De Volkskrant, 25-09-2010, door Mark Mieras .2010

Geniale kunstenaars met een milde vorm van gekte

Van Gogh en Munch hadden de kenmerken van een schizotypisch brein. Hoe werkt dat? Door Mark Mieras

Dit weekend begint in Haarlem het Madness & Arts Festival. Tien dagen lang is de stad een ontmoetingsplek van gekte en kunst. De organisatoren van het internationale festival willen de beeldvorming over de psychiatrie veranderen: gekte en genialiteit liggen dicht bij elkaar. Maar wat is precies hun relatie? Moet er een steekje los zitten om een groot kunstenaar te kunnen zijn? Of hebben we het beeld van de waanzinnige kunstenaar geromantiseerd?

Toevallig opende de Kunsthal in Rotterdam vorige week een tentoonstelling over de Noorse schilder Edvard Munch (1863-1944), die begin vorige eeuw zozeer ten prooi viel aan alcoholisme en zwaarmoedigheid, dat besloten werd tot een behandeling met elektroshocks. De behandeling was in zoverre geslaagd dat Munch daarna een normaal en bij vlagen opgewekt leven kon leiden. Maar de kunstenaar in hem verloor zijn genialiteit. Zijn schilderijen van na de behandeling missen de intensiteit van daarvoor.

Waaraan Munch precies leed, is nooit goed vastgesteld. We kunnen er wel naar raden. Hij was waarschijnlijk niet schizofreen, zoals zijn zus Johanne Sofie. Zijn drankmisbruik, zijn aanvallen van zwaarmoedigheid en rusteloze natuur wijzen wel op een milde vorm, aangeduid als schizotypisch karakter. Van Gogh, al even rusteloos en gevoelig voor verslaving, wordt vaak in dezelfde categorie geplaatst: hij was waarschijnlijk niet de gek waarvoor hij vaak wordt versleten, maar zat wel op het randje. Het Haarlemse museum Het Dolhuys heeft tot eind februari een tentoonstelling die gewijd is aan zijn geest.

Munch en Van Gogh zijn geen uitzondering. Psychologen uit Londen en Auckland, Nieuw Zeeland, testten in 2006 een groep beeldende kunstenaars en vonden een gemiddelde score voor een schizotypisch karakter die aanzienlijk boven gemiddeld was. Ook de cultuurgeschiedenis spreekt duidelijke taal: een lange rij kunstenaars balanceerde op het randje tussen normaal en gek, en soms gleden ze er ook af. Prof. Steven James Bartlett van de Oregon State University stelde in 2008 moeiteloos een lijstje samen van zo’n vijftig bekende dichters, schrijvers, beeldhouwers en componisten die allen zelfmoord pleegden, met grote namen als Van Gogh, Virginia Woolf, Hemingway.

Het is geen toeval. Labiliteit schept in de hersenen de goede omstandigheden voor een creatieve geest. Daarbij geldt echter zeker niet: hoe gekker, hoe creatiever. Over een bepaalde grens zakt de creativiteit weer in, ontdekten onderzoekers van de Vanderbilt University in het Amerikaanse Nashville in 2005. De schizofrene proefpersonen die zij een creativiteitstest lieten ondergaan, scoorden even beroerd als normale proefpersonen. De tussenliggende groep van schizotypische proefpersonen bleek gemiddeld een stuk creatiever.

Wat is het geheim van het schizotypische brein? Allereerst zit dat in de activiteit van de belangrijkste dopaminesystemen, die hoge pieken in activiteit vertonen. De dopaminevloed verklaart de ontembare werklust van mensen als Van Gogh en Munch. De laatste liet 1.200 schilderijen en 4.500 tekeningen na.

Onderzoekers van het Karolinska Instituut in Stockholm ontdekten eerder dit jaar dat heel creatieve mensen weinig dopaminereceptoren van het type D2 in het hun thalamus hebben, het hoofdknooppunt voor de verwerking van nieuwe informatie. Dat hebben ze gemeen met patiënten met schizofrenie en de verwante bipolaire stoornis. Onderzoekers van de University of New Mexico ontdekten dit jaar ook al dat de uitzonderlijk creatieve geest weinig verbindingen heeft tussen de thalamus en de frontaalkwab, waar de plannings- en regelcentra zitten die voorkomen dat er in de hersenen chaos ontstaat. Dat de frontaalkwab een beetje buiten spel staat, schept kennelijk ruimte voor creativiteit.

De overdosis dopamine remt de planningscentra en helpt zo mee om impulsen en associaties vrij baan te geven. Onderzoekers van John Hopkins Medical Institutions in Baltimore lieten jazzpianisten in hun hersenscanner improviseren met een keyboard op schoot. Zij ontdekten dat deze musici om in de juiste creatieve mood te komen steeds dezelfde regelcentra tot rust brachten.

Je kunt dus leren om creatief te zijn, maar schizotypische kunstenaars hebben een voorsprong: hun hersenen verkeren permanent in die toestand. Hun brein heeft trouwens nog een eigenschap die voor hun vak van waarde is: hun rechter hersenhelft is ongewoon actief. Dat geldt ook voor schizotypes zonder creatief beroep. De rechter hersenhelft is in het algemeen sterker gericht op onbekende prikkels, terwijl de linker helft meer het routinewerk doet. Extra activiteit rechts helpt dus inderdaad om buiten gebaande paden te denken.

Psycholoog John Kounios van de Drexel University in Philadelphia liet vorig jaar proefpersonen in een hersen-scan anagrammen oplossen. Voordat de proefpersoon zo’n woordraadsel kreeg, liet hij hem even wachten en registreerde hij intussen hoe in deze neutrale toestand de hersenactiviteit over de twee hersenhelften was verdeeld. Hoe meer activiteit de proefpersoon aan de rechter kant had, hoe sneller gemiddeld het aha-moment kwam wanneer het anagram op het computerscherm verscheen.

Mensen met een schizotypisch karakter hebben dus veel te danken aan hun afwijkende hersenen. Dat besef schept een duivels dilemma als de gekte zich opdringt. Kunstenaars schrikken er soms van terug om zich te laten behandelen. Ze stoppen bijvoorbeeld met het slikken van psychofarmaca als ze hun kunstenaarschap zien vervlakken. De psychiaters maakten van Munch een stabieler en vrolijker mens. Toch zei hij het te betreuren dat ze hem hadden afgenomen ‘waar hij voor zijn kunstenaarschap zoveel aan te danken had’.




IRP: 


Naar   , lijst , overzicht   , of site home . (volledig artikel hier uitleg of detail )

uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]