De Volkskrant, 20-07-2011, door John Wanders .2011

Het keerpunt

Jim Schilder: 'Een hevig moeten, zoals bij verliefdheid'

Hij groeide op als zoon van een predikant, maar liet de kerk in zijn tienerjaren los. Een wonderlijke ervaring op een berg bracht hem terug bij God. Nu bereidt Jim Schilder (54 , voormalig chef redactie van HP/De Tijd, zich voor op het priesterschap. Deel 2 in een serie over een daad of gebeurtenis die een heel leven op zijn kop zet.

'Het Laatste Avondmaal, ik was er zó graag bij geweest. Daar begon het, in kleine kring. Dat Hij zei: neemt en eet, dit is mijn lichaam. De leerlingen zaten er met hun neus boven op, maar hadden eigenlijk geen idee wat er gaande was. Misschien was het ook te groot voor ze.

In het evangelie staat dat Jezus in Getsemane bloed zweette van angst, en dat hij 'tot stervens toe' bedroefd was. Een theoloog zei er eens over dat Jezus daar zag hoe de zondeval er vanuit God gezien uitzag. Dat de mens Jezus daar het verdriet van God zag... dat is ... (hij schiet vol) ... dat kunnen wij niet... nee, dat zien wij niet... Zouden wij dat echt zien, hoe we zijn bedoeld, dan zouden wij heel anders in het leven staan. Dan zouden we echt naastenliefde praktiseren.

Sommigen vragen zich af: is Jim een beetje mataglap, is er iets raars gebeurd? Wat je wel ziet bij lieden die van de ene op de andere dag naar India vertrekken en in een sekte belanden. Er zijn mensen die mij op de man af hebben gevraagd of ik nog steeds degene ben die zij ooit hebben leren kennen. Die mensen zijn daar in bevestigd. Ik snap zelf ook niet waarom Jeruzalem nu zo diep in mijn hart gegrift staat, terwijl ik daar twintig jaar geleden niet naar omkeek, helemaal niet nadacht over het Laatste Avondmaal.

Het is een moeilijke overgang, zo'n reset. Het kost veel energie om op een andere manier in het leven te gaan staan. Echt vervelende reacties heb ik er niet op gehad, wel nieuwsgierige en verbaasde. En veel respectvolle, ook van mensen die cynisch of atheďstisch in het leven staan. Je wordt voor velen een soort aanspreekpunt.

Mijn materiële bezit is wat in deze kamer staat. Behalve het bureau en het bed, die zijn van het seminarie. Verder heb ik mijn auto nog. Die heeft een jaar te koop gestaan bij een dealer, maar kennelijk wilde niemand 'm hebben.

Fysieke intimiteit, tederheid, het plezier dat je met een vriendin kan hebben, het delen van dingen, ja, dat mis ik wel. Dat is jammer. Maar ja... Een priester is met Christus getrouwd. De hele zielzorg, het pastoraat en het herderschap, het wordt allemaal gevoed vanuit die relatie.

Ik heb tijdens een stage drie weken in een verzorgingstehuis meegedraaid. Het zijn geen geringe dingen waar die bewoners mee te maken krijgen. Ze hebben steun nodig. Om die te kunnen geven, moet je wel ergens je voeding vandaan halen. Anders houdt het op. Dan krijg je een burn-out. Want er komt nogal wat op je af, ook aan leed.

Ik ben opgegroeid in Kampen, in een gezin met tien kinderen, met een vader die voor de kerk werkte. Ik heb hem vaak zien preken. Van huis uit heb ik de gereformeerd-vrijgemaakte kerk meegekregen. Van die kerk werd ik niet enthousiast. Zoals veel mensen ben ik er als tiener mee opgehouden. Maar ik heb God nooit afgezworen. Ik heb de kerk nooit op een agressieve manier vaarwel gezegd.

Op de School voor Journalistiek was ik louter met het aardse bestaan bezig, dat wil zeggen met vijf kranten per dag, met Time Magazine, Der Spiegel. Toen ik daarna begon aan een carričre had ik evenmin aandacht voor het Hogere.

Mijn Keerpunt is niet één moment geweest, maar een optelsom van verschillende momenten over een langere periode. Een soort trapsgewijs verlopen route; ik had de eerste tree nodig om op de tweede te kunnen komen.

Dat je na zo'n visioen besluit naar een berg te gaan 1.200 kilometer verderop, is een rare stap voor een rationeel mens. Maar het was een hevig en verblijdend moeten. Net zoiets als bij verliefdheid. Het riviertje kende ik van een zomervakantie in Frankrijk, tien jaar daarvoor, dus daar begon ik te zoeken. Maar hoe intensief ik ook zocht, de berg vond ik niet.

Twee maanden na die mislukking ging ik opnieuw naar dat riviertje. Weer dat hele eind vanuit Amsterdam. Na opnieuw uren van vertwijfeld zoeken wist ik plots waar ik heen moest. Ik voelde een tintelende opwinding en het was alsof de jongen uit het visioen mij omhoog leidde naar de plek die ik zocht.

Een paar honderd meter onder de top van de berg stond ik ineens recht voor de twee rotsen uit het visioen. Ik ging ertussen zitten, leunde achterover en heb zelden zo sterk het gevoel gehad dat ik was waar ik moest zijn, een soort samenvallen met het Hogere. Dat je ineens weet: dit is de oorsprong, het doel en de zin van het leven. Dat is zó vervullend, daar kan niets tegenop. Ik denk dat je daar alleen nog in het hiernamaals overheen kunt.

Die ervaring leidde tot mijn herverbinding met God, maar nog niet met het christendom of de kerk.

Datzelfde jaar werd ik verliefd op een vrouw in New York, en ben ik daar naartoe verhuisd. In Amerika ging ik door met zoeken, maar dat leverde niks op. De tweede tree diende zich aan in 2005, twaalf jaar na mijn godservaring op die berg in Frankrijk. Ik woonde inmiddels weer in Amsterdam. De relatie in New York was over. We waren op een goede manier uit elkaar gegaan en zij vroeg op zeker moment of ik met haar een weekje naar Israël wilde. In Jeruzalem is Christus bij mij binnengekomen, zonder klaroenstoten en zonder grootse ervaringen. Maar Hij was wel binnen. En vroeg mij naar de kerk te gaan.

Een jaar later. De derde tree. Ik woonde in de buurt van de Nicolaaskerk. Ik had dat gebouw met zijn koepel vaak gezien vanaf het Centraal Station, maar nooit geďdentificeerd als een actief godshuis. De eerste viering die ik daar meemaakte, was zo mooi en overrompelend dat ik daarna elke zondag ging. Ik wilde katholiek worden en deed mee met een voorbereidingsgroep. Op een avond kregen we een rondleiding in de kerk. Ik ging bij het altaar staan en toen kwam iets van boven. Uit die koepel. Een straal, een energiestoot. Heel zacht en krachtig en overrompelend. Het stomme met dat soort dingen, net als met zo'n visioen, is dat je helemaal nergens op rekent.

In de weken daarna werd mij duidelijk waarover dit ging: over het priesterschap. Ik wist: ik moet bij het altaar zijn, niet alleen als gelovige, maar als priester.

Dat was een schok. Tegelijk weet ik dat wat ik nu doe belangrijker en fundamenteler is dan alles wat ik hiervoor heb gedaan. Ik heb geregeld ervaringen die dat besef sterk bevestigen. Wanneer ik actief ben in de eucharistievieringen en de voorbede doe of assisteer op het priesterkoor, dan is dat zo bevestigend en zo dicht bij Christus, dat ik zeker weet dat mijn plaats bij het altaar is.

Die bevestiging gaat hand in hand met een gevoel van vervreemding en verbazing. Dat ik bij voorbeeld hier op het seminarie over de gang loop, naast mijn kamerdeur mijn naambordje zie hangen en denk: hoe is dat nou zo gekomen? Dat is de ratio waar we sinds de Verlichting zo dol op zijn. Die hobbelt er altijd achteraan. Eerst is er het weten, daarna komt pas het verhaal. Dat weten is van een grote kracht. Daar kan niets tegenop.

Ik hoop in november diaken te worden gewijd. Dan verlaat ik als het ware de burgermaatschappij en treed ik in dienst van de kerk. Vanaf dat moment ben ik geestelijke. In juni 2012 zou dan de priesterwijding zijn.

Veel priesters gaan door tot hun 75ste. Zo de Here wil, zit er voor mij dus nog een twintigjarige carričre als priester in. Ik heb de afgelopen decennia een aantal wonderlijke afslagen genomen en het is niet gezegd dat dit de laatste is. Ik heb dat niet in de hand. Christus gaat daar over. Dat is ook goed. Juist door het uit handen te geven, kom ik waar ik moet zijn.'

--------------------------------------------

LEVENSLOOP

Jim Schilder is op 25 juli 1956 geboren in Kampen, in een familie van befaamde gereformeerde theologen. In de vijfde klas van het atheneum breekt hij zijn middelbare schoolopleiding af. Tussen 1974 en 1980 werkt hij in een muziekwinkel. Na zijn studie aan de School voor Journalistiek (1981-1983) begint hij als buitenland-redacteur bij het Utrechts Nieuwsblad. Een jaar later treedt hij in dienst van De Tijd, het opinieweekblad waaraan hij ook na de fusie met de HP, een groot deel van zijn journalistieke leven verbonden zal blijven.

In 1990 stapt hij over naar de Volkskrant, niet lang daarna gevolgd door een uitstapje naar de televisie (redactie AVRO's talkshow Karel). Tussen 1993 en 2004 werkt hij als freelance-correspondent vanuit New York, om daarna voor nog eens vijf jaar terug te keren bij HP/De Tijd, nu in de rol van chef.

In 2007 begint hij als parttime student van het grootseminarie De Tiltenberg in Vogelenzang aan zijn priesteropleiding. In 2009 neemt hij afscheid van de journalistiek om zich als intern student van De Tiltenberg fulltime te kunnen richten op de voorbereiding van zijn nieuwe leven als geestelijke.



Naar Islam, onderwerping , Islam, cultuurbeelden , Allochtonen lijst , Allochtonen overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]