De Volkskrant, 20-10-2012, boekrecensie, door Ranne Hovius .2007

Psychologie

Paul Verhaeghe

Een vlammende tirade tegen het agressieve individualisme van nu.
.

Nooit had de westerse mens het zo goed, nooit voelde hij zich zo slecht. In Identiteit biedt psychoanalyticus Paul Verhaeghe een verklaring voor deze paradox door het ik-gevoel van de moderne mens onder de loep te nemen. Onze psychologische identiteit, stelt hij, is niet een aangeboren bundeltje kwaliteiten. De krijtstrepen mogen genetisch getrokken zijn, de inhoud wordt in wisselwerking met de omgeving gevormd. Verandert de omgeving, dan heeft dat directe gevolgen voor onze identiteit. De huidige malaise heeft volgens Verhaeghe zijn wortels dan ook in het feit dat de afgelopen dertig jaar alle aspecten van het leven in toenemende mate zijn onderworpen aan ÚÚn dwingende praktijk: de neoliberale markteconomie.

Waarom worden we daar niet gelukkig van? Het antwoord vindt Verhaeghe onder meer in de evolutieleer, die laat zien dat de mens een sociaal dier is met twee gedragstendensen. De ene tendens is gericht op solidariteit en altru´sme. De andere op ego´sme en individualisme. In het ideale geval ontplooien deze tendensen zich gelijkelijk, maar het is zelden ideaal. De omgeving bepaalt welke tendens het meest naar buiten treedt. Kijkend naar de afgelopen eeuw lag in de eerste helft het volle accent op groepsvorming en zocht in de tweede helft een groeiende groep mensen een uitweg uit de beknellende kaders door de nadruk te verleggen naar individuele vrijheid. Vanaf de jaren tachtig sloeg dit door naar een agressief individualisme met materieel succes als doel. Sindsdien staan mensen als concurrenten tegenover elkaar en word je of een toptalent of een loser.

Verhaeghe trekt in een vlammend betoog van leer tegen een van het marktdenken doordrenkte samenleving die iedere vorm van altru´sme om zeep dreigt te helpen en hij doet dat meeslepend, voor iedereen toegankelijk en met de vinger op menig zere plek. Wel komen in de vlammen de nuances nogal eens om, bijvoorbeeld als hij het heeft over zijn eigen vakgebied: dat van de psychische stoornissen. Hij fulmineert tegen de ongebreidelde aanwas van nieuwe diagnoses die voor allerlei vormen van afwijkend gedrag in het handboek van de psychiatrie, de DSM, worden opgenomen. De DSM, stelt hij, is in feite een 'morele ordening waarmee mensen via labeling beschuldigd en afgevoerd worden'. Hij licht dit toe met een diagnose als adhd, waartegen medicijnen en gedragstherapie worden ingezet om het kind weer braaf in de klas te laten zitten. Het is kennelijk niet een stoornis waar het kind last van heeft, maar vooral de ouders en de onderwijzers. Adhd, constateert Verhaeghe, blijkt dan ook een seizoensgebonden aandoening, want in de vakantie zijn die medicijnen en therapie nauwelijks nodig. En hij besluit met: 'Deze redenering durf ik te veralgemenen naar de meerderheid van de DSM-diagnoses: ze zijn vooral sociaal normerend.'

Dat is een geluid dat sinds de jaren van de antipsychiatrie zelden meer gehoord wordt en toen met reden schipbreuk leed.

Identiteit is met dergelijke uitdagende stellingnames vooral een boek dat uitnodigt tot nadenken en discussie, en tot het heroverwegen van de eigen verantwoordelijkheid voor een wereld waarvan we de misstanden soms wat al te gemakkelijk op het bord van anderen schuiven.


Paul Verhaeghe, Identiteit. De Bezige Bij; 272 pagina's; Ç 19,90.



Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]