De Volkskrant, 30-01-2013, door Suzanne Weusten, directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie .2010

ABC van denkfouten

Ugly sisters: waarom we niet op een naam kunnen komen

Ik zie zijn hoofd voor me en ik weet dat hij Paul heet, maar ik kan niet op zijn achternaam komen, hoezeer ik ook mijn best doe. De enige die me te binnen schiet is Paul Schnabel. Maar die bedoel ik niet, al lijkt hij er wel een beetje op. Het lijkt alsof de ene Paul voor de andere schuift, waardoor ik hem niet kan vinden. En hoe meer ik zoek, hoe verder ik van huis raak. Nee, ook niet Paul Auster of Paul de Leeuw. Wat ellendig is dit. Ik geef het op.

Ugly sisters, noemde de Britse psycholoog James Reason deze opdringerige woorden die het woord blokkeren dat je zoekt. Met een knipoog naar de zusters van Assepoester uit het sprookje van Grimm, die bij de prins in de gratie wilden komen door te doen alsof zij het schoentje hadden verloren. Ugly sisters zijn een speciale vorm van het puntje-van-de tong-fenomeen: je zoekt een naam of een woord, maar je kunt er net niet opkomen. De lelijke zusjes zijn niet zozeer een denkfout alswel een verbindingsfoutje van het geheugen. Ze zorgen er paradoxaal genoeg voor dat het langer duurt voordat je het gezochte woord vindt. Doordat ik mijn aandacht op Paul Schnabel blijf richten, blijft de naam van de Paul die ik zoek geblokkeerd.

Ugly sisters dringen zich vooral op bij namen, omdat het geheugen daarvoor nauwelijks aanknopingspunten heeft. In de westerse cultuur verwijzen namen niet naar kenmerken of eigenschappen van een persoon. Maar de opdringerige zussen laten zich ook gelden bij woorden die op elkaar lijken of hetzelfde klinken. Zo vertelde geheugenpsycholoog Douwe Draaisma me dat hij niet op het woord kon komen voor een 'tijdelijk algemeen verbod', omdat het woord 'mortuarium' zich aan hem opdrong. 'Ik stel me de ugly sister altijd concreet voor', aldus Draaisma. 'Je belt aan en wie doet er open... ?'

Meestal verdwijnt een ugly sister wanneer je er geen aandacht aan besteedt en springt het woord dat je zoekt na enige tijd spontaan in je herinnering. Maar soms ook niet. Hoe frustrerend en pijnlijk zo'n geheugenblokkade kan zijn, beschrijft de Amerikaanse psycholoog Daniel Schacter levendig in The Sevens Sins of Memory. Het helpt, schrijft hij, om in zo'n geval het alfabet af te lopen en te zoeken naar de eerste letter. Daar heb je meer aan dan aan extra informatie over de persoon, zoals zijn beroep of het feit dat hij al dan niet een bril draagt. En als je de eerste letter al weet, denk dan aan situaties waarin je die persoon eerder hebt gezien. Dit kan net de trigger zijn om het geblokkeerde woord te vinden.

Wie een naam zeker wil onthouden, kan beter vooraf een ezelsbruggetje bedenken. Je kunt bijvoorbeeld visualiseren waaraan de naam je letterlijk doet denken. Zo stel ik me bij de PvdA-voorzitter een man voor die spek verkoopt. Maar je kunt ook de klank van het woord als hulpje gebruiken: bijvoorbeeld, Jansen, dansen, Bakker, wakker, Leeuw, sneeuw.

Mijn Paul is nog steeds niet opgedoken. Maar als ik de ugly sisters negeer, meldt hij zich vast een keer.



Red.: 


Naar Beslissingen , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]