Bronnen bij Menswetenschappen, regels: overtredingen enquêtes
Een methodologische zaken die op alle menswetenschappen slaan, hoewel natuurlijk in ieder apart geval in verschillende mate,
is die van de overwegingen rond het gebruik van enquêtes. Met als allereerste
regel het nummer tien uit de regels van goede menswetenschappen: luister niet
naar wat mensen of groepen over zichzelf zeggen. Hieronder het algemene aspect
daarvan - het specifiek geval van de toepassing in zaken rond immigratie en
allochtone, staat elders
:
Uit: De Volkskrant, 12-11-2005, van verslaggever Olav Velthuis
(volledig artikel hier
)
Iedereen denkt dat hij het grappigst is
Veel economen zijn niet blij met hem. Want Richard Thaler laat zien dat mensen
helemaal niet zo rationeel handelen. De Erasmus Universiteit gaf hem een
eredoctoraat voor zijn werk.
Schat eens in hoeveel gevoel voor humor je hebt. Meer of minder dan je medemens?
De vraag die de Amerikaanse econoom Richard Thaler zijn publiek voorlegt, is
simpel. Maar het antwoord dat de honderden studenten, hoogleraren en andere
genodigden van de Erasmus Universiteit Rotterdam geven, is weinig rationeel.
Ze waren al gewaarschuwd. Op de uitnodiging voor het
eredoctoraat dat de Erasmus Universiteit deze week aan Thaler uitreikte, stond
al geschreven dat ze in de luren gelegd zouden worden. Of preciezer: 'Tijdens
zijn speech zal Richard Thaler interactief het fiasco van de economische theorie
en zijn standaard-aannames aantonen.'
Dat blijkt een koud kunstje te zijn. Bij de ingang van de
zaal krijgen alle gasten een digitaal stemkastje uitgereikt. 'Mensen zijn maar
in beperkte mate rationeel', zo begint Thaler, een gevierd hoogleraar aan de
Universiteit van Chicago, zijn toespraak. 'Bij het maken van keuzes maken ze
systematisch fouten. Met behulp van die kleine speeltjes die zijn uitgereikt
valt dat aan te tonen.'
Maar liefst 75 procent van de aanwezigen laat middels zijn
stemkastje weten dat zij meer gevoel voor humor hebben dan de anderen. De
meesten zijn er zelfs van overtuigd dat zij véél leukere grapjes maken. Thaler
merkt na het zien van de resultaten droogjes op: 'Ik hoop dat u mij kunt volgen
als ik zeg dat die uitslag niet kan kloppen. In werkelijkheid moet de verdeling
natuurlijk 50-50 zijn. Niet iedereen kan grappiger zijn dan de ander.' ...
Het experiment blijkt niet alleen voor humor te werken. ...
Zijn eredoctoraat krijgt Thaler juist voor zulke experimenten
uitgereikt. Ze laten niet alleen zien dat mensen lijden aan zelfoverschatting,
maar ook dat ze bij het maken van keuzes vaak de fout ingaan. ...
Uit: De Volkskrant, 02-02-2008, door Frans Verstraten, hoogleraar
psychologische funktieleer aan de Universiteit Utrecht (volledig
artikel hier
)
Uri et Orbi
... Nog niet zo lang geleden vroeg ik aan een nieuwe lichting van
550 psychologiestudenten of zij geloofden in het bestaan van paranormale gaven.
Een handvol studenten stak een vinger op, dat leek goed nieuws. Psychologen
weten echter ook dat niet iedereen zijn echte mening in de nabijheid van anderen
durft te geven. Dus stelde ik de vraag een paar dagen later opnieuw, met dit
verschil dat iedere student anoniem kon antwoorden met een persoonlijk
stemkastje. Het resultaat overtrof mijn stoutste verwachtingen. Nu gaf meer dan
60 procent van mijn studenten aan in paranormale gaven te geloven. ...
Uit: Dagblad De Pers, 20-04-2007, door Marcel Hulspas (volledig
artikel hier
)
God kan wachten
... Is geloven nuttig? Gelovigen denken graag van wel. Ze
denken dat hun gedrag beïnvloed wordt door hun geloof. Verstokte ongelovigen
wijzen er dan graag op dat het aantal echtscheidingen in de VS juist het hoogst
is in de meest gelovige staten. Deze week werd ook nog eens duidelijk dat de
abstinence only-lessen op de Amerikaanse middelbare scholen, waarbij
leerlingen te horen krijgen dat ze geen seks moeten hebben voor het huwelijk,
geen enkel effect hebben. De pubers die deze lessen kregen, hebben op dezelfde
leeftijd voor de eerste keer geslachtsgemeenschap als pubers die niet met
dergelijke lessen werden lastiggevallen. Ook wat betreft condoomgebruik lopen de
beide groepen niet uiteen.
De regering-Bush heeft de afgelopen tien jaar bijna een
miljard dollar gestoken in deze religieuze seksuele voorlichting. 'Weggegooid
geld!', roepen de Democraten nu. Maar ik durf te wedden dat die leerlingen het
daar niet mee eens zijn. Lessen in seksuele onthouding? Zeer nuttig! Daar wordt
de samenleving ongetwijfeld beter van! Maar persoonlijk hebben ze er helaas geen
tijd voor.
Red.: Oftewel: de daden staan volledig los van de woorden. Een
zaak die in hoge mate geldt voor het hele geloof.
Als men gedwongen wordt naar woorden te kijken, is de
allereerste zaak om genoeg kennis te hebben over hoe woorden werken. Net als
voor gezond verstand geldt hier dat iedereen denkt dat hij hier wel genoeg van
heeft, en evenals voor gezond verstand geldt dat dit absoluut niet waar is. Waar
dat eerste moeilijk te onderrichten valt, is dat bij het tweede veel beter het
geval. Hiervoor wordt men verwezen naar de Algemene semantiek, zoals
bijvoorbeeld beschreven op deze website hier
.
Uit:
De Volkskrant, 22-08-2007, van verslaggever Jaap Stam (volledig
artikel hier
)
Ouders: opvoeding moet strenger
Ouders vinden andermans kinderen asociaal en stiekem | 89 procent van ouders
vindt dat school leerlingen best harder mag aanpakken
Tussentitel: Over de opvoeding van de eigen kinderen zijn ouders dik tevreden
Kinderen moeten strenger worden opgevoed en minder worden verwend, vinden
ouders. Zij ergeren zich vooral aan de kinderen van een ander. Die vinden ze
brutaal, asociaal, stiekem en ongehoorzaam. De opvoeding van hun eigen kinderen
krijgt een dikke voldoende.
Dat blijkt uit een onderzoek dat J/M, het maandblad
voor ouders met schoolgaande kinderen, heeft laten uitvoeren ter gelegenheid van
zijn tienjarig bestaan. Aan het onderzoek hebben 317 moeders en 296 vaders van
basisschoolkinderen meegedaan. Volgens het uitvoerende onderzoeksbureau Qrius is
dat representatief voor Nederlandse ouders. De resultaten worden vandaag
bekendgemaakt.
Tweederde van de ouders spreekt zich uit voor een straffere
hand. Voor zover bekend is het voor het eerst dat ouders zich keren tegen een
slappe aanpak in de opvoeding. ...
De meeste vaders en moeders vinden dat ze het zelf prima
doen. Ze geven zich gemiddeld een 7,2. Hun partner krijgt een 7,4. Moeders
noemen als hun grootste fout dat ze te vaak toegeven en niet consequent genoeg
zijn. Vaders vinden zich eerder te streng. Een kwart van de vaders en 9 procent
van de moeders twijfelen (bijna) nooit aan zichzelf. ...
Red.: Sociologisch is het idee dat ouders hebben dat ze het
zelf beter doen natuurlijk onzin: er is sociologisch gezien maar één groep
ouders, en het oordeel over "ouders" slaat dus ook op zichzelf. Het afwijkende
oordeel over zichzelf is dus puur iets dat de ouders verzinnen ten gunste van
zichzelf, voor de enquête. Waaruit dus volgt dat een enquête volkomen
onbetrouwbaar is, als het over zichzelf gaat
Nog een voorbeeld hiervan met vrij zware gevolgen:
Uit:
De Volkskrant, 31-03-2009, door Robert Giebels
Banken
willen heus wel een ander bonusbeleid
Het heeft wat van een Noord-Koreaanse verkiezingsuitslag: 98 procent van de
bankiers wereldwijd meent dat de manier waarop banken hun werknemers plachten te
belonen, mede de huidige financiële crisis heeft veroorzaakt.
Het onderzoek is gedaan door de IIF, een wereldwijde
associatie van 380 financiële bedrijven.
Het is het zoveelste onderzoek waarbij bankiers zichzelf de
kredietcrisis aanrekenen. Vaak komen ze tot de conclusie dat de sector als
geheel het verkeerd heeft gedaan, maar dat ze zelf hun zaakjes op orde hebben.
Zo vonden bankiers in een wereldwijd onderzoek van KPMG begin dit jaar dat
gebrekkig risicobeleid een zeer belangrijke oorzaak van de crisis was. Maar hun
eigen risicobeleid was naar hun overtuiging volledig in orde. ...
Red.: En ook op het terrein der liefde wordt heel wat
afgefantaseerd:.
Van: CNN.com, 04-09-2007 (volledig artikel hier
)
Men want hot women, study confirms
Dating study: Men base their decisions mostly on physical attractiveness |
Men are much less choosy than women | Women are aware of the importance of their
own attractiveness to men
Science is confirming what most women know: When given the choice for a mate,
men go for good looks. ...
"Just because people say they're looking for a particular set
of characteristics in a mate, someone like themselves, doesn't mean that is what
they'll end up choosing," Peter M. Todd, of the cognitive science program at
Indiana University, Bloomington, said in a telephone interview.
Researchers led by Todd report that in Tuesday's edition of
Proceedings of the National Academy of Sciences that their study found humans
were similar to most other mammals, "following Darwin's principle of choosy
females and competitive males, even if humans say something different." ...
In the study, participants were asked before the session to
fill out a questionnaire about what they were looking for in a mate, listing
such categories as wealth and status, family commitment, physical appearance,
healthiness and attractiveness.
After the session, the researchers compared what the
participants said they were looking for with the people they actually chose to
ask for another date.
Men's choices did not reflect their stated preferences, the
researchers concluded. Instead, men appeared to base their decisions mostly on
the women's physical attractiveness. ...
Women's actual choices, like men's, did not reflect their
stated preferences, but they made more discriminating choices, the researchers
found. ...
Red.: Spreekt voor zichzelf. Merk op dat op dit terrein, de
leugen bijna eerder de regel lijkt te zijn dan de uitzondering.
Uit: De Volkskrant, 25-10-2007, door Bart Dirks
Strijd van Europa tegen zwartwerk wordt taai
Europa bindt de strijd aan met zwartwerk. Vooral in de bouwsector en de
huishoudelijke hulp is het fenomeen de laatste jaren eerder toe- dan afgenomen,
aldus eurocommissaris Vladimir Spidla (Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Gelijke
kansen).
‘Zwartwerk is uitermate schadelijk voor Europa’, zei de
oud-premier van Tsjechië woensdag in Brussel. ...
Een peiling in de 27 EU-landen biedt echter weinig reden tot
optimisme. Bijna een kwart van de Europeanen zegt wel eens zwart te hebben
gewerkt. Van de ondervraagden zei 5 procent de laatste twaalf maanden zwart te
hebben (bij)geklust.
Maar de verschillen tussen de landen zijn groot. Van alle
Europeanen geven de Denen het meeste toe dat ze zwart hebben gewerkt (18
procent), gevolgd door de Letten (15 procent) en de Nederlanders (13 procent).
De inwoners van de landen in het zuiden en het oosten van de EU zeggen het minst
te zondigen: amper 1 procent in Cyprus en Malta, 4 procent in Griekenland.
De onderzoekers noemen de lage uitkomsten in Zuid- en
Oost-Europa ‘verrassend’. Geen wonder, want volgens studies is de informele
economie juist het grootst in landen als Bulgarije, Roemenië, Italië en
Griekenland. ...
Red.: Om te brullen van de lach ... Natuurlijk is het
zwartwerken in die informele zuidelijke economieën veel groter dan in
Denemarken. Maar dat zeggen ze in het zuiden natuurlijk niet. Deels omdat ze er
makkelijker over liegen, en deels omdat ze het misschien helemaal niet als
zwartwerk zien - "Het is toch normaal ..."
Maar waar het om gaat is de naïviteit van de onderzoekers,
die geen kennelijk benul hebben van het begrip "sociaal wenselijk antwoorden".
In het volgende artikel vinden we twee voorbeelden van de
schrijnende verschillen tussen verbale antwoorden en de realiteit van denken en
handelen:
Uit: VARA TV Magazine, nr. 43-2007, column door Paul Witteman (volledig
artikel hier
)
Mutsen
Er is geen land in Europa waar per hoofd van de bevolking zo veel
antidepressiva worden geslikt als in Nederland. Bijna een miljoen mensen gaat
maandelijks met het receptje naar de apotheek om de chemische huishouding in het
hoofd zodanig te wijzigen dat het leven weer dragelijk wordt. Het is een mooie
uitvinding, die pil, maar het massale gebruik ervan geeft te denken over het
geluk van de Nederlander. Het zijn vooral vrouwen die de gelukspilletjes
gebruiken. Ik keek daarom op van het resultaat van een groot onderzoek, in
opdracht van de damesbladen Opzij en Margriet waaruit bleek dat de
Nederlandse vrouw gemiddeld erg tevreden is en haar leven een 7.8 geeft. Je zou
natuurlijk kunnen zeggen dat daaruit blijkt dat de pillen goed helpen. Maar
zouden de ondervraagden zo kortzichtig zijn dat ze, met de medicijnen binnen
handbereik, hun leven als een feest ervaren? Ik uit mijn beleefde twijfels over
de wetenschappelijke waarde van deze onderzoeksresultaten.
Dat wantrouwen wordt nog versterkt door het antwoord op de
volgende vraag die aan vrouwen van rond de veertig werd voorgelegd: Is kinderen
krijgen het belangrijkste in uw leven? Een niet representatieve steekproef onder
mijn vrouwelijke collega's van die leeftijd levert een bevestigende score rond
de 80 percent op. En dan werk ik nog bij een behoorlijk progressieve
organisatie. Maar wat blijkt uit het Margriet/Opzij-onderzoek: slechts
12% beantwoordt de vraag positief. Als dat zou kloppen, mag de jeugdzorg er de
komende jaren van minister Rouvoet nog wel een paar honderd miljoen euro bij
krijgen. Arme kinderen. ...
VARA TV Magazine, nr. 2-2008, column door Dick Wensink
Kijkkunde
Nederlanders kijken naar documentaires, natuurfilms of programma's van de
BBC. Maar het 'metertje' beweert anders.
Als je vraagt naar welke programma's Nederlanders graag kijken, dan zou je de
indruk krijgen dat veel kijkers televisie voornamelijk gebruiken om er iets van
op te steken of hoog cultureel te genieten.
Het antwoord begint vaak met: documentaires, natuurfilms en
reisprogramma's, een goede film, een concert of een kunstprogramma. Als
favoriete zender komt daar vaak nog bij, BBC 2 of Arte.
Daarom is het goed dat het kijkonderzoek niet aan mensen
vraagt waar ze naar kijken, maar dat een 'metertje' dat vaststelt. Want dan
blijkt dat die documentaire misschien wel heel leerzaam was, de natuur heel
mooi, een verre reis avontuurlijk en Arte heel cultureel, maar dat er toch meer
gekeken wordt naar het ijsdansen, sterren die dat nadoen, of kinderen van de
sterren die dat weer nadoen, soap, reallife, spelletjes, grappenmakers en
verkleedpartijen. Zelfs ontkleedpartijen. Als je er naar vraagt kijkt niemand
ernaar, maar het metertje weet beter, ook seksprogramma's mogen rekenen op een
trouwe schare liefhebbers. Hoewel de hausse van een paar jaar geleden voorbij
lijkt, omdat veel adverteerders niet meer met deze programma's geassocieerd
willen worden, zijn ze er nog. Sexcetera op Veronica bijvoorbeeld met
gemiddeld 300.000 kijkers. En wie dat zijn?
Veel mannen natuurlijk, omdat het toch wel erg kunstzinnig en
documentair gemaakt is. En ook leerzaam. En zorgeloze spanningzoekers, verre
landen niet waar.
Zelf nooit gezien? In 2007 keek meer dan 60% van alle
Nederlandse mannen er wel eens naar en bijna 50% van alle Nederlandse vrouwen!
Daaronder ook 20% van de standvastige gelovigen, om even snel te kijken hoe erg
het is.
Red.: Een samenvatting van het voorgaande met wat meer bewijs:
Uit: Dagblad De Pers, 03-11-2008, door Marcel Hulspas
Uw leven is niet wat het lijkt
Houden we nu wel of niet van ontwikkelingshulp? Volgens de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), een
club die
jaarlijks33 miljoen subsidie van de overheid krijgt om de noodzaak van
ontwikkelingshulp te verkondigen, zijn we er dol op. De Commissie baseert dat op
een jaarlijkse enquête uitgevoerd door Bureau Motivaction, waarbij gevraagd
wordt: 'Moet de Nederlandse ontwikkelingshulp vergroot worden, gelijk blijven of
verminderd worden? 'Tweederde van de ondervraagden zegt daarop 'jazeker'.
Reden voor het NCDO om te beweren dat ontwikkelingshulp moet blijven, misschien
zelfs uitgebreid moet worden.
Maar in diezelfde enquête wordt ook de vraag gesteld: 'In vergelijking met de
meeste andere landen geeft Nederland relatief veel geld uit aan
ontwikkelingssamenwerking. Vindt u dat het zo moet blijven of moeten
we evenveel uitgeven als andere landen, of minder? En dan zegt de helft van de
ondervraagden: we moeten evenveel uitgeven als andere landen - minder dus dan
nu. En 17 procent zegt dan dat Nederland best wel minder mag uitgeven dan andere
landen.
Wie die cijfers optelt, constateert dat tweederde van de Nederlanders wil
bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Dat vermeldt de NCDO er niet bij. Reden
voor VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn om de club in het recente nummer van
onze Wereld te beschuldigen van manipulatie van de publieke opinie.
Tragisch bewijs
Maar het echte probleem is natuurlijk dat Nederlanders niet weten wat ze
(moeten) zeggen. Enquêtes zijn daarvan het tragische bewijs. De antwoorden die
we op vragen zoals bovenstaande geven, zeggen niets over onze mening over het
onderwerp (zoals ontwikkelingssamenwerking). Ze verraden onze voortdurende
neiging om, bij het geven van antwoorden, het sociaal meest wenselijke antwoord
te geven. De bijgevoegde informatie is van groot belang. Wanneer de enquête
suggereert dat Nederland voortreffelijk bezig is, sluiten de geënquêteerden zich
daar graag bij aan en zijn ze bereid er nog een schepje bovenop te doen. Wanneer
daarentegen gesuggereerd wordt dat we uit de pas lopen, is de reactie:
doe maar gewoon, da's gek genoeg.
Het kan wel wat minder.
Met een gefundeerde mening over het onderwerp heeft dit alles niets te maken.
Afgezien van diegenen die beroepshalve geacht worden een gefundeerde mening te
hebben (en daar niet van af te wijken), hebben de
meeste mensen over een breed scala van maatschappelijke onderwerpen in wezen
geen vaststaand standpunt. Onze 'mening' wordt bepaald door de formulering van
de vragen, de aangeboden informatie, de druk van de groep ('dit hoor ik te
vinden') en onze stemming.
Aangename illusies
Maar 'een mening hebben' is slechts een van de vele illusies
die ons leven veraangenamen. Een andere is dat vrijwel iedereen denkt dat hij
uitzonderlijk aardig en sympathiek is. Als we uit onze slof schieten, is dat om
volstrekt begrijpelijke redenen waarvoor anderen begrip zouden moeten opbrengen.
(Het verschijnsel is verwant aan het feit dat het overgrote deel van de
weggebruikers vindt dat ze beter rijden dan de gemiddelde weggebruiker. )
Een
fraaie test van deze illusie zijn enquêtes waarbij mensen gevraagd wordt of ze
denken naar de hemel te mogen. Dan antwoordt bijna 90 procent eigenlijk wel
zeker te weten dat ze de hemelpoon zullen halen. Een antwoord dat mede bedoeld
is om een gunstige indruk te maken, uiteraard, maar opvallend is dat men over
algemeen bewonderde publieke personen vaak harder oordeelt. Gevraagd of Moeder
Theresa in de hemel is aanbeland, zegt slechts zo' n 80 procent 'ja'. En slechts
60 procent verwacht daar prinses Diana te zullen
zien. Voor hun fouten gelden blijkbaar geen verzachtende omstandigheden.
...
Red.: Een voorbeeld van twee fouten:
De Volkskrant, 03-10-2007.
Kinderen maken niet gek
Ouders klagen vaak dat ze gek worden van hun kinderen, maar het
tegenovergestelde zou weleens het geval kunnen zijn, aldus Amerikaanse
onderzoekers deze maand in The American Journal of Public Health.
Wetenschappers van het onderzoeksinstituut RTI International in Noord-Carolina
vergeleken gegevens van 33 duizend Amerikaanse volwassenen die in 2002 meededen
aan een landelijk onderzoek naar drugsgebruik en gezondheid. Hun conclusie: 12
procent van de niet-ouders van 18-49 jaar verkeert jaarlijks wel een keer in
psychische nood, tegenover 8,9 procent van de ouders. Jongvolwassenen met een
laag inkomen die gescheiden zijn, of van wie de relatie is verbroken, lopen het
meeste risico met serieuze psychische problemen te worden geconfronteerd, aldus
de onderzoekers.
Red.: Het foute verband tussen mondelinge klachten en
feitelijke klachten is een voorbeeld van het effect van mondeling onderzoek: je
krijgt geen betrouwbare antwoorden.
De laatste zin bevat een andere fout: het verband kan ook de
andere kant op liggen: het hebben van psychische problemen kan ook de oorzaak
zijn van het hebben van een laag inkomen en gescheiden of verbroken
relaties.
Een voorbeeld van hoe dit werkt:
Uit: De Volkskrant, 04-09-2009, van een
verslaggever
Zes jaar cel geëist voor besnijdenis
OM acht vader schuldig aan besnijden eigen dochter | Meisje door genitale
verminking voor het leven getekend.
...Tegen de 30-jarige Mustapha El M. uit Haarlem is donderdag voor de
rechtbank in Haarlem zes jaar celstraf geëist wegens het besnijden van zijn
5-jarig dochtertje. Volgens officier van justitie M. Lengers is het meisje door
de genitale verminking voor het leven getekend.
De vader van Marokkaanse afkomst werd in oktober 2008
opgepakt nadat zijn dochtertje aan haar pleegmoeder had verteld dat haar 'pappa
met een grote schaar in haar plasser had geknipt'. Uit onderzoek is gebleken dat
haar clitoris en kleine schaamlippen voor een deel zijn verdwenen. Volgens het
Openbaar Ministerie (OM) kan het niet anders dan dat El M. hiervoor
verantwoordelijk is.
De verdachte ontkende die beschuldiging met klem. Hij verweet
het OM een tunnelvisie en zelfs discriminatie. Volgens hem is het onderzoek er
uitsluitend op gericht geweest om hem te veroordelen. De Haarlemmer stelde dat
het misdrijf ook door anderen kan zijn gepleegd. ...
Red.: Een prachtig voorbeeld van aangeleerd taalgebruik:
"discriminatie" komt van de multiculturalisten, en "tunnelvisie" uit de
advocatenwereld. Een voorbeeld van antwoorden naar een beeld, en niet naar een
werkelijkheid.
Een voorbeeld dat talloze andere overbodig maakt:
Uit: Volkskrant.nl, peiling, 28-12-2009.
Red.: Uit vele onderzoeken is vast komen te staan dat
hoogstens iets
als 10 procent van de mensen dit soort acties ondernemen - bij
verdrinkingsgevallen kunnen tientallen tot enkele honderden mensen op de kant
staan zonder dat er iemand iets onderneemt. Volgens onderzoek uit
de luchtvaart is het percentage mensen dat genoeg initiatief heeft om
zichzelf te redden bij een ongeluk niet hoger dan rond de 50.
De afbeelding hiernaast illustratie het eerste van deze
getallen. Tussen Schuringa en de dader zaten ongeveer een tiental mensen die een
gelijk of beter zicht hadden op de situatie, en desondanks niets ondernamen. Schuringa is over deze mensen heen geklommen, en zelfs dat bracht hen
aanvankelijk niet in beweging. Van de 63 procent, liegt op zijn minst 90 procent
dat hij barst.
Nog een aardige:
Uit: DePers.nl, 16-05-2009.
Jeugd conservatiever over God
Jongeren geloven meer in het Bijbelse scheppingsverhaal dan ouderen. Dat blijkt
uit een rondvraag van het Nederlands Dagblad (ND) onder
predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Het onderzoek is
zaterdag in het ND te lezen.
De krant ondervroeg 1280 dominees van de PKN. Dat God de aarde in
zes dagen van 24 uur heeft geschapen, zoals in het boek Genesis 1 beschreven,
vindt meer navolging bij jongere gelovigen dan bij de oudere kerkgangers, zien
de dominees.
Het ND nam de enquête af in het kader van het
Darwinjaar. ...
Red.: Predikanten ondervragen over wat jongeren over God
vinden. Wat een grap ...
Ongetwijfeld niet tot slot, maar wel een einde wat betreft
alle redelijke twijfel:
Uit: DePers.nl, 13-07-2010.
Woordtest verraadt de toekomst van een relatie
We liegen gemakkelijk zonder het zelf te weten. Richard Rogge heeft een test
ontworpen die onze verborgen gevoelens verraadt.
Natuurlijk zegt bijna iedereen volmaakt gelukkig te zijn met zijn of haar
partner. Psycholoog Ronald Rogge van de Universiteit van Rochester heeft een
eenvoudige test ontwikkeld om de waarheid te achterhalen.
... bedachten Rogge, Soonhee Lee and Harry Reis een nieuwe
test. Ze namen ruim tweehonderd vrijwilligers die allemaal een (zeiden ze) goede
relatie hadden. Ieder gaf de onderzoekers de voornaam van zijn liefde, en een
paar trefwoorden (een koosnaampje, een typische eigenschap) die onlosmakelijk
met die persoon verbonden zouden zijn.
Daarna kregen ze op een beeldscherm een reeks woorden te
zien. Lieftallige woorden, (‘vrede’, ‘vakantie’), probleemwoorden (‘conflict’,
‘dood’) en de woorden die ze zelf hadden ingeleverd. In een eerste ronde moesten
ze op een knop drukken bij het zien van lieftallige woorden gevolgd door een van
hun eigen woorden; in de tweede bij boosaardige gevolgd door hun eigen woorden.
De onderzoekers maten de ‘bedenktijd’.
Het idee is dat als de onbewuste associatie bij de eigen
partners, en de eigen woorden, ‘goed’ is, de eerste taak vlotter verloopt dan de
tweede. En omgekeerd: als er een onbewuste associatie bestaat tussen ‘probleem’
en ‘partner’, dan verloopt de tweede test vlotter. Enkele maanden later werd
gekeken of de relaties nog ‘aan’ waren. Zodra bleek dat een deelnemer de tweede
test sneller uitvoerde dan de eerste, konden de onderzoekers accuraat
voorspellen dat die schijnbaar probleemloze relatie snel op de klippen was
gelopen. Rogge: ‘Het gaf ons een uniek inkijkje in wat ze ècht van hun partner
vonden.’
Red.: Er is nu zelfs neurologisch bewezen dat de twee
processen van uitspraken en beslissingen gescheiden liggen:
Uit: DePers.nl, 28-06-2010, door Marcel Hulspas
Scans tonen wat het onbewuste wil
Breinonderzoekers kunnen zien wat u wilt, ook al weet u van niks.
Californische neurologen hebben het stukje brein gelokaliseerd dat stiekem
onthult wat u denkt – ook al bent u zich daar niet van bewust en zegt u iets
heel anders.
Matthew Lieberman en Emily Falk van de Universiteit van Los
Angeles lieten proefpersonen (twintig studenten, jongens en meisjes) reclames
horen over een bepaald merk zonnebrandmiddel, terwijl hun brein werd gescand.
Daarna vroegen ze hen wat ze van het product vonden, en of ze de komende week
van plan waren om zonnebrand te kopen. De antwoorden liepen uiteen van ‘dat spul
koop ik nooit’ tot ‘vast wel’.
Veel onderzoekers laten het daarbij, en gaan dan op zoek naar
een correlatie tussen de resultaten van de scans en de door de proefpersonen
getoonde waardering. Daar komt steevast iets aardigs uit, maar Liebermann en
Falk gingen een stap verder. Ze belden hun proefpersonen een week later op om te
vragen of ze zonnebrand hadden gekocht, en zo ja, van welk merk. Daaruit bleek
ten eerste dat mensen slecht in staat zijn om hun koopgedrag te voorspellen:
menigeen die had gezegd dat niet te zullen doen, had die week toch een fles
zonnebrand aangeschaft. Ook wat betreft de waardering van het merk en de
uiteindelijke aankoop liepen uitspraak en gedrag vaak uiteen.
Met die gegevens in de hand keken de onderzoekers nog eens
goed naar de scans, en ontdekten zo het kleine gebiedje van ons brein dat goed
correleert met ons werkelijke gedrag, dat met andere woorden verraadt of de
proefpersoon het smeersel zal kopen of niet, ongeacht wat hij of zij zegt.
Lieberman: ‘Aan de hand van de activiteit in dat hersendeeltje kunnen we in
driekwart van de gevallen correct voorspellen of de persoon het product zal
kopen. Als je alleen maar afgaat op wat ze zeggen, zit je hooguit in de helft
van de gevallen goed.’ ...
Red.: Nu is een willekeurige verdeling tussen al dan niet
kopen een 50-50 zaak, dus 50 procent goed zegt niets. De uitkomst van het
onderzoek is dus dat dat een flink deel van de zichtbare hersenprocessen niets
zegt over de daadwerkelijke beslissing, en dat wat mensen over de beslissing
zeggen niet zegt over de daadwerkelijke beslissing. Je kan kan die twee laatste
gelijkstellen (een stap die met voorzichtigheid gepaard moet gaan), en
concluderen dat wat mensen zeggen komt uit het gebied dat dat niets zegt over de
daadwerkelijke beslissing.
Weer eentje van de archetypische "Franse overspel"-soort:
Uit: De Volkskrant, 27-09-2010, van correspondent Gert-Jan van Teeffelen
Waar zijn de Britse homo's gebleven?
Waar zijn de Britse homoseksuelen? Zitten ze allemaal nog in de kast, of zijn
het er echt zo weinig? Volgens het nationale bureau voor de statistiek voelt
slechts 1 op de 100 Britten zich aangetrokken tot partners van hetzelfde
geslacht.
Het Office for National Statistics (ONS) houdt vol dat zijn
schatting accuraat is. In het grootste Britse bevolkingsonderzoek ooit stelden
statistici vragen aan bijna een kwart miljoen Britten, het twintigvoudige van de
laatste steekproef tien jaar geleden. Van de mannen zei 1,3 procent homoseksueel
te zijn, bij vrouwen was dat slechts 0,6 procent.
Als degenen die zich biseksueel voelen – in overgrote
meerderheid vrouwen – erbij worden opgeteld, komt het percentage homo- en
biseksuelen onder de Britten uit op 1,5 procent. Dat is een stuk lager dan de 5
tot 7 procent waarvan doorgaans wordt uitgegaan. ...
Red.: Hoe zou dat nou komen:
| |
Volgens Stonewall, een belangengroep voor homoseksuelen, moet de
Britse schaamtecultuur een rol hebben gespeeld bij de lage score uit het
onderzoek. Maar het ONS zegt hiermee rekening te hebben gehouden. |
Nou, dus niet genoeg. Er is vastgesteld dat het aantal mensen met homofiele
neiging redelijk contant is over alle culturen, en alleen het ervoor uitkomen
verschilt.
Het volgende geval is weer van de "Franse overspel" soort: de
totalen kloppen niet:
Uit: De Volkskrant, 29-03-2010, van verslaggever Peter de Waard
H-woord ligt bij kiezers VVD gevoelig
Paradox: de aftrek van rente over de hypotheek mag worden beperkt, maar
niet door de eigen partij.
Hoewel een grote meerderheid van de Nederlanders nu een beperking van de
hypotheekrenteaftrek aanvaardbaar vindt, kunnen veel politieke partijen dit
electoraal gezien nog beter niet in hun programma’s opnemen – laat staan van de
daken schreeuwen.
De VVD zou in dat geval zelfs van de nu voorspelde 25 zetels naar 14 zetels
kunnen dalen. Van de VVD-achterban zou 41 procent overwegen naar een andere
partij over te lopen, terwijl 19 procent dan nog zekerder op de partij zou
stemmen en 40 procent het niets uitmaakt. Per saldo is dat een verlies van 22
procent. ...
Red.: Een zeer duidelijke illustratie van de waarde van
enquêtes: in de ene set antwoorden zegt men ervoor te zijn, en in de andere
tegen - neem je het gemiddelde over alle partijen komt je circa 10 procent
overlopers, dus een meerderheid tegen, maar met name, is de balans negatief: er
gaan wel veel mensen weg bij sommige partijen maar die komen er elders niet bij.
Die balans klopt dus niet, tenzij je er vanuit gaat er een groot deel
niet-stemmers bijkomt.
Een zeldzaam teken van onderzoekers die het effect wel
kennen. En meteen weer een bevestiging van de naïviteit en/of domheid en/of
corruptie van de overigen:
Uit:
De Volkskrant, 30-11-2010, van verslaggeefsters Anneke Stoffelen
Onderzoekers VU Amsterdam:
Oppassen stimuleert tot meer kleinkinderen
Hoe vaker opa's en oma's op hun kleinkinderen passen, hoe groter de kans dat
de familie zich verder uitbreidt. Dat hebben onderzoekers van de Vrije
Universiteit ontdekt in een volgstudie naar 182 grootouders. In de gezinnen waar
opa of oma in 1992 weleens kwam babysitten, werden acht jaar later aantoonbaar
vaker één of meer extra kinderen geboren. Het effect is het grootst in gezinnen
waar allebei de ouders werken. ...
Overigens zijn de gevolgde families niet zelf gevraagd naar
de redenen die meespeelden bij het wel of niet krijgen van nog meer kinderen.
'Dit onderzoek focust zich op invloeden op een evolutionair niveau', zegt
Thomése. 'De beweegredenen die mensen zelf opgeven, zijn maar een deel van de
werkelijkheid.' ...
Red.: Notoire oorzaak van enquête-leugens: automobilisme:
Uit: De Volkskrant, 19-02-2011, door Malou van Hintum
Verkeer maakt de ander boos
De meeste automobilisten (60 procent) denken dat automobilisten in het
verkeer sneller geïrriteerd raken dan in andere situaties. Dat blijkt uit
onderzoek waarover Psychologie Magazine publiceert. Een even groot
percentage denkt dat ze zelf in het verkeer niet sneller geïrriteerd raken dan
elders. Vijfhonderd ANWB-leden werkten aan het onderzoek mee. ...
Red.: Naar aanleiding van het geval van sociaal-pyscholoog
Diederik Stapel die enquête-uitslagen zelf vervalste, komt een andere
onderzoeker met wat andere bezwaren tegen enquêtes:
Uit:
De Volkskrant, 03-11-2011, door Illya Jongeneel, deed in 1985 als een der
eersten onderzoek naar voetbalsupporters.
Enquête is slechte
onderzoeksmethode
Of wetenschappelijk onderzoek betrouwbaar wordt geacht, hangt te vaak af van de
status van de onderzoeker.
De commissie die de fraude van hoogleraar Diederik Stapel onderzocht,
concludeert dat de omvang van de fraude verbijsterend is. Het is echter niet de
omvang van de fraude, maar de verbazing en ophef rondom de fraude die
verbijsterend is.
Al jaren zou bekend moeten zijn dat de onderzoeksmethode die
veelal gebruikt wordt in sociaal-psychologische onderzoeken, namelijk de
schriftelijke enquête, geen betrouwbare resultaten oplevert. ...
Deze fraudegevoelige onderzoeksmethode heeft er al jaren
geleden toe geleid dat opdrachtgevers de opdrachten gunden aan die onderzoekers
die resultaten leverden waarmee de opdrachtgevers vooruit konden en wilden. Voor
de onderzoekers is het in die situatie verleidelijk, ja zelfs noodzakelijk om te
overleven, als onderzoeksresultaten tegemoetkomen aan de wensen van de
opdrachtgever. De mogelijkheid tot extra media-aandacht is hierbij een voordeel.
...
Drie voorbeelden uit mijn eigen praktijk.
In 1988 werd een toonaangevend onderzoek gedaan onder
voetbalsupporters die naar de EK'88 in Duitsland gingen. Het onderzoek werd
gedaan in de supportersbussen die de eerste dag aankwamen in Düsseldorf.
Onderzoekers deelden in de bussen enquêteformulieren uit en beloofden 5 gulden
voor elk ingevuld formulier. Ik heb met eigen ogen gezien dat in de bus waarin
ik zat alle formulieren gegeven werden aan een vriendin van één van de hooligans
die ze vervolgens allemaal braaf voorzag van de meest vreemde en uiteenlopende
antwoorden.
... De conclusies aan de hand van dit onderzoek waren
echter wel maatgevend voor toekomstig politiek beleid en de onderzoeksleider
werd deskundige op het gebied van de gedragingen van voetbalsupporters.
Een ander toonaangevend onderzoek werd begin jaren '90 gedaan
onder de harde-kernvoetbalsupporters van verschillende clubs via de toen op
verschillende plaatsen actieve supportersprojecten. De formulieren werden
uitgedeeld in het supportershome en aan het eind van de avond weer opgehaald.
De tachtig harde-kernsupporters van Go Ahead Eagles uit
Deventer overlegden onderling welke gevolgen hun beantwoording kon hebben. Zij
besloten dat het voor een gewelddadige uitstraling van de Deventer hooligans
goed was om alle antwoorden op vragen over hun crimineel verleden of hun
gewelddadigheid zwaar te overdrijven. Ook de resultaten van dit onderzoek werden
maatgevend voor zowel het politieke beleid als de manier waarop de politie
omging met voetbalsupporters en hooligans. ...
Red.: Dit zijn voorbeelden van ernstige fouten in de
uitvoering. De fundamentele fout van het psychologisch of sociaal wenselijk
antwoorden, wordt hier over het hoofd gezien. Maar er wordt nog wel geraakt aan
de reden dat veel van dit soort fouten hebben kunnen blijven doorwoekeren:
| |
Deze fraudegevoelige onderzoeksmethode heeft er al jaren geleden toe
geleid dat opdrachtgevers de opdrachten gunden aan die onderzoekers die
resultaten leverden waarmee de opdrachtgevers vooruit konden en wilden.
Voor de onderzoekers is het in die situatie verleidelijk, ja zelfs
noodzakelijk om te overleven, als onderzoeksresultaten tegemoetkomen aan
de wensen van de opdrachtgever. De mogelijkheid tot extra media-aandacht
is hierbij een voordeel. |
Men wílde doodgewoon frauderen. Wat natuurlijk in nog versterkte mate geldt
zodra er niet alleen geld of een opdracht achter het onderzoek zit, maar ook nog
eens ideologie - met name de eigen ideologie van de onderzoekers. En over welke
ideologie we het dan hebben als eerste hebben zou bekend moeten zijn: het
multiculturalisme. Met als les: geen enkele sociologisch onderzoek met een
positieve uitkomst voor het multiculturalisme is te vertrouwen, tenzij bevestigd
door onafhankelijke feiten
.
Nog iemand anders is de omissie van de grootste methodefout
opgevallen:
De Volkskrant, 04-11-2011, ingezonden brief van Willem Heijster, Breda,
psycholoog
Piet Vroon
Volgens Illya Jongeneel (O&D, 3 november) zou al jaren bekend moeten zijn dat de
methode die vaak gebruikt wordt in sociaal-psychologisch onderzoek, namelijk de
schriftelijke enquête, geen betrouwbare resultaten oplevert. Dat klopt. Al jaren
geleden schreef de toenmalige hoogleraar psychologie Piet Vroon regelmatig in
zijn Volkskrant-column dat 'mensen niet doen wat ze zeggen en niet zeggen
wat ze doen'.
Red.: En nog twee fouten aangemeld door
briefschrijvers:
Uit:
De Volkskrant, 19-04-2012, ingezonden brief van Jan Vandenbroucke en
Frits Rosendaal, beiden hoogleraar klinische epidemiologie, LUMC
Medisch gesjoemelBij wetenschappelijk onderzoek wordt argwaan gewekt als de resultaten te mooi
zijn om waar te zijn. Zo vergaat het ons ook bij het lezen van het artikel '1 op
de 7 artsen ziet weleens gesjoemel' (Binnenland, 12 april) gebaseerd op een
enquête van artsentijdschrift Medisch Contact. 15 procent van de artsen
zegt 'van nabij' te hebben gezien 'dat wetenschappelijke resultaten werden
verzonnen'.
Aangezien 82 procent van de respondenten (de helft deed
trouwens niet mee) niet gepromoveerd is, en driekwart niet wetenschappelijk
werkzaam is, behoren zij tot een groep artsen die ten hoogste één keer echt zelf
heeft meegedaan aan wetenschappelijk onderzoek - als student of arts-assistent.
Dat houdt in dat het dan telkens bij deze eerste keer al raak was. Zo erg kan
het niet zijn. Uit internationaal onderzoek blijkt dat ruim 12 procent van de
beroepswetenschappers collega's verdachten van het verzinnen van data. Het gaat
om enquêtes onder wetenschappers die met veel andere wetenschappers in contact
zijn gekomen. De kans dat zij ooit een collega hebben verdacht van het verzinnen
van data wordt daardoor uiteraard hoger.
Maar er is nog een fenomeen. Heel veel mensen kunnen 'van
nabij' iets ernstigs meemaken dat toch heel zeldzaam is. Stel dat bij een
voetbalwedstrijd van een jeugdclub één jongetje een hartstilstand krijgt.
Dat is een gebeurtenis die zowat even zeldzaam is als een
blikseminslag. Echter, bij de club voetballen 550 kinderen. Daar zijn dus 1.100
ouders, en nog een heel aantal meer vrijwilligers, scheidsrechters, trainers
e.d. bij betrokken. Stel dat Medisch Contact geïnteresseerd raakt in de gevaren
van sport voor kinderen met nog niet-erkende hartafwijkingen, en ouders
enquêteert bij de vereniging (en ook bij de uitspelende vereniging), dan
vermoeden wij dat een zeer hoog percentage zal zeggen weleens een ernstige
cardiale acute gebeurtenis bij een kind te hebben meegemaakt: vermoedelijk heeft
10 procent het gezien, en zal bijna iedereen er van weten.
Even toegepast op fraude: als men anno 2012 aan hoogleraren
sociale psychologie zou vragen of zij 'van nabij' een collega kennen die ooit
gegevens heeft gefabriceerd, dan is het antwoord op dit ogenblik vermoedelijk
100 procent. De bevindingen zijn dan ook te beschouwen als een rare uitbijter in
het onderzoek naar fraude; net iets te extreem om waar te zijn.
Naar Methodologie
, Psychologie overzicht
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|