De Volkskrant, 01-09-2006, door H.J. Schoo .2007

Geheugenloze flexwerkers

De wereld van socioloog Richard Sennett rolt verder naar de afgrond

Zijn getrouwen denken er vast anders over, maar in weerwil van zijn onversneden linkse reputatie is de socioloog Richard Sennett geen softie. Hij steunt, om maar iets te noemen, Labours omstreden Respect Action Plan, waarmee de overheid onverbeterlijke overlastgevers hun huis kan uitzetten. Een ‘nieuw flinks’ standpunt dat Sennett tegenover een walgende interviewer koen verdedigde: een enkeling mag niet het leven van velen vergallen.
Je kunt ook zeggen dat Sennett van ver is gekomen. Van kind van Cabrini-Green, berucht hoogbouwgetto in Chicago, tot gevierd socioloog. Van kind en animator van de tegencultuur tot raadsman van Clinton en Blair. Sennett promoveerde aan Harvard, waar hij les had van grootheden als de socioloog David Riesman en ‘levenslooppsycholoog’ Erik Erikson. Als intellectuele veelvraat heeft hij zich ingelaten met muziek, geschiedenis, stadssociologie, planning, arbeids- en gezinssociologie en nog het een en ander.

De constante in zijn oeuvre vormen de lotgevallen van gewone mensen en hoe hun doen, voelen en denken wordt bepaald door de maatschappelijke condities waaronder zij leven. Sennetts titels verwijzen steeds naar ‘de psychologie van het kapitalisme’. Hoe gaan mensen om met de economische en maatschappelijke krachten waaraan zij onderhevig zijn, hoe reageren zij op veranderingen in de wereld van het werk en de dynamiek van de stad?

Vragen naar structuur en cultuur van het menselijke samenleven zijn klassiek sociologisch. De oude Marx stelde ze. Max Weber verbond de protestantse ethiek met de geest van het kapitalisme. Sennetts leermeester David Riesman onderzocht in The Lonely Crowd (1953) ‘het veranderende Amerikaanse karakter’. Het uitgangspunt is steeds dat maatschappelijke veranderingen psychologische aanpassingen oproepen die op hun beurt weer maatschappelijke consequenties hebben.

Grote thema’s, met als groot nadeel dat ze zich beter lenen voor gedurfde speculaties dan voor meten = weten. De ermee gemoeide begrippen zijn even omvattend als ongrijpbaar: het Kapitalisme, niet minder,Karakter, Identiteit. Schijnbaar vervuld van betekenis, weten ze in feite geen maat te houden en ontberen ze scherpte. De impact van het kapitalisme op ons karakter, ongelijkheid die de roep om respect uitlokt, het (post)moderne stadsleven en identiteitsvorming. Hebben we nog te maken met verifieerbare werkelijkheid of doen intellectuele luchtspiegelingen hun intrede?

Persoonlijk laat ik me graag naar dergelijke uitzichtpunten meetronen: hoog boven het dal, het maatschappelijk landschap helder zichtbaar aan je voeten, contourlijnen, patronen en details openbarend die het maaiveld ons per definitie onthoudt. The Culture of the New Capitalism, Sennetts nieuweling, slaagt er weer wonderwel in ons het hooggebergte in te voeren en adembenemende vergezichten te tonen.

De thematiek is intussen bekend: wat doet het kapitalisme met de mensen? Niet langer het kapitalisme anno jaren zestig en zeventig, ooit inspiratiebron voor Sennetts ‘sociale psychologie van het kapitalisme’. Het einde voor die fase van het kapitalisme, stabiel, voorspelbaar, kwam met president Nixons onverhoedse ontmanteling van het Bretton Woods-stelsel met zijn vaste wisselkoersen en beheerste kapitaalstromen. Sindsdien kwam het Nieuwe Kapitalisme tot wasdom, aangejaagd door informatierevolutie en mondialisering. Het ontketende kapitaalstromen, zette inhalige aandeelhouders op de troon, schiep scherpere concurrentieverhoudingen, maakte korte metten met baanzekerheid, dwong flexibiliteit af op de werkplek en arbeidsmarkt.

Bureaucratisch geordende bedrijven, militairement gerund, voorspelbaar, met een lange tijdhorizon, vaste banen en dito loopbanen vielen ten prooi aan korte termijn winstbejag. Soliditeit en stabiliteit maakten plaats voor gewiekstheid en financieel trapezewerk. Bedrijven die zo opereren hechten aan trouw noch toewijding, belonen vluchtigheid, geven niet om inhoudelijk vakmanschap maar waarderen vage types als strategen, procesbewakers en consulenten. De passant, job hopper, flexibele mens is de smeerolie van de nieuwe orde, zitvlees roept weerzin op.

Ook deze Strukturwandlung van het kapitalisme maakt andere mensen van ons. We vertrouwen elkaar minder, laten de band met instituties vieren, vinden dat trouw niet meer hoeft te blijken. Functionerings- en exit-gesprekken waarin we te licht worden bevonden, knagen aan wat posities voor het leven waren. Ze ondermijnen ons zelfvertrouwen, beroven ons van een kenbare levensloop. Existentiële onzekerheid en principiële inwisselbaarheid – voor jou een ander – verjubelen ons sociaal kapitaal, tasten ons zelfbeeld aan, verzwakken onze identiteit. En alsof dit allemaal niet ernstig genoeg is, heeft het nieuwe kapitalisme het ook op de democratie, onze politieke instituties en mores gemunt. Het slaat een kloof tussen informatie-elite en stagnerende, slinkende middenklasse, maakt van burgers consumenten en van politiek marketing.

Mijn zevenmijls parafrases vulgariseren onvermijdelijk het betoog van Sennett. Dat is rijk gestoffeerd met casuïstische details, voert van het concrete naar het abstracte – en terug, is beeldend geschreven, schuwt de nuancering niet. Maar het is evenzeer apodictisch en, vaak, apocalyptisch: het lijdt geen twijfel dat we afmarcheren op een maatschappelijke werkelijkheid van groeiende ongelijkheid en krimpende bestaanszekerheid. Geheugenloze flexwerkers in ontwortelde organisaties omlijst door beginselloze politici.

De zwakste stee in zijn verhandeling is misschien wel dat zijn extrapolaties, zoals hij ook toegeeft, stoelen op een kleine minderheid van de bedrijven en andere arbeidsorganisaties in de Verenigde Staten, of ruimer: het Westen. Desondanks stempelt de geest die daar heerst de cultuur van een heel tijdperk. Sowieso vertoont de empirische gronding van deze cultuurschets gaten. Per saldo is Sennett minder in de weer met verifieerbare feiten dan met eigenzinnige, vermetele waarnemingen en de gulzige interpretatie daarvan.

Nee, Sennett is geen softie. Wie uit het raam pist en zijn buren tot plaag is, zoals hij als kind in het getto van Cabrini-Green ervoer, moet naar de aso-container. Hij heeft zich, zestiger inmiddels, bekeerd tot het kamp van de – kleinburgerlijke – zekerheid. Behouden is het romantisch-rebelse perspectief van de tegencultuur. Het kapitalisme, ook het nieuwe, is zijn argwaan en afkeer blijven wekken. Hoewel inspirerend, overtuigt zijn weerbarstigheid maar mondjesmaat.

En oh ja, Cabrini-Green wordt eindelijk afgebroken.

H.J. Schoo

Richard Sennett: The Culture of the New Capitalism. Yale University Press214 pagina’s€ 25,95; ISBN 0 300 10782 X

Copyright: Schoo, H.J.


Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]