De Volkskrant, 01-10-2011, door Jan Drost, schrijver en filosoof. 3 okt.2011

We moeten onszelf niet eenvoudiger maken dan wij zijn. Wij zijn vrij

Hersenonderzoekers als Dick Swaab zijn zo populair omdat zij ons bevrijden van onze vrijheid en verantwoordelijkheid. Maar zij vertellen leugens. Wij zijn vrij.

Tussentitel: Is dat wat veel mensen graag willen horen? Dat zij er niet zijn?
Hef ons op, hef ons eindelijk op, want wij zijn zo moe, wij willen niet meer

In het tv-programma Zomergasten vroeg Jelle Brandt Corstius aan zijn gast Dick Swaab of hij, als hij hem een klap zou geven, kon zeggen dat niet hij, maar zijn brein dat deed. Ja, antwoordde Swaab, dat kon hij zeggen.

Op de een of andere manier doet mij dit denken aan een fragment uit een show van Hans Teeuwen, waarin hij het heeft over dingen die hij leuk vindt om te doen. Een van die dingen is dat hij langs een verlaten landweggetje gaat staan. Als er dan een auto voorbijkomt, gooit hij er een grote steen tegenaan. Als de bestuurder uitstapt en roept: 'Wat flik je me nou, man?', dan zegt hij: 'Dat was ik niet, dat was een neger.'

Inhoudelijk valt er genoeg te lachen en vooral te huilen bij de uitspraken die sommige hersenonderzoekers en wetenschapsjournalisten in de media doen. Maar daar wil ik het even niet over hebben. Ik wil het hebben over iets wat mij tegelijk wel en niet verbaast: de enorme populariteit van deze mensen. Waarom is een boek als Wij zijn ons brein een bestseller? Waarom krijgt iemand als Dick Swaab zo'n overweldigende ontvangst? Wanneer Swaab (of moet ik zeggen het brein dat wij Swaab noemen?) beweert dat de vrije wil niet bestaat, dan zegt hij met andere woorden dat er geen handelingen zijn, alleen gebeurtenissen. En waar niet wordt gehandeld, daar is geen verantwoordelijkheid, sterker: daar zijn geen mensen. Is dat wat veel mensen graag willen horen? Dat zij er niet zijn?

Het is geen nieuws dat wij er soms alles aan doen om maar geen verantwoordelijkheid te hoeven dragen voor de keuzen die wij maken en de dingen die wij doen. Vrij zijn, ook al beweren wij meestal dat wij dit boven alles willen, kan loodzwaar zijn. Wie heeft het namelijk gedaan? Ik heb het gedaan, niemand anders dan ik heeft het gedaan.

Politici die ons beloven onze verantwoordelijkheid van ons over te nemen, kunnen steevast rekenen op een aanzienlijke aanhang. Neem Geert Wilders. Welk slaapliedje is het dat hij zingt? Dat alles wat er mis is in ons land, niet onze schuld is. Gaat u maar rustig slapen, u treft geen blaam, het ligt niet aan u, het ligt aan de anderen.

Het zondebokmechanisme is waarschijnlijk al zo oud als de mensheid. Anderen de schuld geven is een verkwikkende en zelfreinigende bezigheid, even begrijpelijk en verleidelijk als leugenachtig en verwerpelijk. Wie denkt dat dit afschuiven uitsluitend in de politiek plaatsvindt, heeft het mis. Er zijn mensen die de streken van de politici al te doorzichtig vinden of niet chic. Maar intussen hebben zij nog steeds weinig zin in hun vrijheid, die namelijk paradoxaal en vervelend genoeg de noodzaak tot het maken van keuzen met zich meebrengt. Dus nemen zij maar hun toevlucht tot een ogenschijnlijk nettere oplossing: de wetenschap. U weet wel, die verheven, intellectueel verantwoorde en geheel belangeloze menselijke queeste naar kennis en waarheid.

En als zij eenmaal hoopvol en vaak uitgeput aankomen bij de Poorten der Wetenschap, worden zij niet teleurgesteld. Want daar staat de hersenwetenschapper, die met harde woorden de mensen helpt zichzelf met een zuiver geweten over het hoofd te zien. O, bevrijd ons van onze vrijheid en verantwoordelijkheid, die verdoemde tweeling, en schenk ons rust, nee hef ons op, hef ons eindelijk op, want wij zijn zo moe, wij willen niet meer, wij willen niet meer kunnen. Alle fouten die wij maakten, alle moedwil en opzet en spijt en onnodige kwetserij, dat waren wij niet, dat was, weten wij nu, dankzij u, ons brein! Amen.

Als je het zo bekijkt, is iemand als Swaab eigenlijk een soort Wilders van de hersenwetenschap. Waarom iemand dat zou willen zijn, is mij een raadsel.

In haar column van 5 september in NRC Handelsblad schrijft Marjolein Februari dat de moderne Nederlanders zo moe zijn dat ze de toekomst niet meer willen veranderen en zich daarom vastklampen aan de gedachte dat de vrije wil niet bestaat. 'Eeuwenlang is uiterst genuanceerd gesproken over de situatie dat de mens tegelijk vrij is en gebonden aan zijn concrete, lichamelijke bestaan - en nu opeens bekeert iedereen zich tot het fatalisme.'

In plaats van vrij en verantwoordelijk zien velen zichzelf en anderen liever als antwoordapparaten: 'Ik ben er niet. Laat een boodschap achter na de piep, of bel later nog eens terug.'

Wat sommige wetenschappers niet willen weten, maar wel weten, is dat wat in naam der objectieve wetenschap in kranten, boekjes en op tv wordt gezegd, met morele oren wordt beluisterd. Wetenschappelijk geschoolde mensen die komen vertellen dat wij onschuldig zijn en niet langer hoeven na te denken en te kiezen, zijn verontrustend welkom.

Hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg vertellen hoe zij steeds vaker te maken hebben met cliŽnten die beweren 'verslaafd' te zijn aan diefstal of seks, of die zich in het geheel niet bezwaard voelen dat zij hun vrouw lens slaan, omdat een stofje in hun hersenen ze daar nu eenmaal toe dwingt. En ouders en leerkrachten kunnen vertellen dat ook steeds meer kinderen en pubers de vluchtdeur van de populaire hersenwetenschap weten te vinden.

Ik zou wel eens willen weten welke invloed het heeft op de hersenen als je consequent tegen mensen zegt dat zij niet vrij zijn om te kiezen, dat zij machteloos zijn.

En wie kunnen er moreel puinruimen? De ouders, leerkrachten, rechters, filosofen, en ieder van ons voor zichzelf. En natuurlijk de psychologen. Hoewel. Wat doen al die psychologen eigenlijk met die breinboeken, die zij met stapels tegelijk schijnen te verslinden? Wat hebben zij daar te zoeken? Zijn zij hun cliŽnten zo zat, zo afgepeigerd van het feit dat mensen gecompliceerde wezens zijn, dat zij hun vermoeide hoofden op de steen der 'objectieve wetenschap' te ruste willen leggen?

Iemand die het menselijke bewustzijn met urine vergelijkt, die laat er geen misverstand over bestaan hoe hij over zijn medemensen denkt. Met objectieve wetenschap heeft dat niets te maken. Als ik nu bij een psycholoog in behandeling zou gaan, dan zou ik eerst kijken wat hij in zijn boekenkast heeft staan. Zeg me wat je leest, psycholoog, en ik zal weten wat je met mij van plan bent. Als ik in zijn praktijk planken vol breinboeken aantref, dan maak ik onmiddellijk rechtsomkeert. Aan iemand die mij niet wil zien staan, wil ik mijn verhaal niet vertellen. Iedere ervaren hulpverlener weet dat het helpen van een ander mens staat of valt bij het zorgvuldig en met aandacht opbouwen van een menselijke band. Zoiets valt in andere, betere boeken te lezen.

Als iemand zegt dat wij er wat hem betreft niet zijn, hoogstens een illusie of een plasje pis, dan moeten wij ons dat niet laten vertellen. Hoe je het ook wendt of keert, het zijn leugens. Want wat we ook doen, wat we ook verzinnen, het zijn wij die dat doen en wij die dat verzinnen. Mensen zijn rare wezens die kunnen verzinnen dat zij er niet zijn. Maar er is geen mens die dat echt gelooft.

We moeten onszelf niet eenvoudiger maken dan we zijn. Het onschuldige paradijs bestaat niet. Laat geen politicus of breingoeroe ons helpen onszelf wijs te maken dat dit wel zo is. Dus hebt u het bonnetje nog? Op naar de winkel dan. Uit eigen vrije wil! Wij zijn er. En wij zijn vrij. Laten we ertoe doen.

 
Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]