De Volkskrant, 18-12-2010, door Anet Bleich .2010

Terug naar de Middeleeuwen

Non-fictie | Nederlandse Joden kunnen maar beter emigreren. Manfred Gerstenfeld strooit beweringen bij de wilde spinnen af.

'Wie had gedacht dat het Europese antisemitisme na de Holocaust zou verdwijnen is bedrogen uitgekomen.' Dit schrijft de in Nederland opgegroeide Israeli en directeur van het Institute of Global Jewish Affairs, Manfred Gerstenfeld in zijn boek Het Verval. Dat is waar en het is treurig.

Gerstenfeld signaleert, niet als eerste overigens, dat orthodox herkenbare Joden soms worden uitgescholden, niet zelden door Marokkaanse hangjongeren in buurten met een flink aandeel migranten. Dit probleem speelt met name in Amsterdam, waar een groot deel van de huidige Joodse gemeenschap woont.

Ook buiten Amsterdam komen incidenten voor. Bij de in Amersfoort woonachtige opperrabbijn Binyomin Jacobs is een ruit ingeslagen. Hij vertelt in een interview in Het Verval: 'Op stations met veel hangjongeren gebeurt dat schelden bijna altijd. Het zijn vaak allochtonen, maar ook heel wat autochtone Nederlanders (...) Zoals ik het beleef is de agressie tegen Joden die herkenbaar zijn aan hun kleding sterk toegenomen. Aan de andere kant groeit ook de adhesie.'

Gerstenfeld schetst een somber beeld: Joodse kinderen die op school gepest worden, leraren die de Shoa niet durven te behandelen uit angst voor moslimleerlingen, Joodse jongeren die niet met een keppeltje op door Amsterdam-West durven te lopen, voetbalsupporters en anti-IsraŽl demonstranten die 'Hamas, Hamas, Joden aan het gas' scanderen.

Wie dat allemaal achter elkaar leest, zou de neiging kunnen krijgen Frits Bolkestein gelijk te geven dat Nederlandse Joden hun kinderen het beste kunnen adviseren te emigreren omdat er hier geen toekomst voor hen is. Gerstenfeld zelf, tegenover wie Bolkestein de omstreden opmerking maakte, doet er nog een schepje bovenop: 'Het was alleen nog erger tijdens de bezetting en in de Middeleeuwen.'

Dit is schromelijk overdreven. Het gaat om een beperkt aantal incidenten, waarvan nog onduidelijk is of er sprake is van een stijgende tendens. Wat wel vaststaat is dat er een verband is tussen antisemitische oprispingen en spanning in het Midden-Oosten. Zo was tijdens de IsraŽlische operatie in Gaza, eind 2008, begin 2009, het aantal incidenten groter dan gemiddeld. Veel jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond identificeren zich met de Palestijnse zaak en hebben blijkbaar nogal eens moeite onderscheid te maken tussen IsraŽl en Joden hier. Dat is een serieus probleem waaraan met name in het onderwijs gewerkt zou moeten worden, wat vereist dat docenten zich daarop voorbereiden.

Wat echter helemaal niet helpt is het oproepen van schrikbeelden over 'de opmars van Eurabia', of het in twijfel trekken van het nut van het overleg tussen Joden en Marokkanen, dat in de hoofdstad al een paar jaar bestaat. Gerstenfeld citeert met instemming een niet nader aangeduide waarnemer die dit Joods-Marokkaanse Netwerk 'voor de participerende Marokkanen vaak slechts een opstapje' noemt. 'Veel van hun carriŤres zijn gebouwd op het kunnen leuren met goede joodse contacten.'

Wat krijgen we nu? Terwijl volgens Gerstenfeld de toestand zo ernstig is dat de Joden zich wellicht maar beter op emigratie kunnen voorbereiden, hebben anderzijds Marokkanen joodse contacten nodig voor een geslaagde carriŤre? Het is allebei erg vergezocht.

Regelrecht pijnlijk is ook de manier waarop de auteur Job Cohen attaqueert. In zijn boek noemt hij de Amsterdamse oud-burgemeester 'een Jood zonder joodse inhoud', wat de vraag oproept wie in godsnaam bepaalt wat 'joodse inhoud' is. Gerstenfeld verwijt Cohen niet alleen dat hij 'op twijfelachtige wijze' de boel bij elkaar wilde houden, maar valt vooral over het jongste PvdA-verkiezingsprogramma waarin de mogelijkheid om te praten met Hamas staat vermeld.

Ik deel Gerstenfelds scepsis over onderhandelen met deze fundamentalistische en antisemitische organisatie, maar om wegens een verschil in inschatting Cohen te betitelen als 'vijand', die 'mogelijk een tweede shoa bevordert', zoals Gerstenfeld in in het Nieuw IsraŽlitisch Weekblad deed, is bij de wilde spinnen af.

Het Verval is een gemiste kans. Het bestrijden van antisemitisme is een zaak van de hele samenleving. Geschiedenisonderwijs en interculturele contacten kunnen daarbij een grote rol spelen.

Het tegen elkaar opzetten van Joden en moslims of van Joden onderling helpt daarentegen niet. Evenmin als het creŽren van de indruk dat zich achter iedere boom een antisemiet schuil houdt.

 

Manfred Gerstenfeld: Het Verval - Joden in een stuurloos Nederland. Van Praag; 287 pagina's; Ä 19,95. ISBN 978 90 4902 406 2.
 

IRP:   Natuurlijk schuilt er achter iedere boom wel een islamofoob.

'Veel jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond identificeren zich met de Palestijnse zaak en hebben blijkbaar nogal eens moeite onderscheid te maken tussen IsraŽl en Joden hier. Dat is een serieus probleem waaraan met name in het onderwijs gewerkt zou moeten worden, wat vereist dat docenten zich daarop voorbereiden.'

Nee, de school: door hoofddoeken te verbieden


 



Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]