De Volkskrant, 25-09-2010, door Mark Mieras .2010

Einstein was een beetje vergeten hoe hij zelf ooit natuurkunde deed
Martijn van Calmthout op 25 september '10, 00:00, bijgewerkt 27 september 2010 17:16

Albert Einstein liep op latere leeftijd hopeloos vast. Hij zat vooral zichzelf in de weg. Door Martijn van Calmthout

Onder fysici is het een triest, maar aanvaard feit: Albert Einstein (1879-1955), grondlegger van de relativiteitstheorie en daarmee de moderne kosmologie, maakte in de tweede helft van zijn leven weinig meer klaar. Einstein werkte dertig jaar aan een vroege theorie van alles, die zwaartekracht met elektromagnetisme moest verbinden. Maar zo’n theorie kreeg hij niet alleen nooit van de grond, hij negeerde ook de opkomende quantumtheorie, terwijl die cruciaal is om deeltjes en hun krachten te beschrijven. Een fatale omissie, luidt het harde oordeel achteraf.

En toch, zegt de Utrechtse wetenschapshistoricus Jeroen van Dongen, leed Einstein zelf niet merkbaar onder zijn groeiende isolement in zijn vak. ‘Volgens mij had hij gewoon wel lol in zijn eigen aanpak. Op zijn sterfbed maakte hij nog rustig berekeningen.’

Fysicus Van Dongen, betrokken bij het Einstein Papers Project in Pasadena (VS), waar Einsteins verzamelde documenten worden uitgegeven, schreef een kleine tien jaar geleden een proefschrift over de nadagen van Einstein. De vraag was: waarom liep hij zo deerlijk vast?

Omdat, concludeerde Van Dongen destijds, Einstein ervan overtuigd was dat hij het universum moest doorgronden vanuit de wiskunde en mathematische abstracties. Langs die weg had hij immers in 1915-’16 zijn zwaartekrachttheorie ontwikkeld, de theorie waarin de vervorming van ruimte en tijd zwaartekracht verklaart. Experimenten, zei hij, kunnen geen nieuwe theorie opleveren.

Deze week woensdag presenteerde Van Dongen in museum Boerhaave in Leiden een nieuw boek over het vastlopen van Einstein, waarin hij vraagtekens zet bij zijn eerdere verklaringen: Einsteins Unification. Op zich, zegt Van Dongen, klopt het nog steeds dat Einstein het universum via wiskundige beschouwingen wilde doorgronden. Wat niet klopt, is Einsteins motivatie daarbij.

Van Dongen: ‘Einstein is in de loop der jaren zelf gaan geloven in het verhaal dat zijn opvattingen over ruimte en tijd door wiskundige overwegingen tot stand waren gekomen. Hij ontkende naar experimenten te hebben gekeken, bijvoorbeeld dat van Michelson en Morley met de lichtsnelheid. Maar dat klopt niet.’

In eerste instantie, zegt Van Dongen aan de hand van Einsteins aantekeningen, was zijn speurtocht naar een theorie voor de zwaartekracht juist heel fysisch. ‘Hij denkt na over het meten van lichtsignalen, over waarnemers met klokken en meetlatten. Daarmee komt hij op zeker moment niet verder. Uiteindelijk levert de combinatie met een veel mathematischer aanpak hem in 1915 de doorbraak op. Later is hij die fysische aanloop gemakshalve vergeten.’

Dat Einstein zich vanaf de jaren twintig steeds verder van de tastbare fysica afwendde, had volgens Van Dongen retorische redenen. In zijn debatten met mensen als Bohr en Sommerfeld hield hij vol dat hun quantumtheorie hooguit een handige beschrijving was van lichtspectra, maar natuurlijk geen echt inzicht. Van Dongen: ‘Dat moest uit zijn theorie van alles komen, vond hij.’



IRP: 

 


Naar   , lijst , overzicht   , of site home . (volledig artikel hier uitleg of detail )

uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]