De Volkskrant, 26-04-2013, van verslaggeefster Nanda Troost .2010

Bijscholing vergroot kansen niet

Tussentitel: Cursussen vooral nuttig voor huidige baan, niet voor toekomstig werk

Een leven lang leren? Dat heeft minder zin dan wordt beweerd. Want wie aan bijscholing doet, vergroot daarmee niet zijn kansen op de arbeidsmarkt. De scholing die werkenden volgen, blijkt vooral zinvol voor het vervullen van hun huidige baan en richt zich nauwelijks op de toekomstige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Dat blijkt uit de studie Aanbod van Arbeid 2012 naar de veranderingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan in de arbeidsmarktpositie van werknemers. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maakte gisteren de resultaten bekend.

Er gaapt een kloof tussen wat overheid en beleidsmakers zeggen en de praktijk van de arbeidsmarkt, stelt het SCP. Scholing zou bijdragen aan een langdurige inzetbaarheid van werkenden en zou hen bovendien weerbaarder maken op de arbeidsmarkt. Maar in de praktijk blijkt de scholing vooral gericht op het verwerven van concrete vaardigheden die van belang zijn voor de huidige beroepsbeoefening. Het is twijfelachtig of de inzetbaarheid de kansen op de arbeidsmarkt van mensen wordt vergroot. Wie scholing volgt, maakt geen grotere kans op loonstijging. Daardoor hebben vooral de werkgevers profijt van de scholing, stelt onderzoeker Jan Dirk Vlasblom. 'De werkgever betaalt de cursus, bepaalt wat er wordt gevolgd en heeft ook het rendement.'

Bovendien blijkt dat scholing het minst terechtkomt bij groepen die dat het hardst nodig hebben. 'Ouderen, deeltijdwerkers (onder wie veel vrouwen), mensen zonder vaste aanstelling en zzp'ers volgen weinig cursussen. Dat is verontrustend want zij lopen een relatief hoog risico om werkloos te worden', zegt Vlasblom. Werkgevers investeren vooral in personeel met een vast contract.

Het aantal werkenden dat een cursus of, vaak korte, opleiding volgt, is stabiel. 40 procent van de werkenden heeft tussen 2008 en 2010 een werkgerelateerde cursus of opleiding gevolgd. Dat is evenveel als aan het begin van deze eeuw.

Opvallend is wel dat ouderen hun achterstand inlopen. Onder de 55- tot 60-jarigen steeg de scholingsdeelname van 28 procent (2002-2004) naar 38 procent (2008-2010). Hierdoor hebben ze nog maar een kleine achterstand op de veertigers, van wie ongeveer 43 procent aan bijscholing doet.

FNV-voorzitter Ton Heerts, die het rapport in ontvangst nam, noemde het sociaal akkoord dat hij onlangs sloot met werkgevers en kabinet 'één groot antwoord op wat het SCP heeft onderzocht'. Werkgevers moeten ervoor open staan dat hun personeel ook wordt geschoold om nog eens bij andere werkgevers, en mogelijk zelfs in andere sectoren aan de slag te gaan, zei Heerts. 'En we hebben niet alleen ingezet op een langere duur van de WW voor wie wordt ontslagen, het begeleiden van mensen van werk naar werk is topprioriteit.'

De SCP-studie bevestigt verder de trend dat werkenden minder snel een vast contract krijgen. In 1996 had 22 procent van de werknemers drie jaar na indiensttreding nog geen vaste aanstelling, in 2010 was dit opgelopen tot 30 procent.

Wie een vaste baan heeft, verandert niet vaker van werkgever dan in de jaren negentig (13 procent). Wel is de mobiliteit binnen het bedrijf waar iemand werkt, toegenomen. Begin jaren negentig was 10 procent van de werknemers intern mobiel, in 2008-2010 was dat 18 procent. Werknemers blijven dus minder lang in dezelfde functie dan vroeger.


Red.: 

Naar Houding top V, diversen , Houding top V, netwerken , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]