Bronnen bij Menswetenschappen, regels: objectiviteit
|
10 dec.2011 |
Menswetenschappen hebben een enorme moeite met de mogelijke objectiviteit van
hun vakgebied, omdat objectiviteit het nu eenmaal onmogelijk maakt om naar
menselijke willekeur en dus naar individuele voorkeur zaken over de
werkelijkheid te zeggen. De menswetenschappen geeft, zonder het expliciteert te
zeggen natuurlijk, de voorkeur aan de mogelijkheid tot individueel invullen
boven objectiviteit. Zonder dat was het onmogelijk zijn basisregels te
handhaven: "Alle culturen zijn gelijk" en "Alle mensen zijn gelijk"
.
En, "weet" de individuele menswetenschapper, zodra je aan die regels gaat
tornen, breekt de Derde Wereldoorlog uit, inclusief concentratiekampen en het
vergassen van joden.
De basale angst voor objectiviteit blijkt onder andere zodra
de menswetenschappen zich gaat uitspreken over het functioneren van zijn
vakgebied. Hij loopt met grote bogen om dit soort kwesties heen:
Uit:
De Volkskrant, 10-12-2011, door Geertje Dekkers
'Studie naar complexiteit inspirerend voor sociale
wetenschappen'
Interview | Ruud Abma probeert in zijn nieuwe boek de interpreterende en
de experimentele aanpak in de sociale wetenschappen te verenigen. 'Je kunt
denken aan computerprogramma's die aspecten van menselijk gedrag simuleren.'
Tussentitels: Uitkomsten van studies worden vaak afgedaan als triviaal
Neiging is groot veel te publiceren in het gangbare stramien
Toen de fraude van sociaal psycholoog Diederik Stapel bekend werd, schreven veel
columnisten met dedain over het vakgebied', zegt Ruud Abma, universitair docent
Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. 'Dat is tekenend
voor de problematische status van de sociale wetenschappen bij het algemene
publiek.' Uitkomsten van onderzoek worden volgens Abma vaak afgedaan als
triviaal - 'dat wisten we toch al lang' - of ze staan zo ver af van het gezond
verstand over de sociale werkelijkheid dat ze niet worden geloofd.
...
Red.: Natuurlijk. Het algemeen publiek heeft geen gevestigd
belang bij zowel de sociale wetenschappen zelf als de de basisregels die zij
hanteer, zie boven, en kijkt slechts naar wat eruit komt. En vanwege die
tekortkomingen zijn de uitkomsten van de sociale wetenschappen inderdaad meestal
triviaal, dat wil zeggen: bevestigen wat de normale Nederlander met zijn gezonde
verstand al wist (generiek: "De lucht in China is ook blauw"), of staan ver af
van de sociale werkelijkheid: "Allochtone culturen verrijken de Nederlandse" -
"Moslims zijn niet sociaal achterlijk", enzovoort
.
Abma constateert het probleem en zegt er wat aan te gaan
doen:
| |
In zijn nieuwe boek Over de grenzen van disciplines.
Plaatsbepaling van de sociale wetenschappen zoekt Abma naar een
andere aanpak voor psychologen, sociologen en pedagogen, die wel
bevredigende resultaten op- levert. |
Zijn eerste stap:
| |
Deel van het probleem van de sociale wetenschappen is volgens Abma
een hardnekkige methodologische tweedeling: de ene categorie sociaal
wetenschappers kiest voor invoelbare analyses van het menselijk bestaan
in al zijn complexiteit. De psychoanalyse hoort bij deze richting. Een
dergelijke 'alfa-aanpak' wordt vaak afgedaan als soft en niet-solide. De
uitkomsten zouden thuishoren in de eerder genoemde categorie 'wisten we
al'. |
Mis. De softe aanpak hoort tot de individuele, klinische, of
behandelingspsychologie. De uitkomsten kunnen al dan niet "wisten we al" zijn.
| |
De andere categorie wetenschappers volgt een 'bèta-aanpak', die
volgens Abma meer status heeft. Onder gecontroleerde omstandigheden
zetten zij experimenten op, zonder de storende ruis van het dagelijks
leven, om de relaties te onderzoeken tussen bijvoorbeeld een prikkel
(zoals een foto van een bekende, een vriendelijk of boos gezicht, of een
plaatje met voedsel) en een reactie (focussen of wegkijken). |
Mis. Dit is niet de kern van de bèta-aanpak. De sterrenkunde is een bèta-vak, en
zet absoluut geen experimenten in gecontroleerde omstandigheden op. De
kern van de bèta-aanpak is dat de sterrenkunde haar resultaten combineert met
kennis uit de andere natuurwetenschappen, met name de natuurkunde, en daaruit
een consistent geheel probeert te bouwen. Er dus vanuit gaande dat ze het
allemaal over dezelfde werkelijkheid hebben. Terwijl de socioloog of sociaal
psycholoog absoluut geen verband wenst te leggen tussen experimenten met
plaatjes getoond aan proefpersonen en al dan niet wegkijken, culturele
verschillen, en gedragingen op straat tegenover bijvoorbeeld correctie door het
gezag. Laat staan dat ze zullen onderzoeken of hierbij etnische verschillen
optreden, zoals het gezonde verstand van Ahmed Marcouch suggereert als hij roept
dat er agenten moeten komen die Ali van Ahmed kunnen onderscheiden, dat wil
zeggen: allochtone agenten
.
En om te voorkomen dat dergelijk onderzoek gedaan wordt, zeg
je gewoon :
| |
Deze methode kan algemeen geldende wetten opleveren. Mooi voor in
het laboratorium, maar over het dagelijkse leven zeggen ze weinig, stelt
Abma. Daarin spelen zo veel factoren tegelijkertijd een rol dat het
onmogelijk is alle oorzaken en gevolgen uit elkaar te houden. |
Oftewel: je zegt dat het niet kan. Want als je oorzaak en gevolg niet uit elkaar
kan houden, houdt het meteen op. Dan is het een groot soepzootje. Zonder
mogelijkheid tot objectiviteit.
Met dit soort zaken tot gevolg:
| |
'Tegenwoordig laten veel sociale wetenschappers zich te sterk leiden
door de manier waarop in de wetenschap het geld wordt verdeeld. Ze zijn
alleen bezig met publicaties die meetellen voor hun beoordeling. Zo is
een industrietje ontstaan waarin iedereen zich vergaand specialiseert,
omdat dat de meeste publicaties oplevert. De maatschappelijke relevantie
verdwijnt helemaal uit het oog en dat is voor de sociale wetenschappen
een ernstige bedreiging, want juist daarvan verwacht men dat ze er toe
doen.' |
Abma's alternatief:
| |
In zijn boek zoekt Abma daarom naar een weg om de interpreterende en
de experimentele methode te verzoenen. Daarvoor kijkt hij opnieuw
richting bèta's: 'Het idee dat natuurwetenschappelijk onderzoek er op
neerkomt één fenomeen te isoleren en daarvan de precieze oorzaken op te
sporen, is achterhaald.' Hij wijst op het onderzoek naar zogenoemde
complexe systemen.
Een bekend voorbeeld van zo'n complex systeem is de file. De
bewegingen van individuele auto's zijn met een paar eenvoudige wetten te
beschrijven (over snelheid, optrekken en remmen) maar met z'n allen
vormen ze een geheel met eigen regels. 'Emergentie' heet dat: een
systeem (de file) dat zich niet laat reduceren tot de processen waaruit
het is ontstaan (de optrekkende en remmende individuele auto's.) |
Een overduidelijk klok-en-klepel geval. De nieuwe situatie laat zich ook niet al
te moeilijk beschrijven, alleen met regels slaande op de nieuwe situatie - en
niet op de oude van individuele auto's. De in het hoofdartikel verderop
geïntroduceerde faseovergang. Maar dat wil niet zeggen dat er geen zaken voor
het nieuwe niveau zijn af te leiden uit het oude - dat is in de natuurkunde het
vak van de statistische mechanica
Maar dit is in ieder geval meer de goede kant op:
| |
Daarom zouden sociale wetenschappers zich meer mogen laten
inspireren door onderzoek naar complexiteit, vindt Abma. Het zou
tegelijkertijd recht kunnen doen aan de ingewikkeldheid van bijvoorbeeld
maatschappelijke ontwikkelingen en aan de vraag naar solide resultaten:
'Je kunt denken aan computerprogramma's die aspecten van menselijk
gedrag simuleren. Als je een aantal, relatief eenvoudige, regels
invoert, zou je complexe zaken als de reactie op accijnsverhogingen op
tabak - of van afschrikwekkende foto's op pakjes sigaretten - kunnen
voorspellen.' Net zoals je op basis van eenvoudige regels over de
bewegingen van auto's kunt doorrekenen of er files zullen ontstaan. |
Waarna het gebrek aan kennis aangaande de natuurwetenschappen zich opbreekt
| |
Sociale wetenschappers houden zich bij uitstek bezig met complexe
systemen, stelt Abma. Menselijk gedrag bijvoorbeeld, wordt gedragen door
biochemische processen in de hersenen maar valt daartoe niet te
reduceren. En de samenleving bestaat geheel uit individuen maar is als
systeem niet te beschrijven in termen van individueel handelen. |
Natuurlijk kan dat wel - deels.
En ook het overzicht over het eigen vakgebied is beperkt:
| |
Hoe ver de sociale wetenschappen op deze manier zullen komen, is nog
de vraag, erkent Abma. |
Sommige buitenbeentjes zijn er al mee bezig, en boeken meteen spectaculaire
reusltaten. Maar die worden genegeerd, omdat ze ongewenst zijn: "Kolonialisme
was bevorderlijk voor ontwikkeling", "Armoede komt door fraude en niet andersom"
zijn uitkomsten van de nieuwe methodiek die men doodgewoon niet wil horen
. En om het risico van zulke ongewenste resultaten uit te sluiten, zeg je gewoon
dat dit soort onderzoek niet kan:
| |
Want vergeleken met menselijk gedrag of maatschappelijke
ontwikkelingen is iets als een file een betrekkelijk 'schoon' systeem.
Een file draait maar om één ding: auto's in beweging. In de hoofden van
mensen en in de samenleving is sprake van een aaneenschakeling van
oorzaken op verschillende niveaus. |
En tenslotte gooi je dan een bekende troefkaart op tafel:
| |
'Een groot probleem van de sociale wetenschap is dat het onderwerp,
de mens, zichzelf interpreteert', zegt Abma. 'Daardoor kan het
bijvoorbeeld reageren op onderzoek en zo de uitkomsten achterhaald
maken.' |
Waarna de conclusie logischerwijs pessimistisch is:
| |
Sociale wetenschappers kunnen dus niet simpelweg de methodes
kopiëren die bijvoorbeeld meteorologen gebruiken om het complexe weer te
onderzoeken. 'We zouden eens goed moeten kijken wat er in deze richting
mogelijk is', vindt Abma. Over de bereidheid daartoe is hij niet heel
optimistisch. 'De huidige neiging tot veel publiceren in het gangbare
stramien is groot.' |
Tja... Want de oorzaak van die neigingen wordt strak onder tafel geveegd, en
zelfs nog bevestigd: de weigering om te praten over de objectiviteit van de
maatschappelijke wetenschappen.
Dat hier sprake is van onwil en niet doodgewone onkunde
blijkt uit de volgende bron. Uit die bron blijkt dat met het wél kan, als je
maar een veilig onderwerp kiest - het onderwerp in dit geval zijnde de muziek,
de Top 2000 om precies te zijn. Ineens kan men wel factoren benoemen en een
hiërarchie opstellen:
Uit: De Volkskrant, 06-12-2011, door Winnifred Jelier
Professor Top 2000
Op Michael Jackson gestemd? Dan waarschijnlijk ook op Queen.
Wetenschappers buigen zich in de bundel 'De muziek zegt alles' over het geheim
van de Top 2000.
Echt ingewikkeld is het niet. Je laat mensen via internet een stem uitbrengen
op hun vijftien favoriete popnummers, per nummer tel je alle stemmen op, je zet
de nummers onder elkaar en je hebt een hitlijst. Dat is in het kort de Top 2000,
de hitparade die jaarlijks tussen Kerst en Oud & Nieuw non-stop op Radio 2 wordt
uitgezonden.
Toch is niet alles aan de Top 2000 zo makkelijk te verklaren,
vindt Jan Müller, directeur van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in
Hilversum. Want hoe kan het dat dit 'simpele' radioprogramma zo populair is
geworden dat het vorig jaar bijna 11 miljoen Nederlanders bereikte via radio,
televisie en internet?
Samen met Kees Toering, zendermanager van Radio 2 en 5, én
bedenker van de Top 2000, besloot Müller vorig jaar om de vraag naar 'het geheim
van de Top 2000' eens voor te leggen aan wetenschappers. Het resultaat is de
vorige week verschenen bundel De muziek zegt alles. De Top 2000 onder
professoren, een initiatief van Radio 2 en Beeld en Geluid, waarin dertien
wetenschappers aan het woord komen.
'Er wordt van alles geschreven over de Top 2000', vertelt
Müller. 'In het boek maakt de lezer kennis met een objectievere kijk.' In het
boek geven de wetenschappers vanuit hun vakgebied een visie op de hitparade, van
wie drie academici middels een interview. Het levert psychologisch en
muziekhistorisch getinte stukken op, maar ook bijvoorbeeld een economische
benadering. ...
Tussenstuken:
De Top 2000 volgens Tom ter Bogt, bijzonder hoogleraar
popmuziek en jeugdcultuur (Universiteit Utrecht)
'De Top 2000 uit 2010 laat duidelijke muziekvoorkeuren zien. Blanke, mannelijke
pop en rock uit de jaren zeventig zijn favoriet: Queen, The Beatles, The Rolling
Stones. Dat is muziek die vooral populair is onder mannelijke veertigplussers.
Zij vormen de grootste groep onder de stemmers.
'Zwarte muziek uit de jaren ervoor, maar ook soul en hiphop
zijn ondergerepresenteerd. Wat ik ook mis, is alternatieve muziek. Mensen die
van dat soort muziek houden, zijn nu eenmaal meestal geen Top 2000-stemmers.
'Dat er ook een hoop muziek niet is vertegenwoordigd, is
overigens niet erg. De Top 2000 is een hartstikke leuke lijst, maar je moet
gewoon niet vergeten dat de stemmers vooral Radio 2-luisteraars zijn. Als de
lijst door 3FM was uitgevonden, dan zouden er toch andere artiesten in staan.
'Het schijnt dat jonge Top 2000-stemmers voor een groot deel
dezelfde platen kiezen als oudere. Dat hoeft niet raar te zijn. Ouders doen
namelijk bewust pogingen een bepaalde smaak te introduceren bij hun kinderen. Ze
nemen ze mee naar concerten, of juist niet. Ze laten hun kind op een bepaald
instrument spelen, of juist niet.
'Het resultaat is dat kinderen vaak de voorkeuren voor
muziektypen van hun ouders overnemen. Dat betekent niet dat ze altijd van exact
dezelfde artiesten houden. Ouders houden bijvoorbeeld van James Brown, terwijl
hun kinderen liever naar Beyoncé luisteren. Maar als ouders een hekel hebben aan
klassiek, dan hebben hun kinderen dat vaak ook.
'Vroeger was het misschien vanzelfsprekend dat je de muziek
van je ouders afschuwelijk vond. En omgekeerd. Dat is nu echt anders. Als je als
ouder graag naar de Top 2000 luistert, ontwikkelen je kinderen meestal ook een
fascinatie voor mainstream pop en rock.'
De Top 2000 volgens Jeroen Hinloopen, hoogleraar Economie (Universiteit van
Amsterdam)
‘De Top 2000 is ook voor economen interessant. Het stemgedrag van Top
2000-stemmers kan ons namelijk iets zeggen over consumentenvoorkeuren. Een
artiest kun je zien als een merknaam, en de liedjes zijn hun producten:Waterloo
van ABBA is als een
scheerapparaat van Philips.
‘Consumentenvoorkeuren meten economen graag, hoewel dat
doorgaans ingewikkeld is. Je kunt wel kijken wat iemand in een
supermarktkarretje stopt, maar het is de vraag of je dan echte voorkeuren ziet.
Wat mensen kiezen, hangt immers vaak ook van de
prijs af.
‘Dat soort ‘ruis’ heb je bij de Top 2000 niet. Stemmen is
gratis. Ook kan de stemmer maar maximaal vijftien nummers selecteren. Dat is van
belang. Als mensen onbeperkt mochten stemmen, zou je nooit echte voorkeuren
boven tafel krijgen. Ze zouden dan alles kiezen.
‘In totaal werden er in 2010 een kleine twee miljoen stemmen
uitgebracht. Afwijkend gedrag, zoals iemand die vijftien keer op The Beatles
stemt, heeft daardoor een verwaarloosbaar effect.
‘Uit het onderzoek dat ik naar de Top 2000 heb gedaan, blijkt
dat veel dingen die we weten van gewoon consumentengedrag te herkennen zijn in
het gedrag van Top 2000-stemmers. Er zijn bijvoorbeeld duidelijke verschillen
tussen mannen en vrouwen. Zo is de kans dat een vrouw op Wind Beneath My
Wings van Bette Midler stemt zeven keer zo groot als de kans dat een man
erop stemt. Het is een echt vrouwenproduct.
‘Ook is er een groep van Top 2000-stemmers die sterke
‘merkentrouw’ vertoont: vooral mensen die op Elvis Presley of Cliff Richard
stemmen, doen dat vaker dan één keer. Over het algemeen zijn Top 2000-stemmers
op dit punt niet zo voorspelbaar. Ze hebben eerder een
voorkeur voor een product (liedje) dan voor een merk (artiest).
‘Voorspelbaarder zijn ze als je kijkt naar hoe stemmen zijn
‘geclusterd’: als iemand bijvoorbeeld op Michael Jackson stemt, en de volgende
stem op een andere artiest wil uitbrengen, dan is Queen de meest waarschijnlijke
keuze.’
De Top 2000 volgens Ad Vingerhoets, hoogleraar Emoties en
Welbevinden (Universiteit van Tilburg)
'Muziek is een middel om emoties te reguleren. Het speelt een belangrijke rol in
mood management. We hebben zo nu en dan behoefte om getroost en bevestigd te
worden. Je kunt je toevlucht zoeken in een goed gesprek, de drank, sport, of
meditatie. Het aardige van muziek is dat het heel snel werkt. Daarvoor moet je
het wel bewust gebruiken.
'Het rare van muziek is dat het emoties kan opwekken, terwijl
vaak wordt verondersteld dat alleen ingrijpende situaties dat kunnen. Hoe zit
dat? In de wetenschap hebben we hier niet één antwoord op. Zelf denk ik dat
muziek zijn oorsprong heeft in het stadium van ons leven waarin we nog niet
kunnen spreken, en ons met brabbelgeluiden moeten redden. Het doet een beroep op
ons oerinstinct. Daarom kan muziek volgens mij zo krachtig zijn.
'We hebben vanuit de Universiteit van Tilburg onderzoek
gedaan naar de Top 2000. Hierin hebben we stemmers gevraagd welke nummers het
meeste indruk op ze maken. We zagen dat mensen vooral die nummers kiezen die ze
tijdens de puberteit hebben gehoord.
'Dat komt waarschijnlijk doordat de puberteit voor de meeste
mensen de heftigste periode in hun leven is. Je wordt voor het eerst verliefd,
of gaat voor het eerst zonder ouders op vakantie. Muziek is in die periode
sturend. Die bepaalt met welke vrienden of vriendinnetjes je optrekt. Vooral dan
kan muziek aan identiteitsvorming bijdragen.
'Muziek uit de Top 2000 is voor stemmers gekoppeld aan
positieve herinneringen, juist omdat het verwijst naar een periode waarin alles
intens werd beleefd. Ze halen er betekenis en warmte uit.
'Maar de Top 2000 is niet alleen muziek. Er komen ook veel
verhalen langs. Het raakt niet alleen aan de persoonlijke, maar ook aan de
collectieve herinnering. Zo werkt de Top 2000 ook verbindend.'
Red.: Je gelooft je ogen niet ... De meeste zo niet alle
genoemde factoren kunnen zonder meer overgezet worden naar het probleem van
immigratie, integratie en de multiculturele samenleving. Iets dat men dus botweg
weigert te doen. Omdat de kern ervan is "Er bestaan daadwerkelijke en niet-reduceerbare verschillen".
Naar Menswetenschappen, regels
,
Menswetenschappen, huidig
, Wetenschap, lijst
, Wetenschap overzicht
, of site home
.
|