WERELD & DENKEN
 
 

Beslissingsproces, psychologisch: voorinstelling (bias)

29 jul.2009

 Het proces van voorinstelling of bias een speciaal geval van het meer algemene fenomeen van aanvulling, invulling of vervanging van beelden of waarnemingen ontleend aan de buitenwereld. Dat het een algemeen proces is blijkt uit de illustratie rechts, wat iedereen waarneemt als de afbeelding van een huis achter een hek, al genoemd in Beslissingen  . Dit valt onder de categorie "optische illusies", omdat de geest dingen invult die niet waargenomen zijn. Je kan de delen van het huis die je wel "ziet" maar niet waarneemt, zien als een vorm van vooronderstelling: de hersenen "begrijpen" wel wat daar zit en vullen het gewoon in.  Overigens geldt dat ook voor het begrijpen van taal  .

Dit  is een voorbeeld van vele natuurlijke aanvullingen op de direct waargenomen beelden, die ook leiden tot talloze optische illusies zoals behandeld in een speciale aflevering van Scientific American, met als thema: "Optische illusies, en wat leren we ervan over de werking van ons brein" (Sci. Am, Special Reports, Vol. 18, nr. 2, 2008).

Een van de andere artikelen gaat over het verwerken van de optische informatie in combinatie met standverandering van lichaam of hoofd. Als je je hoofd een beetje kantelt, en het perceptiesysteem volledig statisch zou zijn zoals een fototoestel, het zou beeld in ons hoofd ook moeten kantelen en we zouden een scheefstaande wereld zien, net als op de foto genomen met een scheefgehouden toestel de horizon scheef staat.

In werkelijkheid blijft in onze perceptie de horizon recht staan als het hoofd kantelt. Dat komt omdat in ons hoofd de scheve stand van het hoofd, zoals gemeten door het evenwichtsorgaan, verrekend wordt met de optische informatie die binnenkomt (Scientific American,  Special on Perception, 2008, door Vilayanur S. Ramachandran en Diane Rogers-Ramachandran, artikel hier  ):

  Right Side Up

Studies of perception show the importance of being upright


Tussentitel: The brain takes into account head rotation when it interprets an
                  item's orientation.

The lens in your eye casts an upside-down image on your retina, but you see the world upright. Although people often believe that an upside-down image in the eyeball gets rotated somewhere in the brain to make it look right side up, that idea is a fallacy. No such rotation occurs, because there is no replica of the retinal image in the brain-only a pattern of firing of nerve impulses that encodes the image in such a way that it is perceived correctly; the brain does not rotate the nerve impulses.
   Even leaving aside this common pitfall, the matter of seeing things upright is vastly more complex than you might imagine, a fact that was first pointed out clearly in the 1970s by perception researcher Irvin Rock, then at Rutgers University.

Tilted View
Let us probe those complexities with a few simple experiments. First, tilt your head 90 degrees while looking at the objects cluttering the room you are in now. Obviously, the objects (tables, chairs, people) continue to look upright - they do not suddenly appear to be at an angle.
    Now imagine tipping over a table by 90 degrees, so that it lies on its side. You will see that it does indeed look rotated, as it should. We know that correct perception of the upright table is not because of some "memory" of the habitual upright position of things such as a table; the effect works equally well for abstract sculptures in an art gallery. The surrounding context is not the answer either: if a luminous table were placed in a completely dark room and you rotated your head while looking at it, the table would still appear upright.
    Instead your brain figures out which way is up by relying on feedback signals sent from the vestibular system in your ear (which signals the degree of head rotation) to visual areas; in other words, the brain takes into account head rotation when it interprets the table's orientation. The phrase "takes into account" is much more accurate than saying that your brain "rotates" the tilted image of the table. There is no image in the brain to "rotate" - and even if there were, who would be the little person in the brain looking at the rotated image? In the rest of the essay, we will use "reinterpret" or "correct" instead of "rotate." These terms are not entirely accurate, but they will serve as shorthand.   ...

Waar het hier om gaat is dat voor het menselijke bewustzijn het beeld waarneemt, de hersenen de optische informatie van het oog verwerkt met andere informatie, hier van het evenwichtsorgaan. Je ziet niet zuivere en ongefilterde beelden als van een camera, maar beelden die al een bewerking hebben ondergaan.

Deze vorm van "verwerking van informatie voor bewustwording" vindt plaats op allerlei niveaus. Het allereerste niveau is dat van de waarnemingsorgaan en omringend zenuwstelsel., zelf - het meest interessant voor het oog, zie hier  . Hierboven hebben we gezien dat zich dat ook uitstrekt tot de combinatie van informatie van meerdere waarnemingsorganen.

Een tweede niveau van beÔnvloeding is dat door de emoties. Dit kan gezien worden als een apart geval, omdat het uit een duidelijk ander deel van de hersenen komt =>. De hersenen onderkennen dit ook doordat er speciale structuren en circuits gewijd zijn aan de functie van het afwegen van de emotionele inbreng => .

Het derde niveau van beÔnvloeding is dat van binnen de rationele hersenen zelf - vermoedelijk gebeurd dit op meerdere niveaus van het abstraheren in de hersens. In de hersenen bevindt zich al een verzameling van meningen en ideeŽn, die meegewogen kunnen worden in de waarneming en verwerking van indrukken uit de omgeving (Dagblad De Pers, 29-07-2009):
 
  Hersenen beÔnvloeden begrip

Als iemand een zin leest waarin om een mening wordt gevraagd, hebben de hersenen al een afwijzend of juist instemmend signaal gegeven voordat de hele zin gelezen en begrepen is. Hoe het signaal van de hersenen uitpakt, hangt af van de overtuigingen die de lezer aanhangt.
    Dat is ontdekt door onderzoekers van het Nijmeegse Max Planck Instituut voor PsycholinguÔstiek en de universiteiten van Amsterdam en Utrecht. ...
    Het blijkt dat er binnen 200 milliseconden al een onbewuste mening is gevormd, die van invloed is op de verdere zinsverwerking.

Voorbeelden hiervan stonden in een ander artikel over hetzelfde onderzoek (De Volkskrant, 07-09-2009, column door Peter Giesen)
 
  Opmerkelijk genoeg reageren we ook op ethische en levensbeschouwelijke kwesties als verstokte voetbalsupporters, blijkt uit een onderzoek van psychologen aan de Universiteit van Amsterdam. Streng-christelijke proefpersonen lazen de stelling ‘euthanasie is een acceptabele handeling’, terwijl hun hersenactiviteit gemeten werd. Al bij het woordje ‘acceptabel’ registreerden de onderzoekers een emotionele respons. Ook zagen zij de zogenaamde N400-reactie, een antwoord van het brein op onwaarschijnlijke of onmogelijke stellingen, zoals ‘ik drink een pizza’. De respons kwam snel, binnen 200 milliseconden, nog voordat de proefpersonen de stelling bewust hadden afgewezen.   ...

Een gelezen of gehoorde zin bestaat in eerste instanties natuurlijk ook als impressies van de zintuigen, net als beelden doorgegeven door het oog dat zijn in de vorige experimenten. Wat in dit taalonderzoek blijkt, is dat zelfs wanneer alles als zintuigimpressies is verwerkt, dus voorbij het niveau van de vorige onderzoeken, er nog steeds allerlei invloeden ingrijpen op de ontvangen "informatie". Eerder opgedane overtuigingen, al dan niet juist en/of in overeenstemming met de werkelijkheid, blijken van invloed op de verdere perceptie van een nog in de ontvangst staande taalkundige boodschap. Dit blijkt dus ook te werken op het toch vrij abstracte niveau van religieuze opvattingen

Een eerste aanwijzing van hoe dat werkt komt uit een ander onderzoek - hieronder de relevante stukken uit een artikel dat de methodiek en resultaten beschrijft (Leids universiteitsblad Mare, 20-11-2008, door Bart Braun (voll. artikel hier  ):
 
 

 AtheÔstische en gereformeerde studenten kijken letterlijk anders

Ongelovige ziet het grotere geheel

AtheÔstische en bevindelijk gereformeerde studenten hebben niet alleen een ander wereldbeeld; ze nemen de wereld ook daadwerkelijk anders waar. De onderzoekster maakt zich zorgen over de interpretatie van haar gegevens. ‘Dit is misschien wel de belangrijkste ontdekking die ik ooit heb gedaan’

 Dr Lorenza Colzato heeft een papiertje met letters bij zich. De vinger van de psychologe volgt de letter S, die is opgebouwd uit allemaal losse letters O. ‘De atheÔst ziet eerst de S, de calvinist ziet eerst de O’s’, legt ze uit. In haar recente publicatie in het vooraanstaande vakblad Plos One gebruikte ze vierkanten die waren opgebouwd uit driehoekjes, maar het effect is hetzelfde: bevindelijk gereformeerde studenten zien de details beter, atheÔstische studenten hebben meer oog voor het grotere geheel.   ...
    In vergelijkbaar onderzoek stelden wetenschappers al eens vast dat Aziaten een holistischer kijk op hun stimuli hebben dan Amerikanen. Colzato: ‘Daar ligt de focus op cultuur. Ik wilde juist weten wat het effect van religie was. In Nederland kan dat, omdat religie en cultuur goed te scheiden zijn: mensen hebben dezelfde cultuur, maar verschillende godsdiensten. In mijn moederland ItaliŽ is iedereen katholiek, of in elk geval gedoopt.’
    Is die cultuur wel zo hetzelfde? Bevindelijk gereformeerden staan bekend als een hechte en relatief gesloten groep. Ze hebben hun scholen, hun eigen krant (het Reformatorisch Dagblad) en een eigen partij (SGP). Televisie is uit den boze, en Internet mag alleen als er strenge filters zijn geÔnstalleerd.
    Colzato: ‘Dat klopt, elk geloof brengt ook een stuk cultuur met zich mee. Maar deze mensen zijn wel in Nederland opgegroeid. Ze eten stamppot, ze studeren in dezelfde stad.’
    Bovendien, benadrukt ze, is ze niet specifiek geÔnteresseerd in de effecten van calvinisme, maar in die van religie in het algemeen. ...
    De onderzoekers hebben hard hun best gedaan om ervoor te zorgen dat de twee groepen afgezien van hun geloof zo min mogelijk verschillen. Wat betreft intelligentie, geslacht, etniciteit en leeftijd zijn ze vergelijkbaar. Een ander probleem laat zich moeilijker uitsluiten in een onderzoeksopzet: dat niet het geloof het verschil in perceptie bepaalt, maar dat de manier waarop iemand naar de wereld kijkt, mede bepaalt welk wereldbeeld voor hem of haar aantrekkelijk is. Wel wijzen de wetenschappers erop dat veel mensen in een religieuze gemeenschap worden opgenomen voordat zo’n perceptie-verschil duidelijk wordt.
    AtheÔsten en bevindelijk gereformeerden hebben niet alleen een verschillend wereldbeeld, zo blijkt, maar ze nemen ook daadwerkelijk anders waar. ‘Calvinisten hebben wellicht van kinds af aan geleerd om te focussen op lokale in plaats van globale dimensies’, staat in het Plos-artikel. ‘Tenminste, vergeleken met mensen die hun geloof niet delen.’ ...

Dit is dus een zeer concrete uitwerking van de invloed van religie, of abstracte opvattingen in het algemeen, op wat gezien kan worden als een fundamenteel waarnemingsproces.

Uit weer een ander onderzoek blijkt een mogelijke richting waarin men een oorzaak van dit effect kan zoeken (Scientific American, juli 2009, vol. 301, nr. 1):
 

Dezelfde onderzoeksmethode als jij het onderzoek naar de invloed van geloof, maar nu gekoppeld aan de werking van de twee hersenhelften. Uit de bekende verschillen tussen de functies van de twee hersenhelften  kan men dus iets afleiden omtrent de factor beÔnvloed door religie. Die verschillen in functies zijn:
 

Herald Sun, 09-10-2007.

Right Brain v Left Brain

The Right Brain vs Left Brain test ... do you see the dancer turning clockwise or anti-clockwise?
    If clockwise, then you use more of the right side of the brain and vice versa.
    Most of us would see the dancer turning anti-clockwise though you can try to focus and change the direction; see if you can do it.

  Left brain functions
uses logic
detail oriented
facts rule
words and language
present and past
math and science
can comprehend
knowing
acknowledges
order/pattern perception
knows object name
reality based
forms strategies
practical
safe
Right brain functions
uses feeling
"big picture" oriented
imagination rules
symbols and images
present and future
philosophy & religion
can "get it" (i.e. meaning)
believes
appreciates
spatial perception
knows object function
fantasy based
presents possibilities
impetuous
risk taking

De aard van het letter-onderzoek, bestaande uit het verschil in waarnemen van detail-letters en globale letters, kan men direct afleiden dat het hier dus gaat om de tweede uit het rijtje: het zijn van het wijdere beeld versus de details. Volgens het onderzoek verschuift het onderhouden van religie de balans in de capaciteit tot het zien van de globale letter versus de detail-letter. Het onderouden vaneen religie is dus een voorbeeld waarin het hebben van ideeŽn en meningen op het niveau van hogere hersenfuncties direct wat objectieve waarnemingen lijken beÔnvloedt, op dezelfde manier als de omgevingkleur bepaalt hoe je de kleur van een voorwerp ziet.

Voor de manier waarop de alans tussen linker-enrechtrhelft veranderd, is ook een vooreeld voor handen:

Dit verschil tussen werkelijkheid en bewust waargenomen werkelijkheid is niet beperkt tot zintuiglijke waarnemingen, dat wil zeggen: informatie van het autonome zenuwstelsel (De Volkskrant, 21-06-2007, door Mark Mieras): 

 

Rokers hebben rare hersenen

Tussentitel: Hersenen van rokers laten geruisloos waardevolle informatie verdwijnen

... een opmerkelijk onderzoek in het Amerikaanse Harvard, eerder dit jaar gepubliceerd in het vooraanstaande tijdschrift Nature Neuroscience. In een beursspel moesten 31 kettingrokers (minimaal 15 sigaretten per dag) en 31 niet-rokers met 100 dollar speculeren. Dat deden ze terwijl ze in de hersenscanner lagen. Onderzoekers konden zo zien wat er in hun hersenen gebeurde. Wat blijkt: rokers negeren waardevolle informatie. Hun hersenen werken anders.   ...
    Rokers, zo ontdekten de onderzoekers, houden in hun beslissingen alleen rekening met hun feitelijke winst en verlies. Winsten en verliezen die ze hadden kunnen halen als ze andere beslissingen hadden genomen, negeren ze. Die informatie is van het type: ‘Stel dat je net twee keer zo veel had geÔnvesteerd, dan had je nu 100 dollar extra verdiend.’ Zowel de rokers als de niet-rokers begrepen het belang van deze tip, want in beide groepen werd de nucleus caudatus actief, een hersenkern die steeds actief is als iemand het gevoel heeft dat iets waardevol en belangrijk is. Voor de niet-rokers was deze informatie – over wat had kunnen zijn – juist heel belangrijk voor hun volgende gevoelsmatige beslissing om wel of geen aandelen te kopen. Daardoor gingen zij met meer geld naar huis.   ...
    Wat gaat er mis in de hersenen van een roker? De Harvard-onderzoekers ontdekten met een hersenscanner dat rokershersenen de informatie over fictieve situaties wel degelijk opnemen. De hersenen berekenen keurig de voordelen van wat er had kunnen zijn. Maar dit signaal wordt niet gebruikt bij de beslissing. Ergens diep in de hersenen is de route geblokkeerd.   ...

Het is dus niet zozeer de functionaliteit die verdwijnt, als wel dat de route er naartoe of er vanaf geblokkeerd wordt. Dat is wat op deze website aangeduid wordt met de term "compartimentalisatie" => , en een speciaal geval is van  de het algemene neurologische proces van inhibitie => .

In dat licht is het dus vermoedelijk zo dat de balansverschuiving ten gevolge van religie, veroorzaakt wordt doordat de aanwezige ideeŽn van religie het  pad naar het bredere-beeld deel van de hersenen, in de rechterhelft, blokkeren. Dit dan hoogstwaarschijnlijk omdat de ervaringen van de gelovige leren dat het gebruik van dit bredere beeld contradicties oplevert met zijn religie, en het in de menselijke hersenen ingebouwd is om nare ervaringen als contradicties te vermijden - desnoods met een blokkade.

 

 

In Beslissingen  hebben we geconstateerd dat er in ons brein drie bestuurders zitten: regelsysteem, emoties en rationeel systeem die ieder op hun eigen niveau beslissingen nemen, waarbij die beslissingen met elkaar kunnen concurreren, beÔnvloeden. Wat we hier als eerste gezien hebben is, dat het reflexmatige systeem de beslissingen van de overige twee beÔnvloedt door de beelden van de werkelijkheid te veranderen  - in eerste instantie voor een goed doel, maar soms met verstorende neveneffecten. Dus zelfs als je op je bewuste niveau denkt  een objectieve beslissing te nemen, kan het reflexmatige systeem je al een vertekend beeld hebben gegeven.

Wat we als tweede hebben gezien, is dat dit ook geldt voor begrippen die al in onze geest aanwezig zijn: begrippen of ideeŽn in het rationele deel van de geest kunnen ook de uitkomsten van nieuwe beslissingsproces beÔnvloeden zonder dat je bewuste beslissingsproces daarvan op de hoogte raakt. En als reflexmatige en rationele deel van de geest dat kunnen, dan kan je rustig aannemen dat dit voor het derde, emotionele, deel, ook zo is.

Dit is tot nu toe een "rechtuit" proces, waaraan de mens die het overkomt niet veel kan doen. Maar waar iemand beslissingen neemt, in de breedste zin van het woord, die niet overeenkomen met de werkelijkheid, zal het, als dit lang duurt, op een gegeven moment voorkomen dat het duidelijk wordt dat het eigen beeld van de werkelijkheid niet klopt met de daadwerkelijke werkelijkheid.

Dit is het moment dat de betrokkene wel degelijk invloed kan uitoefenen op het gehele proces. Zwart-wit gezien zijn er twee mogelijkheden: de betrokkene verwerpt al zijn eerdere ideeŽn en schakelt meteen over op de daadwerkelijke werkelijkheid. Of de betrokkene kan de daadwerkelijke werkelijkheid in zijn geheel verwerpen, en vast blijven houden aan zijn oorspronkelijke beeld van de werkelijkheid.

In werkelijkheid is deze situatie niet zwart-wit, en wel vanwege het fundamentele probleem dat ook wat men hier-en-nu ziet als de daadwerkelijke werkelijkheid, ook wel eens vervormd kan zijn. In feite gaat het dus om het kiezen tussen twee oordelen over de  werkelijkheid, waarvoor het vastomlijnde en altijd geldige regels zijn te formuleren. Het idee van een bolvormige aarde kon met een wijzen op de directe ervaring verworpen worden: iedereen kan zien dat de aarde plat is. En voor die verdwijnende masten van schepen aan de horizon kan best wel een minder verreikende verklaring worden gevonden - vervorming door de atmosfeer boven het water, bijvoorbeeld.

Het is geen onoverkomelijk probleem, want de natuurwetenschap heeft het opgelost, en natuurwetenschap wordt bedreven door mensen met hetzelfde probleem als de rest van de mensheid. Maar er moet toch ergens wel een verschil zijn tussen wat wetenschappers en de rest van de mensen doen, gezien de verschillen in resultaten van natuurwetenschappers en die van de direct vergelijkbare groep: de overige wetenschappers.

Dat verschil zit vermoedelijkerwijs in de omgang met het verschil tussen de twee werkelijkheden: de langdurige denkbeeldige werkelijkheid, en de momentane "daadwerkelijke" werkelijkheid die daarmee in tegenstrijd is. Dit proces heet "terugkoppeling", en blijkt essentieel te zijn voor vele zaken, waaronder alles wat levende wezens betreft  , en is ook een aparte wetenschappelijke discipline genaamd cybernetica  . Het is een deelproces van  een systeem, dat een verbinding maakt tussen de uitgang van het systeem naar de ingang, en de ingang dusdanig bijstelt dat er een stabiele evenwichtswaarde ontstaat voor de uitkomst - zoals de stuurman aan de hand van de waargenomen koers van het schip de positie van het roer bijstelt om de gewenste koers te blijven varen.

 De wetenschap heeft dit proces ingebouwd in zijn methodiek, zie hiernaast en uitgebreider hier  . Dit schema moet je vertalen in de terminologie van hierboven. De "hypothesis" zijn de gecombineerde langdurige ideeŽn over de werkelijkheid, de "observations" zijn de meer daadwerkelijke waarnemingen van dit moment. Wat de wetenschap dus doet, is haar langdurige ideeŽn over de werkelijkheid aanpassen aan de huidige daadwerkelijke werkelijkheid. Dat doet het in meerdere stappen: eerst formuleer het hypothesen die passen binnen bestaande theorie, die hypothesen worden getest, en faalt de test, ga je kijken naar de theorie. Falen meerdere hypothesen bij de theorie, wordt het tijd de theorie zelf aan een ander onderzoek te onderwerpen.

Dit schema is een afkorting van het werkelijke proces, dat aanzienlijk subtieler is. De wetenschap door ervaring er ook achter gekomen dat je ook je zogenaamde daadwerkelijke waarnemingen niet zomaar mag vertrouwen, omdat die ook verstoringen kunnen hevven. Van belangrijkere en echt verbazingwekkende worden er altijd twee onafhankelijke vereist. Bovendien zit er in het hele proces een vertraging ingebouwd: vele waarnemingen leiden tot een deeltheorie, die weer opgenomen wordt in een grotere theorie, en dat kost allemaal tijd, zodat de theorie waarvan de hypothees worden afgeleid, niet noodzakelijkerwijs nog de juiste hoeft te zijn - de wetenschap schrijdt voort. Waarnemingen zijn afhankelijk van techniek, en de techniek schrijdt ook voort, en kunnen minder last hebben van verstoringen dan oude. De correcte waarneming met het blote oog dat de aarde plat is, kan een verstoring blijken te zijn als je er landmeetkundige kijkers op loslaat.

De wetenschap kent dus noch aan theorie, noch aan waarnemingen absolute waarde toe. Wat de wetenschap doet, is het geheel bekijken in een samenspel, waarin aanpassing of verwerping van beide niet is uitgesloten.

De niet-wetenschappelijke aanpak heeft ook theorie, hypothesen en waarnemingen. De theorie is het geheel van ideeŽn en overtuigingen dat al in de hersenen zit. De waarnemingen zijn de impulsen van de zintuigen, nadat ze zijn gegaan door het ingebouwde filter dat er wegwijs van maakt ten behoeve van het bewuste deel van de geest. De hypothesen zijn, net als bij de wetenschap, de vooronderstellingen omtrent de wereld volgende uit de theorie.

In de niet-wetenschappelijke wereld zijn er twee extremen van benadering als de hypothesen, dus de theorie, niet blijkt te kloppen met de waarnemingen. De eerste kent de waarnemingen een absolute waarde toe, en de tweede kent de theorie een absolute waarde toe. Beide benaderingen leiden tot problemen.

De eerste extreme benadering is bijvoorbeeld te vinden in allerlei vormen van mystiek, "de onkenbare volledigheid van het hier en nu" en talloze andere verwoordingen. Een aardig voorbeeld is dat van de Tibetaanse volken, die voor de berg vanuit het ene dal een andere naam hebben dan vanuit het andere (Jacob Bronowski, in: Science and Human Values).

De tweede extreme benadering stelt dat bij een botsing tussen waarnemingen en de theorie in de vorm van gecombineerde beelden en ideeŽn in de geest, de laatste een absolute waarde hebben. Deze benadering is veruit dominant, zelfs boven alle minder extreme tussenvormen.

Voor beide benaderingen geldt dat ze het proces van terugkoppeling tussen waarnemingen van de werkelijkheid en de constructies daarvan in de geest afbreken, waardoor verstoringen in de waarnemingen en fouten in de beelden in stand blijven.

 

 

Eerste: Teleurgesteld westerse intellectuelen willen nogal eens dwepen met dit soort opvattingen, maar het heeft tot nog toe geen extra kennis of wijsheid gebracht. Verder komt het eigenlijk niet veel voor.

Tweede religie, ideologie

  Maar als je waarneming niet klopt met je hypothese, pas je altijd je waarnemingen aan. De theorie komen niet in aanmerking voor verandering.

Dat betekent dat eventuele fouten die in je theorie zitten, daar altijd in zullen blijven zitten. En dat je theorie fouten bevat, is iets dat geheid waar is, want je theorie gebaseerd op eerdere waarnemingen, die ook verstrongen, van de werkelijkheid bevat kunnen hevven.

 

 

Sociale wetenschappers leren, of zijn gewend, hun waarnemingen aan te passen aan hun ideeŽn over de werkelijkheid - mede omdat ze die ideeŽn over de werkelijkheid samenvatten in principes - zoals "Alle culturen zijn gelijkwaardig". 

 

In het dagelijkse leven valt dit soort zaken ook al waar te nemen. Wie regelmatig deelneemt aan discussies, zal bemerken dat mensen vaak heel andere dingen kunnen horen of lezen dan er daadwerkelijk gezegd of geschreven is. Waar dit gebeurt, doet zich dan het voor de overigen zeer merkwaardige verschijnsel voor dat die mensen die de andere dingen lezen of horen, vaak heilig geloven in de juistheid van hun waarnemingen. Het voorgaande laat zien dat deze ervaring heel wel juist kan zijn: wat zij waarnemen zijn in hun "ogen/oren ", of voor hun "geestesoog", juiste waarnemingen - alleen waren die waarnemingen op dat moment al vervormd zonder dat ze zich dat bewust zijn.

 

 

Ook uit ervaring valt af te leiden dat er qua ernst twee hoofdoorzaken van vervorming of bias zijn: emotie en ideologie - hetgeen automatisch de ernstigste variant diegene maakt waarin zowel ideologie als emotie is betrokken  .

Deze diverse vormen van vervorming van waarnemingen van de werkelijkheid behoren natuurlijk tot de grootste problemen waar de mensheid als geheel mee te maken heeft. Een probleem waar talloze andere problemen van afstammen.

De richting van de oplossing van het probleem wordt gegeven door te kijken naar de diverse menselijke ondernemingen, en te zoeken naar die onderneming die het minste last heeft van dit probleem. Die zoektocht is snel afgelopen: dat is de natuurwetenschap - daar zijn zelfs de meeste niet-natuurwetenschappers het over eens.

 

Wat is dan de meest voor de hand liggende oplossing voor het probleem van de diverse vormen van ingebouwde bias, stiekeme vooronderstellingen: het voortdurende toetsen van je taalkundige en ideematige veronderstellingen aan de werkelijkheid. Dat voortdurende toetsen van je taalkundige en ideematige veronderstellingen aan de werkelijkheid is als eerste systematisch ondernomen door de algemene semantiek  (General semantics  ), een wetenschap die op deze website verder uitgewerkt is vanaf hier    - voor een specifieke toepassing, zie Dialoog  .
   

Naar Beslissingen  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .