De Volkskrant, 04-06-2011, door Wim Bossema .2010

Malcolm X krijgt de biografie die hij verdient: ontluisterend

Zijn heftige leven en gewelddadige dood maakten Malcolm X tot een cultheld in de orde van grootte van Che Guevara. Maar in feite liep Malcolm X de zwarte beweging alleen maar voor de voeten. Pas op het allerlaatst zweerde Malcolm het zwarte racisme van de Nation of Islam af.

Zou Malcolm X het leuk hebben gevonden dat hij 43 jaar na zijn dood door Al Qaida werd geprezen? Ayman al-Zawahiri, tot Osama bin Ladens dood de nummer 2 van de islamistische terreurgroep, deed dat in november 2008; hij prees 'Malcolm X (Moge Allah hem genadig zijn)' als de tegenpool van 'huisnegers' als Barack Obama. Manning Marable, van wie een nieuwe, baanbrekende biografie van Malcolm X is verschenen, denkt van niet: 'Malcolm zou zeker de terroristische aanslagen op 11 september 2001 hebben veroordeeld, als uiting van het tegendeel van de kernwaarden van de islam.'

Een stellige uitspraak in het slothoofdstuk en onbewijsbaar. Het is maar in welke levensfase de vraag aan Malcolm X was gesteld. De grote kracht van Marable's Malcolm X - A Life of Reinvention is juist dat hij voor het eerst de worstelende, veranderende man achter de bijtende volksmenner met zijn retorische gaven laat zien.

MalcolmX leefde voort alsmythe, als
een iconische revolutionair in het rijtje
met Che en Lumumba. Hij werd herboren
als held van de hiphop-generatie
dankzij Public Enemy in de jaren negentig,
ook door de weinig kritische
film X van Spike Lee, gebaseerd op de
autobiografie, opgetekend door Alex
Haley (Roots) en na demoord opMalcolmuitgekomen.
Alle vertekende beelden,
volgensMarable.
Het is voor velen een schokkende

Het is voor velen een schokkende biografie, maar Marable kan de discussie zelf niet meer voeren. Hij stierf op 1 april dit jaar, 60 jaar oud, een paar dagen voor zijn boek naar de winkels ging. Hij leed al jaren aan een ernstige longziekte en onderging vorige zomer een longtransplantatie. Hij heeft alles op alles gezet om zijn biografie te voltooien, een project van tien jaar met medewerking van tientallen studenten en andere onderzoekers.

Consternatie wekten vooral de onthullingen. Malcolm zou in zijn jonge jaren als kleine crimineel en pooier homoseksueel contact hebben gehad met een oudere blanke man. Zijn vrouw Betty zou hem ontrouw zijn geweest, en mogelijk had hij zelf ook een minnares. Dat kwam in de Amerikaanse pers; Malcolm-aanhangers reageerden boos in brieven en blogs. Marable schrijft echter terughoudend over deze kwesties: er zijn geen bewijzen of getuigenissen van betrokkenen, wel aanwijzingen in de bronnen en in de verhalen van vrienden en kennissen.

Stelliger is Marable over de toedracht van de moord op Malcolm X. Er werden drie mannen veroordeeld, van wie twee onschuldig. Vier leden van de groep ontsprongen de dans, onder wie de man die de dodelijke schoten loste, Willie Bradley. Deze moordenaar leidt, na jaren in de misdaad te hebben gezeten, nu een respectabel leven in Newark. In de moskee van Newark werd het complot gesmeed door de vijf mannen om Malcolm X van kant te maken, omdat hij had gebroken met de Nation of Islam (NOI) en zijn leider Elijah Muhammad.

Dit is spannend materiaal voor een boek, hoewel het meeste wel bekend was in kringen van Malcolm-vorsers. Het is nu echter voor het eerst goed onderbouwd en samenhangend beschreven met het gezag van Manning Marable, een van de toonaangevende academici in de African American Studies. Hij kreeg de beschikking over veel materiaal van de NOI na een gesprek van negen uur met Louis Farrakhan, de huidige leider van de NOI. Ook al komt die als 'de man die het meest profiteerde van de dood van Malcolm X' uit de biografie. Farrakhan erkende moreel medeverantwoordelijk te zijn voor de moord, vanwege zijn felle taal tegen Malcolm, maar ontkent geweten te hebben van het complot in de Newark-moskee. Vreemd blijft het, aldus Marable, dat hij juist daar een toespraak hield op de dag van de moord.
     Even belangrijk is dat Marable inzage kon krijgen, na veertig jaar, in de enorme stapel dossiers van de FBI en de New Yorkse politie over Malcolm X, de NOI en alle andere betrokken personen en organisaties. Het is ironisch dat we nu een gedetailleerde biografie hebben van Malcolm X dankzij het vele afluisteren door zijn vijanden.

Marable geeft indringende beschrijvingen van de jeugd van Malcolm Little (hij werd X toen hij toetrad tot de Nation of Islam, die de 'slavennamen' verving door een X en later een moslimnaam). Malcolms leven is getekend door de dood van zijn vader - een aanhanger van de zwarte activist Marcus Garvey - onder een tram. Was het een ongeluk zoals in het politierapport staat, of werd hij door blanke racisten onder de tram gelegd, zoals moeder Louise dacht?
    Marable ontdeed het levensverhaal
van alle overdrijving en romantisering
in Haleys Autobiography ofMalcolmX,
gericht opmassale verkoop (met succes).
Het is het verhaal van de verschoppeling
die in de criminaliteit belandt
en in de gevangenis tot inkeer komt,
het geloof vindt in de islamen zich,
eenmaal vrij, ontpopt tot een held van
de verdrukte zwarten en prediker van
trots en zelfbewustzijn. In dememoires
diktMalcolmX zijn verleden als kleine
crimineel ‘Detroit Red’, vanwege de rossige
gloed over zijn haar, lustig aan (in
de filmvan Spike Lee doet dit het ook
goedmet de fantastische zoot suits),
maar in werkelijkheid viel het allemaal
ergmee, achterhaaldeMarable. Die opschepperij
had als literair doel zijn ommekeer
des te bewonderenswaardiger
temaken. En Haley aan een bestseller
te helpen.
Alleen, bij nadere beschouwing
    Alleen, bij nadere beschouwing blijkt er weinig bewonderenswaardigs aan de tien jaar die Malcolm X vergooide aan de Nation of Islam. Pas in het laatste jaar van zijn leven, na de breuk met deze sekte, verlegde hij zijn horizon door reizen naar Mekka, Egypte en langs Afrikaanse landen en leiders.

Het herziene relaas van Malcolms leven is onthutsend. Hij was al snel een flamboyant en meeslepend spreker, met sarcastische en onomwonden uitspraken, maar ook was hij een slaafs volgeling van een dwaas die zich als een reïncarnatie van Allah zag (Wallace D. Fard vanaf 1930) en de 'nieuwe profeet' Elijah Muhammad, die predikte dat de zwarte Amerikanen afstamden van een verdwenen Aziatisch ras, de Shabazz, en dat blanken gedegenereerde zwarten waren, 'blauwogige duivels'. Van de orthodoxe islam wisten ze weinig.

De Nation of Islam hield er mafia-achtige praktijken op na. De verhalen over de interne terreur en intimidatie door knokploegen ('Fruit of Islam') lijken te zijn geplukt uit The Godfather. Elijah Muhammad trad op als potentaat, verrijkte zichzelf en zijn familie, eigende zich een keur aan jonge meiden toe voor zijn seksuele uitspattingen en verwekte een schare buitenechtelijke kinderen. Ondertussen strafte hij volgelingen die het puriteinse regime overtraden streng en hardhandig. Malcolm bleef hem al die jaren de hemel in prijzen, ook toen hij beter wist, zelfs nadat hij al op non-actief was gesteld en na zijn breuk.
    Nog vreemder is de aartsconservatieve politieke ideologie van de Nation of Islam. Het kapitalisme werd verheerlijkt, goede moslims moesten zich aan de macht van de overheid onderwerpen. De zwarte moslims moesten zich niet met politiek bemoeien en verwierpen de zwarte burgerrechtenbeweging. Martin Luther King werd door Malcolm X neerbuigend als een Uncle Tom, een huisneger, neergezet. De beroemde Mars op Washington noemde hij geringschattend 'de Farce op Washington'.

Zoveel jaar later klinkt dat helemaal niet grappig meer, zoals toen kennelijk wel voor een groeiend publiek, dat ongeduldig werd van de geweldloze acties. Malcolm X en de NOI waren tegen integratie, ze wilden een totale scheiding van de rassen. De blanken zouden de macht toch nooit delen. De zwarten knapten het zelf wel op. Dat klonk toen zelfbewust, anders en radicaal, maar het wordt minder aangenaam als Marable documenteert hoe Malcolm X en anderen contact legden met de Ku Klux Klan en de Amerikaanse nazi-partij - blanke en zwarte apartheidsideologen vonden elkaar. Malcolm X liep het grootste deel van zijn leven de burgerrechtenbeweging voor de voeten, terwijl hij zelf geen enkele actie te bieden had. Hij hield schamperende toespraken, meer niet.
    Aan het eind van zijn leven begon dit tot Malcolm X zelf door te dringen. Ook dat deel van Marable's boek is heel sterk. Bij zijn eerste bezoek aan Egypte en Saoedi-Arabië kwam hij tot de schokkende ontdekking dat zijn geloof als ketterij werd gezien. Het zwarte racisme bleek in strijd met de universele waarden van de islam en het idee van de ummah, de wereldwijde gemeenschap van geloofsgenoten. Na zijn breuk met Elijah Muhammad bekeerde hij zich tot de orthodoxe soenni-islam en voltooide de hadj. Op zijn maandenlange reis door Afrika in 1964 (deels een vlucht voor de knokploegen van de NOI) vond hij inspiratie bij radicale nationalistische leiders als Nasser van Egypte, Kwame Nkrumah (Ghana) en Sekou Touré (Guinee).
    In de VS was hij al begonnen met een organisatie waarin hij samenwerkte met linkse, zwarte actiegroepen. Hij wilde de Organisatie van Afrikaanse Eenheid zover krijgen dat het racisme in de VS door de Verenigde Naties zou worden veroordeeld zoals de apartheid in Zuid-Afrika. Hij kreeg het niet voor elkaar. Aan die periode heeft hij zijn status onder linkse intellectuelen in de VS te danken. Marable denkt dat Malcolm X zich mogelijk verder had kunnen 'heruitvinden' tot een bindende leider van de zwarte gemeenschap, maar zover was hij nog niet toen de kogels hem troffen.

Manning Marable: Malcolm X - A Life of Reinvention.

Allen Lane; 592 pagina's; ca. € 25,-.

ISBN 978 0 7139 9895 5.
 



Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]