De Volkskrant, 16-11-2011, door GIJSBERT KAMER .2010

Interview | Christopher Owens van de band Girls

Sekte als muze

Christopher Owens groeide op in een 'enge religieuze sekte', een periode die nog lang niet verwerkt is, maar die prachtige liedjes heeft opgeleverd.

Tussentitel: 'Ik wilde geen boze of bittere liedjes maken. Vergeving staat steeds centraal'

'Popmuziek is voor mij altijd iets vrolijks geweest. Harde, negatieve of agressieve rock en punk leerde ik pas kennen toen ik een jaar of 17 was. Daarvoor hoorde ik alleen opbeurende reli-nummers, musicalliedjes en wat rock 'n' roll van voor de jaren zestig. Die mochten we thuis wel luisteren. Alles van na 1967 werd niet toegestaan.'

Aldus Christopher Owens, de man die met zijn band Girls dit jaar een tweede album uitbracht, dat net als Album uit 2009 tot de betere rockplaten van het jaar kan worden gerekend. Op Father, Son, Holy Ghost zingt Owens opnieuw liedjes die 'rechtstreeks uit mijn dagboek hadden kunnen komen. Ieder nummer is volkomen autobiografisch.'

Muzikaal schieten de liedjes met teksten over zijn aanpassingsproblemen in de grote stad, zijn moeder, vriendin, en ex-vriendin alle kanten op. Van glamrock via hardrock naar britpop - Owens lijkt zich met zijn 'eindelijk tot een echte band verworden groep' alle muziekstijlen meester te hebben gemaakt.

In een café in Londen legt hij aan de vooravond van de Girls-tour uit hoe hij vanuit een commune in Texas naar San Francisco trok om daar volkomen ontredderd te raken voordat hij er de liefde vond.

'Ik groeide met mijn moeder op in een behoorlijk enge religieuze sekte, Children of God. Die periode heb ik nog lang niet verwerkt, het heeft de relatie met mijn moeder tot op de dag van vandaag gecompliceerd. Maar we kunnen er in elk geval over praten. Met mijn vader heb ik geen contact. Het was door die sekte dat ik bepaalde muziek wel en andere niet kreeg te horen. De leider had behalve cassettebandjes met geestelijke muziek een bandje met radiohits uit de jaren vijftig, toen rock 'n' roll nog niet verdorven was. Ook luisterden we veel naar musicals. My Favourite Things uit The Sound of Music zing ik nog steeds als ik me slecht voel. Wat maakt het leven de moeite waard, denk ik dan, en dan zing ik een hele opsomming.'

Maar soms was het rijtje dat hij wilde zingen kort. 'Ik ben pas 32, en heb een paar keer gedacht dat ik niet verder kon. Steeds kwam er net op tijd iets of iemand die me in balans bracht.'

Zo was er na zijn ontsnapping aan de Children of God het groepje punks in Texas waar Owens aansluiting bij vond. 'Echt heavy lui, die me muziek lieten horen waar ik als 17-jarige nooit van gehoord had. Keiharde punk en grunge, waar al mijn leeftijdgenootjes mee waren opgegroeid, hoorde ik daar voor het eerst. En ik leerde ook wat drugs waren. Daar ben ik tot op de dag van vandaag helaas gevoelig voor gebleven.'

In Amarillo, Texas kwam Owens de excentrieke miljonair Stanley Marsh 3 tegen, die al een aantal jongens 'geadopteerd' had. 'Hij zag iets in mij, begreep ik. Hij vond dat ik anders was dan de punks met wie ik me omringde en nodigde me uit. Ja, raar, maar het was toch wel een redding voor me. Hij werd echt een mentor voor me. Hij leerde me alles over poëzie, film en literatuur. Ik werd een soort dienstbode voor hem, reed hem rond, maakte zijn lunch en was een conversatiepartner. Klinkt raar, maar er zat niets seksueels achter.'

Toch vond Owens het na vier jaar wel genoeg. 'Ik kon gewoon blijven, maar vond dat ik een eigen leven moest beginnen. Heel ergens anders. Daarom ben ik op mijn 21ste naar San Francisco gegaan, waar ik niemand kende.'

Een afschuwelijke tijd. 'Ik vond de mensen vervelend, haatte de lokale popmuziek en had alleen maar aardigheid in mijn werk in een messenwinkel.'

Totdat hij in een park de liefde van zijn leven ontmoette. 'Ik liep wat wezenloos rond, zij vroeg me naast haar te komen zitten en vanaf dat moment leek alles goed.'

Laura, zoals het meisje in diverse liedjes van Girls heet, introduceerde Owens bij veel muzikanten die hem langzaam duidelijk maakten dat muziek maken een mooie manier was om zich van zijn demonen te ontdoen. Twee jaar lang woonden de twee gelukkig samen. 'En ineens was ze weg met een andere rockmuzikant, een heel grote, coole dude. Dat leverde het nummer Vomit op, dat ik op de eerste plaat geen plek wist te geven, maar nu wel.'

Beide platen gaan over de deceptie van de verloren liefde, 'toen ik behalve Chet, mijn vriend en bassist in de band, niemand meer had. Althans, zo voelde het. Maar ik wilde geen boze of bittere liedjes maken. Vergeving staat steeds centraal. Ik heb het haar ook vergeven. Sterker, ze wilde na een tijdje bij me terug. Maar ik bleek sterk genoeg om nee te zeggen. Dat resulteerde in het liedje Saying I Love You.'

Een liedje waarop vooral Britse popzangers als Morrissey en Jarvis Cocker van invloed lijken. Owens zegt ook veel naar Britse pop geluisterd te hebben en noemt Suede als favoriet. 'Ik heb met britpop meer dan met grunge uit diezelfde tijd, mogelijk vanwege de humorloosheid daarvan. Ik probeer zelf mijn persoonlijk leed ook altijd een kwinkslag te geven.'

Eigenlijk heeft Owens weinig meer te klagen. Hij heeft een nieuwe vriendin (die in Magic wordt bezongen), en zijn plaats gevonden in de muziek. Al is er nog wel een flink stuk onverwerkt verleden. 'Ik heb nog 83 liedjes klaar, ook allemaal over mijn tijd in San Francisco, maar misschien moet ik ook mijn jeugd eens gaan bezingen. Die was er vreemd genoeg voor.'


Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]