De Volkskrant, 26-03-2010, door Marjon Bolwijn 27 mrt.2010

Weg met de conventies

Iedere kunstenaar laat zich inspireren door andere kunstenaars. Deze week: theaterregisseur Arie de Mol over muzikant Captain Beefheart.

Fotobijschrift: Arie de Mol: 'Niks is gek, alles mag bij Captain Beefheart. Onnavolgbaar, anarchistisch. Omdat hij zich nergens iets aan gelegen laat liggen, is hij vrij.'

Een jeugdheld hoeft niet verloren te gaan. Dat geldt zeker voor Arie de Mol (48), artistiek leider en regisseur van Toneelgroep Maastricht, en al sinds zijn puberteit liefhebber van Captain Beefheart. De Amerikaanse zanger heeft bij hem de deur wijd opengezet naar het zonder concessies aan wie of wat dan ook kiezen van een eigen vorm en inhoud. Weg met conventies!

‘Beefheart is wars van elke muziekwet of -stijl. Het is geen blues, geen rock, geen pop of geen jazz, het is Beefheart. Hij put uit zijn levendige fantasie, volgt zijn intuïtie en heeft daardoor een geheel eigen geluid. Niks is gek, alles mag bij hem. Onnavolgbaar, anarchistisch, ongeschoold. Omdat hij zich nergens iets aan gelegen laat liggen, is hij vrij.’

‘Zijn ideeën voor een nieuw nummer probeerde hij verbaal uit te leggen aan zijn muzikanten. De beste en technisch goed geschoolde gitaristen, drummers en percussionisten wist hij dankzij zijn goede vriend Frank Zappa bij elkaar te krijgen. Niet elke muzikant kon met zijn werkwijze omgaan. Er gaat een anekdote dat Beefheart reageerde op een drummer die zijn instructies niet begreep, door een asbak de ruimte in te gooien met de mededeling: ‘Zó moet je spelen!’ Gitarist Ry Cooder werd gillend gek van deze manier van werken en haakte af.’

‘Beefhearts muziek is vol indrukken, onlogisch op elkaar volgende ritmes en de vreemdste combinaties klankkleuren. Je kunt het chaotisch noemen, of rijk. Je vindt het fascinerend om naar te luisteren of je zet het uit. Ik vind het fascinerend. Beefheart kent geen voorgangers en geen navolgers, maar staat geheel op zichzelf. Hij is voor mij het bewijs dat je het beste je eigen gekte kunt volgen. Maar het is niet terecht hem als idioot te bestempelen. Hij werd door velen niet serieus genomen; ga eerst eens leren hoe je een saxofoon moet bespelen voordat je hem aanraakt, neem zangles!’

‘Hij had dan wel niet de muzikale kennis van een tijdgenoot als Frank Zappa, hij was op zijn eigen manier wel geniaal. Beefheart maakte ongepolijste muziek van zijn eigen indrukken. Het nummer Bat Chain Puller bijvoorbeeld is ontstaan uit een autorit in de regen door de woestijn. Zijn ruitenwissers konden de regen niet bolwerken en raakten van slag. Uit die verstoorde cadans maakte hij een muzieknummer. Het ritme in dit nummer verspringt keer op keer. Het is muziek waar ik nog steeds graag naar luister. Beefheart heeft de tand des tijds doorstaan en dat is iets waar iedere kunstenaar naar streeft.’

Ongelikte voorstellingen waarin alles kan, wil Arie de Mol zelf maken. In zijn regie van theatervoorstellingen voor Toneelgroep Maastricht zullen acteurs geen prachtige poëtische volzinnen uitspreken op het toneel. Dat vindt De Mol te gekunsteld. ‘Ik wil een acteur zien zoeken naar zijn woorden. Wie praat in het ‘echte’ leven vlekkeloos, zonder hapering, zonder onafgemaakte zinnen of grammaticale fouten, niemand toch? Net zoals Beefheart met zijn muziek, wil ik een toneelstuk niet mooier maken dan de werkelijkheid nu eenmaal is.’

‘Ik hou van de mens met al zijn nare en onhandige trekjes, het gebrek aan logica in zijn woorden en gedrag. Ik zie het leven van alledag als een chaos, waarin van alles tegelijk op ons afkomt en dat wordt met het gebruik van steeds meer communicatiemiddelen alleen maar sterker. Het tempo waarin wij leven wordt steeds sneller, we staan steeds minder stil bij één ding, doen alles tegelijk. Terwijl we een gesprek voeren, pakken we onze mobiel om een smsje te lezen.’

Om dit tijdsbeeld te vangen, zegt Arie de Mol, speelt zich in de theaterstukken die hij regisseert meestal veel gelijktijdig af. De toeschouwer kan zappen van de ene speler naar de andere. Teksten hoeven niet altijd verstaanbaar te zijn, kunnen overstemd worden door de livemuziek die hij altijd opvoert in zijn stukken. ‘Het moet niet erg zijn als je even iets mist. Er mag ruis zijn, van alles door elkaar lopen, je hoeft niet de draad kwijt te raken als je iets niet verstaat. Het gaat om de ervaring, het totaalbeeld.’

Opvallend is dat de regisseur die de moderne jachtigheid van het bestaan met zijn overdaad aan indrukken, verleidingen en prikkels wil vangen, een voorkeur heeft voor repertoire van ‘oude’ toneelschrijvers als Henrik Ibsen en Herman Heijermans. De Mol: ‘Theaterstukken moet ergens over gáán. Er zijn weinig toneelschrijvers die universele thema’s aansnijden en tegelijkertijd een goeie tekst kunnen schrijven. Die maatschappelijke en morele dilemma’s aankaarten, die van alle generaties zijn. Ibsen maar ook Heijermans, van wie we nu De Opgaande Zon uitvoeren, kunnen een ijzersterk verhaal neerzetten, dat in thematiek eeuwen mee kan. Daar hou ik van.’

De Mol schrapt flink in de teksten en maakt in ritme (snel) en uitvoering een eigentijdse versie van de oude meesters. En altijd voegt hij muziek toe. Geen voorstelling zonder live muzikanten. Niet als behang, niet als manipulators van een gewenste emotie, maar als mede-spelers, die met hun instrumenten verwarring zaaien of de toeschouwer raken op een andere dan het visuele niveau. Als het vooral maar niet voorspelbaar en gelikt is, zegt Arie de Mol.

In De Opgaande Zon klinkt aan het einde van het eerste bedrijf een vrolijke banjo. De muzikant zet in zodra zonneklaar is dat het einde verhaal is voor het winkeltje van de familie De Sterke. ‘Je voelt aankomen dat deze kleine middenstander niet kan opboksen tegen zijn grote buurman, het warenhuis. Op dat hopeloze moment gaat, heel onlogisch, de banjo spelen. De steeds vrolijker wordende muziek zweept de familie op, ze verslikt zich haast in een collectieve lachbui. Dat is Heijermans: lach je door je eigen ellende heen.’

‘Muziek heeft voor mij die functie: het kan je dieper in een emotie brengen, of het nu verdriet is of blijdschap. Theater is meer dan taal alleen. Muziek geeft het een diepere lading. En die zet ik het liefst in op zijn Beefhearts: onconventioneel.’
 

Tussenstuk:
Captain Beefheart

Don van Vliet is de naam die schuilt achter het pseudoniem Captain Beefheart. De Amerikaanse componist en zanger richtte in 1964 de Magic Band op. De band wisselde om de haverklap van samenstelling. Het grote verloop onder zijn muzikanten had alles te maken met Beefhearts eigenzinnige en dwingende karakter. Zijn muziek is experimenteel. Hij mengde verschillende muziekstijlen als jazz, blues en folk tot een nieuw, eigen geluid. Zijn muziek had grote invloed op punk en new wave. Trout Mask Replica wordt beschouwd als zijn beste album. De productie van deze dubbel-lp was in handen van zijn vriend Frank Zappa. Het duurde tot in de jaren ‘70 van de vorige eeuw eer Beefhearts Magic Band doorbrak in de VS en later in Europa. In 1974 trad hij op bij Pinkpop. Een commercieel succes is zijn muziek nooit geweest. Begin jaren ‘80 zegde hij de muziek vaarwel om zich aan de schilderkunst te wijden.

Naar Alfa-denken, eigenheid Alfa-denken , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]