risico-intelligentie van hun werknemers uit te schakelen. In veel gevallen was dat het gevolg van de onhandige manier waarop de werkzaamheden binnen bedrijven waren georganiseerd. 'Er was geen directe relatie tussen wat werknemers deden en het resultaat', zegt Spicer. Het gevolg was dat werknemers op geen enkele manier konden oordelen over de consequenties die hun beslissingen zouden kunnen hebben.
    En dat was niet het enige dat mis ging. Net als mensen, bleken ook organisaties een hekel te hebben aan vraagstukken met meer dan ťťn oplossing. Daardoor oefenen deze bedrijven druk op hun werknemers uit om ambiguiteit te voorkomen, waardoor de kwaliteit van oplossingen afnam. 'In complexe organisaties zijn ambigue vraagstukken schering en inslag, evenals het verlangen om ze koste wat kost te vermijden', zegt Spicer.
    De gevolgen kunnen rampzalig zijn. In een meta-analyse die Spicer en Alvesson in 2012 in het vakblad Journal of Management Studies publiceerden, ontdekten ze dat domheid in bedrijven een belangrijke bijdrage leverde aan de financiŽle crisis. 'Deze mensen waren ongelooflijk slim', zegt Spicer. 'Ze wisten allemaal dat er problemen waren met door hypotheken gedekte obligaties en gestructureerde beleggingsproducten' . Toch keek niemand naar deze problemen om. Werknemers konden zelfs strafmaatregelen tegemoet zien als ze hun zorgen uitten, misschien omdat ze daarmee de positie van hoger geplaatsten konden aantasten.

Rampzalig
De economische crisis bevestigt Van Boxsels waarneming dat domheid het gevaarlijkst is bij mensen met een hoog IQ, omdat die vaak een grotere verantwoordelijkheid dragen. 'Hoe intelligenter ze zijn, des te rampzaliger de gevolgen van hun domheid', zegt Van Boxsel
    Dat kan verklaren waarom, volgens Stanovich, de financiŽle sector al jaren luidkeels roept om een goede rationaliteitstest. Toch is zijn RQ-test nog niet in staat om expliciete scores geven, zoals de IQ-test dat wel kan. Daarvoor moet hij eerst een betrouwbare schaal ontwikkelen waarmee je verschillende groepen mensen kan vergelijken - en dat vereist veel vooronderzoek met een groot aantal proefpersonen. Niettemin heeft Stanovich ontdekt dat alleen al het afnemen van de test iemand bewuster maakt van zijn beslissingen en de verleidingen van zijn vooroordelen. Afgelopen januari is Stanovich dankzij drie jaar subsidie van de filantropische John Templeton Foundation begonnen met de verdere ontwikkeling van de test.
    Door beter te begrijpen waarom we ons dom gedragen, kunnen we dat gedrag in de toekomst hopelijk inperken. Misschien begrepen filosofen als Erasmus nog het best hoe domheid ons in zijn greep kan houden. Onder zijn afbeeldingen van Zotheid lees je daarom steevast de betekenisvolle toevoeging: 'Zotheid heerst in mij'.


Meer informatie

Risk Intelligence: How to Live with Uncertointy, Dylan Evans, Free Press, 2012. Nederlandse vertaling: RQ, Maven, 2012
Domheid voor beginners, Matthijs van Boxsel, Querido, 2009


IRP: 


Naar   , lijst , overzicht   , of site home . (volledig artikel hier uitleg of detail )

uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]