De Volkskrant, 20-04-2013, door Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht
en Kroonlid van de SER.
.2010

'Geef jongeren recht op vast werk'

De grote problemen voor jongeren op de arbeidsmarkt noodzaken ertoe ontslagrecht en flexarbeid in één keer te hervormen en beter af te stemmen.

Tussentitel: Onze maatschappij is net als ons landschap ontwikkeld door samenwerking met behoud van tegenstellingen

Soms kan een act you've known for all these years ineens verrassen. Het sociaal akkoord valt in die categorie. Wie had gedacht dat het maatschappelijk midden- veld, gepersonifieerd in werkgevers en werknemers, nog tot zo'n doorbraak in staat was. Het gaat niet eens zozeer om het overrulen van de door het kabinet-Rutte II ondoordacht geslagen bruggen - het gaat om het overwinnen van de tegenstellingen en vooral de wil zelf een duit in het zakje te doen.

De vakbonden zijn bereid gebleken de werknemers mee te laten betalen aan de WW voor diegenen die langdurig werkloos worden en daarmee zo goed als kansloos op de arbeidsmarkt. En werkgevers geven een commitment voor het creëren van 100 duizend banen voor arbeidsgehandicapten. Dat dit pas een eerste stap is moge duidelijk zijn: de groei van de werkloosheid bevestigt de urgentie om de arbeidsmarkt te hervormen.

Het sociaal akkoord is een prestatie van formaat. Maar het werd ook wel hoog tijd voor een poldersucces. De afgelopen tien jaar werd het overlegmodel steeds meer verketterd. Al in 2004, toen hij nog staatssecretaris was, zei premier Rutte al dat polderen niet veel meer was dan het 'zonder eigen standpunt zoeken naar de grootste gemene deler' - een vreemde redenering overigens, want een grootste gemene deler veronderstelt nu juist wel standpunten. Rutte weet inmiddels beter: met elkaar overleggen en daarna dealen levert meer resultaat op dan het voor de troepen uit zwabberen met slordige plannen. Hij weet nu hopelijk ook dat het onvermijdelijk is dat wij polderen. Wij zijn het poldermodel. Onze maatschappij is net als ons landschap ontwikkeld door samenwerking met behoud van tegenstellingen.

Kritiek
Uiteraard valt er ook kritiek te leveren op onderdelen van het sociaal akkoord. Het ontslagplan van het kabinet, dat nu op de lange termijn is geschoven, bevat een denkfout. De overheid wil op de stoel van de rechter gaan zitten. Als iemand slecht is behandeld door zijn werkgever, of ten onrechte is ontslagen, is er geen enkele reden de ontslagvergoeding te beperken tot 'maximaal een halve maand per dienstjaar, met een grens van 75 duizend euro'. Een maximering is dan een vrijbrief voor willekeurig ontslag. Het is zelfs in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat wij de vraag naar de rechtmatigheid van een ontslag voorleggen aan een overheidsinstantie. Het UWV maakt deel uit van de uitvoerende macht en is dus niet onafhankelijk.

De bewering dat minder ontslagbescherming leidt tot meer werkgelegenheid is onbewezen. De International Labour Organization (ILO) laat ook in het World of Work-rapport uit 2012 overtuigend zien dat in landen waar de bescherming afnam de werkgelegenheid helemaal niet toenam.

Kortzichtig
Het ontslagrecht moet dus niet worden versoepeld, maar wel hervormd. Daarbij dienen de verschillen tussen ouderen en jongeren te worden weggenomen. Vooral jongeren zijn steeds meer de dupe - denk alleen al aan de jeugdwerkloosheid van 17 procent. Jongeren worden nauwelijks begeleid bij het kiezen van een opleiding die kansen biedt op de arbeidsmarkt, ze vinden hoe dan ook moeilijk een baan, en als ze dat toch lukt is het vrijwel altijd in een of ander kortdurend flexcontract.

Het is kortzichtig dat we niet veel meer op kansen voor de jeugd inzetten. Door de vergrijzing zullen we jongeren straks hard nodig hebben - om ons ouderen te verzorgen, maar toch vooral om het nationale inkomen met steeds minder mensen voor steeds méér mensen op te brengen. De echte tegenvaller van het sociaal akkoord is dan ook dat er geen 500 miljoen euro in wordt vrijgemaakt voor het stimuleren van blijvende jeugdwerkgelegenheid. Dat lijkt fors maar is maar twee keer zo veel als het bedrag dat de Taskforce Jeugdwerkloosheid vijf jaar geleden kreeg - toen er nog geen dubbele crisis was en de jeugdwerkloosheid nog geen dubbele cijfers had. Alleen al vanwege die enorme toename van problemen voor jongeren op de arbeidsmarkt moeten we nu ontslagrecht en flexarbeid in één keer hervormen en beter op elkaar afstemmen.

De oplossing is simpel. Iedere werknemer moet na maximaal één jaar met een flexcontract te hebben gewerkt vanzelf een vast contract krijgen. Dat vaste contract wordt dan opzegbaar met een goede reden, een opzegtermijn en een ontslagvergoeding die hoger wordt naarmate iemand langer in dienst is geweest. En dan blijft voortaan die oneigenlijke, tijd- en geldverslindende preventieve UWV-toets achterwege.

Onredelijk
Natuurlijk, een werkgever kan dan een werknemer onredelijk of zonder opzegtermijn ontslaan. Maar bij zo'n onredelijk ontslag kan de werknemer de rechter achteraf in een snelle procedure om zijn oordeel vragen. Die rechter kan dan het ontslag nietig verklaren - of een veel hogere ontslagvergoeding toewijzen. Ervaring in andere landen leert dat werkgevers het dan echt wel uit hun hoofd laten om werknemers 'zomaar' of zonder vergoeding te ontslaan.

Op die manier verdwijnen veel extreem flexibele contracten vanzelf. Vaste contracten worden flexibele en echt flexibele arbeidscontracten blijven mogelijk. Belangrijker vind ik dat daarmee de kansen op een vast contract gelijk verdeeld worden. Als flex geleidelijker dan nu het geval is overgaat in vast krijgen herintreders, ouderen die hun baan zijn kwijtgeraakt, maar vooral jongeren die voor het eerst op de arbeidsmarkt komen eerder uitzicht op zekerheid en op waardigheid op de arbeidsmarkt.

Het zou mooi zijn als de sociale partners de echte hervormingen op de arbeidsmarkt sneller en structureler oppakken dan nu in het sociaal akkoord is voorzien. Het is van groot belang dat zij het succes van deze ronde polderen voortzetten.

Maar het is van net zo groot belang dat andere politieke partijen als CDA, D66 en GroenLinks bereid zijn dit sociaal akkoord te steunen. Van het bezuinigingenpakket van 4 miljard euro uit maart 2013 is weliswaar - ten minste - 600 miljoen euro door het sociaal akkoord weggevallen, maar het moet mogelijk zijn om in gezamenlijkheid tot andere bezuinigingen te komen.

Nu de sociale partners hebben laten zien dat ze kunnen polderen, is het aan de politieke partijen om hetzelfde te doen.

Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht
en Kroonlid van de SER. Hij is ook auteur van het pas verschenen boek Terug de polder in; Pleidooi voor een werkende arbeidsmarkt, Amsterdam, Bert Bakker, ISBN 978 90 351 3990 9


Red.:  Zie ook Pechtold in Buitenhof, 10-06-2012

Naar De toekomst, consumptie , De toekomst , Klimaat & Milieu lijst , Wetenschap overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]