De Volkskrant, 19-05-2015, rubriek De kwestie, door Peter de Waard .2013


Wat zet bedrijven aan tot al die fusies?

Tussentitel: Liever collectief falen dan als enig bedrijf buitenspel te staan

In 2000 nam de jonge internetaanbieder AOL (America Online) voor 165 miljard dollar de oude mediamoloch TimeWarner over. Het was de grootste overname ooit. Twee jaar later leed het bedrijf een verlies van 100 miljard dollar. Dat was het grootste verlies ooit.

Nu wordt AOL zelf overgenomen, door telecomaanbieder Verizon voor 4,4 miljard dollar - 2,5 procent van het bedrag van toen. Het bewijst voor de zoveelste keer dat fusies en overnamen leiden tot ongekende kapitaalvernietiging. Niettemin zijn deze opnieuw aan de orde van de dag. Het geld brandt bedrijven kennelijk in de zakken. Maar in plaats van te investeren in nieuwe productie, innovatie, research of opleiding van hun werknemers, kopen ze er andere bedrijven mee.

Niet alle investeringen renderen en niet alle research levert iets op waarmee geld kan worden verdiend. Maar fusies en overnamen eindigen veelal in geld-over-de balk-smijterij in het kwadraat. Van tevoren wordt hoog opgegeven van de zogenoemde synergie-effecten, zoals versterking van de inkoopkracht en besparing op de overheadkosten. In werkelijkheid valt het doorgaans bitter tegen. Bij drie van de vier overnamen is na enkele jaren de waarde van het nieuwe bedrijf lager dan die van de twee oude daarvoor. En plus n is dus geen drie, maar anderhalf. Of 0,025 zoals bij AOL.

Hoogleraar Hans Schenk ageerde al bijna twintig jaar geleden tegen de fusie- en overnamekoorts. In 1996 toonde hij met empirisch onderzoek in deze krant aan dat fusies en overnamen meestal leiden tot geldvernietiging. Het heeft niet geholpen. De reden daarvoor is dat psychologische factoren (kuddegedrag, ambitie) zwaarder wegen dan bedrijfseconomische.

Bedrijven die fuseren of zich laten overnemen, worden meer dan gemiddeld bestuurd door oudere topmanagers, die vlak voor hun pensioen nog een historische daad willen stellen. Een andere factor die hier een rol speelt, is dat investeren iets is voor de lange adem, terwijl fusies en overnamen onmiddellijk tot expansie leiden. En anders dan familie-eigenaren hebben professionele managers maar korte tijd om succes te hebben.

Schenk ontdekte nog een aspect. Verreweg de meeste fusies vinden plaats tussen ondernemingen die opereren op markten met een relatief klein aantal spelers: zogenoemde oligopolies. Dit leidt tot wat Schenk 'de fusieparadox' noemt: als de een fuseert, voelt de ander zich gedwongen hetzelfde te doen uit angst de boot te missen. En als de fusie een fiasco wordt doordat bijvoorbeeld de ingeboekte synergie- effecten tegenvallen, is men tenminste even slecht af als de concurrentie.

Dit bestuursmotto van 'minimaal spijtbeleid' is ontleend aan Keynes: 'Wereldse wijsheid leert dat het voor een reputatie beter is conventioneel te falen dan onconventioneel te slagen.'

En als vijftien jaar later dan 100 miljard is verbrand, is de manager allang weg.



Web:
TT:
Het geld brandt bedrijven kennelijk in de zakken. Maar in plaats van te investeren in nieuwe productie, innovatie, research of opleiding van hun werknemers, kopen ze er andere bedrijven mee
Bedrijven die fuseren of zich laten overnemen, worden meer dan gemiddeld bestuurd door oudere topmanagers, die vlak voor hun pensioen nog een historische daad willen stellen


Terug naar Loon naar werken, top simpel , Economie overzicht ,  of naar site
home .
 

[an error occurred while processing this directive]