Bronnen bij Menswetenschappen, regels: revolutie

De sociologische revolutie is een klassiek voorbeeld van een niet-evenwichtproces, één van de vormen van de dynamiek van het evenwicht  . En onder historici is volkomen bekend dat revolutie het gevolg van langdurige onderliggende processen, die zich afspelen onder een schijnbaar stabiel evenwicht. Onder de bespreking van een klassieke analyse (de Volkskrant, 16-10-2010, door Martin Sommer):
  Revolutie is er voor je het weet

Non-fictie | ‘Laat je niet meeslepen, domoren!’ De wijsheden van Tocqueville zijn onverminderd actueel.

De Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859) is ruim anderhalve eeuw dood, maar dreigt nu ook hier te lande te worden ontdekt. ...
    ... Volgend voorjaar verschijnt een wetenschappelijke vertaling van zijn hoofdwerk over Amerika, waarvoor beslist de vlag uitkan. En nu zijn bij wijze van voorproef de Herinneringen (Souvenirs) binnen handbereik van het Nederlandstalige publiek gekomen.
    De Herinneringen zijn het minst bekende werk van Tocqueville. Ze zijn onaf, er zitten tijdsgaten in en ze beslaan eigenlijk maar twee jaar uit zijn leven. Het was ook niet zijn bedoeling ze te publiceren, hij noteerde slechts om helderheid in zijn hoofd te scheppen, en pas in 1893 verscheen een eerste, gekuiste versie.
    Tocqueville beschrijft de roeringen van de Revolutie van 1848, die hij meemaakte als lid van de Assemblée Nationale, en vervolgens het halve jaar dat hij minister was onder president Napoleon III. ...
    De Herinneringen lijken nog het meest op een case study voor Tocquevilles ‘moederidee’ zoals hij het zelf noemde. Dat idée mère behelst kortweg de onvermijdelijk voortschrijdende gelijkheid in de wereld, en de diepgaande gevolgen daarvan. Die gevolgen werken tot vandaag door. ...
    Juist in de vlot opgeschreven Herinneringen paart Tocqueville de precieze observatie en de bijtende formulering van superieure journalistiek, aan de sweeping statements van grote sociologie. ...
    ‘In 1789, in 1815, in 1830 kon men nog denken dat de Franse samenleving getroffen werd door een van die hevige ziektes die de gezondheid van het maatschappelijk lichaam sterker en duurzamer achterlaten. Nu zien we dat (. . .) de oorzaak van de kwaal dieper ligt; dat de kwaal in steeds terugkerende vorm hardnekkiger is dan gedacht; dat niet een bepaalde regeringsvorm onmogelijk is, maar iedere vorm van stabiel bestuur, en dat we gedoemd zijn lange tijd heen en weer te slingeren tussen despotisme en vrijheid, en noch het een, noch het ander op de lange duur kunnen volhouden.’    ...

Een observatie die niet algemeen geldig hoeft te zijn (waarschijnlijk: is) - de Tocqueville was waarschijnlijk te zeer bevangen door persoonlijke gevolgen van het proces dat hij beschrijft:
  Alexis de Tocqueville werd in 1805 geboren, telg van een oude adellijke familie die zwaar werd getroffen door de Revolutie. Zijn grootvader en overgrootvader vonden hun eind op het hakblok van de guillotine, net als een reeks neven. Zijn vader kreeg in één nacht grijze haren, zijn moeder hervond nooit meer haar geestelijk evenwicht.

Dit natuurlijk slaande op de revolutie van 1789, niet die van 1848. Dit allemaal in het volgende kader:
  Ook het leven van Tocqueville zelf stond in het teken van de grote omwenteling. Het einde van de feodale, door de adel overheerste samenleving, en de opkomst van de democratie en de middenklasse is zijn hoofdthema, eigenlijk zijn enige thema. Op zijn grote reis naar Amerika zag hij de ‘goede’ democratie, met zijn vele evenwichten en tegenwichten van de staatsmacht.

Waarin de eerste stap was:
  En hij zag de ‘slechte’ democratie in het Frankrijk van na de Revolutie, waar niet alleen de adel maar alle bemiddelende, dempende, tegenhangende instellingen van kerk tot gilden waren weggevaagd. Alle macht was aan het volk toegevallen, wat eerst tot de terreur moest leiden, en daarna tot het dictatorschap van Napoleon.

Een specifiek-geval gerichte beschrijving van het proces van doorslaan van het evenwicht in geval van de catastrofale verandering.
     Waar het hier met name om gaat, is een deelaspect van de revolutionaire verandering: de schijnbare stabiliteit die er vaak aan vooraf gaat en de snelle manier waarop het gebeurt:
  In februari 1848 brak de revolutie uit. Daaraan vooraf ging het Orléans-regime van koning Louis-Philippe, door Tocqueville gekarakteriseerd als ‘de man die weigerde te geloven dat zijn huis in brand stond, omdat hij de sleutel nog in zijn zak had’. De koning dacht dat hij geen gevaar te duchten had, zolang hij de zaken maar op hun beloop liet.   ...
    Dan volgt een schitterende journalistieke beschrijving van de werking van een revolutie. Het komt erop neer dat het gebeurd is voor je het weet. Tocqueville liep langs verlaten boulevards, waar wat militaire wachthuisjes stonden die spontaan leken in te storten, terwijl ook de grote bomen langs het trottoir zomaar over de weg leken te vallen. ‘Dit is geen rel’, waarschuwde Tocqueville zijn gezelschap. ‘Dit is revolutie.’
    Vervolgens werden ‘in alle rust’ barricades opgeworpen. Soldaten liepen moedeloos in wanorde door de stad. En plotseling bleek de koning gevlucht, voor iemand er erg in had.
    In de Kamer had aan de voet van het spreekgestoelte in rouwkleding de hertogin van Orléans plaatsgenomen, die zou moeten optreden als regentes. Het tumult nam toe, de deur ging met een bijl aan splinters en vanaf de publieke tribune werden geweren gericht op de voorzitter, een man ‘met de waardigheid van een kathedrale koster en een fors en gezet lichaam, waaraan opvallend korte armen zaten. Hij mompelde enkele woorden ten teken dat de vergadering was gesloten en stapte of glipte eigenlijk van het podium waarop zijn zetel stond. Ik had nooit gedacht dat angst zo’n forse gestalte zo’n snelheid kon bezorgen of eigenlijk kon transformeren in een vliedende massa.’
    Een dag later werd de republiek uitgeroepen en was de omwenteling een feit. ...

    Een ander kenmerk van de catastrofale of revolutionaire verandering is dat er meestal meerdere slingeringen rond  het nieuwe evenwicht plaatsvinden. Ook dat valt uit het artikel van Sommer te halen (de citaten zijn nu niet meer op volgorde).
  De koning dacht dat hij geen gevaar te duchten had, zolang hij de zaken maar op hun beloop liet. ...
    Hetzelfde gold voor de middenklasse die als winnaar van de vorige revolutie, die van 1830, uit de bus was gekomen.   ...
    1848 was het zoveelste hoofdstuk van die Revolutie – die trouwens daarna nog zolang zou doorgaan dat serieuze historici hebben betoogd dat Frankrijk pas met de verkiezingsoverwinning van de socialistische president Mitterrand in 1981 met zichzelf verzoend was.

    Nog een aspect wordt genoemd: dit zijn sociologische verschijnselen, dat wil zeggen: de invloed van de enkeling is zeer beperkt, zelfs als zijn analyse de juiste is:
  Begin 1848 was de stemming opgewonden, vooral in de zogeheten banketten overal in Parijs waar het oproer kraaide voor een democratischer kiesstelsel. Eind januari hield Tocqueville een dramatische redevoering waarin hij waarschuwde voor een socialistische revolutie die ‘allen zal meesleuren’. Hoongelach in de Assemblée was zijn deel.

Logisch: de zittende macht wil zelden, of zeg maar gerust: nooit, haar warme zeteltjes opgeven. En ook de andere partij is doof voor de verliezen die ze zal lijden
  Neem het dialoogje dat hij op straat had met een groepje opgewonden burgers dat zich opmaakte voor de revolutie. Tocqueville waarschuwde dat ze zich niet moesten laten meeslepen, maar zag dat zijn woorden aan dovemansoren waren gericht.
    ‘Jawel meneer’, zeiden ze, ‘maar de regering is door haar eigen schuld in de problemen geraakt, laat ze zich nu ook maar zelf redden. . .’
    ‘Domoren!’, zei ik. ‘Zien jullie dan niet dat het nu om jullie zelf gaat en niet om de regering? Als Parijs aan de anarchie wordt overgeleverd en het koninkrijk aan de chaos, denken jullie dan dat alleen de koning daarvan te lijden heeft?’

Want natuurlijk kent een revolutie, in ieder geval op de kortere termijn, alleen verliezers. Waarbij aan te tekenen valt dat de schuld niet evenredig verdeeld mag worden: de domoren in de Assembleé hebben oneindig veel meer mogelijkheden om het te voorkomen dan de domoren op straat
       De analyse van Tocqueville (en haar uitbreidingen) heeft blijvende waarde, dus ook in moderne tijden.
  Het is misschien de grootste kwaliteit van Tocqueville dat je je als vanzelf afvraagt: wie zijn tegenwoordig de domoren? a) revanchistische PVV’ers; b) CDA-mastodonten op weg naar huis na het congres; c) linkse fractievoorzitters op zoek naar een oppositiestrategie. Of misschien alledrie?

Raadpleeg de artikel over de huidige Nederlandse oligarchie   , en het antwoord op deze vraag is uiterst simpel. Zoals ook Tocqueville wel weet (en ook recensent Martin Sommer, gezien zijn columns over het onderwerp, zoals te vinden in de aangelinkte verzameling):
  Bij Tocqueville kreeg ze een bijtende behandeling als ‘een regeringsklasse, verschanst in haar macht en weldra ook in haar egoïsme (...) en die vanuit haar eigen kleine welbevinden de mensen van het volk vergat.’

Een zeer bekende situatie.

Overigens wil men het in de moderne tijd wel eens hebben over de invloed van internet en Facebook en dergelijke. In aanzienlijke mate onzin (de Volkskrant, 15-02-2011, column door Bert Wagendorp):
  #25Bahman

...    Het is een feit dat er ook al revoluties waren voor de social media in zwang kwamen, maar het is ook een feit dat de revoltes elkaar nu wel in twittertempo opvolgen. Je weet niet meer waar je moet kijken, overal stromen de straten vol.     ...
    Overigens zijn revoluties rare dingen. In Frankrijk is onderzocht hoe snel het nieuws van de bestorming van de Bastille vanuit Parijs in Marseille arriveerde. Dat valt op te maken uit dagboeken, en de uitkomst was opmerkelijk. De snelheid van het nieuws bleek elke toenmalige vorm van nieuwsverspreiding te overtreffen. Het ging sneller dan de postkoets of het snelste paard en ook sneller dan een postduif. Kennelijk kan de wind in bijzondere gevallen een nieuwsdrager zijn, of wordt de snelheid van de overdracht van mond-tot-mond zwaar onderschat.    ...

Wat bekend zou moet zijn, want op de werkvloer, bijvoorbeeld, is dit proces ook bekend.

Omdat de situatie beschreven door De Tocqeville ook in de moderne tijd nog zeer bekend klinkt, vinden er in de moderne tijd ook nog revoluties plaats - met dezelfde soort kenmerken (de Volkskrant, 29-01-2011, column door Paul Brill):
  Een lastig dilemma voor VS én Europa
 
Tussentitel: Omwenteling in Egypte zal constellatie in heel Midden-Oosten veranderen

De Jasmijnrevolutie in Tunesië kan nog alle kanten oprollen, maar voorlopig staat ze in de annalen als een bevrijdende gebeurtenis, die door bijna iedereen kan worden toegejuicht. Natuurlijk, er waren doden te betreuren, maar in vergelijking met veel andere omwentelingen had de Tunesische een snel en voorspoedig verloop, met dank aan het feit dat het dictatoriale bewind van Zine al-Abidine Ben Ali wel erg vadsig was geworden en de legertop al in een vroeg stadium besloot zich afzijdig te houden. Er zijn geen diepe wonden geslagen en vanwege het redelijke ontwikkelingspeil van het land is er in elk geval een serieuze kans dat de Tunesiërs heuse winst boeken op het terrein van vrijheid en democratie.    ...
    Het is duidelijk dat de gebeurtenissen in Tunesië inderdaad een inspiratiebron vormen voor de protestbewegingen die zich in Algerije, Jordanië, Jemen en vooral Egypte hebben gevormd. ...
   ... de omwenteling in Tunesië ... Tot een paar weken geleden had vrijwel niemand in de gaten dat het zo'n vaart zou kunnen lopen. Niet in Parijs, dat vanouds hechte banden heeft met Tunis, noch in Brussel. Neem eurocommissaris Stefan Fule (Uitbreiding), die acht maanden geleden een warm pleidooi hield voor een geprivilegieerde status voor Tunesië omdat het land zo'n 'betrouwbare partner' was en 'in veel opzichten een voorbeeld voor de hele regio'. Een voorbeeld jawel, maar niet zoals de brave Tsjech Fule bevroedde.

Het lange ondergrondse voorproces ...

Nog een analyse (de Volkskrant, 31-01-2011, door Henri Beunders)
  Opstand vaak gevolg van onzichtbare krachten

Slogan 'Mubarak weg' is nu toereikend in Egypte. Maar voor een revolutie is richtinggevend idee nodig.

Henri Beunders | De auteur is hoogleraar geschiedenis, cultuur en media aan de Erasmus Universiteit. Bij opstanden zoals in Egypte wordt het belang van instant-communicatie volgens hem overschat.

Egypte beleeft een opstand. Maar beleeft het ook een revolutie? Waren de demonstraties in Tunesië een opstand of het begin van een revolutie naar een andere samenleving? De opstanden in beiden landen tonen aan hoe uniek elke opstand is. En hoe verschillend elke opstand kan eindigen.
    De 'revolutie' in Iran, in juni 2009, leek een revolutie. ... Maar die revolutie kwam niet. ...
    Ook nu weer wordt het belang van de digitale communicatie heel groot geacht. Door al die instant-communicatie moét de revolutie wel slagen, want iedereen kan nu immers overal zien wat er gebeurt. Dat leidt tot imitatie, en zo gaat de sneeuwbal rollen.
     Zo kan het gaan. Maar het hoeft niet. Technische communicatie is slechts een van de factoren in de chaos die elke opstand kenmerkt. En soms een ondergeschikte factor. ... Het is een illusie om te denken dat het in het tijdperk van de massamedia, nu het internettijdperk, alleen maar gaat om de toegang tot die media, toen televisie, nu Twitter, Facebook enzovoort.
   Dit lineair-causale denken miskent de kracht van de onvoorspelbare wendingen in de wervelwind van de historische storm. Zowel Iran als nu Egypte laat zien dat het Westen zelf een bepaalde uitkomst wil. ...
    De afloop van deze opstand is echter moeilijk te voorspellen. Miskend worden de andere, onzichtbare krachten die altijd aan het werk zijn: de groepen die belang hebben bij continuïteit en de groepen die ook verandering willen maar vrezen dat de verkeerde groepen aan de macht zullen komen. Die groepen zie je niet. ...
    De tendens was er een naar chaos, zonder richting. Bijna alles is mogelijk als het gaat om opstand en revolutie. Je kunt nog zo veel wetenschappelijk bewijs leveren voor de noodzakelijkheid van de revolutie, zoals Marx en Engels deden, maar zij maakten die revolutie niet zelf mee. Je kunt die revolutie willen zoals Lenin, en daarin slagen door wilskracht, maar in feite werd hij naar die revolutie gedragen. En wist hij vooral het moment te benutten.
    Revolutionairen die de revolutie gewapenderhand wilden bewerkstelligen, mislukten vaak jammerlijk. Lees Het Boliviaanse Dagboek van Che Guevara er maar op na. Na acht maanden guerrillastrijd om heel Zuid-Amerika te 'bevrijden', had hij een vijftal boeren aan zijn zijde gekregen. Toen werd hij, in 1967, doodgeschoten door het leger.
     Ook ayatollah Khomeini wist het moment te benutten. Hij kwam in 1979, na jaren ballingschap, op het juiste moment per vliegtuig terug naar Teheran. Vele journalisten keken die man in die jurk een beetje meewarig aan. Toen hij landde brak de werkelijke revolutie uit, en iedereen in het Westen stond perplex over de onvoorziene radicale afloop.
    De revoluties in Midden- en Oost-Europa in 1989 waren, achteraf gezien, de logische uitkomst van een revolutie die in 1981 in Gdansk begon met vakbondsleider Walesa. Maar in juni van 1989 was de 'tankman' in Peking, te midden van studentendemonstraties, niét het begin van de verwachte revolutie. Als je daar nu in China over begint, weten weinigen waar je het over hebt, en bijna niemand wil erover horen. Ofwel: die revolutie is totaal mislukt.
    Eén ding lijkt zeker. Of een opstand eindigt in revolutie - en dus het hele systeem uit zijn hengsels licht - hangt niet zozeer af van technische communicatiemiddelen. In de DDR kon men al sinds begin jaren zestig naar de West-Duitse tv kijken, en pas in 1989 kwam de massa plotseling in opstand.    ...
    In Tunesië kan men van alles aanvoeren als verklaring: de demografie, de de link met Frankrijk, het lang zittende regime, een zelfverbranding als lont in het kruitvat. De demonstranten in Egypte zien er heel anders uit. Geen vrouw te bekennen, geen student. Hier lijkt het de doorsnee-burger die demonstreert, woedend, want miskend en genegeerd.
    Schaamte lijkt een belangrijke rol te spelen. Opeens is er de schaamte dat men te lang heeft gehoorzaamd. Deze schaamte werd ontketend door de demonstraties in het naburige Tunesië. Plotsklaps riepen demonstranten in Caïro dat zij in het land van de farao's leven en het land terugwillen.   ...
    Het succes van een opstand of revolutie hangt dus niet alleen af van oprechte woede, maar van de hele constellatie van krachten. Een richtinggevend idee is noodzakelijk om het moreel van de demonstranten hoog te houden. Voor Egypte is dat nu de slogan: 'Mubarak weg'. Dat is voldoende voor een opstand. Maar is het voldoende voor een revolutie? Als de vraag 'wat dan wel' niet wordt beantwoord en er geen leiders zijn die de richting aangeven, komt het antwoord bijna altijd van elders. Macht hergroepeert zich namelijk razendsnel. En dan hebben militaire leiders de beste papieren.

Een bevestiging.

En nog eentje"(de Volkskrant, 12-02-2011, column door Paul Brill):
  Mengsel van geluk en dynamiek in Egypte
 
Tussentitel: Aan voorspellingen dat het een keer mis moest lopen in Egypte heeft het nooit ontbroken

De Britse historicus Timothy Garton Ash sprak een waar woord in zijn jongste column in The Guardian: de volksopstand in Egypte is door bijna niemand voorspeld, maar toen ze in volle hevigheid was losgebarsten, wisten velen uit te leggen waarom dit wel moest gebeuren.
    Dit 'determinisme met terugwerkende kracht' is een bekend verschijnsel. Het deed zich ook voor toen in 1989 het communisme begon te verkruimelen in Oost-Europa. Menigeen ontwaarde hierin een onafwendbare, bijna wetmatige ontwikkeling. Een zienswijze die werd versterkt door het feit dat er al vele jaren werd gesproken over de steeds grotere kloof tussen ideaal en werkelijkheid in het Sovjet-rijk, waardoor het communistische stelsel op een gegeven moment zou bezwijken onder de last van zijn eigen contradicties.
    In abstracto was dat natuurlijk een redelijk veilige voorspelling. Maar het 'gegeven moment' bleek toch veel sneller aan te breken dan vrijwel iedereen had verwacht, zeker ook de politici en vredesactivisten die tot ver in de jaren tachtig het standpunt huldigden dat het Westen vooral de dialoog moest aangaan met de communistische regimes en in dat kader niet al te hoog van de toren moest blazen over mensenrechten. ...
    Aan voorspellingen dat het in de Arabische wereld een keer mis moest lopen, heeft het evenmin ontbroken. Al twintig, dertig jaar geleden werd gewaarschuwd voor de 'demografische tijdbom' in de regio: een steeds jongere en, ondanks de achterstand, steeds beter opgeleide bevolking, die evenwel geen perspectief werd geboden op bevredigend werk en noemenswaardige verhoging van de levensstandaard. Maar de tijdbom bleef maar tikken en ontplofte niet. Totdat medio december 2010 een wanhopige Tunesiër, Mohamed Bouazizi, zichzelf in brand stak, er binnen de kortste keren een protestbeweging op gang kwam waarmee het regime zich geen raad wist, en de vrijheidsvonk oversloeg naar Caïro.

Allemaal dezelfde verhalen, eigenlijk: een paar mensen (niet velen, zoals Brill beweert) vertellen de waarheid, en het overgrote deel der elite steekt zijn kop in het zand, want de eigen positie is zo heerlijk comfortabel ...
 
Tijd voor een interdisciplinaire aanpak, heeft de wetenschapsredactie van de Volkskrant bedacht (de Volkskrant, 16-04-2011, door Martijn van Calmthout):
  Achteraf is revolutie te voorspellen

Geen van de golven van opstand die door de Arabische wereld rollen, was echt voorzien. Is revolutie dus niet te voorspellen? Komende maandag zoekt het Kenniscafé naar de formule van de opstand. Vijf vragen in de aanloop naar de discussies.

Zijn de recente hele en halve revoluties onderling te vergelijken?
Voor zover landen als Tunesië, Egypte, Libië, Marokko, Algerije, Jordanië, Jemen, Bahrein, Saoedi Arabië, Iran, Syrië te vergelijken zijn wel. Steeds is er sprake van ondemocratisch of dictatoriaal geregeerde landen, waar jarenlange politieke repressie opeens niet meer effectief blijkt. In veel van de onrustige landen in de Arabische regio is sprake van een relatief jonge bevolking met een redelijke opleiding maar weinig perspectief in het leven. De middenklasse is vervreemd geraakt van de machthebbers, die vaak dankzij olie onwaarschijnlijke rijkdommen hebben vergaard. Het zijn samenlevingen die in onvrede en argwaan zijn gedompeld. Maar de uitwerkingen van de opstanden zijn heel verschillend. ...

Dat over de middenklasse kan over gediscussieerd worden. Middenklassen voegen zich over het algemeen naadloos naar de machthebbers, welke dat ook zijn. Zo meteen meer hierover.
  Waren de recente opstanden voorspeld?
Nee, geen van alle. De volksopstand in Egypte verraste niet alleen het regime-Moebarak, maar ook al diens westerse bondgenoten. Zelfs de machtigste vriend van het land, de Amerikaanse president Obama, moest nu en dan het nieuws uit het land via de televisie volgen.   ...

Nee, niet door mensen als Obama en dat soort kringen. Vanuit de kringen van objectieve waarnemers zijn er wel degelijk signalen gekomen. Maar dat zijn wel kleine kringen. Zo meteen waaruit de aanleiding voor de signalen bestaat.
  Zijn andere oproeren wel voorspeld?
Jazeker, al was het vaak pas achteraf. Niets is immers zo lastig te voorspellen als de toekomst, luidt het andere gezegde. In een veelgenoemde studie in Science bestudeerde Yaneer Bar-Yam van het New England Complex Systems Institute in Cambridge, Mass., lokaal etnische geweld in het voormalig Joegoslavië en in India. Cruciaal daarbij zijn de verhoudingen van etnische groepen in gebieden zonder helder gedefinieerde grenzen. Bar-Yams model voorspelde (weer achteraf) opmerkelijk precies waar groepen tegenover elkaar waren komen te staan. ...

Meer dan interessant. Dit is toch waar het om gaat? Toch krijgt dit niet meer dan een nevengeschikte rol ten opzichte van het beroepsmatig blinde want door machtsoverwegingen gestuurde geneuzel van lieden als Obama. En worden de resultaten van Bar Yam hier zelfs deels verduisterd, want wat hij door onderzoek aan de praktijk constateerde dat een cruciale factor voor oproer en oorlog de mate van etnische vermenging is  . De reden van de verduistering volgt weer later
    Maar hiermee is dus meteen afscheid genomen van de wetenschappelijke pretenties.
  Kunnen politicologen iets leren van de exacte wetenschappen?
Ja. Bijvoorbeeld van ecologen zoals Spinozaprijswinnaar Marten Scheffer van Wageningen Universiteit, die in zijn werk plotseling ecologische omslagen in algenvijver vergelijkt met revoluties. In 2009 haalde hij er Nature mee. Het punt, aldus Scheffer, is dat historici vaak erg gericht zijn op de aanleiding voor opstand of omwentelingen, maar minder de onderliggende spanningen in een systeem doorzien. Door analyses van het ecosysteem, van de aantallen individuen en hun voortplanting tot voedselstromen, zijn zogeheten kantelpunten te vinden: omstandigheden waar maar een klein zetje nodig is voor een radicale verandering. De kantelpunten hebben heel specifieke kenmerken, bijvoorbeeld dat het systeem er steeds trager reageert op kleine veranderingen, een vorm van stagnatie.

Eigenlijk allang bekende theorie, maar kennelijk is men het alweer vergeten. Waarop er onmiddellijk twee vragen rijzen: waarom is men dit vergeten, en wat heeft verdergaan met een analyse nu voor zin als men de relevantie informatie eerder al had maar weer is vergeten?
    Alweer stellen we dit uit tot later. Eerst het laatste stukje van het artikel:
  Wie heeft er iets aan een formule voor een revolutie?
In zijn hang naar greep op de wereld besteden de Amerikaanse ministeries van Veiligheid en van Defensie honderden miljoenen dollars aan computermodellen die politieke onrust kunnen voorspellen, meldde het tijdschrift Wired onlangs. In de VS alleen al werken er tientallen groepen aan. ...

Gevolgd door nog wat geneuzel over de Amerikanen.
    Zo, nu de uitgestelde zaken. Eerste de voorlaatste: "Waarom is men de eerdere kennis van revolutionaire processen vergeten?" Het antwoord volgt direct uit het bovenstaande artikel. Niet door wat er staat, maar door wat er niet staat. En zonder de gelegenheid om irritante vragen te stellen als "Raad eens drie keer ...", maar meteen het antwoord: wat er niet staat als onderwerp van bespreking is dit: "En wat betekent dit voor onze eigen mogelijk revolutionaire situatie?" Waarna dus ook meteen het antwoord op de uitgestelde voorlaatste vraag gegeven kan worden: "Waarom is men de kennis over revoluties vergeten?" Antwoord: "Omdat men het niet wil weten"
    Vervolg: waarom wil men dat niet weten? En een clou voor het antwoord daarop is te vinden in de uitgestelde vraag "Waarom verduistert men de etnische component in de bevindingen van Bar-Yam als de oorzaak van oproer en oorlog?" Antwoord: "Omdat dat  mag natuurlijk nooit expliciet vermeld mag worden in een omgeving waar het multiculturalisme nog hoogtij viert". Want het multiculturalisme viert hier hoogtij door de sterk gegroeide aanwezigheid van anders-etnische groepen in Nederland. Zoals geconstateerd door Bar-Yam: een cruciale factor in het ontstaan van onrust, oproer en oorlog.
    Door naar de tweede uitgestelde vraag: "Wat waren de signalen die aanleiding waren voor de objectieve waarnemers om revoluties in Noord-Afrika te voorspellen?" Antwoord: "Dezelfde als in Rwanda". Rwanda? Ja, dat land dat vroeger Ruanda en Burundi heette in welke tijd er al geregeld bloedbaden waren tussen de inwoners, genaamd Hoetoe's en Toetsi's. Bloedbaden die zich later dus ook in Rwanda hebben afgespeeld. In een vorm van regelmaat, met gemiddeld  iets van een  generatie ertussen, die alleen verbazingwekkend is voor mensen die niet weten dat het gemiddelde aantal kinderen in die streken op rond de acht (acht!) ligt.
    En in de Noord-Afrikaanse landen tikte, wisten de objectieve waarnemers, maar een ietsje langzamer, dezelfde demografische tijdbom.
    Kortom: er best veel te zeggen over evoluties. Alleen zijn dat ook in Nederland onaangename zaken. Want de demografische tijdbom tikt, ook weer maar een ietsje langzamer, ook in Nederland.
   Net als er in Nederland een machtsblok zit dat tegen de wensen van de bevolking ingaat. Door het tolereren van allochtone massa-immigratie, door het op laten gaan van Nederland in het Europese Imperium, door de afbraak van de sociale maatschappij, en door de grootschalige diefstal door de financiële wereld en de rest van de graaiende oligarchie.
    Genoeg redenen voor revolutie dus. De reden, natuurlijk, dat er over revolutie in Nederland niet gepraat mag worden. En even natuurlijk, want allang bekend, een zwijgzaamheid die een van de stuwende factoren is van die revolutie.  
    En dat niet-praten over de revolutie slaat als verwijt dus voornamelijk op degenen die geacht wordt dat wel te doen: het intellectuele deel van de middenklasse. Die middenklasse waarvan als eerste in de analyse van dit artikel werd gezegd dat ze normaliter tegen de machthebbers aanschurkt. Een opmerking die mede gebaseerd is op het feit dat dat in Nederland ook gebeurt   . De middenklasse, al dan niet intellectueel, profiteert van het graaien door de top. En daarom houdt zij haar mond over de revolutionaire risico's. Daarmee de risico's vergrotend.

Dit zijn de belangrijkste conclusies. Nog wat latere voorbeelden om de geldigheid ervan te demonstreren (de Volkskrant, 19-06-2013, van correspondente Marjolein van de Water):
  Reportage | Straatprotest tegen de elite

Brazilië heeft het ineens gehad

Normaal gaan ze alleen de straat op voor bier, samba en voetbal, heet het. Maar de laatste twee weken is het in Brazilië wel anders. Duizenden demonstreren tegen corruptie en armoede.


Tussentitel: We hebben er genoeg van politici hun zakken vullen terwijl het land in armoede leeft - Felipe Melo - econoom, demonstrerend in Rio de Janeiro

Niet alleen de regering staat perplex. Iedereen in Brazilië is stomverbaasd over de plotselinge en massale straatprotesten in Brazilië. Wat begon met onvrede over een prijsstijging van de buskaartjes, is in twee weken tijd uitgegroeid tot het grootste volksprotest van de afgelopen twintig jaar. 'Sorry voor de overlast', staat op een spandoek, 'we verbeteren ons land.'
    Maandagavond was het voorlopige hoogtepunt sinds de eerste demonstratie in São Paulo, begin juni. Een kwart miljoen Brazilianen ging de straat op om te protesteren tegen de slechte publieke voorzieningen, de corrupte politieke elite en de exorbitante kosten van het WK voetbal, dat over een jaar in Brazilië wordt gehouden.
    In hoofdstad Brasilia probeerden duizenden demonstranten tevergeefs het nationaal congres binnen te dringen. In Rio de Janeiro bestormde jongeren het parlementsgebouw; ze gooiden molotovcocktails het historische gebouw binnen. Op de meeste plaatsen verliepen de demonstraties zonder incidenten.
    Rio de Janeiro bracht met honderdduizend demonstranten de grootste menigte op de been. 'De politici moeten begrijpen dat we het niet meer pikken', zegt Felipe Melo (35). 'We hebben er genoeg van dat ze hun zakken vullen terwijl een groot deel van het land in armoede leeft', aldus de econoom die voor het eerst in zijn leven een spandoek vasthoudt.
    'In publieke ziekenhuizen sterven kinderen door gebrek aan artsen', voegt zijn vrouw Camila Melo (34) daaraan toe. 'Intussen gaat ons belastinggeld naar voetbalstadions waarop alleen de FIFA zit te wachten.'    ...

De oorzaken: economisch groei, steeds groter worden en sneller stijgende tweedeling. Maar, zoals gezegd,  dat wil men natuurlijk niet zijn, aan de positieve kant van die tweedeling:
  Politicologen slagen er slechts mondjesmaat in andere oorzaken van de volkswoede uit te leggen. 'De aanval op regeringsgebouwen staat symbool voor de onvrede met de machthebbers', probeerde historicus Francisco Teixeira maandagavond op het televisiejournaal. Andere analisten komen niet verder dan dat 'er grote onvrede heerst'.

En zoals ook uit het model volgt, heeft het geen zin meer om iets te doen aan de aanleiding:
  In verscheidene steden heeft de regering gisteren aangekondigd de tarieven voor buskaartjes te verlagen, maar voor de demonstranten is dat allang niet meer de hoofdzaak van de protesten.

En ook nog: het gaat niet om de absoute waarden, maar om de verschillen:
  De meeste demonstranten behoren tot de lagere middenklasse. Ook dat is opmerkelijk omdat juist deze groep het in de afgelopen tien jaar stukken beter heeft gekregen.

In Nederland is ook aan de meeste voorwaarden voldaan, op eentje na: de politici zijn niet rijk. Wat in dat soort landen wel het geval is:
  De beweging heeft geen leiders, noch helder geformuleerde doelstellingen. De Brazilianen eisen een 'einde aan de corruptie'

De Europese Unie is bezig aan die voorwaarde te voldoen, met haar rijke bestuurders en ambtenaren in Brussel.

Een half-inzicht (de Volkskrant, 21-06-2013, rubriek De kwestie, door Peter de Waard):
  Lijdt Brazilië aan Hollandse ziekte?

Tussentitel: Volksopstanden hebben meestal economische oorzaak

Hoewel er altijd veel zaken bij worden gehaald (religie, repressie, de prijs van een buskaartje of de locatie van een moskee), heeft politieke onrust meestal een economische oorzaak.
    De volksopstanden in Brazilië en Turkije zijn een sterk signaal dat de opkomende landen besmet zijn geraakt door de economische crisis in de industriële landen. Zeepbellen worden doorgeprikt nadat in tien jaar de marktkapitalisatie op de beurzen van zogenoemde emerging markets is gestegen van 500 miljard tot 3,7 biljoen euro.
    De hoge groeicijfers in veel opkomende landen dreigen te imploderen. Meteen worden ook de zwakheden in de economische structuur van landen als Brazilië en Turkije, maar ook China en India blootgelegd. Het zijn nieuwe reuzen op lemen voeten.    ...

Economie is de start van het proces, vaak in de vorm van economische groei. Die groei komt namelijk na een aantal jaren steeds meer terecht in de top van de maatschappij, gegeven een neoliberale maatschappij-inrichting die er bijna overal is, en daardoor nemen de economische én de sociale verschillen toe. Het draait uiteindelijk om de sociale verschillen.
 
Een bewijs "van de andere kant" (de Volkskrant, 17-02-2014, door David Kirkpatrick (The New York Times)):
  'Coup' van Libische generaal zakt in als een mislukte cake

In een poging de recente geschiedenis van buurland Egypte na te bootsen heeft een hoge officier in Libië een machtsovername door het Libische leger aangekondigd, compleet met de ontbinding van het parlement en een nieuwe 'routekaart' voor de toekomst van Libië.
    Er gebeurde niets, na een videoboodschap van generaal Khalifa Hifter op vrijdag. De Libische premier Ali Zeidan noemde de zogenaamde militaire coup 'belachelijk'. Een woordvoerder van het leger sprak over een 'leugen'. Geen enkele tank of legereenheid kwam in beweging. In het verlaten parlement bleef het stil.
    De imitatie van de gebeurtenissen in Egypte leek gedoemd te mislukken. Juli vorig jaar greep de Egyptische generaal Abdul Fatah al-Sisi de macht, na het afzetten van de gekozen president van Egypte, Mohammed Morsi. Twee jaar eerder had het Egyptische leger president Hosni Mubarak aan de kant geschoven.    ...

Oftewel: als de onderliggende stemming er niet is, kan je revoluties uitroepen wat je wil ... Niemand luistert.


Naar Menswetenschappen, regels  , Menswetenschappen, huidig  , of site home  ·.

17 okt.2010