WERELD & DENKEN
 
 

Ideologie en geestesziekte

.jun.2011

Zoals al opgemerkt in de beschrijving van ideologie  , is het onderhouden ervan gedurende een groot deel van de bekende geschreven geschiedenis van de mensheid gezien als een goede zaak, zolang het de ideologie was van de min of meer directe sociale omgeving. Als je over de hele wereld kijkt, blijkt dat ook op zeer vele en diverse manieren in te vullen. Uit dat laatste valt direct de conclusie te trekken dat de precieze waarden en verdere invulling van die gemeenschappelijke ideologie kennelijk van minder belang is. Wat dat betreft lijkt de waarde van de ideologie niet veel verder te gaan dan de omschrijving van de sciencefictionschrijver Harry Harrison (parafraserend)  : "Een hompje stamethos om de orde in de woestijntent te bewaren".

Daarmee wil niet gezegd worden dat alles wat onder de ideologie geschaard wordt per definitie waardeloos is. In veel zo niet de meeste religies stopt men ook levenslessen die tot de regels en het gezonde verstand van het leven in sociale groepen behoren, zoals het basale idee dat je elkaar niet het hoofd inslaat. Daar waar de ideologie zich onderscheidt van regels is in het formuleren van absolute geboden, de introductie van absolute heersers in de vorm van een godheid, heilige boeken, en dat soort zaken.

Het duidelijkst, voor de niet behepte waarnemer, wordt het verschil tussen ideologie en goede leefregels op het punt waar de twee strijdig raken. De keuze van de ideoloog is eenduidig: voor de ideologie. Zo is de geschiedenis van diverse "Gij zult niet doden"-religies aangaande de steun aan oorlog en andere vormen van massamoord bijna even lang als die van de religie zelf. Nog in onderzoek verkeert de stelling dat er religies zijn die meer hebben bijgedragen aan het doden van de medemens dan ze hebben voorkomen. De voorlopige aanwijzingen zijn dat de drie Abrahamitische religies, judaïsme, christendom en islam, daarvoor sterke kanshebbers zijn.

Het punt waarop een ideologie gaat handelen in strijd met haar eigen basisbeginselen en in strijd met de evolutionaire leefregels van de mens, is ook het punt waarop de aan de gezondheid van de wetten en regels van die ideologie kan gaan twijfelen. Waarbij "gezondheid" natuurlijk slaat op die van de geest. We gaan het hier verder hebben over deze kwestie: de geestelijke ongezondheid van het onderhouden van ideologie.

Als eerste moeten we een keuze maken aangaande het voorbeeld dat we gaan gebruiken: wordt dat religieus of seculier? Het criterium daarvoor, op deze website die sterk het evolutionaire model hanteert, is simpel: degene die zich het minst leent voor aanpassing - en dat wil zeggen: het meest openstaat voor en vatbaar is voor kritiek. Dan is de keuze ook simpel: dat geldt het meeste voor religie. Seculiere ideologieën liggen veelvuldig onder vuur, en de meest gebruikelijke voorbeelden: nazisme en communisme zijn bovendien ook nog vrijwel verdwenen. Dus bij bewijs in werkelijkheid het meest vatbaar voor verandering of evolutie. Het voorbeeld wordt dus religieus van aard, en dan ligt de specifieke keuze, om ongeveer dezelfde reden, ook meteen vast: de islam. Waar nog een additionele reden voor is: de islam is nieuw in Nederland en de rest van Europa, en leent zich daardoor bij uitstek voor vergelijking.

Het fundamentele verschil tussen de islam (en overige religies) en de gezonde manier van denken is te formuleren als het verschil tussen twee beweringen, namelijk de bewering "De maan is van groene kaas" en de bewering "De maan is van steen". In theorie lijkt hier geen verschil tussen te bestaan - een zienswijze die geformaliseerd is in een aantal obscurantistische filosofieën als existentialisme, en die ook weer samengevat kunnen worden in een simpele bewering: "Verlichting (wetenschap, rationaliteit, enzovoort) is ook maar een geloof". Een bewering die je in discussies over cultuur-maatschappelijke zaken talloze malen tegenkomt. Zoals we zo meteen zullen zien, is deze bewering is natuurlijk van dezelfde soort als "De maan is van groene kaas", en behoort dus tot het domein van de religie.

Dat wat betreft het theoretische verschil tussen de twee beweringen. Het gaat natuurlijk om de praktijk. Die praktijk blijkt in de omgang met de bewering. Als iemand de bewering "De maan is van steen" doet, en iemand anders reageert met "Dat is niet waar", luidt het antwoord daarop: "Nou, dan organiseer je een groep mensen, bouwt samen een raket, ga naar de maan, haal wat maanmateriaal op, neem dat mee naar de aarde, steekt dat maanmateriaal in je mond, en dan proef je dat de maan van steen is". Waarop de discussie meestal eindigt, want iedereen weet dat dat inmiddels gebeurt is, en de maan van steen is gebleken.

Maar neem nu het geval dat iemand de bewering "De maan is van groene kaas" doet - een gelovige, dus. En iemand anders reageert met "Dat is niet waar". Dan zou de gelovige kunnen antwoorden: "Nou, dan organiseer je een groep mensen, bouwt samen een raket, ga naar de maan, haal wat maanmateriaal op, neem dat mee naar de aarde, steekt dat maanmateriaal in je mond, en dan proef je dat de maan van groene kaas is".

Dat is niet wat de gelovige doet, in de praktijk. In de praktijk lopen zijn reacties uiteen van een stilzwijgen en het afbreken van de dialoog, tot en met het zwaaien met kromzwaarden en zelfs het gebruik daarvan.

Dit is dus de praktische definitie van het verschil tussen de twee beweringen omtrent de maan. Het is daarmee ook de praktische definitie van het het verschil tussen religie en de redelijke manier van denken. Wat in diverse gradaties ook geldt voor de andere vormen van ideologie.

Natuurlijk doet de gelovige in de praktijk niet de uitspraak "De maan is van groene kaas". Maar het gaat dus in feite niet om deze uitspraak zelf, of een andere specifieke uitspraak. Het gaat om het gebruik van uitspraken in de praktijk. In de dialoog met anderen. Waar de gelovige zich in onderscheidt is in de weigering zijn beweringen te onderbouwen, op een andere manier dan "Ik heb gelijk". Wat betreft de fictieve uitspraak "de maan is van groene kaas" omdat hij weet dat de maan niet van groene kaas is, en wat betreft zijn andere uitspraken omdat hij weet dat hij die andere uitspraken ook niet kan onderbouwen.

Het verschil tussen de twee uitspraken heeft ook praktische gevolgen, zoals af te leiden is uit een ondervariant van het tweetal: "De oplossing van droogte is bidden tot God" en "De oplossing van droogte is aanleggen van irrigatie". Het "De oplossing van droogte is bidden tot God" heeft niet geleid tot merkbare vooruitgang in het welzijn van de mensheid. Het "De oplossing van droogte is het aanleggen van irrigatie" heeft dat wel. De clou is dat "De oplossing van droogte is irrigatie" misschien niet meteen tot de komst van het aardse paradijs leidt, maar dat de houding die eraan ten grondslag ligt er één is die inhoudt dat men bereid is tot aanpassing en uitbreiding van de gekozen aanpak. Wat wel verstrekkende gevolgen heeft gehad. De clou van het falen van "De oplossing van droogte is bidden tot God" is dat men niet in staat is om zelfs indien het enige effectiviteit had, om de methode aan te passen, verbeteren en uit te breiden. Het is een volstrekt doodlopende weg. Al vele duizenden jaren lang.

Maar het gaat nog verder. Niet alleen is men niet in staat om zelfstandig zijn inzichten te wijzigen, zelfs onder vergelijking van de eigen resultaten met de resultaten van "De oplossing van droogte is aanleggen van irrigatie" blijkt dat men niet te kunnen. Want de triomfen van het "De oplossing van droogte is aanleggen van irrigatie" over het "De oplossing van droogte is bidden tot God" duren nu al vijfhonderd jaar, en nog steeds is het overgrote deel der mensheid de houding van "De oplossing van droogte is bidden tot God". En dat dit het overgrote deel der mensheid betreft heeft natuurlijk geen enkel objectieve waarde - dat argument is al vanuit de oudheid bekend als een retorische truc onder naam  van Ad populum  .

Het hardnekkig volhouden van een idee dat zo duidelijk en zo onweerlegbaar in strijd is met de werkelijkheid, kan alleen maar beschreven worden in psychopathologische termen. De contradictie met de werkelijkheid is minstens even groot als die van de persoon die zichzelf Napoleon vindt. Dat laatste omschrijft men als een psychologische afwijking, en de betreffende persoon belandt meestal in een instituut. Er is geen enkel reden om te veronderstellen dat de ernst van de afwijking van de opvatting "De oplossing van droogte is bidden tot God" en zijn talloze andere varianten minder is dan die van "Ik ben Napoleon". Ook al de personen die dat idee erop nahouden, hebben een psychologische afwijking. Ze lijden aan een complex van ernstige wanen. De reden dat ze desondanks niet opgesloten worden, is tweeledig: er zijn heel veel van dit soort mensen waardoor de afwijking normaal lijkt. En: er zijn heel veel van deze mensen zodat opsluiting onpraktisch is.

Op dit punt in het verhaal kan de vraag opkomen hoe zo'n afwijking heeft kunnen ontstaan en zo wijdverspreid heeft kunnen raken. Het natwoord op het eerste deel is simpel: zo werkt de natuur. de natuur probeert van alles uit, en vele dingen blijken niet te werken, en sommige wel. Na verloop van tijd noemt men de eerste dan vaak een afwijking.

Het tweede deel is nauwelijks ingewikkelder. Ook deel uit van de natuur maakt het begrip zwakte. Binnen een bepaalde tak van ontwikkeling kunnen zich sterkere en zwakkere deelaspecten bevinden. Zo is binnen de genus "vogel" het vliegen de norm, maar sommige soorten hebben een zwakte, afgaan op uiterlijk, dusdanig ontwikkeld dat ze de capaciteit tot vliegen verloren hebben. En hierbij denk je natuurlijk als eerste aan de pauw.

De mens is in sommige opzichten een soort pauw. Waar bij de meeste diersoorten de hersenen een redelijke proportie van het geheel uitmaken, is dat bij de mens zodanig uit de hand afgelopen dat hij zijn jongen nauwelijks meer door het geboortekanaal kan persen. Omvang van hersenen afgezet tegen geologische tijdschaal en deze ingekrompen tot een jaar, doet de ontwikkeling van de menselijke hersenen zich voor als een ongezonde explosie tijdens de allerlaatste (fracties van) seconden.

Dat er binnen het functioneren van die zo snel gegroeide menselijke geest zich zwakten bevinden is zo weinig verwonderlijk dat je het een automatisme zou kunnen noemen. Een van die zwakten is dus het ontwikkelen van het patroon dat heeft geleid tot de groei van de godsdienst en de ideologie tot de huidige proporties.

Ook over de zwakte zelf en haar groei is wel het een en ander op te merken. Vanuit zowel de intuïtie als de huidige psychologie is bekend dat één van de sterkste drijfveren van de mens de angst is. Angst zorgt ervoor dat je gevaar vermijdt, en vermijden van gevaar is een sterke overlevingsfactor in competitieve omgevingen, zoals die voor mens het overgrote deel van de tijd is geweest, in de vorm van allerlei sterke wilde beesten.

Ook is bekend dat onzekerheid de angst opwekt, want onzekerheid is mogelijk gevaar. Er is staat dus in de hersenen een beloning op het vermijden van onzekerheid. En daar waar de capaciteiten van de hersenen leiden tot meer kennis van de omgeving, leiden ze dus ook tot meer onzekerheden: het is niet meer de beer uit het naburige hol waar je rekening meer moet houden, maar ook nog de leeuwen van tien kilometer verderop.

Met het zo sterk groeien van de hersenen in zo korte tijd, is het goed voorstelbaar dat de hang naar de zekerheden van de godsdienst en de ideologie uitingsvormen zijn van de angst voor de onzekerheden die het zich ontwikkelende brein ook veroorzaakt.

Even zo goed is het voor een redelijk mens, de mens met gezond verstand, moeilijk voorstelbaar hoe een zich "mens" noemend wezen kan leven met uitspraken van het type "De maan is van groene kaas", en zich toch kan voordoen als redelijk normaal. Zelfs als je in aanmerking neemt dat dat er een grote groep gelijkstemden erom heen verkeert. Je zou zeggen dat de kennis van een anderszinse werkelijkheid toch ergens nog in de geest aanwezig moet zijn. Iets waarvoor een directe aanwijzing bestaat, in dat de aanhangers van "De maan is van groene kaas" wel degelijk het probleem zien in aanhangers van "De maan is van gele kaas", of die van "De maan is van komijnekaas". Met name als het aantal aanhangers van, zeg, "De maan is van komijnekaas" niet zo erg groot is - voor dat soort gevallen heeft men zelfs een negatief geconnoteerde soortnaam - dat is een "sekte". Waarbij andere connotaties zijn: "overdreven", "onzinnig", "onredelijk", "dwaas" -  en: "gevaarlijk".

Voor de redelijke buitenwacht is het oordeel van de aanhangers van "De maan is van groene kaas"over de aanhangers van "De maan is van komijnekaas" volledig onbegrijpelijk - voor hen zit het niet in de soort kaas, maar in de kaas zelf.

Maar het oordeel over de aanhangers van "De maan is van komijnekaas" laat zien dat er dus wel degelijk enig besef van de werkelijkheid in de geest van de "groene kaas"-aanhangers aanwezig is. En, bij verwisseling, dus bij alle "kaas"-aanhangers.

De grote vraag is dan natuurlijk: hoe kunnen twee zulke tegenstrijdige processen: "besef van de werkelijkheid" en "De maan is van een of andere kaassoort", naast elkaar in de geest van een enkel mens huizen?

Gezien de universaliteit van het verschijnsel kan het niet anders dan dat ook dit proces moet berusten op een van nature in de geest aanwezig iets.

Voor de verklaring van dit proces, dat wil zeggen: het plaatsen ervan in een kader dat het vanzelfsprekend lijkt, is het nodig het kader waarin de geest gezien wordt aan te passen aan moderne inzichten.

Het oude inzicht is dat de geest, het menselijke denken en bewustzijn, een alomvattend en ondeelbaar geheel is waaraan de hele hersenen in gelijke mate deelnemen. Een misschien niet geheel onlogische tussenstap van het "Groene kaas"-verleden van het menselijke denken, waarin die menselijke geest een inblazing is van de godheid die in de hemelen zij  . Een godheid die inblaast die doet natuurlijk zoiets in één keer - die gaat niet allerlei tussenfasen verzinnen om tot een eindproduct te komen dat sowieso altijd zijn bedoeling was.

Het idee dat de menselijke geest niet één groot homogeen geheel is, past bij de werkelijkheid dat het menselijke lichaam ook niet één groot homogeen geheel is. Het totale functioneren ervan, bestaande uit een aantal basale processen als energievoorziening, voortplanting enzovoort, is verdeeld over onderscheiden elementen, bekend als "organen", die gespecialiseerde functies vervullen. Iets waarvan dus uiterst aannemelijk is dat het in de hersenen op dezelfde manier toegaat. Omdat dat doodgewoon de manier is waarop de natuur in het algemeen het meest efficiënt en levensvatbaar blijkt te werken  .

Het bestaan van organen is onlosmakelijk verbonden aan het bestaan van grenzen ertussen, al dan niet scherp definieerbaar - er is "binnen" en "buiten" de lever, en dus heeft de lever een grens - bij de huid ligt die grens wat subtieler. Zo zal er tussen de functionele onderdelen van de hersenen, de geest, ook per definitie grenzen moeten bestaan, die dus vermoedelijk ook wat subtieler zijn dan bij de lever, want anders zouden anatomen ze wel gezien hebben. Nu hebben de anatomen wel duidelijke organen in de hersenen gezien, maar dat zijn de primitievere onderdelen, de emotionele organen, die we delen met de dieren. Als we het gaan hebben over de geest en het denken, dan hebben we het duidelijk over dat sterk gegroeide bovendeel van de hersenen, de cortex. En daar zijn betrekkelijk weinig grenzen in zichtbaar. Oppervlakkig gezien is het één groot opgevouwen en ineengekronkeld vel. En dus mogen we aannemen dat de grenzen tussen de functionele onderdelen van de geest betrekkelijk subtiel daarmee vermoedelijk ook betrekkelijk variabel en aanpasbaar zijn.

Met dit nieuwe kader voor de werking van de menselijke geest, is er meteen ook een "verklaring" van de combinatie van "kennis van de werkelijkheid" en het onderhouden van het idee "De maan is groene kaas": de twee tegengestelde zaken bevinden zich in andere functionele delen van de hersenen, en de grens tussen die twee is dusdanig geblokkeerd, dat de geest de tegenstrijdigheid niet opmerkt.

Nu is het bestaan van een absolute grens tussen een orgaan en het geheel waar het orgaan deel van uitmaakt onzinnig: als een orgaan niet meer op één of andere manier aan het geheel deelneemt, is het overbodig. Er dus dus altijd een vorm van contact tussen het orgaan en de rest, alleen gebeurt dat op een gecentraliseerde manier: niet iedere levercel apart communiceert met het lichaam, maar dat gaat via een gemeenschappelijke toe- en afvoer: aderen. In de hersenen is het natuurlijk niets anders. Sterker: het belang van de communicatie tussen de delen is dusdanig, dat daar circa tweederde van het volume van de hersenen aan is besteed, in de vorm van wat heet de "witte stof:", en in feite de verbindingsdraden zijn. Ook hebben moderne inzichten inmiddels geleid tot de kennis dat een belangrijk deel van het leren door een kind, het leren van de menselijke geest, zit in het manipuleren van de verbindingen tussen de onderdelen. Of om preciezer te zijn: leren is het gevolg van het zichzelf manipuleren van de verbindingen van de hersenen onder de invloed van ervaringen met de buitenwereld.

Nu hoeft het hier niet als nieuwe kennis geïntroduceerd te worden dat het leren van een kind in hoge mate gebeurt onder invloed en stimulans van de ouders. Als de ouders een gedrag vertonen en, op latere leeftijd van het kind, verbaal overgedragen ideeën uiten die overeenkomen met bepaalde patronen van verbindingen tussen de functionele onderdelen van de hersenen, zullen de kinderen, door het proces van leren, voor een flink deel hetzelfde patroon van verbindingen krijgen. Met sterkere en zwakkere verbindingen op bepaalde plaatsen.

Waarmee we deel twee hebben geformuleerd van de verklaring van het verschijnsel van het onderhouden van twee onverenigbare processen in de geest: de capaciteit daartoe is overdraagbaar van generatie op generatie, en hoeft dus niet telkens opnieuw te worden uitgevonden. Zou de laatste het geval zijn, was de universaliteit van het "De maan is van groene kaas"-denken in de huidige moderne tijd, met mensen op de maan, moeilijk verklaarbaar. Met het eerste erbij, is het dat niet meer, en zelfs logisch - het is dan slechts een voorbeeld van het algemene proces van cultuur - het doorgeven van de ervaringen van eerdere generaties, waardoor de latere generaties bepaalde manieren van doen niet telkens opnieuw hoeven te leren - uit te vinden.

Men zou kunnen denken: maar als mensen volwassen worden, kunnen ze toch zelf leren om een onderscheid te maken tussen "De maan is van groene kaas" en de "De maan is van steen". Dat blijkt, gemiddeld genomen, zeer moeilijk te zijn. Als algemene regel is uit de psychologie bekend dat naarmate zaken vroeger in de jeugd geleerd worden, het moeilijker is om af te leren. Religieuzen beginnen gewoonlijk heel vroeg met het inwijden van hun kind in de gewoontes van de religie, soms kort na de geboorte, middels wat in sommige religies heet de "doop". En als vuistregel aangaande de tijd die nodig is voor iemand die de echte wil heeft om van een religie af te komen, geldt dat daar iets in de buurt van vijf jaar volledige mentale inspanning voor nodig is, en dat het proces met de nodige geestelijke kwellingen gepaard gaat  .

Het gaat hier dus deels om de kern van het proces dat heet cultuur. Het goede van dat proces van doorgeven is het niet telkens opnieuw hoeven leren. Het slechte is, eveneens, het niet opnieuw leren. Want de wereld kan ondertussen veranderen. Wie vasthoudt aan de visserij als middel van bestaan als het meer waaraan hij leeft droog valt, heeft weinig overlevingskansen. Wie zijn groene kaas van de maan wenst te halen, daar waar is gebleken deze van steen te zijn, heeft ook slechte overlevingskansen.

De natuur kent de waarde van cultuur, want het is in alle diersoorten ingebouwd in de vorm van bestendigheid van gedrag. maar de natuur kent ook de noodzaak tot aanpassing aan veranderingen. Wat de natuur heeft ingebouwd als diversiteit. Alle diersoorten, voor de hogere steeds beter gelijkend op de mens, kennen de schuwe en brutale types: de brutale vogel heeft het eerste of lekkerst hapje, de schuwe valt niet ten prooi aan de poes. De panda sterft uit als de bamboe op is, de mens gaat als het graan op is over op het eten van knollen. Diversiteit betaalt uit.

De in de mens ingebouwde drang tot diversiteit zorgt ervoor dat er altijd individuen en kleinere groepen zullen zijn die de heersende cultuur negeren en zelfs afwijzen. Die heersende-cultuur vermijders die zich beter aanpassen aan veranderde omstandigheden, zuilen een voordeel krijgen. naarmate dat voordeel groter en duidelijker zichtbaar wordt, is de kans groter dat de gewoontes van de heersende-cultuur afwijzers deel zullen gaan uitmaken van de cultuur - er vindt een cultuurverandering plaats. Dat kan geleidelijk, zodat het minder opvalt, of sneller - dan spreekt men van een cultuuromslag. Dat laatste gaat meestal met de nodige strubbelingen gepaard.

Religie is een bijzonder sterke cultuurfactor. Maar toch zijn er altijd mensen geweest die het afwijzen. Die zelf gingen denken. De geleerden wier namen door historische geschriften overgeleverd zijn. En op een gegeven moment een groepje mensen dat denken ook nog eens in de praktijk gingen brengen. Dat groepje had succes in dat het zich beter aan de natuur wist aan te passen. Wat zichzelf ging versterken, toen dat groepje ook nog zelf veranderingen in de natuur wist te bewerkstelligen: zijn waren wel in staat zich aan die door mensenhand veroorzaakte veranderingen aan te passen - de heersende-cultuurmensen niet. Een proces dat zich gedurende circa vijfhonderd jaar heeft ontwikkeld tot de situatie waar we nu in zitten: een grote meerderheid heersende-cultuur volgers die de houding van de "De maan is van groene kaas' aanhangt, en een kleine minderheid die weet dan de maan van steen is. Wie gaat tellen concludeert dat de "stenen maan"-aanhangers afwijkend en dus geestesgestoord zijn, wie kijkt naar de resultaten en verdere overlevingskansen concludeert dat de "groene-kaas maan"-aanhangers afwijkend en dus geestesgestoord zijn. Voor die de stap van afwijkend naar geestesgestoord nog wat te cru is: deze boodschap komt tot de lezer middels elektronica, computers en internet. Allemaal producten van "stenen maan"-denken. Net als een groot deel van de rest van de maatschappij functioneert. Wie, terwijl zijn hele omgeving bestaat uit "stenen maan"-denken, voor zichzelf toch vasthoudt aan "groene-kaas maan"-denken, is volgens alle objectieve definities ervan geestelijk gestoord.

Het voorgaande proces beschrijft een geleidelijke ontwikkeling gedurende vele honderden jaren, en is daarom wat moeilijker waar te nemen. Makkelijker is een directe vergelijking tussen begin- en eindstadium. Zo'n mogelijkheid tot vergelijking heeft zich voorgedaan met de opkomst van de snelle transportmiddelen, en een van de gevolgen daarvan: de immigratie van grote groepen mensen uit derde-wereldlanden. Waarbij "groot" staat voor "een zodanig relatief en absoluut aantal dat ze eigen deelculturen kunnen vormen in het immigratieland"   . Die culturen van de derde-wereldlanden bevinden zich nog vrijwel volledig in het "De maan is van groene kaas"-stadium. En die "groene kaas"-mensen worden geconfronteerd met een maatschappij met een sterke "stenen maan"-component.

Met deze context zijn de onder de noemer van "integratieproblemen" geschaarde verschijnselen volkomen verklaarbaar. Zodra de daarvoor benodigde grenswaarden in aantal en/of percentage werden bereikt, zagen we het verschijnen van "groene kaas"-kaas gebedshuizen en "groene kaas"-kledij. Waarbij dat laatste begon met de tweede generatie, illustrerende hoe het "groene kaas"-denken aan de nieuwe generaties wordt doorgegeven. Wat ook blijkt te gelden voor degenen die de taal van het gastland machtig zijn, aantonende dat taal strikt genomen geen cultuurverschijnsel is, maar slechts een communicatiemiddel van cultuur - het idee dat taal een onlosmakelijk bestanddeel is van de cultuur is gebaseerd op het feit dat dit historisch gezien altijd zo is geweest - door de nieuwe mobiliteit in de wereld blijkt dit dus slechts ten dele zo te zijn. Dit is een directe illustratie van de bestendigheid van de "groene kaas"-cultuur.

Het interessante aan de komst van een nieuwe "groene kaas"-cultuur zijn de wederzijdse reacties. Zoals dat ook geldt voor de "inheemse" "groene-kaas"cultuur, voelt ook de import-"groene kaas'-cultuur een weerzin voor alle "niet-groene kaas"-kaas culturen (dat wil zeggen: andere religies), maar een nog veel sterkere afkeer voor de "niet-kaas cultuur", hier omschreven als de "stenen maan"-cultuur. Het eerste is een verschil in kleur, het tweede een verschil in wezen. Die afkeer uit zich maatschappelijk op vele manieren, als asociaal gedrag, in een spectrum lopende van diverse vormen van overlast en criminaliteit, tot aan het extreem het verschijnsel van terrorisme. Maar waar het hier om gaat zijn de bijbehorende psychologische verschijnselen.

Het beschrijven van de psychologische gevolgen van de botsing tussen culturen is probleem in de zin dat de noodzakelijke gegevens moeilijk te krijgen zijn. Dat geldt namelijk ook al voor de overduidelijk zichtbare sociologische aspecten ervan, zoals de matig tot grote sociale achterstand, de verhoogde overlast, en de verhoogde criminaliteit - het is dertig jaar lang verboden geweest dit te melden, en de laatste tien jaar wordt het constateren ervan heftig bestreden en/of gebagatelliseerd.

Maar soms is de gewenste  informatie te halen uit de pogingen om de zaak van de "groene kaas"- culturen te verdedigen. Hier zijn eerst de relevante cijfers aangaande het psychologische aspect van de botsing der culturen (De Volkskrant, 17-05-2011, door Jean-Paul Selten):

  Verzwegen epidemie: psychose bij allochtonen

Jean-Paul Selten | De psychiater en epidemioloog Jean-Paul Selten luidt de noodklok: uit nieuw onderzoek blijkt dat het met de geestelijke gezondheid van niet-westerse allochtonen zorgelijk gesteld is. Een belangrijke oorzaak is sociale uitsluiting.

Een onderzoek in de stad Utrecht, onlangs gepubliceerd door het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, maakt nog eens duidelijk hoe zorgelijk de situatie is rond de geestelijke gezondheid van allochtonen. Het risico op psychiatrische behandeling wegens psychotische stoornissen (inclusief schizofrenie) is voor Turkse Nederlanders van de tweede generatie negen en voor Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders zeven keer zo hoog als voor autochtone leeftijdsgenoten. ...
    De gebruikelijke leeftijd waarop men een psychotische stoornis ontwikkelt is 15 tot 54 jaar en het risico dat deze ramp zich ooit in iemands leven voltrekt bedraagt normaliter 1 procent. Een blijvende verhoging van het risico voor allochtonen van de tweede generatie zou betekenen dat 5 tot 10 procent van hen de aandoening ontwikkelt.
    Het risico op psychiatrische behandeling wegens een depressieve stoornis is voor Turkse Nederlanders van de eerste generatie vijf keer en voor de tweede generatie acht keer hoger dan voor autochtone Nederlanders. Voor Marokkaanse Nederlanders van eerste en tweede generatie zijn deze cijfers respectievelijk drie tot vijf keer hoger.  ...

Het onderscheid dat hier gemaakt wordt tussen psychotische en depressieve klachten is voor ons niet van belang - en voor beide geldt het volgende

  De oorzaak van depressieve en psychotische stoornissen is een combinatie van erfelijke en omgevingsfactoren. Als je de erfelijke aanleg niet hebt, zul je de stoornis niet krijgen. Als je die wel hebt, betekent dat niet automatisch dat je ziek wordt. Voor psychosen bijvoorbeeld geldt dat ongeveer 15 procent van de bevolking er de erfelijke aanleg voor heeft, terwijl in normale omstandigheden slechts 1 procent de stoornis ontwikkelt.
    Het is bekend dat de depressieve stoornis wordt uitgelokt door allerlei vormen van stress en dat de stoornis daarom in lagere sociale strata twee keer zo vaak voorkomt.
    Aangezien het risico voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders meer dan twee maal zo hoog is, spelen behalve economische ook andere factoren een rol.

Dit zijn natuurlijk de culturele factoren waar het in dit artikel over gaat. Overigens schrijft de auteur dit artikel om de zaak van de allochtone culturen te verdedigen:

  Volgens een manifest van Turkse professionals (de Volkskrant, 10 januari 2011) hebben Turks-Nederlandse jongeren het gevoel dat ze nooit een onderdeel van de Nederlandse samenleving zullen worden.  

Waarbij, wat mede duidelijk is uit eerdere opmerkingen van de auteur in de media, dat dit een zaak is die grotendeels aan de autochtone Nederlandse samenleving wordt verweten. Wat in ieder geval niet puur Nederlands is:

  Het voor migranten verhoogde risico op een psychotische stoornis is een internationaal verschijnsel. In Engeland is het risico voor migranten uit het Caribische gebied en Afrika gemiddeld vijf keer zo hoog en in Denemarken en Zweden voor personen uit niet-westerse landen drie keer. Onderzoek in enkele landen van herkomst (Suriname, Jamaica, Trinidad, Barbados, Groenland) laat normale cijfers zien.

Wat gevolgd wordt door de vraag waar wij hier ook mee bezig zijn:

  Waarom stijgt het risico voor de bewoners van deze landen als ze naar West-Europa verhuizen?

Natuurlijk verschilt het antwoord afhankelijk van je houding ten opzichte van de "groene kaas"-culturen. Wie daar positief over denkt, verschuift de oorzaak richting gastcultuur:

  De volgende gegevens bieden wel aanknopingspunten voor een verklaring: 1. Het risico is vooral verhoogd bij etnische groepen die weinig succesvol zijn en gediscrimineerd worden (Afrikanen in Engeland, Inuït in Denemarken, Marokkaanse mannen in Nederland). 2. Het risico voor allochtonen is hoger naarmate zij met minder mensen van hun eigen etnische groep in een wijk wonen (Londen, Den Haag). 3. De kans is weinig verhoogd voor etnische groepen met een sterke sociale cohesie (Aziaten in Engeland, Turkse Nederlanders van de eerste generatie). Deze bevindingen steunen de gedachte dat sociale uitsluiting een belangrijke oorzaak is van psychose voor personen met een genetische kwetsbaarheid.

Waarbij de auteur er kennelijk vanuit gaat dat sociale uitsluiting een eenzijdig proces is. Onjuist natuurlijk, want die sociale processen die leiden tot uitsluiting, dat wil zeggen: culturele en sociale samenhang binnen de groep, zijn bij de niet-westerse immigrantenculturen sterker dan bij de westerse gastculturen.

Auteur Selten trekt uit zijn gegevens de conclusie dat dat het contact tussen de immigrantencultuur en gastcultuur de essentiële en achterliggende factor is. Dat klopt voor de weinig verhoogde kans voor eerste generatie Turken - deze is te herleiden tot hun vrijwel volledig ontbrekende contact met de Nederlandse samenleving - ze spraken de taal nauwelijks tot niet, en begrepen slechts een fractie van wat er sociaal om hen heen gebeurde - voor de meeste van hen waren hun kinderen de brug met de Nederlandse samenleving.

Het geldt ook voor het gevonden verband tussen het al dan niet in eigen culturele omgeving leven: in eigen culturele omgeving zoals de "allochtonenwijk" is er veel minder contact met de Nederlandse cultuur dus hebben ze minder last de veronderstelde slechte behandeling door Nederlanders.

Maar het klopt niet met de eveneens waargenomen afwezigheid van psychiatrische en dergelijke problemen bij Aziatische immigranten. Of immigranten van vele andere soorten afkomst. De daarvoor door Selten gegeven verklaring: de sterkere sociale band bij Chinezen, is onjuist: de sociale band bij Turken en Marokkanen is, voor zover bekend en meetbaar, zeker niet minder sterk - er zijn in Nederland geen Chinese tempels waargenomen, noch vrouwen in traditionele Chinese kledij, of dergelijke tekenen van sociale samenhang die je bij Turken en Marokkanen wel ziet.

De gegevens passen echter wel volledig in de hier ontwikkelde relatie tussen het "groene kaas"-denken en de problemen die dat geeft indien geconfronteerd met de werkelijkheid. Aziaten zijn een uitzondering op het patroon van verhoogde problemen bij immigratie, omdat Aziaten geen "groene kaas"-religie aanhangen.

Maar er is nog een relatie om te bevestiging, namelijk die tussen de "groene kaas"-religie en de aard van de migratieproblemen. Want van problemen met de gastherencultuur zou je in principe van alles kunnen krijgen. Van andere vormen van psycho-sociaal trauma, zoals overlijden van een naaste, ontslag, en dergelijke, is dat ze vooral leiden tot kwalen als overspannenheid, neerslachtigheid, diverse lichamelijke kwalen, maar niet zozeer depressie, en al helemaal weinig psychiatrische klachten als schizofrenie.

Het lijkt dus waarschijnlijker dat de genoemde kwalen die allochtone klachten hier krijgen, manifestaties zijn van iets dat al in de geest aanwezig is, en door de confrontatie met een andere cultuur naar boven komt. Daarvoor zijn genoeg aanwijzingen te vinden, maar de waarneming daarvan is meestal geblokkeerd door alhier aanwezige sociale conventies. Eerst moeten die conventies gedeblokkeerd worden, door middel van de volgende bron - het eerste citaat is ter illustratie van de omstandigheden hoe de bijzondere observatie tot stand is kunnen komen. Auteur Reimersma is buitenstaander in Marokko, en haar man, zelf Marokkaan, door een speling van het lot, kennelijk ook (de Volkskrant, 07-05-2011, door Greta Riemersma):

  Verlangen naar Purmerend

Journalist en schrijfster Greta Riemersma was al snel ingeburgerd na haar verhuizing naar Marokko, het vaderland van haar man Saïd. Bij haar echtgenoot groeide het gevoel van vervreemding. Zijn geboorteland was veranderd, en hij zelf ook. Na drie jaar zijn ze terug in Nederland, tot opluchting van Saïd.

...Samen verdiepen we ons in de familiegeschiedenis en uiteindelijk belanden we in dit verhaal in 1965, het geboortejaar van Saïd. Hij vertelt me dat hij als jongen al wist dat hij niet in Marokko wilde blijven. Hij groeide op in armoede, in een buurt waar weleens een rat rondliep of een vissenkop rondslingerde. Met moeite wisten hij en zijn vriendjes een bal bij elkaar te sparen, en soms werden ze dan tijdens het voetballen op straat door de politie met gummistokken verjaagd. Doodsbang stoven ze uiteen, het eerste het beste huis in – en de politie nam ook nog de voetbal mee. Marokko werd lange tijd beheerst door terreur. Al jong besefte Saïd dat het leven anders kon zijn dan wat hij meemaakte. In Kenitra woonden Fransen en Amerikanen, die op hem overkwamen als rijke, vrije mensen. Hij wilde net zo’n leven als zij en steeds vaker begon hij te denken aan weggaan uit Marokko, wat hij op zijn 15de deed. Via omzwervingen kwam hij terecht in Nederland ... 

Nadat zijn door het werk en de nieuwsgierigheid van zijn vrouw weer terecht in Marokko, wil hij al snel weer terug:

  Het is begin 2008, we zijn een aantal maanden eerder naar Marokko verhuisd en we beleven bijzondere tijden. Mijn moeder is toevallig op bezoek en het ontgaat haar natuurlijk niet dat mijn echtgenoot die ochtend is verdwenen. ...
    En nu krijgt zij deze ochtend te horen dat de Nederlands-Marokkaanse man van haar dochter, net als die Iraanse klootzak uit dat boek een moslim, strontlazerus tevoorschijn is gekomen uit een hotel ... Als we even later thuiskomen, loopt hij als een invalide eend naar de kast waarin zijn Nederlandse paspoort ligt, roepend dat hij teruggaat naar Nederland. Als ik dat zo graag wil, mag ik gerust in Marokko blijven, maar hij heeft hier niets te zoeken. ‘Tot ziens! Ik bel jullie!’, roept hij met dubbele tong naar onze verbijsterde kinderen. Hij slaat de deur achter zich dicht en dan zijn we alleen, mijn moeder, de kinderen en ik, in de Marokkaanse geboortestad van mijn echtgenoot die hier geen seconde langer wil blijven. ... 

En hier is de oorzaak van de reden dat Saïd niet wil blijven, en de reden van de vermelding van deze bron:

  Hoe langer we in Marokko zijn, hoe sneller we het verschil zien tussen een Marokkaan van hier en van dáár. Eén blik op de mimiek en we weten genoeg. De gezichtsuitdrukking van migranten is ons vertrouwd, of ze nu een baard of een hoofddoek dragen, of niets; of ze uit Nederland, Zweden of Zwitserland komen of nog ergens anders vandaan. Hun gezicht kunnen we lezen, omdat het open is en omdat er tijdens de conversatie oogcontact is. Maar wat er omgaat achter de gesloten blik van veel Marokkanen uit Marokko, dat weten we niet altijd meteen.

Het is hier geformuleerd in ogen, maar we hoeven nauwelijks de gezond-verstanduitspraak dat de ogen de spiegel van de ziel zijn op te roepen om te kunnen stellen dat het in de gegeven beschrijving gaat om het geestelijke karakter van de twee groepen. De groepen Marokkanen en Europeanen. En voor een belangrijk en essentieel deel: de groepen "Groene kaas maan"-denkers en "Stenen maan"-denkers. 

Waar het hier vooral om gaat is dat het verschil van buiten, in het uiterlijk, zichtbaar is. Een gotspe in de kerk van de gelovigen in de gelijkheid der mensen , maar voor iedere objectieve waarnemer een vanzelfsprekendheid: dat is een essentieel onderdeel het gereedschap voor sociale interactie en partnerselectie en talloze andere voor de evolutie belangrijke zaken . Wie de factor "uiterlijk" zelf in werking wil zien, kijke naar de plaatjes hier uitleg of detail . Dat is dus het gereedschap aanwezig in de menselijke geest dat Reimersma heeft gebruikt. Met dat gereedschap kijkt men naar de plaatjes hier , en zie dat de geest van de moslim ernstig misvormd is door het geloof in "De maan is van groene kaas". Waarbij het ons in Nederland, redelijk diep ingebed in een wereld waarin ook veel "groene kaas"-denken heerst, alleen kan opvallen omdat moslims het veel meer hebben dan christenen. En wat betreft de redactie die dit alles noteert: die is nooit op enigerlei substantiële wijze aan die invloed blootgesteld, iets dat in het Nederland van de jaren vijftig en zestig nog een betrekkelijke zeldzaamheid was.

Op dit punt in de analyse aangekomen, willen we weer eens het principe van Occam  aanroepen: van alle mogelijke verklaringen is degene die het minste aantal vooronderstellingen nodig heeft, zeg maar: de simpelste, het meest waarschijnlijk. Neem aan dat religie een overdraagbaar ziektebeeld van de menselijke geest is, dat als voedingsbodem haar vaardigheden voor abstraheren en de angst voor het onbekende heeft (en de dood en nog wat meer van dat soort dingen), en talloze zaken die volstrekt onverklaarbaar lijken, vallen ineens op hun plaats: het feit dat men zichzelf volstrekt kan loszingen van de werkelijkheid (het is werkelijkheid die eng is), het fanatisme waarmee andersgelovigen bestreden worden (die impliceren het bestaan van een werkelijkheid en de werkelijkheid is eng), het feit dat niet-gelovigen als nog erger worden gezien dan andersgelovigen (de overtreffende trap van het vorige), het feit dat het ene deel  van de wat ergere aanhangers er zo getormenteerd bij kijkt (bij hen overheerst het besef van de tegenspraak),  en een andere deel even gestoord gelukkig (bij hen overheerst de afwezigheid van de tegenspraak), en het feit hoe het zich van zo'n onbetekenend groepje als de joden heeft kunnen verspreiden over de hele wereld.

En het feit dat aanhangers van seculiere ideologieën voor een belangrijk deel dezelfde soort verschijnselen vertoont als religieuzen: aanhangers van seculiere ideologie sluiten ook de werkelijkheid uit, ten faveure van in de geest ontstane "hersenspinsels" die ze aanduiden met termen als "idee", "principe", enzovoort. Waarbij dat "enzovoort" zaken insluit die, net als de leerstellingen van de kerk door gelovigen, door de aanhangers als het hoogste en ultiemste Goed worden gezien: "De Gelijkheid der Culturen", "De Gelijkheid der Mensen", "De Universele Rechten van de Mens", en dergelijke. Waarbij de hoofdletters staan voor de absolute waarde die de aanhangers, de "gelovigen", er aan toekennen. En waarbij het gaat om die absolute waarde - het punt waarop je het niet meer hoeft te toetsen aan de werkelijkheid, omdat je al weet dat je gelijk hebt. Het punt waarop het van "De maan is van steen" geworden is tot "De maan is van groene kaas".

En één van de zaken die de zienswijze van religie (en ideologie) als geesteskwaal zonder probleem kan verklaren is de toenemende schizofrenie van allochtone immigranten naarmate ze meer in contact komen met de gastheercultuur, daar waar de "normale" theorie zegt dat ze daardoor juist beter zouden moeten integreren: de confrontatie van de eigen "Groene kaas"-cultuur, die ook nog eens als superieur wordt gezien, met een anderszins cultuur die in de praktijk superieur blijkt te zijn (daarvoor zijn ze ook naar die andere cultuur geëmigreerd), roept een sterk verhoogde spanning in de geest op, welke spanning bij degenen die daar vatbaar voor zijn een "scheur" in die geest veroorzaakt, een schisma - te omschrijven als "een verscheurde geest". Schizo-frenie.

Maar hier gaat het niet om die allochtone culturen, maar om de Nederlandse en westerse. De allochtone culturen hebben in deze slechts een signaleringsfunctie. Op dezelfde manier als in de medische wetenschappen stoffen in het lichaam worden ingespoten, tracers, die het makkelijker maken om de bloedsomloop of een tumor zichtbaar te maken. Wat de plotselinge instroom van de islam, de zo'n beetje de ergste "groene-kaas maan"-religie, duidelijk maakt dat hoewel onze religie en ideologieën wel minder ernstig zijn dan de islam, maar op zichzelf ernstig genoeg om er iets aan te doen.

Die laatste uitspraak dient hier nog aangetoond te worden als eigenschap van de werkelijkheid. En ter onderbouwing van de theoretische overwegingen. Wat, in aansluiting op de ervaring met de allochtone culturen, dan aangetoond moet worden is dat de autochtone aanhangers van religiën en ideologie soortgelijke min of meer schizofrene verschijnselen vertonen. Dat wil zeggen: er ideeén op na houden die in tegespraak zijn met de werkleijkheid, blijkende uit het doen van uitspraken die in strijd zijn met de werkelijkheid.

Welk "aantonen", net als in de natuurwetenschappen, alleen gedaan kan worden door te wijzen op de werkelijkheid - wat gedaan is bijvoorbeeld hier uitleg of detail .


Maar wat, leert ook de natuurwetenschap, voor verdere groei van het begrip van het proces ondersteunt moet worden door een verklaring uit meer algemene of dieperliggende processen. Dat is, ruim na het schrijven van het voorgaande, gedaan hier


Naar Ideologie  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .