De Volkskrant, 26-03-2011, door Peter van Walsum .2008

Vrije wil valt niet te bewijzen of te weerleggen

Niemand wil eraan dat mensen geen vrij wil hebben. Maar wie eenmaal met de 'demon van Laplace' is geconfronteerd, blijft twijfelen aan die vrije wil.

Peter van Walsum | De auteur is oud-diplomaat. Hij stelt dat determinisme het uitgangspunt van wetenschap is. Dat principe bepaalt ook het menselijk lichaam en gedrag. Het kost echter miljarden jaren om dat in kaart te brengen. Tot die tijd hebben we een vrije wil.

De Franse mathematicus en astronoom Pierre-Simon Laplace heeft in 1814 geschreven dat wij ons de huidige staat van het heelal moeten voorstellen als het gevolg van zijn eerdere staat en de oorzaak van de staat die erop zal volgen. Een intellect dat op een gegeven moment alle krachten waarvan de natuur bezield is en de positie van elk der wezens die er deel van uitmaken zou kennen, en dat voorts immens genoeg was om al die gegevens aan analyse te onderwerpen, zou in één en dezelfde formule de bewegingen van de grootste hemellichamen en die van het lichtste atoom omvatten: niets zou voor dat intellect onzeker zijn, en de toekomst zou zich even duidelijk voor zijn ogen openen als het verleden.

Deze definitie van het wetenschappelijk determinisme heeft mij, toen ik er op de middelbare school voor het eerst van hoorde, onthutst. De alomvattende, ongebroken keten van oorzaak en gevolg die erin beschreven wordt vond ik logisch, pakkend en plausibel, maar de consequentie die pas in de laatste woorden wordt getrokken, kwam daardoor des te harder aan: de toekomst ligt blijkbaar even onwrikbaar vast als het verleden.

Dit was de demon van Laplace, die in één onschuldig klinkende formule het hele leven van zijn zin beroofde. De benaming 'demon' komt overigens niet van Laplace zelf: latere schrijvers hebben het hypothetische 'intellect' waar zijn formule om draait, deze bijnaam gegeven. Het woord zal zeker spottend bedoeld zijn geweest, maar voor mij was het een passende benaming omdat de demon van Laplace mij nooit meer heeft losgelaten.

Eenmaal van de schrik bekomen kwam ik geleidelijk tot de conclusie dat ik dit determinisme van Laplace tegelijk overtuigend en ondraaglijk vond. Overtuigend omdat alles, ook wat wij willen, een oorzaak heeft en zulke oorzaken niet zelf oorzaakloos kunnen zijn.

Ondraaglijk omdat een leven helemaal zonder vrije wil een leven zonder verantwoordelijkheid zou zijn, en ik niet zag hoe dat nog als menselijk leven kon worden betiteld. Daardoor ontkwam ik er niet aan om, tegen beter weten in, in het bestaan van de vrije wil te geloven.

Eerst zat het mij dwars dat ik daarmee - noodgedwongen - de wetenschappelijke weg had verlaten. Wetenschap schuif je niet zomaar terzijde. Als iemand in vrije wil kan geloven omdat hij de zinloosheid van een bestaan zonder vrije wil niet kan verdragen, kan men er evenmin van opkijken als mensen in de wederopstanding geloven omdat ze zich niet bij de finaliteit van de dood kunnen neerleggen. Dan staat de wetenschap weerloos tegenover ieder geloof. Dan is het hek van de dam.

Maar al gauw merkte ik dat de soep niet zo heet gegeten werd. Het was duidelijk dat iedereen besefte dat het immense intellect dat de toekomst kon zien - de demon - niet echt bestond, en voorzover Laplace na het midden van de vorige eeuw op onze gymnasia en hbs'en nog ter sprake kwam, werd zijn definitie steeds meer behandeld als een amusante historische curiositeit. Ik neem aan dat van de mensen die dit nu lezen alleen een kleine minderheid ooit van Laplace heeft gehoord

Hawking begint zijn behandeling van deze vraag tot mijn verrassing met een korte parafrase van de definitie van Laplace, die hij maar liefst 'de basis van alle moderne wetenschap' noemt. Het determinisme dat hierin beschreven wordt, moet volgens hem ook van toepassing zijn op mensen, maar velen die wel accepteren dat het wetenschappelijk determinisme over alle fysische processen regeert, maken een uitzondering voor menselijk gedrag omdat ze geloven dat wij een vrije wil hebben.

Om daar een mouw aan te passen hanteert Hawking de volgende redenering. Ook al wordt het menselijk gedrag door de natuurwetten bepaald, het valt niet te ontkennen dat hun toepassing op mensen zo ingewikkeld zou zijn en de verdiscontering van zoveel variabelen zou verlangen dat in de praktijk geen enkele uitkomst zou kunnen worden voorspeld. 'Daarvoor zou men op de hoogte moeten zijn van de begintoestand van elk van de duizend biljoen biljoen moleculen in het menselijk lichaam en ongeveer datzelfde aantal wiskundige vraagstukken moeten oplossen. Dat zou een paar miljard jaar in beslag nemen.'

Omdat het dus niet mogelijk is de onderliggende natuurkundige wetten te gebruiken om menselijk gedrag te voorspellen, zo vervolgt de redenering, aanvaarden we een zogenaamde 'effective theory'. Na dit begrip te hebben gedefinieerd als 'een kader, geschapen om vorm te geven aan bepaalde waargenomen verschijnselen zonder alle daaraan ten grondslag liggende processen in detail te beschrijven', vat Hawking de in dit geval door de wetenschap gebruikte effectieve theorie kortweg samen in de stelling 'that people have free will.'

Zonder die effectieve theorie zou de wetenschap dus 'een paar miljard' jaar nodig hebben om te bewijzen dat de vrije wil een illusie is. Dat is een geruststellende gedachte, want het is sowieso de vraag of de wereld nog zo lang bewoonbaar zal blijven.

We kunnen er dus veilig van uitgaan dat het bestaan van de vrije wil niet zal worden weerlegd zolang wij zelf bestaan. We hoeven niet tegen beter weten in te geloven dat de vrije wil bestaat; de wetenschappelijke weg wordt niet verlaten.

Toch is deze oplossing nog niet helemaal bevredigend. Beide stellingen - 'de vrije wil bestaat' en 'de vrije wil is een illusie' - mogen dan beide een soort wetenschappelijke status genieten, ze blijven natuurlijk onverenigbaar.

De strijd tussen de twee stellingen is dus niet beslecht, maar heeft plaats gemaakt voor een precaire wapenstilstand tussen twee kampen met credo's die elkaar uitsluiten. In zo'n situatie zullen pogingen om toch het eigen gelijk te bewijzen niet kunnen uitblijven.

In de vorige eeuw werd wel beweerd dat het onzekerheidsbeginsel van Heisenberg aantoonde dat er ruimte was voor de vrije wil en - een hele stap verder - dat die dus ook bestond. In onze tijd zijn het de neurowetenschappelijke experimenten die aantonen dat onze beslissingen vaak al in het onderbewustzijn worden genomen en - ook een grote stap verder - de vrije wil dus een illusie is. Dit zijn niet meer dan schermutselingen, die de wapenstilstand niet werkelijk bedreigen.

Het is dezer dagen in de mode om aan de vrije wil te twijfelen, maar die twijfel deinst altijd terug voor de uiterste consequentie: zelf heb ik nog nooit iemand ontmoet die met Laplace van mening is dat de toekomst net zo vastligt als het verleden, tot en met 'de bewegingen van het lichtste atoom.'

Wie gelooft dat de vrije wil bestaat doet er dus beter aan niet zijn tijd te verdoen met pogingen dat ook wetenschappelijk te bewijzen. Als hij beslist iets wil doen zou hij van de daken kunnen schreeuwen dat de stelling dat er helemaal geen vrije wil bestaat natuurlijk te gek voor woorden is.

Dat lucht op, maar is nog ver verwijderd van een wetenschappelijk bewijs. In de zestiende eeuw vonden de meeste mensen het ook te gek voor woorden dat iemand oprecht kon menen dat de aarde om de zon draaide en niet omgekeerd.

 

IRP:   Determinisme bestaat er min of meer binnen het eigen niveau van werking. Maar er zijn verschillende niveau met daartussen faseovergangen die vrijheid veranderen: verminderen maar ook toevoegen.
 


Naar   , lijst , overzicht   , of site home . (volledig artikel hier uitleg of detail )

uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]