WERELD & DENKEN
 
 

Methoden: begrippen

.2014

Deze verzameling van begrippen-met-korte-uitleg vormt de inventarisatie van de relevante factoren zoals uitgewerkt in Menswetenschappen, regels uitleg of detail . Voor nadere uitwerkingen verwijzen de items naar artikelen en bronverzamelingen elders op de site. 

Abstracties
Het omschrijven van wat "abstracties" zijn is een beetje zinloze oefening, aangezien alles wat zich in het menselijk hoofd afspleet, abstractie zijn. dus ook die uitleg ervan. het menselijke beeld van de wereld is een abstractie van de werkelijke wereld, opgebouwd uit de losse indrukken van de waarnemingsorganen: oog, oor en tast als belangrijkste. De hersenen bouwen daarvan een enkel beeld: ons wereldbeeld.
    Maar binnen dat wereldbeeld zijn er zaken die abstracter zijn dan andere. De mate van abstractie is misschien nu ook duidelijk: dat is de mate waarin het betreffende begrip verder van de werkelijke wereld afstaat. Waarbij de tast mogelijk wel de betrouwbaarst is: wat geluid betekent is vaak niet duidelijk, en dat het oog kan bedriegen is bekend genoeg.
    Maar beter dan dat hebben we niet, en de rest is in ieder geval in principe een stuk onduidelijker en onzekerder. Dat we ze desondanks toch gebruiken, is omdat ze bij juist gebruik abstracties juist bijzonder waardevol zijn. In abstracties gaat de verzameling gemeenschappelijk ervaringen omtrent een bepaald object of een bepaalde situatie, zodat bij het herkennen van één of twee van de kenmerken van dat object of situatie, de andere kenmerken ook meteen redelijk zeker zijn, zonder dat nauwgezet zoeken ernaar nodig is. Zo zijn het geluid wat we kennen als "geloei" tezamen met de geurindruk genaamd "mest" al genoeg voor de voorlopige identificatie "koe", en het vangen van de glimp van een zwart-wit-patroon maakt de identificatie bijna definitief. En voor het bestaan van meerdere individuen die voldoen aan de omschrijving "koe", heeft de menns (en dier) een ingebouwde abstractie: getal .
    De valkuil van abstracties is dat ze te absoluut ("alles-omvattend") en te absoluut-zeker worden genomen, ook te illustreren met een voorbeeld uit het dorp: de redenatie "Een koe is vee en geeft melk - Een paard is ook vee - Dus, ergo, q.e.d.: Een paard geeft ook melk" is overduidelijk onjuist. En dat dit geen absurd voorbeeld is, toont één van zijn zijn hedendaagse equivalenten: "Hugenoten en Joden zijn immigranten en hebben voordelen gebracht - Moslims, creolen en Roma zijn ook immigranten - Dus, ego, q.e.d.: Moslims, creolen en Roma brengen ook voordelen" is zo vaak gehanteerd dat het bijna een versleten metafoor is => . En het is net zo'n flagrante en domme onjuistheid als die van de koe en het paard. Maar vrijwel de gehele bestuurlijke, politieke, en intellectuele elite van Europa is overtuigd van de juistheid ervan. Of doet alsof ze dat is.
    Abstracties zijn zeer waardvol voor het denken, maar de domheid in het denken met abstracties bij vooral de hoger opgeleiden, is gigantisch. Met bijna absoluut geldig de regel: hoe hoger en abstracter de opleiding, de groter de fouten met abstracties. Veel van de items uit de verzameling Denkfouten zijn vormen van het te absoluut nemen van abstracties. Methodes om om te gaan met abstracties zijn de "wetenschap" en, speciaal die aangaande taal: de algemene semantiek => .

Abstractieladder

Enquêtes
Als sociologen of statistici of andere soortgelijke professionals over enquêtes discussiëren, gaat het bijna altijd over zaken als de gewenste grootte van steekproeven, significantie, standaarddeviatie, enzovoort. Terwijl het eerste en grootste probleem van enquêtes ergens totaal anders zit, en wel in de geest van de geënquêteerden. Psychologen kennen dat verschijnsel wel, bijvoorbeeld in de vorm van de uitspraak "Mensen doen niet altijd wat ze zeggen" - en andersom. In het geval van enquêtes heet dit verschijnsel "sociaal gewenst antwoorden".
    Door het verschijnsel van "sociaal gewenst antwoorden", wijken de uitslagen van enquêtes niet af van de werkelijkheid met enkele procenten, maar met tientallen procenten. Een illustratief voorbeeld hiervan is de uitslag van de enquête onder Fransen naar de mate van huwelijkse trouw: 80 procent van de Franse mannen antwoordden vreemd te gaan, en 20 procent van de vrouwen (indien serieus genomen leidende tot de conclusie dat die 20 procent vrouwen het dan wel erg druk moet hebben ...). De werkelijkheid is natuurlijk dat mannen het stoer vinden om meer vreemdgaan te melden, en dat bij vrouwen precies omgekeerd ligt.
    Dit geldt dus voor alle zaken waar de geënquêteerde persoonlijke emoties bij heeft. Vragen over seks (al gezien) religie, en allerlei andere psychologische  en sociale zaken leiden automatisch tot afwijkingen in de tien tot tientallen procenten. Een ijzeren regel van enquêtes zou moeten zijn: vraag mensen nooit naar hun eigen zaken. Dus vraag niet aan een moslim of hij gematigd is, een veelvoorkomend geval uitleg of detail , maar tel en bekijk de artikelen en reacties op islamitische websites, of hoeveel mensen op reis gaan voor de hadj.
    Het niet-beseffen van dit proces leidt soms tot absurde situaties (de Volkskrant, 06-03-2014, door Marjon Bolwijn).

  Is de Nederlandse man zo veel agressiever?

Het Europees Agentschap voor Grondrechten in Wenen heeft een representatief onderzoek uitgevoerd onder 42 duizend vrouwen van 18 tot 74 jaar in 28 lidstaten van de Europese Unie. Hun is in uitvoerige persoonlijke interviews gevraagd naar hun ervaringen met geweld in het voorgaande jaar. ...Uit het onderzoek blijkt dat 33 procent van de vrouwen - in totaal 62 miljoen personen - in de EU te maken heeft gehad met fysiek of seksueel geweld. ... Het hoogste scoort Denemarken met 52 procent. In Nederland gaat het volgens het Agentschap om 45 procent van de vrouwen. Polen is hekkensluiter met een kleine 20 procent.

Volkomen in tegen alle andere trends, die laten zien dat de positie van vrouwen slechter is naarmate je van Noordwest-Europa oostelijker of zuidelijker trekt uitleg of detail (net als alle soortgelijke beschavingsindices ).
    De Volkskrant gaat in haar onbenul de vraag naar de oorzaak uitvoerig behandelen, terwijl de verklaring in één zin afgedaan kan worden: vanuit Noordwest-Europa oostelijker of zuidelijker gaand, is agressiviteit jegens vrouwen steeds gewoner en durven vrouwen er steeds minder over te vertellen - uit angst voor die agressiviteit. De werkelijkheid is precies het omgekeerde van de cijfers, omdat die cijfers niet de agressiviteit weergeven, maar de bereidheid om erover te praten. En volgens het adagium van dr. Phil "You must acknowledge it, before you can address it", betekent dit dat het probleem van de agressiviteit van mannen tegen vrouwen het grootst is daar waar men het minst bereid is om erover te praten.

Evenwicht
Evenwicht is een kandidaat voor de titel van "het belangrijkste wetenschappelijke concept". En net als alle wetenschappelijke concepten heeft evenwicht ook een tegenpool, waarvan het belang blijkt uit de natuurwetenschappelijke naam ervan: "niet-evenwichtsverschijnselen" - oftewel: het heeft geen eigen naam. De reden is heel simpel: niet-evenwichtssituatie veranderen voortdurend, net zo lang tot er een evenwichtssituatie ontstaat. En omdat een evenwichtssituatie er één is die niet verandert, kan die dus veel langer duren. Het standaardvoorbeeld van de middelbare-schoolopleiding is het gewichtje dat aan een veentje of een elastiekje hangt. De twee krachten die elkaar dan in evenwicht houden zijn de zwaartekrant en de sterkte van het veertje. Vrijwel alle toestanden in de natuur zijn te ontleden in een evenwicht van twee of meerdere krachten - met een sterke voorkeur voor twee, omdat meerdere krachten in evenwicht houden in de praktijk bijzonder lastig blijkt, en al snel leidt tot definitieve verstoringen: de niet-evenwichtsverschijnselen. De "waarde" van die verstoringen kan men afleiden uit de sociologische variant ervan: "revolutie" - wiskundigen gebruiken ook wel de term "catastrofe". Minder ernstige verstoringen leiden tot wat heet "oscillaties" of heen-en-weer slingeringen. Ook dat is bekend uit de sociologie. Maar het bekendst zijn de oscillaties als je een sterk elastiek, bijvoorbeeld eentje van staal, strak spant, en er dan met een hamertje opslaat - dat mechaniek zit namelijk in een piano (88 keer) , en de trilling of oscillatie die je dan krijgt heet ook wel "toon".
    Meer over evenwicht hier .

Fourier-analyse
(In ontwikkeling)
De Fourier-analyse, genoemd naar de Franse wiskundige Joseph Fourier uitleg of detail (Wikipedia), is de tak van de wiskunde gewijd aan het "ontleden van signalen" - en signalen kan eigenlijk in principe alles zijn dat in de tijd verandert, maar met bekende voorbeelden van "alles dat in het oor beland" oftewel: geluidssignalen, en in het oog: optische signalen. De term "analyse" wordt hier in zijn letterlijke betekenis gebruikt: die van "ontleding". Hetgeen waar de signalen in ontleed worden, zijn "basissignalen", en basissignalen zijn signalen met een vaste en constante frequentie - in muziektermen: een enkele noot maar dan van de meest zuivere vorm zoals komende uit een stemvork.
    Overigens bestaat er naast de Fourier-analyse ook het omgekeerde: de Fourier-synthese. Dat is het samenstellen van een willekeurig signaal uit een aantal basissignalen. Dat is letterlijk wat er gebeurt in oudere elektronische maar met name moderne digitale "synthesizers" - die apparaten bestaande uit voornamelijk een toetsenbord waarop vooral jazz- een aanverwante muzikanten gebruik van maken => .
    De Fourier-analyse bestaat simpelweg uit het mengen van het onbekende signaal met een basissignaal, en dan kijken wat er gemiddeld uitkomt. Normaliter komt er namelijk, voor de bijmenging, uit uit signaal, als het wat lager duurt, namelijk gemiddeld nul. Wat opzichtig duidelijk is zodra je er een plaatje van tekent:

Het signaal ziet er uit als golven, met stukken boven en onder het gemiddelde. Dat gemiddelde komt automatisch, bijvoorbeeld in alle natuurlijke gevallen, uit op nul, omdat het het voor bijvoorbeeld een oor niet interessant is het gemiddelde te "meten" - dat is namelijk gewoon de luchtdruk, en daarvan merk je alleen dat het bestaat bij de start van een vleituig, omdat die dan vrij snel afneemt en je oren gaan "ploppen". Alles wat het oor waarneemt zijn snellere verandering van de luchtdruk erboven en er benenden zoals in de illustratie. En omdat daarin altijd dus evenveel boven als onder het gemiddelde ligt, is het gemiddelde de facto nul.
    Tot jet het signaal dus gaat mengen met een andere signaal. Dan ontstaan bijzondere effecten, al merkbaar als je in de buurt komt van het ontbekende signaal: er ontstaat een soort "meezingen"- dat meezingen is weer een apart hoger of lager signaal, maar nog steeds een signaal dus uitkomend op nul.
    Het "wonder" gebeurt pas als een deel van het onbekende signaal precies in de pas loopt met het ingemengde basissignaal. Dan ontstaat kan er er een gemiddelde ontstaan ongelijk aan nul. Dat kan je dan meten - in de praktijk met een stuk elektronica als een voltmeter.
    Fourier-analyse bestaat uit het ontleden van het signaal door het bij te mengen met alle mogelijke basissignalen, en telkens de uitkomst te meten.
    Dat is omslachtig, want er zijn oneindig veel basissignalen, te beginnen met alle mogelijke frequenties (en ook nog alle mogelijke fasen, dat is: op welk punt begin je: dal of berg, enzovoort). In de praktijk is dat meestal niet nodig - zo is voor normaal geluid het voldoende om de basissignalen te gebruiken van ongeveer 30 tot 3000 Hertz (Hz, het aantal trillingen (op en neer) per seconde).

Getal
(In ontwikkeling)
Getal is een in de mens ingeboren methode om om te gaan met zijn omgeving. En recente onderzoekingen hebben vrijwel zeker vastgesteld dat ook hogere diersoorten en bijvoorbeeld ook vogels kunnen tellen, dat wil zeggen: aantallen vaststellen en bepalen wat groter is en daar begripsmatig mee omgaan (Alex => ). Wat de mens er aan toegevoegd heeft, is de verschillende aantallen namen geven - dan kan je aan de namen zien welke groter is: "drie" is groter dan "twee" uitsluitend en alleen omdat "drie appels" naast elkaar in het gezichtsveld één appel meer is dat "twee appels" en je dus meer eten kan verdelen over de groep. Dit begrip is ingeboren en al aanwezig bij babys' => . Getalleen zijn ingeboren abstracties .
    De op deze manier geïntroduceerde verbale getallen zijn de "natuurlijke getallen", waar je al ontzettend veel mee kan doen - wat historisch heet "algebra". Wat allemaal nog handiger werd, met de introductie van een niet-bestaand "getal": nul. Het getal "nul" sindsdien natuurlijk wel, als menselijk verzinsel, maar waar het voor staat bestaat niet - "nul" is officieel geen "natuurlijk getal". De volgende stap waren de "negatieve getallen" -  aanduidende niet de aanwezigheid maar juist de afwezigheid van iets - "schuld" in de vorm van geld is uitgedrukt in getallen een negatief getal: "Je hebt 10 gulden schuld" is hetzelfde als "Je hebt min (minus) tien gulden".
   De methodiek van het omgaan met getallen is de wiskunde , met als alhier en ook maatschappelijk belangrijkste toepassing die van de statistiek .

Statistiek
Statistiek is de wijskundige methode om om te gaan met getallen in het geval de uitkomsten niet absoluut zeker oftewel zwart-wit zijn. Statistiek heeft als wetenschap een (zeer) slechte naam, wat natuurlijk niets te maken heeft met de statistiek, maar met degenen die statistiek bedrijven - natuurkundigen en ander natuurwetenschappers gebruiken ook altijd statistiek omdat hun uitkomsten ook nooit absoluut zeker zijn, en natuurkundigen boeken uitstekende resultaten met hun onderzoeken, dus aan de statistiek zelf ligt het dus inderdaad echt niet.
    De reden dat statistiek een slechte naam heeft, is omdat ze ook gebruikt wordt door sociologen uitleg of detail , en sociologen misbruiken de statistiek voor datgene waar ze in de praktijk mee bezig zijn: het vertalen van hun ideologieën in getallen, in de hoop die ideologieën een geur van betrouwbaarheid te geven.
    De werkelijkheid is dat de essentie van de statistiek een redelijk simpel iets is, dat ook in een bestek als deze met gemak uitgelegd kan worden: van uitkomsten die niet absoluut vaststaan en dus in mindere of meerdere mate kunnen variëren, kan je altijd wel een gemiddelde bepalen: tel alles bij elkaar op, en deel door het aantal dat je hebt genomen: 20 leerlingen in de klas en cijfers als: 4, 8, 7, 7, 5, 6, ... enzovoort geeft dan een keurig en nauwkeurig getal: 6,7 is het gemiddelde cijfer van klas 2B. mede een maat voor het presteren van de leraar.
    Nu wil de onderwijsinspectie ook weten of de samenstelling van de klas van invloed is op die prestaties - dat wil zeggen: als je vmbo en vwo in één klas stopt, gaan de prestaties dan vooruit of achteruit?
    Dan moet je ook een maat hebben voor de variatie in prestaties van de leerlingen. Dat doe je door bij alle leerlingen van hun behaalde cijfer het gemiddelde af te halen - neem voor het gemak voor dat gemiddelde een 6, en de cijferreeks van 4, 8, 7, 6, 5, 6, enzovoort, dan krijg je een reeks van -1, 2, 1, 0, -1, 0, enzovoort. Van die individuele afwijking  moet je dus ook het gemiddelde weten. Nu heeft gewoon het nemen van het gemiddelde hiervan geen zin, want dan kom je uit op 0 - want dit zijn de afwijkingen van het gemiddelde. Bij het rekenen komt dat door die minnen bij degenen die onder het gemiddelde zitten - maar iemand die een 5 of -1 scoort zit eigenlijk net zo ver van het gemiddelde als iemand die een 7 of +1 scoort. Dus die minnen moeten eraf. Er is afgesproken dat je dat doet door eerst het kwadraat te nemen, en daarna weer de wortel te trekken: door het kwadraat wordt bijvoorbeeld -2 tot +4, en dan de wortel nemen geeft weer +2 - de min is weg.
    En daarmee zijn we er: de reeks -1, 2, 1, 0, -1 wordt 1, 2, 1, 0, 1 en het gemiddelde daarvan is 5 (de som) gedeeld door 5 (het aantal) is 1. Oftewel: gemiddeld hebben de leerlingen 6, en gemiddeld wijkt een individuele leerling daar 1 punt van af. Oftewel de meest leerlingen zitten in het bereik van 5, 6, 7. Wat iedere leraar je ook vooraf kon vertellen, want dat is hoe het onderwijs is ingericht. Dat wil zeggen: zonder vmbo'ers in de vwo klas, want dan zou de gemiddelde afwijking in de buurt van de 2 liggen, met in dezelfde klas zowel 8'en als 2'en.
    Dit is dus eigenlijk nog nauwelijks echte wiskunde. Met wel een beetje wiskunde is precies vast te stellen hoeveel leerlingen binnen het bereik ban de gemiddelde afwijking liggen. Dat is rond de 60 procent, en kan voor het gemak afgekort worden tot: tweederde van de leerlingen ligt in het bereik van 5 tot 7. Dit is de middengroep. Daarnaast heb je de goeden en de slechten. En tenslotte de echte uitschieters. Voor dat laatste is ook een goede maat: dat is als de score gaat voorbij twee maal de gemiddelde afwijking. In de voorbeeldklas: degenen die hoger halen dan een 8 of lager dan een 4. Het relatieve aantal daarvan is ook vastgesteld: dat is ongeveer 5 procent. Dat is de grens waar voorbij bijvoorbeeld kledingfabrikanten geen producten meer leveren: dat is te duur voor massaproductie, wegens te weinig afzet - mensen boven de ongeveer 2 meter of onder de 1,5 meter zijn zeldzaam. Overigens: die maat voor de afwijking van het gemiddelde heeft de officiële naam van "standaarddeviatie", maar dat is dus slechts een ingewikkelde naam.
    Bij de toepassing van dit alles geldt echter een belangrijke voorwaarde: hetgeen waarvan je het gemiddelde en de gemiddelde afwijking bepaalt moet zich wel redelijk natuurlijk gedragen. Je kan het bijvoorbeeld ook doen voor rijstkorrels of aardappelen, maar als je korrels of knollen eerst door een zeef haalt, dan ontstaan er natuurlijk afwijkingen. En dat geldt met name bij "scheve verdelingen". Als je een groep van 10 mensen 10 appels geeft, is het gemiddelde aantal appels per groepslid een ronde 1, maar op één na heeft niemand een appel. In dergelijke gevallen is het gemiddelde dus absoluut geen maat voor de toestand. In zo'n geval is er een andere maat voor de verdeling, en dat is de "mediaan": de score waarboven er evenveel andere scores zijn als eronder. De mediaan van de appels-groep 0, want er zijn 10 leden, en de mediaan ligt dus tussen lid vijf en lid zes, en die hebben alle twee 0 appels. De mediaan is dus bij een scheve verdeling een betere maat dan het gemiddelde. wat een hoogst belangrijke toepassing heeft, omdat in de werkelijke maatschappij, indien beheerst door het neoliberalisme uitleg of detail , zowel inkomen maar vooral de vermogens bijzonder scheef verdeeld zijn uitleg of detail .

Terugkoppeling
De meeste en meest voorkomende situaties in de natuur zijn evenwichtssituaties . Evenwicht of  stabiliteit is het vrijwel altijd het resultaat van "terugkoppeling" , staande voor het proces waarin de uitkomst van een proces een deel bepaalt van de invoer of impulsen die eraan gegeven worden, en die extra invoer kan versterkend of verzwakkend zijn ten opzichte van de invoer die geleid heeft tot de huidige situatie. Is die invloed versterkend, komt er nog meer van dit soort uitkomst, en kan de situatie uit de hand lopen. Werkt de terugvoer de oude invoer tegen, wordt de huidige uitkomst afgezwakt, en gaat het hel proces naar evenwicht - in het archetypische voorbeeld: stuur je met de bocht mee of tegen de bocht in - het eerste leidt tot een binnenwaartse spiraal, het tweede tot een min of meer rechte koers.
    Meer details hier uitleg of detail .

Wetenschap
Wetenschap is een methode, die gebruik maakt van andere in deze verzameling  genoemde methodes. De basismethode is die van de "abstractie" - iets daar al is beschreven als ingebouwd in het menselijke waarnemen, en van grote waarde, maar behept met valkuilen. Wetenschap is een van de methodes om de valkuilen te vermijden, of althans: hun invloed te verminderen. De wetenschap doet dat door gebruik te maken van een andere hier genoemde methode: die van terugkoppeling . Afgekort: de wetenschap gaat uit wat al bekend is, liefst zo direct mogelijke waarnemingen, iets anders abstraheren, uit die abstracties worden gevolgtrekkingen gemaakt ("conclusies getrokken"), en de wetenschap staat erop dat die conclusies gecontroleerd worden aan de hand van de werkelijkheid. Dat hoeft niet te slaan op alle conclusies, maar op zijn minst een deel. Als een deel van de conclusies gecontroleerd is aan de hand van de werkelijkheid en juist bevonden, neemt de wetenschap voorlopig aan dat de overige conclusies volgende uit het abstraheren ook waar kunnen zijn - dit is dan "nieuwe kennis". Het meer definitieve oordeel wordt pas geveld als er meerdere onderzoeken zijn die op dezelfde conclusies wijze.
    Zoals bekend, is wetenschap de beste methode om om te gaan met abstracties. Wetenschap leidt tot orde in het denken. En omdat wetenschap een natuurkracht is, heeft ook zij haar tegenstrever. Dat is het irrationele, mythische en alfa-intellectuele denken, dat van orde chaos probeert te maken en die chaos met willekeurige leefregels te lijf gaat.
    Wetenschap is één van de belangrijkste sociologische factoren uitleg of detail , en de topkandidaat voor het zijn van dé belangrijkste uitleg of detail . De meeste van de hier beschreven methoden bereiken de rest van de maatschappij via de wetenschap.
    Meer over het ontstaan van de wetenschap hier - meer over de wetenschap zelf in de artikelen in de lijst ernaast..

Wiskunde
Wiskunde is de systematiek van het omgaan met getallen, en de meeste methodes om wiskunde te onderwijzen beginnen dan ook met rekenen met getallen,en alles wat daar direct op volgt. Maar omdat getallen een soort van in de natuur ingebakken abstracties zijn, kan je wiskunde ook zien als de de leer van het omgaan met abstracties.
Vanuit dat standpunt is een meer voor de hand liggend berinpunt dat van de verzamelingenleer - een getal is "drie" is tenslotte niets meer dan de samengroepering van drie objecten, zonder te vermelden wat die objecten zijn: appels, of peren of bomen, of auto's of getallen of wat dan ook.
    Voorbij het gewone rekenen kan wiskunde als snel ingewikkeld worden voor de meeste mensen. Gelukkig heeft de meeste wiskunde voorbij het gewone rekenen nauwelijks directe invloed op de gebeurens in de dagelijkse wereld. Het bekende voorbeeld dat voor de dagelijkse noodzakelijke kennis van het rijden van een auto geen kennis van de mechanica van de motor nodig is.
    Hierop zijn enkele uitzonderingen, en de belangrijkste daarvan is de statistiek .
    Natuurlijk is wiskunde wel hoogst belangrijk voor de manieren waarop de wereld te verteren valt, maar dat loopt dan meestal via het pad der natuurwetenschappen,m en dat voornamelijk voor de natuurkunde. Maar dat is, sociologisch gezien, slechts een relatief mager betaalde hobby van enkelingen. Wat dus ook geldt voor wiskundigen.


Naar Evolutie , Wetenschap lijst , Wetenschap overzicht , of site home