De Volkskrant, 08-06-2013, door Geerten Waling, historicus 2008

Historicus verwerd tot cynische allrounder

Historici worden vooral geacht gangbare opvattingen over het verleden onderuit te halen. Die beperkte taakopvatting levert geen nieuwe Huizinga's op.


De eindexamens zijn weer voorbij. Na drie maanden vakantie zullen ook dit jaar meer dan duizend schoolverlaters ervoor kiezen om op een van de Nederlandse universiteiten de studie geschiedenis te volgen. Waarom kiezen al die mensen toch voor zo'n stoffige studie? Moeilijk te zeggen. Misschien vanwege die charmante docent, dat ene boek van Thea Beckmann of vanwege die geestige Maarten van Rossem op tv. Of toch - en hopelijk - om iets meer van de wereld te kunnen begrijpen. Om te achterhalen hoe hedendaagse verschijnselen zijn ontstaan en waar de oorsprong ligt van de moderne mens. Om vanuit die verdieping iets zinvols en zinnigs te kunnen bijdragen aan de 'waan van alledag' die ons collectief in de ban schijnt te hebben.

Helaas worden studenten met al te hoge verwachtingen van hun studie spoedig teleurgesteld. Het eerste probleem treedt al op als bij aanvang van de studie blijkt dat de historische kennis van de gemiddelde schoolverlater verbluffend laag is. Daarom hebben de universiteiten het eerste collegejaar volgepropt met overzichtsvakken: van de oude Grieken tot nu, alles moet opnieuw worden bijgebracht.

Na dit schoolse 'bijspijkerjaar' raakt de studie al snel gefragmenteerd in een wirwar van thema- en keuzevakken die in geen enkele verhouding staan tot elkaar. Basale kennis en vaardigheden worden nauwelijks overgedragen. Ook is het eerder regel dan uitzondering dat een afgestudeerd historicus nog nooit één letter heeft gelezen van grote historici als Huizinga, Romein, Geyl, De Jong en Kossmann. Als die namen hem al iets zeggen.

Dat is pijnlijk, want de maatschappij doet voortdurend een beroep op historici. In boekhandels gaan geschiedenisboeken als warme broodjes over de toonbank: van serieuze studies naar het koningshuis of de oorlog tot de historische thrillers van Dan Brown. Op televisie zijn historische documentaires en series steevast goed voor hoge kijkcijfers en laten praatprogramma's graag historici opdraven om met een kwinkslag en een overpeinzing de actualiteit te duiden. Zelfs op de opiniepagina's zijn sommige historici niet weg te slaan.

Dus terwijl we zien dat hem een grote maatschappelijke waarde wordt toegeschreven, is de historicus van nu nog maar een schim van al die onbekende reuzen op wier schouders hij zou moeten staan. Niemand evenaart meer de culturele impact van een Huizinga met zijn notie van de 'spelende mens', een Romein met zijn wet van de remmende voorsprong of een De Jong met zijn documentatie van de Tweede Wereldoorlog.

Wat leren de historici van de toekomst dan wel op die universiteiten? Eigenlijk maar één ding: kritisch zijn. Bijna alle boeken, artikelen en colleges worden gekenmerkt door een grondig cynisme. Dat heet ook wel debunken: het aantonen dat bepaalde collectieve verhalen over het verleden niet kloppen.

Willem van Oranje was geen vrijheidsstrijder. Die Gouden Eeuw was zo goud nog niet. De oorlog had ook mooie kanten. De jaren zestig, waren die nou echt zo revolutionair? Enzovoorts. Kortom: zodra iets wordt beweerd over het verleden, voelt de moderne historicus zich geroepen een 'kritisch tegengeluid' te produceren.

Op zich is het een nuttige taak om collectieve idees-fixes te doorbreken, maar het is wel erg beperkt en uitzichtloos om het kritisch denken als basisdogma te hanteren voor een heel vakgebied. En dat is wel wat de afgelopen decennia is gebeurd onder historici. Na 1989 waren de Grote Verhalen voorbij en kondigde Fukuyama het einde van de geschiedenis aan, dus wat restte de beroepshistoricus nog anders dan ironie en cynisme?

Kritische allrounders
In die geest zijn sindsdien generaties studenten opgevoed. In plaats van historische klassieken te lezen, werd hun opgedragen om het boek van de docent aan te schaffen. Die docent sloeg twee vliegen in één klap: een mooie stimulans voor de tegenvallende boekverkoop én minder werk om het college voor te bereiden. Immers, de onderwijsdruk was met het explosief gegroeide aantal studenten zo gestegen dat een fatsoenlijke voorbereiding van het college er eigenlijk niet meer inzat. Zeker niet als hij ook nog onderzoek wilde doen en het vereiste publicatiepeil wilde halen.

Het huidige academische systeem is erop gericht zo veel mogelijk onderwijsconsumenten een beetje vlot door hun studie heen te loodsen. De consequentie daarvan voor een studie als geschiedenis is dat er geen historici worden opgeleid, maar slechts kritische allrounders met hapsnap kennis van de geschiedenis. Zij ontberen de basale kennis die nodig is om de ambachtelijke traditie van de Nederlandse geschiedschrijving in ere te houden.

Om daar verandering in te brengen zouden we, in navolging van de poëten en filosofen, een 'historicus des vaderlands' kunnen verkiezen: een tijdelijke erepositie voor een historicus die op een eigenzinnige wijze onderzoek doet en daar smakelijk en toegankelijk over schrijft.

Het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG) en de diverse geschiedenisopleidingen zouden een bescheiden budget bijeen kunnen brengen waarmee projecten kunnen worden opgezet om de geschiedschrijving in Nederland uit het dal van cynisme en particularisme te trekken. Met name voor de vakbroeders van de toekomst zou dat een niet te onderschatten voorbeeldfunctie hebben.

Duidelijk is dat er íets moet gebeuren. Vanuit een plichtsbesef, enerzijds jegens die verkwanselde traditie van het Nederlandse historische ambacht, anderzijds jegens een maatschappij die recht heeft op betrokken en capabele historici die haar met gezag een spiegel kunnen voorhouden. Niet alleen nu, maar ook over twintig, veertig en honderd jaar.

Op 14 juni gaan jonge historici met elkaar in debat tijdens De Nacht is Jong in De Rode Hoed in Amsterdam (denachtisjong.nl).


 


Red.


Naar Allochtonen knuffelen  , Allochtonen lijst  , Allochtonen overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]