De Volkskrant, 19-12-2012, door Suzanne Weusten, directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie .2010

ABC van denkfouten

tu Quoque : Hoe je een jij-bak kunt pareren

Bij de bakker ben ik getuige van een echtelijke woordenwisseling. Het is zaterdagmiddag en terwijl ik op mijn beurt wacht, zegt de man naast mij enthousiast tegen zijn vrouw: 'Zullen we zo'n aardbeientaart kopen?'

'Ben je nou helemaal idioot, het vriest', antwoordt de vrouw verontwaardigd. 'Wie eet er nou aardbeien midden in de winter? Wel eens van duurzaamheid gehoord?'

De man geeft geen krimp. 'Moet jij nodig zeggen', zegt hij vals. 'Wie bestelde vorige week asperges in dat restaurant? Nou? Die kwamen vast niet uit Limburg.'

De vrouw kijkt snel om zich heen en ziet dat ik meeluister. 'Ja maar, dat was anders', fluistert ze. En dan, harder: 'Oké, jij je zin. Doet u die aardbeientaart maar.'

Het verwijt van de man is een denkfout, een jij-bak genoemd, of, in het Latijn: een 'tu quoque', oorspronkelijk een uitspraak van Julius Caesar, zij het in een iets andere betekenis. Toen de Romeinse staatsman in 44 voor Christus werd vermoord en onder zijn belagers zijn protegé Brutus herkende, riep hij: 'Tu quoque fili mi': 'Ook jij, mijn zoon?'

De tu quoque of jij-bak is een drogreden, die vaak retorisch wordt gebruikt, als simpele en doeltreffende afleidingsmanoeuvre. Je gaat niet in op het argument, maar draait de beschuldiging om. Door te suggereren dat de ander hypocriet is, leid je de aandacht van de beschuldiging af en hoef je niet te reageren.

Eigenlijk zeg je dat de redenering van de ander niet klopt, omdat hij er zich in het verleden zelf schuldig aan heeft gemaakt. Het verborgen argument is: als je het zelf doet of gedaan hebt, is het goed.

De jij-bak is een verleidelijke en veelgemaakte denkfout, zeker in de privésfeer. Zeg jij tegen hem: 'Heb je alweer vergeten de vuilnis aan de straat te zetten.' Zegt hij terug: 'En jij dan? Had jij vorige week niet beloofd de kleren naar de stomerij te brengen?'

Maar ook in de politiek is de jij-bak bekend. Zo vroeg een CNN-verslaggever in een interview aan Osama bin Laden of de beschuldiging van de Verenigde Staten waar was, namelijk dat hij het internationale terrorisme sponsorde. Bin Laden ging niet in op de vraag: 'Waar we ook kijken', antwoordde hij, 'overal zien we de Verenigde Staten als de leider van terrorisme en misdaad in de wereld.'

Ook de minister van Wonen, Stef Blok, kan over deze denkfout meepraten. Toen Femke Halsema hem bij de regeringsverklaring van het kabinet-Rutte I vroeg of hij zich ook zorgen maakte over de schuld van 600 miljard die Nederland had door de hypotheekrenteaftrek, jij-bakte Blok, toen nog VVD-fractievoorzitter: 'Als u uw zin had gekregen was de huizenmarkt ingestort.' Maar de ervaren debater Halsema had hem door. 'Wordt dit de nieuwe strategie van de VVD', reageerde ze fijntjes. 'Jij-bakken?'

Een tu quoque is gemakkelijk te herkennen. En ook eenvoudig te bestrijden. Erken je eigen fout, zeg dat het niet goed is dat je deze fout hebt gemaakt en herhaal je eerder uitspraak. 'Ik heb inderdaad de kleren niet naar de stomerij gebracht. Stom. Net zoals jij de vuilnis bent vergeten.'



Red.: 



Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]