De Volkskrant, 12-02-2011, door Olaf Tempelman .2010

Achter de rug van de olifant

Non-fictie | Drie hardnekkige ideeën wil godsdienstprofessor Stephen Prothero bestrijden: dat alle religies één zijn, dat alle religies slecht zijn, dat één bepaalde religie slecht is.

Tussentitel: De christen; ooit een blanke man, nu een zwarte vrouw

Neem een groep blinden die rondom een olifant staat. Eentje voelt aan de slurf en heeft het over een slang. Eentje voelt aan de staart en weet zeker dat hij een touw in zijn hand heeft. Anderen komen, afhankelijk van waar ze staan, tot de conclusie dat de olifant een muur is, een zuil of een waaier. Iedereen houdt vast aan zijn gelijk en harmonie kunnen we vergeten.
    Deze vertelling, waarschijnlijk afkomstig uit India en een paarmillennia oud, wordt gebruikt door aanhangers van het idee dat de wereldgodsdiensten in essentie één zijn. De olifant-met blinden wordt ook opgevoerd door rabiate atheïsten type Richard Dawkins, om te illustreren dat de religieuzen van deze wereld zich op dezelfde wijze laten misleiden.
    Anders is de duiding van de Amerikaanse religieprofessor Stephen Prothero: ‘Voor mij gaat het verhaal over de begrenzing van de menselijke kennis.’ Prothero schreef God Is Not One –
The eight rival religions that run the world and why their differences matter
.
    Het Nederlands heet God is niet één. Zo'n titel wekt vermoedens dat hier één religie waar westerse mensen van nu niet dol op zijn, gefileerd gaat worden. Niets blijkt minder waar. Prothero kondigt in zijn voorwoord aan positief-kritisch te staan ten opzichte van alle wereldreligies, en houdt woord. Over alle acht hier behandelde stromingen komen we moois én lelijks te weten, en iets over de mate waarin dat is terug te voeren op specifieke kenmerken.
    God is niet één is, vindt de auteur, 'geslaagd als er lezers uit hun konijnenhollen klauteren'. Uit het hol dat alle religies één zijn, het hol dat alle religies slecht zijn en het hol dat een specifieke religie narigheid veroorzaakt. Goede en slechte godsdiensten bestaan niet, goede en slechte uitwerkingen wel. Om het onderscheid te kunnen maken moeten we 'andere godsdiensten leren kennen als een partner in een liefdesrelatie'. Relaties werken nooit als we de ander zien als hetzelfde en evenmin als volstrekt vreemd. We moeten ontdekken wat hij of zij anders doet.
    Het woord tolerantie an sich impliceert al het bestaan van verschillen. Prothero behandelt acht door hem arbitrair als religie geselecteerde stromingen in een door hem arbitrair vastgestelde volgorde van invloed. Het christendom is numeriek 's werelds grootste religie. Prothero koos er desondanks voor met de islam te beginnen. Geen religie mag zich verheugen op zoveel nieuwe aandacht en aanhang. Prothero kan geen tv aanzetten of hij hoort dit geloof in verband gebracht met narigheid - terwijl moslims elkaar begroeten met de woorden salaam aleikum, vrede zij met u. In het Westen is de populaire verbeelding van de islam het afgelopen decennium gestaag gewelddadiger geworden. Zelden zien we de islam nog 'zoals die bestaat', als een religie van, bovenal, het gesproken woord, de recitatie en de oproep tot contemplatie, in per regio zeer verschillende verschijningsvormen.   
    De islam ontmaskeren als bron van ellende is infantiel. Elke relatie ontkennen tussen aspecten van de religie en narigheid die bepaalde aanhangers veroorzaken, is wensdenken. Waar Prothero het christendom samenvat als 'de weg van de redding', het hindoeïsme als 'de weg van de verering', het boeddhisme als 'de weg van het ontwaken' ziet hij de islam, het woord islam zegt het, als 'de weg van de onderwerping'.
    De Koran is van de grote religieuze boeken een van de kortste. De religieprofessor was er in een dag doorheen. 'Ik raakte enthousiast over een religie die ontworpen leek om de trotsaard tot nederigheid te dwingen. Ook de gewoonte van de Koran om vragen te stellen beviel me heel goed. Maar een bron van ongenoegen was de wijze waarop in de Koran wraakzucht en mededogen zo nauw met elkaar zijn verknoopt dat de eerste de tweede lijkt te wurgen.' Ook het jodendom en christendom kennen flink wat 'teksten van angst'. Echter: de Koran is meer dan het Oude Testament met strijd en bloed doordrenkt. En bij het lezen wat onboetvaardigen te wachten staat werd Prothero echt een beetje bang.
    Als kind in de kerk draaide hij, zo biecht hij op, steevast 'het volume omlaag' als er steden in de hel werden geworpen. Het geloof uit zijn jeugd is Prothero kwijtgeraakt. Maar vele anderen vonden het sinds hij aan het dwalen sloeg. Het christendom is wereldwijd vitaler dan ooit. Dat we dat in het Westen vaak onvoldoende beseffen, komt onder andere doordat 63 procent van de christenen tegenwoordig in Azië, Afrika en Latijns-Amerika woont. In China, waar het christendom nog niet zo lang geleden was verboden, gaan 's zondags meer mensen naar de kerk dan in Europa, Polen inbegrepen. Werd 'de christen' gezien als een blanke man, de meest voorkomende incarnatie anno 2011 is de gekleurde vrouw.
    We mogen ons afvragen hoeveel die 2,2 miljard gelovigen op het pad der redding gemeen hebben. Al sinds het schisma van 1054 kent het woord Kerk een meervoudsvorm, en deze religie is doorgegaan met het voortbrengen van nieuwe kerken. Op de reformatie volgde de evangelische beweging, daarop de pinksterbeweging.
    Wat christenen bindt en apart zet, vindt Prothero, is dat zij proberen te geloven. Elke zondag reciteren miljoenen christenen de belijdenis van het concilie van Nicea (325): 'Wij geloven'. En een meningsverschil over geloven is een krachtige splijtzwam. Prothero: 'Hoe vreemd het ook mag klinken, in de meeste religies is het woord geloof nauwelijks van belang. Vaak is het ritueel veel belangrijker, zoals bij het confucianisme. Of het verhaal, zoals bij de Yoruba-religie. (. . .) De hindoes van deze wereld kunnen het heel goed redden zonder enig geloof. We zijn nu eenmaal op het gebied van religie vaak eerder wat we doen dan wat we denken.'
    Wie religie op die manier benadert, kan gemakkelijk lang geleden in het oosten geboren filosofieën als het confucianisme en het taoïsme zijn boek binnenloodsen. Een cruciaal verschil tussen de religieuzen daar versus die in het Westen en het Midden-Oosten is dat zij hun religies mengen. Je hebt geen christenen die ook moslim zijn. Maar veel Chinezen zijn confucianisten op hun werk, taoïsten in hun vrije tijd en boeddhisten bij hun dood.
    Alle grote religies zijn familie van elkaar, concludeert Prothero. Echter: alleen in laatste instantie. We zien geen broers en zussen maar verre neven en nichten. Wat ze allemaal bewerkstelligen, of zouden moeten bewerkstelligen, is een besef van nederigheid. Prothero hoopt op eenzelfde uitwerking van zijn boek. Eén functie van transcendentie is ons te laten beseffen 'dat onze gedachten niet de gedachten van God zijn': Hij weet meer dan wij over wat er het meest toe doet. Als er een God is, dan vindt Hij het zeker onaangenaam dat mensen luid in Zijn naam spreken.

Uit het Engels vertaald door Roland Fagel. Bert Bakker; 446 pagina's; € 978 90 3513589 5.


Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]