De Volkskrant, 03-04-2012, door Alfred Kleinknecht, hoogleraar economie in Delft .2010

Mes in ontslagrecht slecht voor innovatie

Personeel dat makkelijk kan worden ontslagen, is minder innovatief dan werknemers met een vaste aanstelling.


Tussentitel: Wie zich beschermd weet, legt meer durf aan de dag

De werkgeversclub VNO-NCW voert al geruime tijd een lobby voor versoepeling van het ontslagrecht en recent ook voor een nullijn bij de lonen. Soepeler ontslag maakt arbeid goedkoper en dat is goed voor de werkgelegenheid. Komt Nederland daarmee sterker uit de crisis?

Onderzoek geeft aanleiding tot twijfel. Zo laat een recente studie bij het Amerikaanse NBER Instituut zien dat betere ontslagbescherming samen gaat met meer octrooi-activiteiten - en met een hogere kwaliteit van octrooien.

Volgens de auteurs tonen werknemers bij het zoeken naar innovatieve oplossingen meer durf als ze beter beschermd zijn tegen ontslag. Indien bij een mislukt project ontslag dreigt, dan zoekt men naar risicoloze oplossingen - en daar schieten bedrijven weinig mee op.

Onderzoek laat zien dat soepeler ontslag arbeidskosten bespaart. 'Flexibilisering' van arbeid ondersteunt dus de loonmatiging. Maar er is ook veelvuldig aangetoond dat soepeler ontslag en loonmatiging leiden tot lagere groeivoeten van de arbeidsproductiviteit en tot minder innovatie. En anders dan verwacht levert het ook geen economische groei op.

Hoe komt dat? Enkele argumenten op een rij. Meer mobiliteit op de arbeidsmarkt kost sociaal kapitaal: werknemers met kortere verbintenissen hebben minder sociale binding en loyaliteit naar bedrijven. Dit leidt tot opportunistisch gedrag zoals het lekken van technologische en commerciŽle bedrijfsgeheimen.

Minder loyaliteit verhoogt de behoefte aan toezicht en controle. Het oprukken van 'flexibele' Angelsaksische arbeidsverhoudingen gaat gepaard met fors groeiende managementslagen. In 'liberale' Angelsaksische landen is 12 tot 14 procent van het personeel bezig met management & control. In het oude Europa is het aandeel van managers in de beroepsbevolking (nog) 2 ŗ 6 procent.

Bij een grotere mobiliteit functioneren bedrijven bovendien minder als 'lerende organisaties'. Er wordt minder werk verricht op de 'automatische piloot' - en ook dit vraagt om meer management. Bij kortere verbintenissen investeert men ook minder in scholing.

Een ander probleem is dat bij automatiseringsprojecten dikwijls gebruik moet worden gemaakt van de ervaringskennis van mensen die het te automatiseren werk (nog) doen. Als deze mensen niet goed beschermd zijn tegen ontslag, dan zullen ze hun kennis voor zich houden. ‹berhaupt zullen werknemers bij soepel ontslag informatie verbergen over hoe hun werk efficiŽnter kan.

Ten slotte verandert soepeler ontslag de machtsverhoudingen in bedrijven. Wie makkelijk ontslagen kan worden, zal niet zo makkelijk beslissingen van het management bekritiseren. Minder kritische feedback vanuit de werkvloer bevordert 'zonnekoning-gedrag' aan de top.

Grotere mobiliteit op de arbeidsmarkt pakt vooral negatief uit voor wat we in de literatuur het 'routinematige' innovatiemodel noemen. Volgens dit model danken bedrijven hun prestaties bij het beheersen van geavanceerde productieprocessen aan langdurige en stapsgewijze accumulatie van kennis.

Een deel van deze kennis bestaat uit slecht gedocumenteerde en persoonsgebonden ervaringskennis. Dit vraagt om continuÔteit in het personeelsbestand.

De VS mogen met hun hire & fire arbeidsmarkt sterk zijn in de ICT - een sector waar langetermijn kennisaccumulatie een geringere rol speelde (althans in het verleden). Een blik in de exportstatistieken leert echter dat hun concurrentiepositie in industrieŽn met een routinematig innovatiemodel ronduit beroerd is.

Om de Europese kracht bij dit model te behouden, moeten we zuinig zijn op onze beschermde 'insiders'. Zij danken hun verdiencapaciteit aan hun geaccumuleerde bedrijfsspecifieke ervaringskennis.

In een tijd waarin aandeelhouders en topmanagers snel rouleren en weinig loyaliteit aan bedrijven tonen, is de beschermde insider nog de enige partij die belang heeft bij de continuÔteit van bedrijven.

Het kabinet pronkt met een 'sterke' Nederlandse economie. Men verwijst graag naar gunstige werkloosheidscijfers. Maar op de meeste indicatoren van de kenniseconomie bungelen we onderaan de hitlijsten.

De groei van de arbeidsproductiviteit ligt sinds 1984 trendmatig beneden het EU-gemiddelde. De investeringen van onze bedrijven in onderzoek en ontwikkeling en octrooien blijven achter bij die in de sterke OESO-landen. En onze uitgaven aan onderwijs (in procenten van het nationaal inkomen) concurreren goed met die van Turkije.

Door armzalige investeringen in kennis en innovatie valt het verdienvermogen op internationale markten tegen. Geen wonder als men dan zeurt om een nullijn bij lonen en om versoepeling van het ontslagrecht.

Geeft men daar aan toe, dan vallen vervolgens weer investeringen in innovatie tegen. Ze blijft men bezig met een nederlagenstrategie.

Met het pleidooi voor soepeler ontslag en een nullijn is VNO-NCW de lobbyist van technologische achterlopers en dozenschuivers. Gelukkig, ondanks de jarenlange loonmatiging en flexibilisering van arbeid kent Nederland ook nog succesvol vernieuwende ondernemers. VNO-NCW zou zich voor hen sterk moeten maken en niet voor de losers.



Red.:  Zie ook Pechtold in Buitenhof, 10-06-2012

Naar De toekomst, consumptie , De toekomst , Klimaat & Milieu lijst , Wetenschap overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]