De Volkskrant, 03-10-2012, door Suzanne Weusten, directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie .2010

ABC van denkfouten

Fundamentele attributiefout: omstandigheden negeren

De sollicitant voor de functie van junior onderzoeker was cum laude afgestudeerd, bijna gepromoveerd en had een relevante onderzoeksachtergrond. Toch twijfelde de sollicitatiecommissie. 'In het gesprek struikelde ze voortdurend over haar woorden', zei de voorzitter. 'Ze maakte nauwelijks oogcontact en friemelde met haar handen. Ze heeft goede papieren, maar nee, ze gaat niet door naar de tweede ronde.' De sollicitatiecommissie schreef het gedrag van de sollicitant toe aan haar persoonlijkheid, haar karakter. Iemand die snel praat en je niet durft aan te kijken, zal wel onzeker zijn, zo was de redenering.

De commissie vergat dat de situatie - voor de sollicitant een spannend gesprek waar haar carrière van afhing - de kandidaat nerveus maakte. En daarmee maakte ze een denkfout die zo ingebakken zit in ons oordeelsvermogen en die zo wijdverbreid is dat het de fundamentele attributiefout wordt genoemd. De meeste mensen zijn geneigd het gedrag van een ander toe te schrijven, te attribueren, aan diens persoonlijkheid. Ze onderschatten de omstandigheden, de situatie waarin dit gedrag plaatsvindt.

Ik betrap mezelf geregeld op zo'n snel oordeel. Ik vind de man die tegen me opbotst in de winkel een lomperik en de leverancier die te laat komt onbetrouwbaar. Maar omgekeerd ligt het anders. Voor mezelf doen de omstandigheden er opeens wél toe. Wanneer ik tegen iemand opbots, komt dit doordat het te druk is in de winkel. En als ik te laat kom, ben ik niet onbetrouwbaar, nee, dan ligt het aan de file of aan de NS.

Deze inconsistentie in mijn oordeel noemen psychologen de self serving bias, de egostrelende variant van de fundamentele attributiefout. De self serving bias mag dan een denkfout zijn, hij is ook prettig en functioneel. Hij beschermt me tegen zelfkritiek. Wanneer ik bijvoorbeeld te lang doe over mijn wekelijkse hardlooprondje, ligt het aan het rotweer of aan de nieuwe sokken. Maar nooit aan mijn eigen lamlendigheid.

De Amerikaanse sociaal psycholoog Lee Ross illustreerde de fundamentele attributiefout in 1977 in een klassiek experiment met een televisiequiz. Kandidaten en quizmasters kregen willekeurig hun rol: ze moesten voor het oog van het publiek een muntje opgooien. Daarna stelden de quizmasters tien kennisvragen, ongeveer zoals Philip Freriks in De slimste mens. Na afloop moest het publiek de algemene kennis van de kandidaten én van de quizmasters beoordelen. Wat bleek? Het publiek schatte de algemene kennis van de quizmasters systematisch hoger in dan die van de kandidaten, terwijl ze konden weten dat de situatie in het voordeel van de quizmasters was.

Hoe komt het dat mensen de fundamentele attributiefout maken? Waarom veronachtzamen we de omstandigheden? Ten eerste hebben we meestal te weinig informatie over de omstandigheden en weten we niet wat de situatie voor de persoon betekent. Ten tweede nemen we - in de westerse individualistische cultuur althans - als eerste het individu waar en niet de situatie.

Waarschijnlijk valt het u vanaf heden op dat anderen de fundamentele attributiefout maken. Dat is winst. Nu u nog.
 

Red.:  Glashelder emotie-inmenging

Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]