De Volkskrant, 03-12-2016, door Martijn van Calmthout .2007

Er komt oorlog in 2020, reken maar na

Als marinier maakte Ingo Piepers van dichtbij oorlog mee. Nu voorspelt hij in een dik boek de komende wereldoorlog, door natuurkundige theorieŽn over chaos op de geschiedenis toe te passen.

Tussentitel: 'Ik zoek in de database naar patronen, maar op een andere manier dan historici dat doorgaans doen.'

Hij is, zegt Ingo Piepers terwijl hij zijn meer dan kloeke boek met een onbedoelde dreun op de Amsterdamse cafťtafel legt, echt geen doemdenker. Heus niet. Maar als uit zijn berekeningen rolt dat rond het jaar 2020 de wereld een grote militaire crisis zal doormaken, dan is het zijn taak dat ook duidelijk te zeggen. 'Beschouw het als een wake-upcall. We moeten echt begrijpen onder welke omstandigheden we manoeuvreren.'

Piepers, een tanige, rustig formulerende vijftiger, was in 1995 een tijdlang commandant van de Nederlandse onderdelen van de rapid reaction force van de NAVO in de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij zag, vertelt hij, de oorlog van dichtbij. Rook hem. 'Wat me het meest frappeerde waren de geblakerde gaten in de dorpen, gewoon zomaar een huis tussen de andere huizen, dat was platgebrand, en god weet wat er met de bewoners was gebeurd. Hoe kan het, dacht ik, dat je dat je buren aandoet? Wat gaat er dan precies in je om?'

Met dank aan de liefde woont hij tegenwoordig een groot deel van het jaar in IndonesiŽ, waar hij op Java een toeristenhotel bestiert. Geen ingewikkelde klus, en dus heeft hij de tijd voor reflectie. Op de manier waarop IndonesiŽrs als geen ander de chaos weten te benutten. En om zijn proefschrift, tien jaar geleden verdedigd aan de Universiteit van Amsterdam, verder uit te werken.


Het resultaat is dat boek van die dreun op tafel. Een kleine achthonderd pagina's dik en met een even woordspelige als onheilspellende titel: War/ning 2020. Ingo Piepers: 'Na terugkeer uit BosniŽ ben ik me gaan toeleggen op de vraag wat oorlog soms zo onvermijdelijk maakt dat goeie buren elkaar te lijf gaan. Dat resulteerde in de promotie over de dynamiek van de internationale politiek bij Bart Tromp. Waarin ik wel patronen ontwaarde, maar eigenlijk nog niet de kern te pakken had. Dat is nu wel zo.'

Op het omslag van zijn boek staat een geabstraheerde grafiek, alsof het over aardbevingen gaat. Maar wat de aanzwellende en weer wegstervende trillingen, afgewisseld met heftige pieken daartussen, beschrijven is geen rommelende en schokkende aarde, maar de historische oorlogszucht van de wereld. Piepers gebruikt theorieŽn uit de wiskunde en fysica over instabiliteit en chaos in netwerken om de wereldgeschiedenis te doorgronden.

Grondstof voor zijn analyses en berekeningen is een bestaande database van conflicten, honderden van klein tot groot, tussen 1495 en 1975, aangevuld met recenter eigen materiaal. Het basisidee is dat de internationale politiek een samenhangend systeem is, dat spanningen opbouwt die door gewapende conflicten worden ontladen.

'Ik zoek in de database naar patronen, maar op een andere manier dan historici dat doorgaans doen. Die denken in eeuwen en meten de ernst van conflicten af aan de aantallen slachtoffers. Dat kan natuurlijk, maar mijn stelling is dat je er niet mee doorgrondt wat er werkelijk gaande is.' Volgens Piepers is het aantal betrokken staten een veel betere maat voor de ernst van een conflict. En de tijdschalen zijn die van het systeem zelf, zoals dat slingert en soms haast zomaar lijkt te exploderen in wereldwijde oorlogen.

De systematiek die Piepers ontdekte, heeft een griezelig soort logica, voor wie het eenmaal ziet. Na een groot conflict zijn de kaarten van de macht geschud, en zullen nieuwe conflicten aanvankelijk diplomatiek of met beperkt geweld worden opgelost, tussen een paar staten. Gaandeweg groeit het netwerk dat nodig is om conflicten op te lossen. Tot er een moment komt dat vechten echt geen optie meer is, omdat dat voluit oorlog in het hele netwerk zou betekenen.

Dat, zegt Piepers, is een omslagpunt, waar staten en problemen meer en meer met elkaar verweven raken. Na zo'n tipping point neemt de spanning in het systeem niet af, maar nog verder toe, ook omdat conflicten en onderwerpen verweven raken.

En zonder voldoende nieuwe ontladingen bouwt het systeem meer en meer energie op. Piepers: 'In trillende systemen kom je dan uit op een fase-overgang, zoals water bij het kookpunt in gas overgaat. Dat zet de opgebouwde energie vrij en geeft een nieuwe ordening. Wereldoorlogen zijn zulke faseovergangen. De bom barst, letterlijk. Dat zijn de overgangen naar een nieuwe orde.' Extra complicatie: door de steeds sterkere internationale verwevenheid worden de tussenpozen tussen uitbarstingen steeds korter en de uitbarstingen heftiger.

De wereldgeschiedenis als een fysisch verschijnsel: het klinkt als simplisme, beseft Piepers maar al te goed. Maar de patronen zijn er, de dynamiek lijkt duidelijk. 'Er schuilt een ongemakkelijk soort onvermijdelijkheid in dit soort patronen, waarvan ook ik ongerust word. Vooral omdat volgens mijn definities we sinds de Tweede Wereldoorlog inmiddels het volgende tipping point zijn gepasseerd. Er is grote verwevenheid van conflicten, OekraÔne, Brexit, de EU, het Midden-Oosten staat in brand, vluchtelingen, Trump president. Er is een sfeer van het zoeken naar radicale oplossingen, die het systeem laadt.'

Tot, als hij het systeem inderdaad goed doorziet, een eerste uitbarsting binnen een jaar of vier, het jaar 2020 van zijn boektitel. En daarna, als we dan nog leven tenminste, tot 2150 nog eens drie keer een systeemoorlog, zoals Piepers ze noemt. Inderdaad: hij zou er het liefst faliekant mee miszitten.

Wat hem rest, is waarschuwen, liefst tot op VN-niveau toe. Zijn boek is gratis te downloaden. En als hij de kans krijgt met Poetin te spreken, of Trump, zal hij het niet laten. Er ligt een boek voor ze klaar. Dat de eerstvolgende grote crisis van 2020 tegen het einde van de regeerperiode van Trump in de VS valt, overigens is toeval, zegt hij. 'Ik had weliswaar Trump als een soort lekker griezelige Terror Clown wel voorspeld. Maar zelfs hij zal onderworpen zijn aan het steeds heftiger opslingerende systeem. De precieze poppetjes doen er niet zoveel toe. Helaas.'
oof niet deugen, dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen en dat homoseksualiteit een ziekte is. Dat wringt nogal.

Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat het openbaar en bijzonder onderwijs financieel werden gelijkgesteld, waarmee de weg vrij kwam voor mensen van alle gezindten om scholen te stichten. Die mogelijkheid heeft vast een emanciperende werking gehad voor allerlei religieuze groeperingen. Het confessionele onderwijs, waar kinderen uit alle bevolkingslagen samen naartoe gingen, heeft misschien ook de maatschappelijke kansen van veel kinderen vergroot: op jezuÔetenscholen zaten van oudsher veel katholieke slimme arbeiderskinderen. Maar nu, honderd jaar later staan we er anders voor. Nu houdt het verzuilde onderwijs de integratie van allochtone leerlingen tegen. De emancipatie van kinderen met een achterstand stokt omdat hun horizon niet verder reikt dan de eigen groep.

Ik weet ook wel dat je door de afschaffing van bijzondere scholen niet alle problemen oplost. De vermeende GŁlenscholen zijn niet officieel islamitisch maar propageren 'wereldburgerschap', en sommige zijn aangesloten bij een christelijk schoolbestuur. De officieel islamitische scholenkoepels zeggen de GŁlenscholen niks in de weg te leggen. Intussen gaan de bedreigingen en verdachtmakingen op Twitter door en woedt er een verbeten gevecht in de winkels, speeltuinen en op schoolpleinen.

Er zijn buurten waar vrijwel alleen Turkse Nederlanders wonen en waar iedereen elkaar in de gaten houdt. Gisteren kocht ik onderweg een broodje bij een Turkse bakker in Amsterdam-West. Ik was de enige klant zonder hoofddoek en werd door iedereen aangestaard. 'Komt u hier vaker?', vroeg de bakker. 'U woont hier toch niet?'

Vergaande segregatie los je niet eventjes op met openbaar onderwijs. Maar het is een begin.

In 2009 schreef ik een pleidooi voor uitsluitend openbaar onderwijs, onder de kop 'God heeft op school niets te zoeken'. Ik denk daar nu iets anders over. Nog steeds vind ik dat een school geen overtuigingen mag opdringen aan kinderen, of dat nu christelijke, islamitische, boeddhistische, joodse of antroposofische denkbeelden zijn. Als je de scheiding tussen kerk en staat serieus neemt, wordt het zoetjesaan tijd dat de seculiere overheid niet langer met belastinggeld religieuze scholen bekostigt. De confessionele schoolbesturen hebben onevenredig veel macht.

Maar God hoeft niet geweerd te worden in het onderwijs. School is bij uitstek de plaats waar kinderen kennismaken met mensen van een ander geloof, waar ze leren wat de andere godsdiensten inhouden en waar die anderen precies in geloven. God, Allah, Krishna of de Regenkoning - zoek de verschillen en overeenkomsten. Het kan geen kwaad dat kinderen meemaken dat de ťťn koosjer eet, de ander halal en de derde geen koeienvlees. Dat mag je gewoon zelf weten, zolang je de ander ook in zijn waarde laat. Geloof is een privťzaak, een persoonlijke overtuiging. Maar op school leer je ook dat kernwaarden als de democratie, de rechtsstaat, de gelijkheid van iedereen en het recht op vrije meningsuiting boven persoonlijke overtuigingen gaan.

Vrijheid van onderwijs kan niet betekenen dat de overheid wegkijkt als ouders, kinderen en leerkrachten worden gepest, gebrandmerkt of buitengesloten omdat ze niet de juiste politieke of religieuze overtuigingen hebben.





Web:
Hij voorspelt de volgende wereldoorlog, gebaseerd op natuurkundige theorieŽn

Er komt oorlog in 2020, reken maar na
TT:
Beschouw het als een wake-upcall. We moeten echt begrijpen onder welke omstandigheden we manoeuvreren
Na terugkeer uit BosniŽ ben ik me gaan toeleggen op de vraag wat oorlog soms zo onvermijdelijk maakt dat goeie buren elkaar te lijf gaan




Naar Westerse organisatie, noord-zuid , Westerse organisatie , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .