De Volkskrant, 09-02-2011, van correspondent ARIE ELSHOUT .2009

Gekwelde Rumsfeld lijdt onder eigen intelligentie

Tussentitel: Oud-minister betoont zich een ontevreden stagebegeleider

Waar Donald Rumsfeld ook werkte of kwam, hij was altijd slimmer dan de rest. Dat is natuurlijk een voordeel, maar het was tegelijkertijd zijn grote probleem. Dat blijkt uit zijn memoires, die dinsdag zijn uitgekomen.

De titel is Known and Unknown. Vrij vertaald: wat we weten en niet weten. Het is een verwijzing naar de virtuoze verhandeling die hij als minister van Defensie onder Bush jr. gaf over de grenzen van de menselijke kennis. Er is veel dat we niet weten, maar van sommige dingen weten we dat we ze niet weten (de known unknowns). Maar er zijn ook dingen waarvan we niet weten dat we ze niet weten (de unknown unknowns), doceerde Rumsfeld in antwoord op de vraag van een journalist.

Rumsfelds intelligentie is van een roestvrijstalen kwaliteit: helder, strak en glad. Ze imponeert en intimideert mensen, zeker in combinatie met die ironisch twinkelende ogen. Tommy Franks, de generaal die het oorlogsplan voor Irak moest opstellen, moet het er moeilijk mee hebben gehad. Deze lange, knokige, plat pratende, ongepolijste Texaan stond onder zware druk van de minister om de invasie met zo min mogelijk troepen uit te voeren.

Rumsfeld was er namelijk zeker van dat door de optelsom van Amerika's superieure technologie en overwicht in de lucht er slechts een kleine maar mobiele strijdmacht op de grond nodig was om de vijand snel te verslaan. Franks sputterde tegen, maar steeds werd hij teruggestuurd met de opdracht dat de troepenmacht nog kleiner moest.

Uiteindelijk bleek Rumsfeld gelijk te hebben als het gaat om het verslaan van Saddams leger. Dat was snel gepiept. Maar de problemen ontstonden in fase 2. Toen hadden de Amerikanen te weinig soldaten om de orde te bewaren, waardoor ze wel de oorlog wonnen maar de vrede verloren. Dat was Rumsfelds schuld.

Hij was ervan overtuigd dat door Amerika's technologische superioriteit een nieuw tijdperk in de oorlogvoering was aangebroken. Daarom vergat hij dat het uiteindelijk heel ouderwets om het aantal 'laarzen op de grond' gaat. Rumsfeld was zo in de ban geweest van de theorie dat hij de praktijk over het hoofd zag. Daarmee toonde hij aan dat een hoge intelligentie niet alleen maar positief is, maar ook destructief kan uitpakken. Alle ellende aangericht door vroegere tekentafelhervormers had een waarschuwing moeten zijn.

In zijn boek probeert hij zich eruit te draaien. Volgens hem was het Bush zelf die aandrong op een kleine troepenmacht en zwijgt hij over de wringer waar hij Franks doorheen haalde (maar die door anderen uitvoerig is gedocumenteerd).

Hij rekent verder af met Colin Powell en Condoleezza Rice. Powell werd door de buitenwereld gezien als het enige redelijke lid van de regering-Bush. Maar waarom heb ik daar binnenskamers niks van gemerkt?, werpt Rumsfeld tegen. En Rice was erg onervaren, schrijft Rumsfeld op de toon van een ontevreden stagebeleider.

Het geeft het boek iets onaangenaams, het werk van een gekweld man die inmiddels weet wat hij toen nog niet wist: dat zijn knappe kop niet heeft voorkomen dat hij op zijn 78ste in de beklaagdenbank zit, in afwachting van het oordeel van de geschiedenis.


Naar Alfa en bta denken, snelheid , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]